Eigenschap:Toelichting op definitie
Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:
nl
w
[WION] Een onbekend net dat wordt aangetroffen tijdens de uitvoering van de graafwerkzaamheden en dat aan het Kadaster is gemeld door middel van de melding afwijkende situatie, waarvan het Kadaster de eigenaar niet kan achterhalen. +
(bron: DSO) <br/>
<br/>
Gebaand gedeelte ten behoeve van het wegverkeer te land. (bron: IMGEO / DIV) <br/>
<br/>
Alle voor het openbaar auto-, fiets-, voetgangers- of ander verkeer openstaande wegen of paden, geen spoorwegen of trambanen zijnde, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen, taluds en zijkanten, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken, voorzieningen van openbaar nut, alsmede de aan de wegen liggende parkeerplaatsen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. (bron: ArchiXL) +
Wegenbouwkunde heeft betrekking op de planning, het ontwerpen, de aanleg alsmede het beheer en onderhoud van wegen en wegvoorzieningen (bruggen, tunnels en dergelijke). +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
Een weiland, wei of weide is een stuk open grasland dat gebruikt wordt om vee te laten grazen. Weiden kunnen in cultuur gebracht zijn en bij een boerderij horen, maar ook in het wild is veel grasland. +
Een bron of wel is een plaats waar water uit de grond komt.
Men onderscheidt puntbronnen en diffuse bronnen.
* Een puntbron is een plek waar een duidelijke waterstroom boven de grond komt, zoals dat ook bij een resurgentie het geval is.
* Bij een diffuse bron zijn er meerdere punten waar het water uit de grond treedt. Dit wordt ook wel kwel genoemd. <br/>
<br/>
Wellen ontstaan wanneer het water in een kanaal heel hoog staat. De waterdruk in de grond aan de landzijde kan dan toenemen. In die situaties kunnen tunneltjes onder een dijk ontstaan die ervoor zorgen dat het water vanuit het kanaal aan de landzijde omhoog komt. Door rondom zo’n wel zandzakken te plaatsen, maken we een kom. Het water stijgt in die kom. Dit noemen we opkisten. Zo komt er evenwicht in waterdruk tussen de waterzijde en landzijde. Hierdoor stopt het stromen van het water onder de dijk door. (bron: Hunze en Aa's) +
De huidige standaarddefinitie is ISO 19162: 2019. [3] Dit vervangt ISO 19162: 2015. +
Bekende text ( WKT ) een tekst opmaaktaal voor het representeren vector geometrische objecten. Een binair equivalent, bekend als welbekend binair ( WKB ), wordt gebruikt om dezelfde informatie over te dragen en op te slaan in een compactere vorm die handig is voor computerverwerking, maar die niet door mensen kan worden gelezen. De formaten zijn oorspronkelijk gedefinieerd door het Open Geospatial Consortium (OGC) en beschreven in hun Simple Feature Access .
De huidige standaarddefinitie is in de ISO / IEC 13249-3: 2016-norm.
WKT kan de volgende verschillende geometrische objecten vertegenwoordigen:
* Punt , MultiPoint
* LineString , MultiLineString
* Veelhoek , multipolygoon, driehoek
* PolyhedralSurface
* TIN ( driehoekig onregelmatig netwerk )
* GeometryCollection +
Het UNESCO Werelderfgoedverdrag uit 1972 heeft als doel om erfgoed dat van unieke en universele waarde is voor de mensheid, beter te kunnen bewaren voor toekomstige generaties. Naast de internationale bescherming die een erfgoed krijgt door plaatsing op de UNESCO Werelderfgoedlijst, bevordert deze status ook het begrip tussen culturen.
Alleen erfgoed dat is ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO mag deze titel dragen. De lijst wordt jaarlijks samengesteld door het Werelderfgoedcomité, dat bestaat uit vertegenwoordigers van 21 wisselende landen.
Het materieel werelderfgoed bestaat sinds de 44e sessie van het Comité (2021) uit 1154 werelderfgoederen verspreid over 167 landen. Hiervan zijn 897 cultureel erfgoed (C), 218 natuurlijk erfgoed (N) en 39 hybride erfgoed, die een combinatie van beide zijn (C/N). 191 landen hebben de Werelderfgoed Conventie geratificeerd. Ieder land is zelf verantwoordelijk voor bescherming en behoud van de eigen monumenten. +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van een oppervlaktewaterlichaam en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen. (bron: Besluit bodemkwaliteit) <br/>
<br/>
Door menselijk toedoen ontstane of gemaakte constructie of inrichting, inclusief bouwwerken, en restanten daarvan. (bron: Helpdesk Water) <br/>
<br/>
Het in de Basisovereenkomst omschreven werk dat de Opdrachtnemer op basis van de Vraagspecificatie en de Aanbieding door middel van Ontwerp- en Uitvoerings-werkzaamheden dient te realiseren. (bron: Uniforme Administratieve Voorwaarden voor geïntegreerde contractvormen 2005) <br/>
<br/>
Product van het geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen. (bron: Aanbestedingswet 2012) <br/>
(bron: ABDL) +
(bron: waterbodemrichtlijn / Aquo) +
(Bron: ArchiXL) <br/>
<br/>
Beeld van de echte of hypothetische wereld die alles van belang omvat (Bron: Aquo) <br/>
<br/>
Beeld van de echte of hypothetische wereld dat binnen de context van een domein alles van belang omvat. (Bron: NEN3610) +
In de arbeidswetgeving staan de rechten en plichten van de werkgever en werknemer genoemd. De arbeidswetgeving is nationaal en verschilt per land. In ruil voor de geleverde prestaties onder het gezag van de werkgever, ontvangt de werknemer een loon. De individuele afspraken tussen werkgever en werknemer staan vermeld in de arbeidsovereenkomst. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
* 1. degene jegens wie een ander (werknemer) krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, behalve indien die ander aan een derde ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid, welke die derde gewoonlijk doet verrichten;
* 2. degene aan wie een ander (werknemer) ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van arbeid als bedoeld onder 1.; (bron: Arbeidsomstandighedenwet) <br/>
Een economische eenheid die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een persoon maakt om een financiele beloning te geven waartegenover het verrichten van arbeid staat. (bron: Burgerlijk Wetboek Boek 7, Bijzondere overeenkomsten / ABDL) +
Een werkingsgebied is onderdeel van de regels in de nieuwe waterschapsverordening. Die regels bestaan straks uit juridische regeltekst en werkingsgebieden. Het betreft hier een (ruimtelijk) gebied waarop een juridische regel betrekking heeft. Dit betekent dat specifieke regels alleen gelden binnen de grenzen van een bepaald gebied. Het begrip wordt voornamelijk gebruikt binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
<br>
Het begrip beperkingengebied is ook een werkingsgebied, maar het kan ook om andere gebieden gaan waar bepaalde regels gelden ter bescherming van het watersysteem. Denk bijvoorbeeld aan regels over de activiteit uitbreiden van verhardingen in een gebied met weinig waterberging. Een werkingsgebied kan dus een specifiek gebied binnen het beheergebied van het waterschap zijn,
maar het kan ook het gehele beheergebied van het waterschap zijn (de regels uit de waterschapsverordening zijn dan op het gehele gebied van toepassing). De werkingsgebieden (en bijbehorende voorschriften) kunnen visueel worden weergegeven via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De geografische begrenzing van deze werkingsgebieden kan regelmatig wijzigen als gevolg van projecten van derden of door het waterschap zelf.
<br>
Zoals uit het voorgaande blijkt, is een beperkingengebied een type werkingsgebied. De hiervoor gebruikte uitsnede bij het beperkingengebied, is hierna ook weergegeven ter visualisatie van een werkingsgebied. Bij een werkingsgebied is (zijn) de locatie(s) van de activiteit(en) dan van belang om de juiste juridische regels naar voren te halen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. +
Een werkinstructie dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:
* het is zodanig beschreven dat een persoon het werk kan uitvoeren, zelfs als deze dit voor het eerst doet;
* de mate van detaillering (het detailleringsniveau) dient niet verder te gaan dan de vakbekwaamheid van de uitvoerende; dat wil zeggen dat de uitvoerende met het kennisniveau dat voor zijn functie/rol benodigd is de werkinstructie kan begrijpen.
Een werkinstructie kan alle voorkomende werkzaamheden bevatten die voor een functie of afdeling van toepassing zijn. In dat geval is er sprake van een handboek. Een werkinstructie kan ook onderdeel zijn van een procedure waarbij specifieke procedurestappen worden uitgewerkt in aparte werkinstructies. (bron: Wikipedia) +
(bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
De ander, bedoeld in de definitie van werkgever. (bron: Arbeidsomstandighedenwet)
altDef: Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat. (bron: CBS Begrippen) <br/>
<br/>
Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat. (bron: Burgerlijk Wetboek Boek 7, Bijzondere overeenkomsten) (bron: ABDL) +
(bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch)
Een werkpakket is één element van de Work Breakdown Structure (bron: WWB0028)
Een werkpakket is één element van de Work Breakdown Structure (bron: WWB0029)
Verzameling van samenhangende activiteiten met gedefinieerde input en output. (bron: Leidraad voor Systems Engineering (SE) in de GWW sector) +
(bron: Van Middelen naar Produkten. / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een geordende reeks processtappen die binnen een bedrijfsfunctie worden uitgevoerd met als doel een specifieke bijdrage (prestatie) te leveren aan een dienst die uiteindelijk zal worden geleverd aan een klant of aan een ander werkproces. Subtype van Archimate Business Process. (bron: Stijlgids Novius Architectuur Raamwerk) <br/>
<br/>
Een geordende reeks van processtappen die binnen één organisatorische eenheid binnen een organisatie wordt uitgevoerd met als doel een specifieke bijdrage (prestatie) te leveren aan een burger, bedrijf of andere organisatie. +
baggeren
basisinformatie
beheer en onderhoud
beleidsvoorbereiding en -evaluatie
beloodsing +
(bron: CHO (567) / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een vortex of wervel is een draaiende beweging in een fluïdum.
Een vortex kan twee- of driedimensionaal zijn. Tweedimensionele zijn stabiel, terwijl driedimensionele instabiel zijn. Vortices kunnen voorkomen als een mono-, bi- of tripolaire wervel.
In de natuur komen vele wervelfenomenen voor:
* stabiele tweedimensionale
* lagedrukgebied
* orkaan
* zeewervel
* wolkenwervel
* draaikolk
* wervelstraat van Von Karman
* onstabiele driedimensionale
* sigarettenrookpluim +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
De menselijke wervelkolom, ook wel ruggengraat genoemd, of columna vertebralis is, in het menselijke lichaam in de anatomische houding, een verticale kolom door het midden van de rug, die uit 24 of 25 wervels bestaat, met behalve tussen de bovenste twee, de atlas en de axis, tussen elke twee wervels een tussenwervelschijf. Dit geldt voor 99,9% van de mensen, in uitzonderlijke gevallen komt ook weleens een incomplete achtste nekwervel of zesde lendenwervel voor.
De wervelkolom als geheel kan als een bot worden gerekend. De wervels worden door een tussenwervelschijf of discus van elkaar gescheiden. De wervellichamen zijn gestapeld, waardoor de wervelbogen een buis vormen waar het ruggenmerg door loopt. Vanuit het ruggenmerg lopen tussen de wervels door zenuwen, die bijvoorbeeld de armen en benen aansturen.
De musculus multifidus is een belangrijke spier om de wervelkolom te stabiliseren. (bron: Wikipedia) +
Soorten wetten
Het generieke begrip wet kan twee betekenissen hebben:
wet in formele zin
een wet in formele zin is een (gezamenlijk) besluit, genomen en kenbaar gemaakt volgens de daartoe vastgelegde procedure door een bevoegd orgaan, de formele wetgever genoemd.
wet in materiële zin
een wet in materiële zin is een algemeen verbindend voorschrift voor de rechtsonderhorige(n) en van toepassing op een specifieke territoriale eenheid.
Wetten kunnen zowel materieel als formeel zijn, maar dit hoeft niet. Het onderscheid is tweeledig:
het territorialiteitsprincipe en de daarmee gepaard gaande bevoegdheid;
in de formele zin is het een besluit, een genomen beslissing; en in de materiële zin is het een geldend voorschrift opgelegd aan personen.
Hoewel dit onderscheid eerder theoretisch lijkt, zijn er in de alledaagse praktijk toch duidelijke verschillen.
Het strafrecht is een wet in formele zin, tevens wet in materiële zin (zowel in België door het Strafwetboek als in Nederland door het Wetboek van Strafrecht). De wet is opgesteld en kenbaar gemaakt door de formele wetgever en houdt voorschriften in, die o.a. voor iedereen gelden die zich binnen op het grondgebied bevindt.
Een voorbeeld dat het onderscheid tussen formele en materiële wet illustreert en dat zowel in Nederland als in België toepasbaar is, is de toestemmingswet voor het huwelijk van een lid van het Koninklijk Huis. Het parlement beslist over deze vraag en neemt die beslissing door het uitvaardigen van een wet, die door de minister van binnenlandse zaken wordt bekendgemaakt. Dat is een formele wet maar geen materiële wet, omdat ze geen betrekking op iedereen heeft. Een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is een regel opgelegd door de regering zonder medewerking van de Staten-Generaal, dus dit is geen wet in formele zin. Als deze algemeen verbindend is kan het echter wel een wet in materiële zin zijn. +
De wet heeft alleen betrekking op landbodems. Waterbodems vallen onder de op 22 december 2009 in werking getreden Waterwet. (bron: Wikipedia)
(bron: waterbodemrichtlijn / Aquo) +
Het is, behoudens met vergunning, verboden schadelijke afvalstoffen te lozen. (bron: Aquo / DIV) +
Wetenschap en technologie zijn belangrijke elementen van de moderne geïndustrialiseerde samenleving. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen fundamentele wetenschap en toegepaste wetenschap die gericht is op toepassing van kennis en beïnvloeding van de werkelijkheid. Er zijn combinaties mogelijk van fundamentele en toegepaste wetenschap.
Er zijn verschillende betekenissen van wetenschap, maar er is onder veel onderzoekers consensus over wat wetenschap behoort te zijn (zie de Kenmerken hieronder), al kunnen er tussen de vakgebieden, beoefenaars en beroepspraktijken verschillen in interpretaties bestaan. +
Geheel van wetten van een Staat, een gewest, een gemeenschap of het geheel van aangenomen wetten in een welbepaald domein (bijvoorbeeld de wetgeving inzake huisvesting)
Geschreven verklaringen die rechtsgeldig zijn door de goedkeuring of bekrachtiging van een officieel staatsorgaan of ander bestuurslichaam, zoals wetten, regelingen, toekenningen van fondsen en internationale verdragen. +
Kan worden vernietigd door baggeren of opvullen. <br/>
(Bron: Frick GW (1984) Environmental Glossary. Rockville: Government Institutes. 325 pp. / Aquo) <br/>
<br/>
Drasland is land dat permanent door water is verzadigd of tijdelijk is verzadigd door bijvoorbeeld opkomend water. Het is dus een gebied op de grens tussen landelijk en waterrijk gebied, gebied dat zeer verschillend doch zeer afhankelijk is van beide. Drasland vertoont hierdoor een karakteristieke vegetatie, een zeer grote biodiversiteit, aangepast aan deze wisselende omstandigheden. Het gebied dient veelal in de eerste plaats als opslag voor overtollig water. Bij overstroming neemt het gebied het teveel aan water op en bij droogte geeft het dat water af en bewaart zo het natuurlijk evenwicht. Een drasland verschilt van een moeras, dat meestal alleen zeer drassige grond betreft, terwijl een drasland een afwisseling van droog en nat kan zijn. De Waddenzee in Nederland is een voorbeeld van een drasland. Vroeger bestond Nederland veelal uit veen. Het grootste draslandgebied in de wereld is Pantanal, in Zuid-Amerika voor het grootste deel in Brazilië.
Door de vele soorten biotopen vlak bij elkaar is er een breed scala aan leven, wat onder andere weer veel vogels en roofdieren aantrekt. Draslanden worden wereldwijd veel beschermd onder de Conventie van Ramsar en de Afrikaans-Euraziatische overeenkomst over watervogels. (bron: Wikipedia) +
Wiepen worden onder andere gebruikt om zinkstukken te vormen die de waterbodem beschermen tegen erosie. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
Rol van gebundeld gebleesd rijshout. <br/>
<br/>
Een wiep is een bundel rijshout, meestal wilgentenen van 15 tot 30 cm doorsnede en een lengte van circa 10 meter. In sommige gevallen worden extra lange wiepen gemaakt, tot 50 m lang. De tenen worden bijeengehouden door er touw omheen te binden. Dit binden kan semi-automatisch gedaan worden met een wiepenmachine. <br/>
<br/>
Wiepen worden veelal geprefabriceerd op de winplaats van de wilgentenen en daarna getransporteerd naar de plek waar ze verwerkt worden tot zinkstukken, ter bescherming tegen bodem- en oevererosie van waterlopen. Zinkstukken worden gemaakt door op een geotextiel een rechthoekig raster van wiepen te plaatsen met een tussenliggende afstanden van ongeveer een meter. Bij geprefabriceerde wiepen (tot 10 m) worden bij zinkstukken om voldoende lengte te krijgen de wiepen in elkaars verlengde gelegd met een kleine overlap. Als de wiep bij de zate (= plek waar het zinkstuk gemaakt wordt) wordt gebonden, wordt de wiep direct in dezelfde lengte gemaakt als de maat van het zinkstuk. (bron: Wikipedia) +
Wijken ontsluiten meestal landbouwgrond vanuit de aan het diep gelegen boerderijen. Vaak delen twee boerderijen één wijk.
Verschillende dorpen, zoals Ommelanderwijk in Groningen en Haulerwijk in Friesland zijn vernoemd naar een dergelijk zijkanaal. +
Deze wijken mogen niet gedempt worden. +
(bron: Handreiking Planningsmanagement) <br/>
<br/>
Documentatie waarin een voorgestelde wijziging van het project is gedefinieerd (bron: Richtlijnen voor projectmanagement (vervallen)) <br/>
<br/>
Een middel om de opdrachtgever te verzoeken extra budget vrij te geven ten laste van het onvoorzien. Indien er extra budget benodigd is, waarvan de oorzaak een scopewijziging betreft dient een VTW als scopewijziging te worden vastgelegd. (bron: Handreiking Financieel Management) <br/>
<br/>
Een voorstel voor een wijziging van een baseline. Het is een type issue. (bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
<br/>
Gesignaleerde geïnitieerde wijziging van de scope of een bijstelling binnen de scope, met effecten op bijvoorbeeld planning, kosten, risico’s en/of omgeving. (bron: Standaardsystematiek voor kostenramingen (SSK 2010, vervallen)) <br/>
<br/>
Voorstel tot het aanbrengen van een wijziging aan een dienst, een component van een dienst of het servicemanagementsysteem (bron: Information technology - Service management - Part 1: Service management system requirements) <br/>
<br/>
Formeel verzoek om een wijziging door te voeren (op één of meer gespecificeerde Configuratie Items). Een wijzigingsverzoek bevat details van de voorgestelde wijziging, en kan op papier worden geregistreerd of elektronisch. (bron: Information Technology Infrastructure Library - Glossary of Terms English - Dutch) +
Doorgaans wordt er een natuurlijke, verticale luchtstroom mee bedoeld. Wind wordt veroorzaakt door verschillen in de atmosferische druk, die op hun beurt voornamelijk het gevolg zijn van temperatuurverschillen. (bron: Wijk, J van der, Taal van het Water / Aquo)
Wind is een natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer. Deze ontstaat door horizontale luchtdrukverschillen, waarna de kracht en richting worden beïnvloed door de draaiing van de aarde en eventueel de wrijving met het aardoppervlak.
De dominante windrichting over het aardoppervlak en de straalstromen hoger in de atmosfeer worden beschreven door drie zogenaamde circulatiecellen:
Hadleycellen, tussen de evenaar en de 30e breedtegraad
Ferrelcellen, tussen 30e breedtegraad en 60e breedtegraad
polaire cellen, tussen de 60e breedtegraad en de pool
De circulatiecellen geven aan wat de dominante windrichting (noord/zuid) is op een bepaalde breedtegraad en bepalen ook in welke zones meestal hoge- of lagedrukgebieden liggen. Hoewel dit een eenvoudig patroon lijkt, is de werkelijkheid ingewikkelder. Zie verder: Atmosferische circulatie.
Door drukverschillen rond (vooral hoge) gebouwen ontstaat ook een hardere wind, vergelijkbaar met tocht.
De wind kan sterk variëren in snelheid. Als de wind kortstondig en snel toeneemt spreekt men van een windstoot of een (wind)vlaag. De windsnelheid wordt uitgedrukt in een getal van de schaal van Beaufort, in m/s of, in de meteorologie minder gebruikelijk, in km/h. In de luchtvaart wordt de windsnelheid aangegeven in knopen. De termen 'windkracht' of 'windsterkte' worden ook wel gebruikt, maar zijn formeel onjuist, omdat deze grootheid wordt uitgedrukt in de eenheid van snelheid. De windsnelheid heeft veel effect op de gevoelstemperatuur die iemand ervaart. Bij harde wind en vorst noemt men dit verschijnsel windchill. (bron: Wikipedia) +
Vroeger werd windenergie met windmolens direct omgezet in mechanische arbeid, bijvoorbeeld om graan te vermalen of om water te verpompen. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw is windenergie vooral bekend als de elektriciteit die met een windturbine wordt opgewekt, vaak in een windmolenpark. (bron: Wikipedia) +
Een door winderosie beïnvloed landschap, zoals een zandverstuiving, kan erg dynamisch zijn. In Nederland vindt de meeste winderosie plaats aan de kust (vorming van duinen), in droogtegevoelige veenbodems in de Veenkoloniën en in zandverstuivingen op de Veluwe, Noord-Brabant en Drenthe. Lössafzettingen vormen een voorbeeld van door wind getransporteerde en weer afgezette bodems en horen tot de eolisch afzettingen. Lössafzettingen komen voor door een groot deel van Europa en China. Zelf zijn ze weer gevoelig voor verschillende vormen van erosie. +
Wekt stroom op, waardoor de accu kan worden opgeladen.
Een windturbine is een turbine die de energie van de wind omzet in elektriciteit door middel van een generator. Moderne windturbines onderscheiden zich hiermee van traditionele windmolens, die direct gebruik maken van de mechanische energie om bijvoorbeeld graan te malen (korenmolen) of water te pompen (poldermolen). Windturbines worden vaak toegepast in windmolenparken. +
(bron: Aquo / GWSW) <br/>
Een windketel zorgt voor een vermindering van het waterslageffect. +
Apparatuur waarmee de snelheid en de richting van de wind kan worden gemeten. (bron: Informatiemodel Grootschalige topografie)
Meetinstrument dat de windsnelheid en de windrichting meet (bron: NPR 4768 & Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) +
Bij windmolens kan men twee hoofdtypen onderscheiden:
* de vaak 'industriële' windmolens die dienen om elektriciteit op te wekken en in de laatste decennia van de twintigste eeuw als energiebron steeds belangrijker zijn geworden, zie daarvoor windturbine;
* de 'traditionele' windmolens, die tot in de achttiende eeuw van grote betekenis waren. <br/>
(bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Molen die bewegingsenergie van de lucht (wind) omzet in rotatie-energie van de wieken voor het opwekken van elektrische energie (bron: Conditiemeting voor infrastructuur - Beheerobjecten, elementen en bouwdelen, code: DA / Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL), code: OB02437) / ABDL) +
Bijvoorbeeld: bij windrichting zuidwest komt de wind uit het zuidwesten. +
(bron: CHO (322), aangepast / Aquo) <br/>
<br/>
De oppervlakte tussen het zomerbed van een bovenrivier en de buitenkruinlijn van de hoogwaterkerende dijk (bandijk) dan wel de hoge gronden, die het water (tot maatgevend hoge standen) keren. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Het winterbed is de bedding van een rivier, die doorgaans door de rivier wordt gebruikt in de winter. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van hoge dijken op een redelijke afstand van de rivier.
Gedurende de winter is gewoonlijk een grotere toevoer van water dan in de zomer, waardoor de rivier buiten het zomerbed kan treden. Het zogenaamde winterbed zorgt er dan voor dat de rivier gereguleerd blijft.
De delen die niet overstromen gedurende de zomer worden de uiterwaarden genoemd. Meestal wordt dit gebied als grasland gebruikt, omdat gewassen zouden beschadigen als het winterbed door de rivier gebruikt wordt. (bron: Wikipedia) +
In de winter is minder of geen behoefte aan water voor de groei van planten en bomen in de natuur en voor landbouwgewassen. Ook is de verdamping kleiner dan in de zomer. De waterstand in sloten en vaarten stijgt hierdoor. Daarom stellen waterschappen een winterpeil in. Dit peil is lager dan het zomerpeil.
Hiermee zorgen de waterschappen voor voldoende water voor landbouw, natuur en andere doeleinden. De verlaging van het zomerpeil naar het waterpeil gebeurt geleidelijk om schade aan de oevers te voorkomen. <br/>
<br/>
Een vast peil dat in de winterperiode (meestal september tot april) wordt gehanteerd. De periode wordt in het peilbesluit vastgelegd en mag ook afhangen van de weersgesteldheid. (Bron: HDSR) <br/>
<br/>
In de wintermaanden is de hoeveelheid neerslag groter dan de verdamping. Hierdoor stijgt de grondwaterstand. In de winter wordt de waterstand in sloten en kanalen op een lager peil ingesteld. Dit wordt het winterpeil genoemd.
Wateroverlast door een te hoge grondwaterstand wordt zo voorkomen. Door het lagere peil stroomt er grondwater naar de sloten, en wordt het teveel aan water afgevoerd. (Bron: Droogte begrippen & waterschap Noorderzijlvest) +
Het is een term die voorkomt in de Memorie van Toelichting op de herziene Ontgrondingenwet (gedeelte dat handelt over het structuurschema Oppervlaktedelfstoffen). Een winzone zal doorgaans in een streekplan worden aangegeven, maar het is ook mogelijk dat het in een structuurschema gebeurd. (bron: Structuurschema Oppervlaktestoffen deel 3, kabinetsstandpunt, 1995 / Aquo / DIV) +
Bron: AOA Begrippen- en Definitielijst. +
(bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie (NL)) +
Bron: NPR 4768 & Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL) <br/>
<br/>
Een woelkelder (ook wel woelbak, woelkom) is een betonnen kelder met schotten, in het bovenhoofd van een schutsluis die voorkomt dat het water dat tijdens het schutten aan de hoge zijde wordt ingelaten met grote kracht naar binnen stroomt, waardoor de schepen in de kolk in de richting van de lage zijde van de schutsluis worden geduwd. De bedoeling is dat het water in de woelkelder zijn snelheid verliest, om gelijkmatig in de sluis te stromen. (Wikipedia) <br/>
<br/>
Een woelbak is onderdeel van het waterbouwkundig kunstwerk (stuw/gemaal/sluis), bedoeld om de kracht uit het water te halen, om watererosie bij het kunstwerk te voorkomen. (bron: HEA) +
(bron: RWS, 1997: themagroep Geografie/Watersystemen / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Woonplaats, soms ook woonkern, is een relatief dichtbevolkt gebied met bewoning, vergelijkbaar met het begrip nederzetting. Een woonplaats kan zowel een losliggende kern van bij elkaar wonende mensen zijn, als ook een aantal in elkaar overlopende kernen. Dit laatste gebeurt meestal bij de groei van één bepaalde kern die zich naar andere plaatsen uitstrekt, of er is sprake van groei van meerdere kernen.
Woonplaats is in België en Nederland ook de kern waar een burger staat ingeschreven in het bevolkingsregister.
Een woonplaats kan de vorm hebben van:
* Klein
** buurschap
** buurt
** buurtschap
* Groter
** dorp
** gehucht
** vlek
* Grootste woonplaatsen
* vstad
* metropool <br/>
<br/>
In Nederland is het duidelijkste kenmerk van de categorisering woonplaats dat de naam van de woonplaats onderdeel is van elk formeel adres, zoals dat bijvoorbeeld in de postale adressering wordt gebruikt. De Nederlandse gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en benaming van woonplaatsen. Volgens dit formele begrip is heel Nederland dus verdeeld in woonplaatsen (gebiedsdekkend) en zijn er dus ook woonplaatsen waar niet of maar (heel) weinig gewoond wordt. (bron: Wikipedia) +
Voorbeeld van gebruik: 17 wortels in de zone tussen 2,5 en 5 cm beneden het oppervlak. +
De straat- en woonplaatsnaam kan via de postcode/huisnummer combinatie uit de PTT postcode tabel gehaald worden. (bron: Stuf-WOZ / Aquo) +
(bron: DIV) +
Een publiekrechtelijke beschikking die krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, waarbij de houder toegestaan wordt afvalwater te lozen zoals bedoeld in artikel 1 van die wet. (bron: DIV) +
Het betreft dus de aan een bedrijf gegeven formele toestemming van een instantie tot het lozen van bepaalde afvalstoffen op een aangegeven lozingspunt gedurende een bepaalde periode. (Bron: Waterschap Regge en Dinkel, gewijzigd / RWS-R, 1996 / RWS-A, 1997: Boog, T. H. M. van der, Gegevenswoordenboek Bestuurlijk-Juridische Zaken Klaswat en Wvo, EDS, nr. A2403-R-3, 15 mei 1996, pag. 35. / Aquo) +
x
DDT is een xenobiotische stof. (bron: Aquo / DIV) +
z
Esri zLAS is een bestandsformaat dat alle informatie bevat die is opgeslagen in het standaard LAS-bestandsformaat, maar heeft een structuur die is geoptimaliseerd voor veel verschillende toepassingen en ook wordt gecomprimeerd om de bestandsgrootte te verkleinen.
Zowel toegangsprestaties als omvang zijn belangrijke overwegingen met betrekking tot de enorme volumes van lidar-gegevens die worden verzameld en gebruikt in een breed scala aan georuimtelijke toepassingen. In aanvulling op zLAS slaat alle standaard LAS gespecificeerde attributen op en bevat ook statistieken van de punten en indices die snelle toegang mogelijk maken. zLAS past verliesloze compressie van de gegevens toe om de bestandsgrootte te verkleinen typisch tot ongeveer 20% van het originele LAS-bestand. Deze compressie verlaagt de opslagkosten, terwijl de optionele herschikking van de punten versnelt de gegevenstoegang, vooral over tragere netwerkverbindingen. Geoptimaliseerd
LAS-bestanden krijgen de bestandsextensie .zLAS. +
bron: Burgerlijk Wetboek Boek 3, Vermogensrecht in het algemeen +
(bron: Referentiemodel Gemeentelijke Basisgegevens Zaken) <br/>
<br/>
Samenhangende hoeveelheid werk met een welgedefinieerde aanleiding en een welgedefinieerd eindresultaat, waarvan kwaliteit en doorlooptijd bewaakt moet worden (bron: Nederlandse Overheid Referentie Architectuur) +
Het zaakdossier wordt gebruikt als dossier tijdens de behandeling van de aanvraag of melding inclusief de opvolgverplichtingen na het besluit. Het zaakdossier bevat het totaal aan gegevens en informatie behorende bij een zaak bij bevoegd gezag. (DSO begrippen) <br/>
<br/>
Een zaaktype is een categorie of groep van gelijksoortige zaken binnen een organisatie, gebruikt in zaakgericht werken. Het beschrijft de standaardprocessen, statussen, doorlooptijden, en rollen van betrokken partijen voor een specifieke soort zaak. Dit helpt bij het standaardiseren en transparant maken van de procesuitvoering en de bijbehorende informatie. (bron Hunze en Aa's) +
(bron: BCT) <br/>
<br/>
Zaakgericht werken houdt in dat alle werkzaamheden en processen worden georganiseerd en beheerd als zaken. Dit betekent dat elke taak of project wordt behandeld als een afzonderlijke zaak, met een duidelijk begin en einde, en met specifieke stappen en verantwoordelijkheden.
Bij waterschappen wordt zaakgericht werken toegepast om de efficiëntie en transparantie te verbeteren. Het helpt bij het stroomlijnen van processen zoals vergunningverlening, onderhoud van waterkeringen, en waterkwaliteitsbeheer. Door gebruik te maken van een zaaksysteem kunnen medewerkers eenvoudig de status van een zaak volgen, documenten beheren, en samenwerken met collega's. (bron: Hunze en Aa's) +
Een zakbaak is een meetinstrument waarmee het zakken van de grond vanaf het oorspronkelijke niveau wordt gemeten.
"Een zakbaak bestaat meestal uit een vierkante stalen plaat, met zijden van 2 m, met daarop een stalen buis. Bij doorgaande ophoging kan de stalen buis regelmatig worden verlengd. Door herhaalde waterpassing van de bovenkant van de baak kan het verloop van de zetting van de ondergrond worden bepaald."
Het doel van de zakbaak is de mate van zetting (inklinking van de grond) te achterhalen bij het ophogen van de grond. Het ophogen is een methode om de ondergrond voor te belasten. Voorbelasten vindt plaats bij bv. wegenaanleg om de ondergrond te laten inklinken (verdichten) zodat, na afgraven van de belasting, een basis wordt verkregen die nauwelijks meer inklinkt. De erop aan te brengen constructie (weg, gebouw o.d.) wordt daardoor minder door zettingen geplaagd.
Zakbaken worden dus gebruikt bij het monitoren van de grondophoging: waar bevindt zich (op welk punt in de tijd) de onderkant van de ophoging? De mate van verdichting van de ondergrond geeft vaak de kwaliteit van die grond aan. Afhankelijk van de verdichting wordt de grond eventueel extra opgehoogd (tijdelijke overhoogte). Per kilometer weg worden vele zakbaken toegepast om een goed beeld te hebben van de zakkingen; bij een weg kan dat bv. om de 50 meter zijn.
Naast zakbaken worden ook waterspanningsmeters, peilbuizen, hellingmeters (inclinometers) en controlesonderingen uitgevoerd. "Het interpreteren van de metingen is specialistisch geotechnisch werk, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van computerprogramma’s."
De tijdlijn van de zetting wordt mede gebruikt om de "restzetting" te bepalen: in welke mate zal de grond nog verder inklinken? Door extrapolatie van zakbaakmetingen kan worden bepaald of aan de restzettingeis van de opdrachtgever wordt voldaan (bv. max. 300 mm 10 jaar na opleveren). +
Zand kan nader worden gekarakteriseerd en onderverdeeld dmv de volgende kenmerken: - ontstaanswijze en eventueel de wijze van winning - - Korrelgrootte verdeling: 1 grootte van de grindfractie, 2 grootte van de leemfractie, 3 gemiddelde korrelgrootte van de zandfractie, 4 spreiding in zandfractie. Mxx: Mediane korrelgrootte van de fractie >xx µm en < 2000 µm (zandfractie) i.e. de korrelgrootte waarbij 50 gewicht % van het zand een kleinere korrelgrootte heeft en 50 gewicht % van het zand een grotere korrelgrootte heeft. [Structuurschema Oppervlaktestoffen deel 3, kabinetsstandpunt, 1995] (bron: Structuurschema Oppervlaktestoffen deel 3, kabinetsstandpunt, 1995 / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Zand is zacht, hard, los en korrelig materiaal en een van de meest voorkomende natuurlijke stoffen op aarde. Zand bestaat uit zeer kleine stukjes steen, zandkorrels, die in grootte variëren tussen 63 micrometer en 2 millimeter. Als de korrels kleiner dan 63 micrometer zijn heet de grondsoort silt; bij korrels groter dan 2 millimeter spreekt men van grind. <br/>
<br/>
Zand komt meestal voor als sediment, hetgeen wil zeggen dat het zand is vervoerd door water of wind. Zo zijn van zand duinen, stranden, woestijnen en rivierbeddingen ontstaan. De korrels zijn meestal afbraakmateriaal van gesteenten, maar kunnen ook van organische afkomst zijn (schelpen, koraal). (bron: Wikipedia) +
(bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) +
Een zandbank is een ondiepte ontstaan door sedimentatie of erosie van de omgeving.
Een zandbank kan ontstaan door het storten van zand in zee (bijvoorbeeld van uitgebaggerde havengeulen) maar ontstaat meestal door natuurlijke stromingen. Als een zandbank ontstaat door de branding, wordt het een brandingsrug genoemd. Een brandingsrug kan zich zowel aan zeezijde als aan landzijde van de branding bevinden. Wanneer een brandingsrug zover aangroeit dat deze soms niet meer door de zee wordt overstroomd, wordt gesproken van een strandwal. De branding kan bodemdelen van de zeebodem loswoelen, die vervolgens weer worden afgezet op brandingsruggen aan weerszijden daarvan. Het gebied waaruit het bodemmateriaal is onttrokken, wordt een brandingstrog genoemd. De Thorntonbank is een voorbeeld van een zandbank voor de Belgisch/Nederlandse kust.
Vaak liggen er evenwijdig aan de kust meerdere zandbanken voor de kust in zee. Deze zorgen voor een natuurlijke kustverdediging. De ruimten tussen deze evenwijdige zandbanken worden zwinnen genoemd. De golven breken op de zandbank, waardoor er witte schuimkoppen ontstaan. Tussen de zandbanken liggen muien, diepere openingen tussen de zandbanken, waar het terugstromende water loopt. Deze zijn vanaf het strand te herkennen omdat de witte schuimkoppen van de golven daar niet meer bestaan.
Eilanden
Ook de term zandplaat wordt gebruikt, met name in de Waddenzee.
Als de platen droogliggen kan er zich zand afzetten, waardoor ze steeds hoger worden. Sommige platen kunnen zo groeien dat ze alleen nog bij springvloed onder komen te staan of bij extreem hoogwater. Zo kunnen ze uitgroeien tot kleine eilanden. Voorbeelden daarvan zijn: Boschplaat, Rottumerplaat en Kachelotplate. +
Bron: NCS. +
Grens wordt van instituut tot instituut verschillend gelegd. (bron: Aquo / DIV) +
Zandpalen worden aangebracht om voor aanvang van bouwactiviteiten de drainage van een slappe bovenlaag te versnellen. Ook verkleint de zandpaal de samendrukbaarheid van klei en veen; het inklinkproces wordt aanzienlijk versneld.
De zandpaal kan ook met geotextiel ommanteld worden, waardoor geotextiele slangen ontstaan die de grond ingebracht worden en met zand worden gevuld. Zo kan een gebied met veel klei en veen eerder geconsolideerd worden (compacter worden gemaakt, zodat veel water uit klei en veen is verdwenen); de aanleg van wegen of gebouwen kan op deze manier vaak een jaar vroeger plaatsvinden. ( Na de bouw hoeft daarom minder geld te worden uitgegeven aan onderhoudswerkzaamheden als gevolg van zakking.)
Door het opbrengen van extra massa zal het water nog sneller uit de kleilaag naar boven komen (tweede afbeelding).
Door het aanbrengen van horizontale drainage aan de bovenzijde van de zandpalen wordt het water sneller en beter geleidbaar afgevoerd (derde afbeelding).
Zandpalen kunnen ook wateroverlast in de tuin sterk verminderen. Wellicht werken zandpalen aan de buitenzijde van de buitenmuren ook tegen teveel (regen)water in de kruipruimte, maar dan wel met geotextiel ommanteld omdat anders zullen na een aantal jaren klei en veen de zandpaal verdrongen hebben.
Zandpalen dringen soms tot twintig meter de ondergrond binnen. Nadeel: ze penetreren bijvoorbeeld slecht doorlatende lagen en veroorzaken door de relatief hoge doorlaatbaarheid van het zand "kortsluiting" tussen de ophooglaag en het diepere grondwater, een soort "doorprikken". Dit kan kwel van zout water veroorzaken wat ook bij het gebruik van lange heipalen in de Noordoostpolder plaatsvond bij de aanleg van de spoorlijn Kampen-Lelystad (zout water in de diepere ondergrond komt naar boven en veroorzaakt ongewenste verzilting van het gebied). Andersom kan deze "kortsluiting" bij verontreinigde bovengrond ook het transport versnellen van opgeloste verontreinigingen naar het diepe grondwater, verkort daarmee de tijd voor biologische afbraak en het diepe, nu verontreinigde, grondwater stroomt naar andere streken om daar ook voor verontreiniging te zorgen.
Een zandpaal kan door het naar boven leiden van het grondwater voor de verstoring van de grondwaterhuishouding zorgen. Door de zandpaal letterlijk afsluitbaar te maken wordt vermeden dat het water te snel en op een verkeerd moment verdwijnt. De afsluitbare zandpaal vermijdt zo dat het water uit die andere (soms Holocene) lagen zich vermengt met het hoger liggende grondwater en dat de Holocene laag verstoord wordt. GeoDelft (Deltares) paste deze methode toe bij de Haagse tramtunnel na bedenkingen van Gemeente over de methode van een aannemer van het tramtunnelproject.
Door de stroomsnelheid in het water te verminderen (bijv. door de waterloop te verbreden) kan in het water aanwezig zand bezinken. (Bron: NCS / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een zandvang is een voorziening die ervoor zorg draagt dat zand in een stromende waterloop gecontroleerd neerslaat, zodat het periodiek kan worden afgevoerd, teneinde blokkering van de stroom -en de bijbehorende wateroverlast- te voorkomen.
Er zijn twee methoden:
* Een plaatselijke verbreding van de stroom tot een soort kunstmatige vijver. Hier neemt de stroomsnelheid af en het zand slaat neer op de bodem.
* Een betonnen bak met een rooster waar de stroom overheengeleid wordt. Het zand slaat neer in de bak en wordt zo niet verder meegevoerd. <br/>
<br/>
Zandvangen (meestal afscheiders genoemd) worden ook gebruikt in rioleringen. Met name daar waar de kans bestaat veel zand het het hemelwater via straatkolken daarin terechtkomt. (Wikipedia) +
"De zandvang is de tweede fase van het mechanische zuiveringsproces in rioolwaterzuiveringsinstallaties en wordt gebruikt om fijne vaste deeltjes zoals zand, steentjes en glasscherven, alsook olie en vet uit afvalwater te verwijderen." +
Een zandzak wordt gebruikt voor:
* het tegenhouden van water bij overstromingen;
* het tegenhouden van kogels en granaten in verdedigingswerken door het leger;
ballast bij ballonvaarten. <br/>
<br/>
Zandzakken worden op locatie gevuld met zand en hebben een grootte zodat ze naar de exacte plek gedragen kunnen worden. Vroeger werden zandzakken altijd met de hand en een schep gevuld, maar tegenwoordig worden ook vaak machines gebruikt.
Waterkering <br/>
Het gebruik van zandzakken dat de meeste mensen kennen is om het water tegen te houden tijdens rampsituaties, wanneer de rivieren dreigen te overstromen of als een dijk beschadigd is. Zandzakken worden ook gebruikt in niet-gevaarlijke situaties als een basis voor een nieuwe of hogere dijk. Veel mensen vinden zandzakken ineffectief om het water tegen te houden aangezien noch het zand noch de modder die daaruit ontstaat het water werkelijk tegenhoudt. Fijner materiaal zoals klei loopt vaak uit de zandzakken weg. +
Een zee is een grote hoeveelheid water, die in verbinding staat met een andere zee of met een oceaan, die ook als zee kan worden aangeduid, zij het dat een oceaan een zelfstandig geheel vormt met een eigen circulatie (zeestroom). Een zee daarentegen, heeft een bodem die bij een continent behoort (continentaal plat). Als de verbinding tussen zeeën smal is en uit een of meer zeestraten bestaat, spreekt men van een binnenzee.
Zeeën worden gevoed door rivieren en door regenwater. +
Uitmonding van een rivier in zee in de vorm van een langgerekte watervlakte. Bron CHEOBS
Lange, smalle inham van de zee in het land.
Landinwaarts reikend gedeelte van de zee. +
Een zeef wordt op veel verschillende manieren toegepast.
In de keuken wordt een zeef bijvoorbeeld gebruikt ter voorkoming van klontjes of om zachte vruchten doorheen te wrijven bijvoorbeeld bij het maken van jam. Een buil is een ronddraaiende zeef van fijnmazig gaas, hij wordt na het malen van meel gebruikt om het te scheiden in bloem, griesen en zemelen.
Om materialen op soort of grootte te sorteren worden zeven gebruikt bij het oogsten van landbouwproducten, in de archeologie, grondmechanica, bij forensisch onderzoek, bij het goud zoeken of bij het sorteren van (bouw)afval. (bron: Wikipedia) +
De korrels worden in het algemeen met zeven gezeefd, het stel zeven wordt afgesloten met een deksel en een bodem. De zeef met de grootste gaten wordt bovenaan geplaatst - deze zeef en de bodem moeten na het zeven leeg zijn. De zeefresten worden tot op 0,1 g nauwkeurig gewogen. Hun gewicht wordt opgetekend, uitgedrukt in gewichtsprocenten van de afgewogen hoeveelheid, afgerond tot gehele getallen - daarvan worden gemiddelde waarden berekend. (bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
De zeefproef of zeefanalyse is een proef om de korrelverdeling van mineralen te bepalen.
Allereerst wordt de massa van het monster bepaald. Dan worden er verschillende zeven gekozen en op elkaar gestapeld. De kleinste zeefopening onder. Door nu het mineraal te zeven blijven er korrels achter op de verschillende zeven. Door de massa per zeef te bepalen kan het percentage per zeeftype (bijhorend bij een bepaalde korrelgrootte) worden bepaald.
De gegevens kunnen worden uitgezet in een grafiek, de zogenaamde zeefkromme of zeefgrafiek. (bron: Wikipedia) +
(bron: Naar "Zeegolven" en "De wateren der wereldzee", prof. Groen / Aquo ) <br/>
<br/>
Toestand van het zeeoppervlak die wordt veroorzaakt door ter plaatse en in de naaste omgeving heersende wind. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Zeegang is een door de wind gegenereerd golfpatroon aan het wateroppervlak op zee of op de oceaan.
Dit in tegenstelling tot de deining die niet meer onder invloed van de wind staat. De windgolven in zeegang zijn duidelijk te onderscheiden van deining. Zeegang is onregelmatig, steil, met korte kammen, vol met kleine golfjes en rimpels en vaak met schuim bedekt. Deining is betrekkelijk regelmatig met flauwe hellingen, glad en met lange kammen.
De hoogte van de zeegang hangt van verschillende factoren af:
* de windsnelheid;
* de duur van de wind;
* de windbaan: de (ononderbroken) afstand in windrichting tot aan de kust;
* de waterdiepte: alleen als de golflengte groter is dan twee keer de waterdiepte.
Voor zeegang is er een schaal, die lijkt op de schaal van Beaufort. (bron: Wikipedia)
Toestand van het zeeoppervlak die wordt veroorzaakt door ter plaatse en in de naaste omgeving heersende wind. (bron: DIV) +
Mist komt op boven zee wanneer koude lucht over relatief warm zeewater stroomt of wanneer warme lucht in aanraking komt met een koude zee. In het voorjaar en het begin van de zomer kan bij aanvoer van warme lucht uit Zuid-Europa boven de koude Noordzee een uitgestrekt mistgebied ontstaan. Als de aflandige zuidoostelijke wind in Nederland niet sterk is, gaat langs de kust in de loop van de middag een wind van zee waaien, zodat de mist landinwaarts drijft. Ook aan de oostkust van Groot-Brittannië komt zeemist vooral aan het einde van de lente en in het begin van de zomer vaak voor bij een aanlandige, oostelijke wind. De temperatuur van het Noordzeewater is dan (veel) lager dan de luchttemperatuur, met als gevolg dat het pal aan de kust dagen mistig of bewolkt kan blijven, terwijl het 10 of 20 kilometer landinwaarts zonnig weer is.
Een andere soort mist boven zee wordt arctische zeerook genoemd. Dit is een mistsoort die ontstaat als zeer koude (vaak arctische) lucht boven relatief warm zeewater uitstroomt. Het is een ondiepe onstabiele mistsoort, die overkomt als damp. Vaak is van schepen alleen de brug te zien die "boven de mist vaart". Ook waar te nemen als koude lucht over een warm meer uitstroomt, bijvoorbeeld in berggebieden bij rustig weer in de avond.
Mist wordt gevormd, wanneer lucht verzadigd is met water. Boven de zee kan dit al voorkomen bij een relatieve vochtigheidsgraad van minder dan 100%. Dit komt doordat fijne zeezoutdeeltjes erg effectief werken als een hygroscopische kern voor de vorming van mistdruppeltjes. Daarbij ontstaat een mengsel van water en zout met een verlaagde druppel-oppervlaktespanning, met als gevolg dat zeemist zich al kan vormen bij een relatieve vochtigheidsgraad boven de 97% in plaats van 100%. (bron: Wikipedia) +
(bron; Aquo / UIVO-W / DIV) <br/>
<br/>
Zeereep is een aanduiding voor de duinenrij die direct grenst aan een kust en vaak functioneert als zeewerend duin. De duinen kunnen begroeid zijn met een vegetatie van helmgras (Ammophila arenaria) en soms zandhaver (Leymus arenarius). <br/>
<br/>
De zeereep wordt in Nederland beheerd door Rijkswaterstaat en de aangrenzende waterschappen. Door het plaatsen van schermen van riet of takken op het strand kon aanstuivend zand worden vastgehouden en kon de zeereep uitgroeien tot een omvangrijke zanddijk, die bestand was tegen overstromingen. Onbegroeide plekken en door de wind uitgestoven gaten werden dan dichtgeschoven en opnieuw ingeplant met helm. Aan de duinvoet op de overgang naar het Noordzeestrand is meestal een randzone aanwezig van biestarwegras (Elytrigia juncea subsp. boreoatlantica). <br/>
<br/>
Op een aantal plaatsen langs de Nederlandse kust is sprake van dynamisch zeereepbeheer. Opbouw en afbraak van duinen als resultaat van natuurlijke processen zoals winderosie wordt daar toegestaan. (bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Het zeeniveau is de gemiddelde hoogte van de zeespiegel (het vlak van de zee), als alle variaties die het gevolg zijn van de getijden worden weggemiddeld. Er zijn twee manieren om de hoogte van het zeewater te meten: het absolute zeeniveau ten opzichte van het middelpunt van de Aarde en het relatieve zeeniveau ten opzichte van de zeebodem.
Het zeeniveau is het resultaat van het volume vloeibaar water op Aarde en van de gemiddelde temperatuur die de gemiddelde dichtheid van het water beïnvloedt. Veranderingen in het absolute zeeniveau (zogenaamde eustatische veranderingen) zijn in de loop van de geologische tijdschaal en zelfs in de geschreven geschiedenis voorgekomen. Als er veel ijs op de poolkappen en in gletsjers is opgeslagen daalt de zeespiegel, in glaciale perioden (ijstijden) zelfs met vele tientallen meters.
Het zeeniveau wordt als referentievlak gebruikt om hoogte aan te duiden van locaties op het land (zoals luchthavens en woonplaatsen) en van vliegtuigen in de lucht. (bron: Wikipedia) +
(bron: Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017)
Zeespiegelstijging is een relatieve of absolute stijging van de zeespiegel. Absolute zeespiegelstijging is daadwerkelijke stijging. Relatieve stijging is de zeespiegelstijging ten opzichte van de bodemhoogte. Absolute zeespiegelstijging is dus een wereldwijd fenomeen, terwijl relatieve zeespiegelstijging vooral een lokaal/regionaal verschijnsel is. In (het westen van) Nederland is er sprake van bodemdaling. Als de zeespiegel stijgt terwijl de bodem daalt, is de relatieve stijging groter dan de absolute stijging. Op sommige plaatsen in Scandinavië stijgt de bodem sneller dan de zeespiegel. Op die plaatsen daalt de relatieve zeespiegel terwijl de absolute zeespiegel stijgt.
Voor de komst van satellieten werden veranderingen in de zeespiegel vastgesteld met peilschalen. Hiermee kunnen alleen relatieve veranderingen worden bepaald. Om ook absolute veranderingen te meten zijn gegevens over bewegingen van het land nodig. Sinds omstreeks 1990 kunnen veranderingen in de hoogte van de zeespiegel nauwkeurig worden bepaald met behulp van satellieten zoals Envisat. Op basis van deze metingen en natuurkundige en geologische principes kunnen computersimulaties worden opgezet waarmee toekomstige veranderingen kunnen worden voorspeld.
Onder meer uit grondboringen waarbij oude kustgebieden zijn terug te vinden, is gebleken dat de hoogte van de zeespiegel altijd aan veranderingen onderhevig is geweest. Tot 25 duizend jaar geleden is de hoogte van de zeespiegel met redelijke zekerheid bekend. Tot 20 duizend jaar terug lag deze ongeveer 120 m lager dan tegenwoordig. Tussen 20 duizend jaar geleden en het einde van de laatste ijstijd (die het Holoceen inluidde) is een sterke stijging tot wel 10 mm per jaar zichtbaar. Daarna gaat de stijging aanmerkelijk langzamer met gemiddeld 0,1 à 0,2 mm per jaar. Het is moeilijk vast te stellen hoe groot de wereldwijde fluctuaties zijn in deze periode, maar niveauwisselingen tot 30 cm zijn niet uit te sluiten. Vanaf ongeveer 1850 is er echter weer een temperatuurstijging merkbaar waardoor de zeespiegel ongeveer 20 cm is gestegen. In de 20e eeuw steeg het zeeniveau met ongeveer 1,74 mm/jr, waarbij aangetekend moet worden dat de stijging in de tweede helft van de eeuw (1,45 mm/jr) lager was dan in de eerste helft (2.03 mm/jr). Zeespiegelstijgingschattingen met behulp van satelliethoogtemeting sinds 1993 zijn in het bereik van 2,9-3,4 mm / jaar.
Opwarming van de aarde veroorzaakt een stijging van de zeespiegel volgens twee mechanismen:
- Water zet uit bij verwarming en daardoor stijgt automatisch de zeespiegel; gegeven de gemiddelde oceaandiepte van 3790 meter betekent dit per graad Celsius minder dan een meter niveaustijging;
- Door het afsmelten van landijs komt er meer water in de oceanen; al het ijs op Groenland verdeeld over de oceanen zou bijvoorbeeld goed zijn voor zeven meter water; een theoretische situatie waarbij al het ijs op Antarctica zou smelten, zou een stijging van 61 meter geven. De werkelijke jaarlijkse bijdrage van het smelten van ijs op Groenland aan de zeespiegelstijging is echter klein: zo'n 0,1 mm.
Een niet te onderschatten neveneffect van het overvloedig oppompen van grondwater draagt ook bij tot het stijgen van de zeespiegel. Water dat zeer langdurig opgesloten heeft gezeten in diepe ondergrondse aquifers, wordt aangewend voor het bevloeien van akkers. Dit water verdampt deels, een ander deel vloeit af. Zo komt dit water in de bovengrondse waterkringloop en doet het watervolume in de oceanen ook stijgen.
Anderzijds heeft het massaal aanleggen van stuwmeren een omgekeerd effect. Regenwater dat anders in de oceanen zou verdwijnen, wordt door stuwdammen op het land vastgehouden, zodat het watervolume in de oceanen vermindert. Als alle stuwmeren op aarde geleegd zouden worden, zou de zeespiegel met 3 cm stijgen.[8]
(bron: DIV) <br/>
<br/>
Zeewater is het zoute water dat in zeeën en oceanen voorkomt. Het onderscheidt zich van zuiver water door het grote aantal erin opgeloste stoffen, zoals anorganische vaste stoffen, organische stoffen en gassen. Daarnaast bevat zeewater ook zwevend materiaal als slibdeeltjes en plankton. (bron: Wikipedia) +
Die zekerheid kan bijvoorbeeld worden gegeven doordat een derde partij borg gaat staan voor de schuld, door het afgeven van een bankgarantie of door een afgesproken bedrag bij een onafhankelijke beheerder, zoals de notaris, te parkeren. Ook een hypotheek is een vorm van zekerheidsstelling. (bron: www.notaris.nl) <br/>
<br/> +
Dit geldt bijvoorbeeld voor schutsluizen en bruggen die zijn uitgerust met een geautomatiseerd systeem dat door de gebruiker kan worden geactiveerd. (bron: waterschap Hunze en Aa's) +
Voor een aantal bruggen en sluizen in het beheersgebied geldt zelfbediening. Meestal met behulp van sleutels. Tegen betaling van statiegeld zijn deze verkrijgbaar bij afgiftepunten. (bron: DIV) +
Voor een aantal bruggen en sluizen in het beheersgebied geldt zelfbediening. Meestal met behulp van sleutels. Tegen betaling van statiegeld zijn deze verkrijgbaar bij afgiftepunten. (bron: DIV) +
De exacte definitie van het zenit is afhankelijk van de definitie van wat recht boven is. Voor het menselijk richtingsgevoel is dit de richting die tegengesteld is aan de richting van de aantrekkingskracht van de Aarde. Deze richting kan iets anders zijn dan het geometrische zenit, haaks op het vlak door de horizon. Het verschil is echter zeer klein. De richting van de zwaartekracht is eenvoudig te bepalen (een schietlood is het eenvoudigste instrument hiervoor). De horizon is niet altijd nauwkeurig aan te duiden. Uiteindelijk komt het erop neer dat de exacte richting van het zenit afhankelijk is van het gebruikte coördinatensysteem. In een lokaal coördinatensysteem zoals in een tachymeter is het zenit tegengesteld aan de zwaartekracht dus precies verticaal, in geografische coördinaten is het zenit haaks op de gebruikte referentie-ellipsoïde dus loodrecht op het geïdealiseerde aardoppervlak. Het verschil wordt de schietloodafwijking genoemd en beschreven door de geoïdehoogte. <br/>
<br/>
Precies tegenover het zenit ligt het nadir (in de richting van het middelpunt van de aarde - dus geen aanwijsbaar punt aan de hemel). +
Zetting is het al of niet toelaatbaar inklinken van de grond ten gevolge van een hierop rustende belasting. Oorzaken van zetting kunnen o.m. zijn de bouw van aanbouwen, de bouw van belendende panden of tunnels, ophoging van de grond en (langdurige) bronbemaling. Met zettingberekeningen, zoals een belasting zettinggedrag en tijd zettinggedrag, worden de mogelijkheden bepaald om restzettingen in de tijd (toekomst) te beperken. Door een tijdelijke overhoogte, d.w.z. meer zand opbrengen dan berekend, of door verticale drainage kunnen restzettingen vaak worden beperkt.
Om een bepaalde graad van zettingen te weerstaan dient een gebouw voldoende stijfheid te bezitten.
Een aantal soorten zetting:
- primaire zetting is de zetting die optreedt onmiddellijk na het aanbrengen van een (terrein)belasting
- gelijkmatige zetting, waarbij het gebouw in zijn geheel zakt, is constructief niet erg interessant, mits de zetting niet te groot is en niet blijvend is (gelijkmatige zetting wordt ook minder duidelijk absolute zetting genoemd)
- ongelijke of differentiële zetting treedt op bij zettingsverschillen; deze zettingen geven verzakkingen die constructief gevaarlijk kunnen zijn
- blijvende zetting is de situatie waarbij de zetting zijn uiterste "stand" heeft bereikt
- toelaatbare zetting is een zetting die constructief geen kwaad kan (wel kan esthetisch enig werk verricht moeten worden)
- restzetting is de zetting die optreedt na een bepaalde tijd (bijvoorbeeld bij nieuwe wegen, max. 300 mm 10 jaar na opleveren). +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Oeverval of zettingsvloeiing is de benaming voor het plotseling bezwijken van een oever ("fijnzandige matig steile onderwatertaluds") waarbij in betrekkelijk korte tijd grond afstroomt naar dieper gelegen delen, "met als resultaat een oever inscharing met een zeer flauwe eindhelling". Oeverval kan bijvoorbeeld ook optreden bij baggeren of storten van zand of grond op een onbeschermde oever of onderwatertalud. (bron: Joost de Vree) +
Elektromagnetische straling binnen dit spectrum wordt ook wel zichtbaar licht genoemd.
Het zichtbare spectrum heeft een golflengte tussen ca. 400 nm (violet) en 750 nm (rood).Dat komt neer op een frequentie van ca. 400 THz (rood) tot 750 THz (violet). De verschillende golflengten worden door het oog gezien als verschillende kleuren: rood voor de langste golflengte en violet voor de kortste. De grootste gevoeligheid van het menselijk oog ligt bij 555 nm (geelgroen) bij daglicht, en bij 507 nm (blauwgroen) bij nacht. Het zichtbare spectrum bevat echter niet alle kleuren die het menselijk brein en ogen kunnen onderscheiden. Zo ontbreken bijvoorbeeld variaties op roze en paars, zoals magenta: deze extraspectrale kleuren kunnen alleen worden gemaakt door het mengen van twee kleuren. +
Ziekte gaat vaak gepaard met symptomen die wijzen op de abnormale toestand. Gezien het brede spectrum aan ziekten is een eenduidige definitie van het begrip niet goed mogelijk, en ook een scherpe afbakening tussen ziekte en gezondheid is niet altijd duidelijk.[1] Bovendien is wat wel of niet normaal (ziek) is, deels cultureel bepaald.
Veelvoorkomende ziekten zijn griep, virusinfecties van de luchtwegen, en een psychische ziekte als depressie. Ziekte kan gevolgd worden door genezing, al dan niet na behandeling, maar kan ook resulteren in een handicap of de dood. Veelvoorkomende ziekten met een vaak dodelijke afloop zijn kanker en hart- en vaatziekten. Preventie is juist gericht op het voorkomen van ziekten.
Binnen de geneeskunde is de pathologie het vakgebied dat de verschillende, opeenvolgende stadia van ziekten onderzoekt; meer specifiek onderzoekt de etiologie de oorzaken, en de pathogenese het verloop van ziekte. Voorbeelden van medische specialismen die verschillende ziektebeelden onderzoeken en behandelen zijn de oncologie voor kanker, de cardiologie voor hart- en vaatziekten, de gastro-enterologie voor stoornissen in het spijsverteringssysteem, en de psychiatrie voor geestesziekten.
Volgens historicus McNeill - in zijn boek Plagues and Peoples - heeft ziekte, in de vorm van epidemieën van besmettelijke ziekten, een centrale rol gespeeld in de geschiedenis van de mensheid. (bron: Wikipedia) +
(bron: RWS-A: themagroep Vergunningen / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een zienswijze is een reactie die een belanghebbende (een natuurlijke of rechtspersoon) aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op een ontwerp-besluit. Het kan bijvoorbeeld gaan om een ontwerp-bouwvergunning, een ontwerp-bestemmingsplan of een ontwerp-milieuvergunning (ontwerp-beschikking Wet Milieubeheer). Zienswijzen kunnen worden ingediend tijdens de periode dat het ontwerp-besluit ter inzage ligt. Over het algemeen is hier een periode voor 6 weken voor.
Het bevoegd gezag houdt eventueel rekening met ingediende zienswijzen. Vervolgens neemt het bevoegd gezag een besluit. Als een indiener van een zienswijze vindt dat het bevoegd gezag zijn visie niet of onvoldoende heeft meegewogen bij het nemen van het besluit, dan kan hij bezwaar maken en/of in beroep gaan. Bij een ontwerp-bestemmingsplan is het noodzakelijk om een zienswijze in te dienen om later tegen het besluit in beroep te kunnen gaan.
Een zienswijze die te laat wordt ingediend wordt onontvankelijk verklaard. (bron: Wikipedia) +
(bron: Structuurschema Oppervlaktestoffen deel 3, kabinetsstandpunt, 1995 / Aquo / DIV) +
Deze leiding heeft men laten afzinken naar de bodem, zodat er geen brug hoeft te worden gebouwd. Dit wordt in poldergebieden vaak gebruikt als een ondergrondse leiding een sloot moet overbruggen. Wanneer er zich een zinker bevindt in de sloot, rivier of vaart, staat er een geel bordje met een grote zwarte Z op. Daarop kan dan worden aangegeven hoe diep de zinker ligt, en wat het betreft, een water-, gas-, elektriciteits- of andersoortige leiding. Dan weet degene die werkzaamheden moet verrichten op de bodem van de waterweg dat hij/zij moet oppassen voor leidingen. (bron: NCS. / Aquo / DIV) +
[NEN-EN 752:2008] gedeelte van een vrij verval aansluitleiding of riool dat lager ligt dan de gedeelten die zich stroomopwaarts en stroomafwaarts bevinden, om onder een obstakel door te gaan; als gevolg hiervan werkt een zinker onder druk.
[NEN 3300:1996] Een verdiept gedeelte van een leiding ter plaatse van een object. +
* put van een riool waar vuil in kan bezinken
* (bouwkunde) een gemetselde put zonder bodem
* (figuurlijk) plaats waar afvalstoffen zich ophopen
+
(bron: Redeke, H.C. (postume uitgave), Hydrobiologie van Nederland. De zoete wateren. Backhuys en Meesters, Amsterdam, 1975, gewijzigd. / Aquo / DIV)
Zoetwater (zoet water) is water dat minimale hoeveelheden zout bevat, dat dus een geringe saliniteit heeft. Hiermee onderscheidt het zich van brak water en zout water. Zoetwater heeft zijn oorsprong in neerslag, dat via grondwater, beken of rivieren richting zee stroomt.
Voor veel organismen is de beschikbaarheid van drinkwater van levensbelang. Drinkwater is zoetwater van zodanige kwaliteit dat het voor (menselijke) consumptie geschikt is. (bron: Wikipedia) +
Waterafvloeigebied van een rivier bij normale afvoer. (bron: CHO (321) / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Het zomerbed is de bedding van een rivier, die doorgaans door de rivier wordt gebruikt in de zomer. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van zomerdijken, lage dijken dicht bij de rivier.
Gedurende de winter is er gewoonlijk een grotere toevoer van water, waardoor de rivier buiten het zomerbed kan treden. Het zogenaamde winterbed zorgt er dan voor dat de rivier gereguleerd blijft. (bron: Wikipedia) +
In de zomer is meer behoefte aan water voor de groei van planten en bomen in de natuur en voor landbouwgewassen. Ook is de verdamping groter dan in de winter. De waterstand in sloten en vaarten daalt hierdoor. Daarom stellen waterschappen een zomerpeil in. Dit peil is hoger dan het winterpeil.
Hiermee zorgt het waterschap voor voldoende water voor landbouw, natuur en andere doeleinden. De verhoging van het waterpeil naar het zomerpeil gebeurt geleidelijk om schade aan de oevers te voorkomen. <br/>
<br/>
In de zomermaanden is de verdamping groter dan de neerslag. De waterstand in de sloten wordt dan op een hoger peil ingesteld: het zomerpeil. Water kan dan vanuit de sloten infiltreren naar het grondwater. Hiermee wordt voorkomen dat de grondwaterstand te ver daalt. Want dan kan verdroging van planten en schade aan funderingen van woningen ontstaan. <br/>
In droge perioden moet er dus water worden aangevoerd om de streefpeilen in de sloten te kunnen handhaven. +
Zomerschouw
Er bestaat nog een tweetal “verbijzonderingen”. De eerste verbijzondering betreft de volgende situatie;
Het kan zijn dat een sloot als gevolg van een hoog zomerpeil een functie heeft in de zomer
(wateraanvoer), maar niet in de winter vanwege een laag peil (droogstand). Aangezien wateraanvoer plaats vindt via het stelsel van watergangen, en de praktijk uitwijst dat die eigenaren/gebruikers die behoefte hebben aan wateraanvoer via detailsloten deze op eigen initiatief schonen, is zomerschouw op dit moment, algemeen gezien, niet nodig.
Door de veranderende klimatologische omstandigheden is het niet ondenkbaar dat over een aantal jaren deze beoordeling een heel andere zal zijn. Als we geconfronteerd worden met meer neerslag en grotere hoeveelheden is het mogelijk dat blijkt dat zomerschouw een noodzakelijk instrument is om de detailwaterbeheersing goed in stand te houden en te laten functioneren. In voorkomend geval zal hiervoor dan ook aanvullend een advies onder uw aandacht worden gebracht. <br/>
<br/>
Beleidsnotitie Schouw <br/>
In de huidige situatie binnen het kassengebied van Zuidbroek, waar tot op heden vanwege
water-af- en aanvoer wel zomerschouw wordt gevoerd, verdient het de voorkeur door middel van inrichtingsmaatregelen te zorgen voor wateraanvoer via watergangen tot aan de percelen van de desbetreffende eigenaren/gebruikers en ook hier de verantwoording voor de eigen wateraanvoer daar te leggen waar die (net als in de rest van het waterschap) hoort, nl. bij de eigenaren/gebruikers zelf.
Tot het moment dat dit gerealiseerd is, is het hier, mede gezien de aanzienlijke economische
belangen, wel nodig om zomerschouw te (blijven) voeren.
De tweede verbijzondering betreft sloten van SBB binnen het gebied van de Drentse Aa. Deze sloten zijn eigenlijk watergangen, maar met SBB is overeengekomen dat zijzelf, en niet het waterschap, het onderhoud uitvoert. Ook deze sloten worden in de zomer (en in het najaar) geschouwd. Dit is een situatie die zal blijven bestaan. De toepassing van zomerschouw zal altijd kritisch beschouwd moeten worden, en per situatie (ook in de toekomst) afgewogen moeten worden.
Vanaf de aarde gezien is de zon verreweg het helderste object aan de hemel; de zon bepaalt dan ook het gebruikelijke onderscheid tussen dag en nacht. De zon is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de warmte in de aardatmosfeer en is de belangrijkste bron van energie voor het leven op aarde.
De zon is opgebouwd uit zeer heet plasma. Ze bevat ruim 99% van de materie van het zonnestelsel, voornamelijk waterstof en helium. Het binnenste deel van de zon is zo heet en dicht dat er kernfusie plaatsvindt: iedere seconde wordt er ongeveer 600 miljoen ton waterstof omgezet in helium. De energie die daarbij vrijkomt, wordt grotendeels uitgestraald in de vorm van straling, waaronder zichtbaar licht. Het oppervlak van de zon vertoont een wisselend aantal zonnevlekken, die veroorzaakt worden door lokale magneetvelden die de convectie remmen.
De zon wordt geclassificeerd als een dwergster (gele dwerg). De zon ontwikkelde zich ongeveer 4,6 miljard jaar geleden en bevindt zich nu halverwege de hoofdreeks. Over enkele miljarden jaren zal de zon zijn volgende ontwikkelingsfase ingaan. Het waterstof binnen de zonnekern zal opraken, waardoor de kern onder zijn eigen gewicht ineenstort. De zon zal vervolgens in hitte en grootte toenemen (rode reus), en daarbij Venus en Mercurius verzwelgen en de aarde onbewoonbaar maken. Aan het eind van zijn levensloop zal de zon zijn buitenste lagen loslaten (planetaire nevelfase) en transformeren in een witte dwerg.
De zon heeft door zijn enorme invloed op de mens een grote culturele en mythologische waarde. De zon werd en wordt in sommige culturen beschouwd als een godheid: zonnegoden duiken op in veel verschillende mythologieën. De synodische rotatie van de aarde en haar baan rond de zon vormen de basis van zonnekalenders, waaronder de Gregoriaanse kalender die wereldwijd veel gebruikt wordt. (bron: Wikipedia) +
Getijdenenergie is wel hernieuwbare energie, maar geen vorm van zonne-energie, omdat de getijden op aarde primair worden veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan.
De zon is een ster die zich gemiddeld op 150 miljoen kilometer afstand van de aarde bevindt. De energie die de zon uitstraalt ontstaat door kernfusie. De atmosfeer en de magnetosfeer (het magnetisch veld van de aarde) beschermen het leven op aarde tegen het grootste deel van de schadelijke straling die de zon naast licht en warmte eveneens uitstraalt. De hoeveelheid energie die de aarde bereikt, is ca. 9000 maal groter dan de energiebehoefte van alle 7 miljard aardbewoners samen. De energie bereikt de aarde als licht en warmtestraling, een mengsel van elektromagnetische straling van verschillende golflengten, voor 99% liggend tussen 300 en 3000 nm. (De golflengten van zichtbaar licht vallen tussen 390 en 780 nm).
Met zonne-energie wordt tegenwoordig meestal bedoeld de energie die mensen zelf met hun technologie opwekken direct vanuit van zonnestraling. Dit gebeurt op dit moment in West-Europa vooral op twee manieren:
De meest gebruikte toepassing is door middel van zonnepanelen met fotovoltaïsche cellen (ook wel PV-cellen genoemd). Die zetten het licht direct om in elektriciteit: zonnestroom.
Een andere manier om gebruik te maken van zonlicht is thermische zonne-energie waarbij zonlicht wordt omgezet in warmte. Dit gebeurt door zonneboilers, oftewel zonnecollectoren.
De term zonnepanelen wordt voor beide methodes wel gebruikt en is dus niet geheel eenduidig. (bron: Wikipedia) +
Bij een hoge zonneactiviteit zendt de zon extra veel elektrisch geladen deeltjes uit, die in de magnetosfeer van de aarde terecht kunnen komen en daar verstoringen in het magnetisch veld, en daardoor in intercontinentale radioverbindingen, kunnen veroorzaken. (bron: Ensie) <br/>
<br/>
Op aarde is deze zonneactiviteit rond de polen goed te zien, in de vorm van het poollicht. Hevige zonneactiviteit vertaalt zich in een prachtig lichtspel, doordat de zonnedeeltjes interacteren met de atmosfeer van de aarde. Maar helaas kunnen de plasmadeeltjes die de zon uitstoot ook verstorend werken op de GPS-signalen die ervoor zorgen dat je drone tijdens een vlucht continu exact weet waar deze zich bevindt.
Een verstoorde GPS-ontvangst kan ertoe leiden dat je drone zijn oriëntatie kwijtraakt. Daardoor wordt de positiebepaling onnauwkeuriger, en in het ergste geval weet de drone helemaal niet meer waar deze zich bevindt. Als je op dat moment niet de volledige controle over je drone hebt, of je ziet niet welke kant deze opvliegt, kan dat resulteren in een fly-away, mogelijk met een crash tot gevolg.
Om dat te voorkomen is het handig om altijd even de mate van zonneactiviteit te checken voordat je gaat vliegen. Net zoals windkracht wordt ook de zonnewind uitgedrukt op een schaal, de Kp-index, die loopt van 0 tot en met 9. Bij een Kp van 0 tot 3 hoef je je geen zorgen te maken. Bij Kp 3-5 is er kans op verstoring van het satellietsignaal dat gebruikt wordt voor de positiebepaling. Boven een Kp-waarde van 5 is er sprake van een magnetische storm en kun je je drone maar beter aan de grond laten staan.
Je kunt de huidige Kp-index onder andere zien in de gratis app UAV Forecast. Deze app toont naast de actuele weersomstandigheden ook de Kp-index. Als alle seinen op groen staan geeft de app de mededeling ‘Ready to fly’. Als het weer goed is, maar de Kp-index is te hoog, dan krijg je een ‘Not good to fly’ te zien. (bron: www.dronewatch.nl) <br/>
<br/>
Door de verstoring van de GNSS (GPS) signalen tijdens een "zonnestorm", worden alle apparaten welke gebruik maken van deze signalen, minder nauwkeurig. In het geval van uw telefoon of navigatie systeem (single frequency ontvangers) gaat dit om een vermindering van nauwkeurigheid van enkele meters naar tientallen meters of meer. In het geval van centimeter nauwkeurige apparatuur zoals de UNI-GR1 of andere dual-frequency RTK GNSS ontvangers is het gevolg dat de ontvanger niet altijd goed op de satellieten kan "locken" waardoor de centimeter nauwkeurige FIX niet beter wordt dan een "FLOAT" waarde met 10 tot 30 cm afwijking. (bron: https://nl.support.marxact.com/)
Bij bekleding het verschijnsel van incidentele basaltzuilen die sterk verweren. +
Zonnecollectoren zijn er in veel verschillende types. Zo zijn er vlakkeplaatcollectoren en vacuümbuiscollectoren. Niet alleen het uiterlijk van de collector kan hier verschillend zijn maar bij een vlakkeplaatcollector kan bijvoorbeeld ook het binnenwerk en verwerkte materialen verschillen. Het binnenwerk en verbindingen van de verschillende collectoren kunnen onder andere het afgiftevermogen en de levensduur van de collectoren beïnvloeden. Ook kan dit de montagemogelijkheden beperken. Isolatiewaardes kunnen verschillen waardoor sommige types minder goed te beïnvloeden zijn door de buitentemperatuur als andere. Een vlakkeplaatcollector of een vacuümbuiscollector bijvoorbeeld. Ook de vorm van het glas kan belangrijk zijn i.v.m. reflectie en de invalshoek van de zon. De meest bekende varianten zijn wel de vlakkeplaatcollectoren en de vacuümbuiscollectoren. Deze zijn onderling ook onder veel verschillende types te verdelen. +
Een zonnepaneel of fotovoltaïsch paneel, kortweg PV-paneel is een paneel dat, met behulp van fotovoltaïsche cellen in het paneel, een deel van de fotonen uit het zonlicht omzet in elektriciteit. De zonne-energie die zo wordt opgevangen is een vorm van duurzame energie. Het op deze wijze opvangen en omzetten van zonne-energie wordt kortweg zon-PV genoemd (PV van photovoltaic cell). Zonnepanelen worden ook toegepast voor energieopwekking in de ruimtevaart en voor energieopwekking in afgelegen gebieden.
Een zonnepaneel moet niet worden verward met een zonnecollector. Deze is op een ander principe gebaseerd, namelijk opwarming van een stromend medium, meestal water. +
Naast de Zon bevat het zonnestelsel acht planeten, vijf dwergplaneten, meer dan een miljoen bekende planetoïden, 644 manen van planeten, dwergplaneten, en planetoïden, en 3701 bekende kometen (stand: januari 2021). De meeste van deze objecten bewegen zich rond de Zon in omloopbanen met een kleine glooiingshoek ten opzichte van de ecliptica. In de ruimte tussen deze hemellichamen bevindt zich de interplanetaire materie. Volgens een definitie wordt het zonnestelsel begrensd door de heliopauze, de rand van de heliosfeer. (bron: Wikipedia) +
Zonnevlammen worden ingedeeld in drie hoofdklassen:
* Klasse X: uitbarstingen die op de aarde voor het uitvallen van radioverbindingen en van elektriciteitscentrales kunnen zorgen.
* Klasse M: matige uitbarstingen, die rond de polen korte perioden van uitval van de radioverbindingen kunnen veroorzaken.
* Klasse C: kleine uitbarstingen die nauwelijks invloed hebben op de aarde. <br/>
Meer objectief worden de zonnevlammen ingedeeld aan de hand van de uitgestraalde energie (watt per vierkante meter in golflengten tussen 0,1 en 0,8 nanometer). Zonnevlammen van klasse X geven een energie af van meer dan 10−4 W/m2, klasse M tussen de 10−4 en 10−5 en klasse C tussen 10−5 en 10−6 W/m2. Iedere klasse loopt van 1 tot 9, dus bijvoorbeeld C1 tot C9.
Bekende zonnevlammen van klasse X waren die van maart 1989, die grote schade aan elektriciteitscentrales in Canada veroorzaakten en de uitbarsting op 4 november 2003, die zo groot was dat ze niet gemeten kon worden. Geschat wordt dat deze uitbarsting geclassificeerd moet worden als X28. De richting van deze laatste uitbarsting was niet naar de aarde toe, zodat het effect op onze planeet niet zo groot was. Er zijn aanwijzingen dat dat in het jaar 774 anders was. De vergrote productie aan koolstof-14 in dat jaar wordt aan een zonnevlam toegeschreven.
Materie uitgestoten bij zonnevlammen komt uiteindelijk terecht in de zonnewind. Een zonnevlam kan gevaarlijk zijn voor de aarde. De ozonlaag beschermt ons echter tegen de gevaarlijke straling ervan. (bron: Wikipedia) +
Een aantal van die deeltjes heeft een snelheid hoog genoeg om de ontsnappingssnelheid van 618 km/s te overschrijden. De Zon verliest per jaar op deze manier zo'n 60 exagram (60×1015 kg) aan materiaal, wat in de 4,6 miljard jaar van haar bestaan overeenkomt met ongeveer 0,01 procent van haar totale massa. De zonnewind bevat protonen, elektronen, alfadeeltjes en een kleine fractie hooggeladen ionen (C, N, O, Ne,..). Deze passeren de Aarde met een gemiddelde snelheid van zo'n 450 km/s.
Tijdens zonneminima kan de zonnewind ingedeeld worden in ruwweg twee types, de langzame en de snelle zonnewind. De langzame wind heeft een snelheid van 300 à 400 km/s en bevindt zich rond de evenaar van de Zon. Op breedtegraden meer dan 15 graden van de evenaar treft men de snelle zonnewind aan. Deze is afkomstig van coronale gaten rond de polen en heeft een snelheid van zo'n 700 km/s. Door de verschillende ontstaanswijzen van de twee soorten wind verschillen ze sterk in samenstelling; de langzame zonnewind bevat hoger geladen ionen dan de snelle zonnewind, doordat zij voortkomt uit hetere gebieden op de Zon.
Tijdens zonnemaxima verdwijnt deze eenvoudige indeling. De variabele, langzamere wind wordt op alle geografische breedtes dominant en de zonnewind wordt verstoord door veel zonne-uitbarstingen, die vaak gepaard gaan met het uitstoten van hete plasmawolken (Coronal Mass Ejections, CME). (bron: Wikipedia) +
Ze zijn deel van de Amniota en zijn als zodanig het nauwst verwant aan de reptielen en vogels. Zoogdieren onderscheiden zich van andere dieren door hun beschermende beharing, hun goed ontwikkelde hersenen en de specifieke bouw van hun schedel. +
Zij leven van fytoplankton en er zijn vele soorten. De Calanus, een roze, transparant diertje dat tot de familie der copepoden behoort, is belangrijk als hoofdvoedsel van de haring en andere vissen, maar ook het grootste zoogdier, de blauwe vinvis, voedt zich met fytoplankton. (bron: Aquo / DIV) +
(bron: DIV) +
Normaal zeewater, met een zoutgehalte van 33,34 g/kg, bestaat hoofdzakelijk uit de volgende elementen: 18,98 g/kg chloor, 10,561 g/kg natrium, 1,272 g/kg magnesium, 884 mg/kg zwavel, 400 mg/kg kalk en 380 mg/kg kalium. (bron: Redeke, H.C. (postume uitgave), Hydrobiologie van Nederland. De zoete wateren. Backhuys en Meesters, Amsterdam, 1975, gewijzigd / Aquo) <br/>
<br/>
Zout water is een oplossing van zouten in water. Meestal wordt hieronder een fysiologische zoutoplossing van 0,9% onder verstaan, maar in de Angelsaksische wereld wordt er een zoutgehalte van meer dan 1,8% mee bedoeld. Hiertoe worden bijvoorbeeld zeewater, het water van zoutmeren (en zoutpannen) of pekel gerekend.
Water met een lagere saliniteit (zoutgehalte), bijvoorbeeld bij de uitmonding van rivieren in de zee, wordt in aflopende volgorde van zoutgehalte zilt water of brak water genoemd. Water met een zoutgehalte van minder dan 0,1% wordt zoetwater genoemd. Op de Aarde heeft het zeewater van de oceanen het hoogste zoutgehalte en tegelijkertijd ook de grootste wateromvang. Het gemiddelde zoutgehalte van de zeeën ligt rond 3,5%. In de Botnische Golf daalt het zoutgehalte naar het noorden toe tot slechts 0,2%. De saliniteit van het Techirghiolmeer (Roemenië) is 8%[1]. Het water van de Dode Zee bevat 33% zout. In het Assalmeer (Djibouti) en in Garabogazköl (Turkmenistan) zit gemiddeld 35% zout. De hoogste zoutconcentratie (40%) bevindt zich echter in het water van het Don Juanmeer in Antarctica. Voor een uitgebreid overzicht van de saliniteiten van meren, zie de tabel.
Een verzadigde zoutoplossing heeft een bevriezingspunt van -21°C, een kookpunt van 109°C en bevat 356 g NaCl per liter bij een temperatuur van 0°C (359 g/l bij 25°C). Zout water heeft een lagere soortelijke warmtecapaciteit dan zoetwater, maar een elektrische geleidbaarheid die enkele ordes van grootte hoger ligt dan die van zoetwater. (bron: Wikipedia) +
(bron: DIV) <br/>
<br/>
Het zoutgehalte van een watersysteem bepaalt welke waterplanten en -dieren erin voorkomen. Als de hoeveelheid zout in oppervlaktewater toeneemt, ontstaat er verzilting. Voor natuur, landbouw, industrie en drinkwaterbedrijven kan verzilting een probleem zijn. Soms is het voor boeren dan zelfs nodig om over te stappen op een andere teelt. Hieronder lees je meer over de verschillende stuurvariabelen die invloed hebben op het zoutgehalte van een watersysteem. En in de tabel onderaan de pagina kun je zien wat de effecten van klimaatverandering kunnen zijn op de verschillende stuurvariabelen. (bron: Kennisportaal Klimaatadaptie) +
Ontstaat door vermenging van zoet en zout water in het Schelde-estuarium. Het zoutgehalte neemt van Vlissingen (meer dan 15 gram per liter) af naar Gent (minder dan 0,7 gram per liter) Op basis van deze verschillen kan het estuarium verdeeld worden in een mariene zone (Vlissingen - Hansweert), brakke zone (Hansweert - Rupelmonde) en zoete zone (Rupelmonde - Gent). Verschillen in zoutgehalte fluctueren met de water afvoer. (bron: www.scheldenet.nl / Aquo) +
(bron: CHO (487) / Aquo / DIV) +
(bron: CHO (488) / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Door indringing van zeewater via de grote rivieren kan in het kustgebied van Nederland het grond- en oppervlaktewater verzilten. Er ontstaat dan een zouttong, waarbij het zoute water onder het zoete water schuift. (bron: Klimaatadaptienederland.nl)
<br/>
tongvormige zoutwaterstroom die bij vloed of door het openen van een zeesluis onder het lichtere, naar zee afgevoerde rivierwater vloeit en zo het land binnendringt. (bron: Ensie) +
Zuigerpompen behoren tot de verdringerpompen en zijn volledig zelfaanzuigend. Ze verpompen een mengsel van water en lucht zonder dat er een aparte vacuümpomp nodig is.
Zodra de pomp is aangesloten op een bronbemalingssysteem start u de motor en uw werk is gedaan. Vanaf dat moment begint de pomp met 65 slagen per minuut de grondwaterstand te verlagen zodat u droog kunt werken. +
Zuiging is een fenomeen dat met name grote schepen veroorzaken en ook de
effecten van ondervinden.
Het effect van zuiging van schepen is groter naarmate zij een grotere
waterverplaatsing hebben en wanneer zij harder varen.
Bij een schip dat een ander schip voorbijloopt is het effect van zuiging nòg sterker en
daarom moeten zij altijd veel zijwaartse afstand houden. Als twee grote schepen
elkaar op tegengestelde koersen naderen zal het effect van de zuiging er juist voor
zorgen dat zij bij elkaar weg worden gezet. +
Afhankelijk van de context kan het begrip zuivere stof ook betekenen dat van een element, of elk van de elementen, slechts één isotoop voorkomt, zoals bij zuiver zwaar water. Een zuivere stof in deze engere zin, met betrekking tot het enige of elk element, heeft een vaste massadichtheid. Dit geldt overigens ook bij een vaste verhouding van de isotopen.
Zuivere stoffen worden verder onderverdeeld in enkelvoudige stoffen en samengestelde stoffen.
Zuivere stoffen komen in de natuur niet voor; ook elementen die in gedegen vorm voorkomen zoals diamant en edelmetalen zoals zilver en goud bevatten onzuiverheden. In dat geval kan men over een mengsel spreken. Dit mengsel kan homogeen of heterogeen van aard zijn. De homogene mengsels noemt men gewoonlijk oplossingen. Deze kunnen zowel vloeibaar als vast zijn.
Via chemische scheidingsmethoden kunnen zuivere stoffen uit een mengsel verkregen worden. Absoluut zuivere stoffen zijn moeilijk te verkrijgen of te behouden. Zo zal chemisch zuiver water spontaan zeer vlug zuurstofgas en koolstofdioxide uit de lucht opnemen. In de chemische industrie en in het laboratorium wordt daarom onderscheid gemaakt tussen zuivere stoffen naargelang hun zuiverheidsgraad: hiertoe worden termen als purum, purissimum en pro analysi gebruikt.
In het dagelijks taalgebruik wordt met 'zuivere' lucht of 'zuiver' water in feite gedoeld op schone of gezonde lucht of drinkwater. Lucht is geen zuivere stof, daar zij in hoofdzaak is samengesteld uit zuurstofgas, stikstofgas en argon. Drinkwater bestaat dan weer uit diverse in het water opgeloste zouten (weliswaar in lage concentraties). Deze 'zuivere' stoffen zijn dus in feite mengsels. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Chemische stof die een gelijke chemische samenstelling en herkenbare uniforme en isotrope eigenschappen heeft (bron: Regels voor informatiemodellering van de gebouwde omgeving – Deel 2: Praktische invulling: configuratie, extensie en implementatie van deel 1, code: 3.17 / ABDL))
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Een afbakening van de zone, waarbinnen al het afvalwater naar éénzelfde rioolwaterzuivering wordt afgevoerd om daar gezuiverd te worden. De grenzen van het gebied hoeven zich niet te beperken tot de gemeentegrenzen. (Bron: GWSW) +
Voert u al uw afvalwater af op het gemeentelijk riool, dan betaalt u zuiveringsheffing. U betaalt ook zuiveringsheffing als u afvalwater vanuit een zuiveringsinstallatie afvoert op het gemeentelijk riool. Het is een belasting die huishoudens en bedrijven betalen. <br/>
Het vuile water dat u afvoert via het riool mag niet rechtstreeks in de natuur terechtkomen en gaat eerst naar een installatie om het schoon te maken. Het gaat daarbij om afvalstoffen als zeep (van de afwas, de was doen en douchen), maar ook grofvuil, zand en afvalwater van bedrijven. <br/>
Door de zuiveringsheffing betaalt iedereen mee om het eigen afvalwater weer schoon te krijgen. Zo kunnen de waterschappen het schonere water dat uit de zuiveringsinstallaties komt weer veilig lozen op het oppervlaktewater in de natuur: sloten, plassen, meren.
Voert u uw afvalwater niet af op het riool, maar loost u rechtstreeks op oppervlaktewater? Dan betaalt u verontreinigingsheffing. <br/> +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
(bron: Woordgebruik bij Waterschappen, C. Euser, Heemraad Waterschap Ijsselmonde, 1985 / Aquo / DIV) +
(bron: Aquo) +
(bron: BWBR0025458, Wet van 29 januari 2009, houdende regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterwet) / Aquo) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Zure regen, zure neerslag of zure depositie ontstaat wanneer zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS) oplossen in de regenwolken.
Stikstofoxiden (NOx) is een verzamelnaam voor stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen kunnen afkomstig zijn van de uitlaatgassen van auto's en van de verbranding van zwavelhoudende en stikstofhoudende brandstoffen zoals mazout, stookolie en benzine. Samen met water vormen zij daar zuren; zwavelzuur (H2SO4) en salpeterzuur (HNO3). Ook de intensieve veeteelt is een belangrijke uitstoter. Ammoniak vormt samen met zuurstof ook stikstofoxiden, die aanleiding kunnen geven tot vorming van salpeterzuur.
In de laatste decennia van de 20e eeuw (vooral in de jaren '80) was er veel aandacht voor het fenomeen. Regelmatig is het ook gekarakteriseerd als een hype. Dit wordt weersproken door het Planbureau voor de Leefomgeving die stelt dat beleidsmaatregelen effect hebben gehad.
Grofweg kan men vijf plaatsen onderscheiden waar zure depositie haar sporen nalaat:
* Water: Het zuur is er de oorzaak van dat grond- en oppervlaktewater een lagere pH-waarde krijgen, waardoor het ecosysteem van vijvers en meren verstoord kan worden. Dieren en planten kunnen sterven, inbegrepen de bomen, die nodig zijn voor vastlegging van koolstofdioxide en productie van zuurstof.
* Flora: Het zuur heeft op verschillende manieren een negatieve invloed op planten; de beschermlagen van een plant wordt aangetast. Het zuur tast bijvoorbeeld de huidmondjes en de beschermende waslaag van bladeren en naalden aan, waardoor een plant kan uitdrogen. Tevens kan het zuur in het blad doordringen en de voedingsstoffen uitspoelen, die de wortels niet op tijd kunnen aanvullen. Door deze processen gaan de bladeren en naalden verkleuren. De neerslag die langs de bomen afstroomt, tast de takken of stam aan waardoor deze gaan scheuren en schimmels vrij spel krijgen. Zure depositie in de bodem kan schade aan het wortelstelsel toebrengen, waardoor planten minder goed in staat zijn water en andere voedingsstoffen op te nemen.
* Bodem: Aanvankelijk zal een hoeveelheid zuur die aan de bodem wordt toegevoegd worden geneutraliseerd door een aanwezige natuurlijke buffer van kalk, mineralen en organisch materiaal (humus). Wanneer de grenswaarden van deze buffer worden overschreden, dan daalt de zuurgraad van de bodem en zullen door middel van chemische processen meer metalen (vooral aluminium) vrijkomen in de bodem die voor het gehele milieu van zowel planten, dieren als mensen schadelijk zijn (aluminiumtoxiciteit). Het evenwicht van de voedingsstoffen is verstoord. Er ontstaat een tekort aan calcium, fosfor, magnesium en kalium. Daarnaast zorgt een verzuurde bodem voor een vermindering van de biodiversiteit in en op de bodem. Zandgronden bevatten over het algemeen weinig kalk, en het zuur kan er dus niet onschadelijk gemaakt worden; er bestaat een geringe buffercapaciteit. De gevolgen van de zure neerslag zijn daar dan ook het duidelijkst en worden er het eerst opgemerkt. Een van de manieren om de effecten van zure regen op de bodem te verminderen, is het strooien van (ongebluste) kalk. Bekalking van bosbodems staat echter ter discussie, want dit versnelt de mineralisatie, waardoor meer stikstof ter beschikking komt en de groei van stikstofminnende ruigtekruiden zoals de grote brandnetel bevorderd wordt. Ook bepaalde uitheemse plantensoorten kunnen hierdoor gaan domineren.
* Mens: De schadelijke stoffen die in de lucht aanwezig zijn veroorzaken aandoeningen aan longen en luchtwegen. Ozon en stikstofoxiden gaan na inademing allerlei reacties aan met longweefsel. Ammoniak in hoge concentraties kan onder andere benauwdheid, irritatie van ogen en hoofdpijn veroorzaken.
* Gebouwen: Zuren tasten sommige materialen aan, waaronder steensoorten (vooral de calciumhoudende, zoals kalksteen). Stenen lossen hierdoor op. Gebouwen worden aangetast door zure regen, doordat het zuur de steen oplost. In Vlaanderen zijn veel gebouwen vb: Sint-Baafskathedraal in Gent en Sint-Walburga(Oudenaarde) gebouwd met Balegemse steen welke zeer gevoelig is aan zure regen. Ook metalen gaan sneller roesten, verf en plastics hebben last van zure regen. Ook beelden, glas-in-loodramen worden hierdoor beschadigd. Zuren reageren met deze materialen. Ook kunnen de stenen barsten omdat calciumoxide (CaO) wordt omgezet in calciumsulfaat (CaSO4). Calciumsulfaat heeft een groter volume en doet daardoor de stenen barsten. (bron: Wikipedia)
De menselijke smaak kan veel zure stoffen herkennen. Citroenzuur en azijnzuur zijn bekende voorbeelden van stoffen die een zure smaak geven. In hoge concentraties kunnen zuren schadelijk zijn, met name als de pH lager is dan 1.
Onedele metalen als ijzer, zink en magnesium lossen op in zuren als geconcentreerd zoutzuur onder vrijkomen van waterstofgas.
In geconcentreerd zoutzuur, salpeterzuur of koningswater lossen ook edelere metalen op, maar dit is alleen mogelijk omdat deze stoffen niet alleen sterke zuren maar ook sterke oxidatoren zijn en het oplossen heeft daarmee niet zo veel met hun zure karakter te maken.
<br/><br/>
Voorbeeld : Fosforzuur (H3PO4) +
(bron: www.lenntech.com / Aquo) +
pH = -10log [H+] - Schaal van 1 tot 14 waarbij pH7 neutrale.Basisch milieu pH>7 Zuur milieu pH<7 (bron: J. Mourik en J.H. van Dijk, Chemie voor het HBO deel 1, Bohn Scheltema & Holkema, Utrecht 1988 / Aquo) <br/>
<br/>
De negatieve logaritmen van de H-ionen concentratie. (bron: DIV) <br/>
<br/>
De pH is een maat voor de zuurgraad (ook wel zuurtegraad) van een waterige oplossing. De pH van een neutrale waterige oplossing ligt bij kamertemperatuur rond de 7. Zure oplossingen hebben een pH lager dan 7, en dus een hoge zuurgraad. Basische oplossingen hebben een pH hoger dan 7 en dus een lage zuurgraad.
Het concept pH werd in 1909 geïntroduceerd door Søren Sørensen als PH in zijn publicatie Enzymstudien II: Uber die Messung und die Bedeutung der Wasserstoffionenkonzentration bei enzymatischen Prozessen, waarbij hij zich baseerde op eerder onderzoek door Svante Arrhenius.
De exacte betekenis van de 'p' is niet bekend. Verklaringen lopen uiteen van potentia hydrogenii of pondus hydrogenii tot Potenz (Duits) of puissance (Frans) wat in alle talen "macht" met betrekking tot machtsverheffen betekent, want de pH-schaal is immers logaritmisch. Een andere verklaring luidt dat de aanduiding staat voor de concentratie in de testoplossing (Cp) en de referentieoplossing (Cq) met de tamelijk gebruikelijke combinatie p en q. (bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Chemisch element uit de zestiende groep van het periodiek systeem, atoomnummer 8, een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat voor 21 volumeprocent voorkomt in de dampkringlucht, als elektronenacceptor onontbeerlijk voor de ademhaling van mensen en dieren. Symbool O. (bron: DIV) +
(bron: Handboek vaarwegkenmerken / Aquo / DIV) +
De zwaartekracht is een van de vier natuurkrachten. Deze kracht is op het niveau van atomen zeer klein vergeleken met de andere krachten, maar is de meest alledaagse op macroscopische afstanden: een op elk voorwerp werkende kracht, in de richting van het zwaartepunt en evenredig met de massa van het voorwerp. De zwaartekracht is op astronomische afstanden in nog sterkere mate de overheersende kracht, bijvoorbeeld tussen de aarde en de maan, tussen de zon en alle planeten en zelfs tussen sterrenstelsels, waardoor de uitdijing van het heelal tegengewerkt wordt. De zwaartekracht, die verantwoordelijk is voor het vallen van een appel, zorgt er eveneens voor dat de maan of een satelliet in een baan om de aarde blijft, dat de aarde zelf in een baan om de zon blijft draaien, en dat de zon op zijn beurt samen met alle andere sterren van de Melkweg om een zeker middelpunt heen blijft draaien.
Bovendien veroorzaakt de zwaartekracht de getijdenvelden rond het massamiddelpunt van een hemellichaam. De getijdenvelden van de zon en de maan zijn op de aarde bijvoorbeeld verantwoordelijk voor een verschijnsel als springtij. +
In de natuurkunde heet het zwaartepunt van de massa van een of eventueel meer voorwerpen daarvan het massamiddelpunt. Het gewichtszwaartepunt kan men zich als volgt voorstellen: als in het zwaartepunt van een willekeurige tweedimensionale figuur een gat wordt gemaakt, en daardoorheen een spijker wordt gestoken, dan zal de figuur geen voorkeurspositie aannemen. De figuur zal in iedere willekeurige stand, ten opzichte van een denkbeeldig horizontaal vlak, in evenwicht zijn.
Het geometrisch zwaartepunt is de gemiddelde positie van alle punten waaruit het object (lichaam) bestaat, terwijl het massazwaartepunt de gewogen gemiddelde positie van die punten is, waarbij de massa van elk punt het relatieve belang ervan aangeeft.
Het geometrisch zwaartepunt van een driehoek is het snijpunt van de drie zwaartelijnen, die elk van een van de hoekpunten naar het midden van de tegenovergelegen zijde lopen. +
Cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink (soms ook arseen). Zijn van milieukundig belang aangezien niet afbreken. Veel zijn essentieel voor het leven maar kunnen giftig zijn bij bepaalde concentraties. +
Oppervlaktewater waar, naar verwachting van de bevoegde autoriteit, een groot aantal mensen zal zwemmen, en waar zwemmen niet permanent verboden is of waarvoor geen permanent negatief zwemadvies bestaat (hierna „zwemwater” te noemen). Zij is niet van toepassing op: <br/>
a) zwembaden en gezondheidsbaden; <br/>
b) ingesloten wateren die behandeld worden, of gebruikt worden voor therapeutische doeleinden; <br/>
c) kunstmatig gecreëerde, van het oppervlaktewater en het grondwater gescheiden ingesloten wateren. <br/> +
De Zwemwaterrichtlijn 2006/7/EG stelt bepalingen vast voor:
* a) de controle en de indeling van de zwemwaterkwaliteit;
* b) het beheer van de zwemwaterkwaliteit; en
* c) het verstrekken van informatie over zwemwaterkwaliteit aan het publiek (artikel 1(1)). <br/>
De richtlijn heeft tot doel het behoud, de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit en de bescherming van de gezondheid van de mens, aanvullend op de Kaderrichtlijn water (artikel 1(2)). Het toepassingsbereik van de richtlijn strekt zich uit tot “elk oppervlaktewater waar, naar verwachting van de bevoegde autoriteit, een groot aantal mensen zal zwemmen, en waar zwemmen niet permanent verboden is of waarvoor geen permanent negatief zwemadvies bestaat” (artikel 1(3)). Dit omvat ook kustwateren. +
Een voorbeeld van een zwerfobject is een waterdeel of ondersteunend waterdeel uit de BGT met bronhouder waterschap Hunze en Aa's maar gelegen buiten het beheergebied van het waterschap. +
Ze stonden veelal onder de schouw van het waterschap. Het toponiem zwet (of zwette) betekent grens. Vandaar dat veel wateren deze naam dragen (bron: Wikipedia). +
Ze stonden veelal onder de schouw van het waterschap. <br/>
<br/>
Het toponiem zwet (of zwette) betekent grens. Vandaar dat veel wateren deze naam dragen, zij vormen de grens tussen twee gebieden. +
(bron: DIV) +
Dit is een speciaal type ongebonden aquifer. <br/>
Bron: Freeze RA and Cherry JA (1979) Groundwater. Prentice Hall. +
Zwinnen zijn door muien met de open zee verbonden. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
Buitendijks gelegen verzande zeearm. Een verlaging in het natte strand evenwijdig aan de kust, waarin bij laagwater water achterblijft. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Een zwin of een priel is een natuurlijke geul of kreek in buitendijkse gronden, onderhevig aan het getij.
Het woord wordt ook gebruikt voor de lineaire depressies die parallel met de kustlijn lopen aan stranden met een zachte helling (dissipatieve stranden). De tussenliggende ruggen (accumulaties van sediment op het strand) worden als strandbanken aangeduid. Een strandbank verdwijnt bij vloed telkens geheel onder water. Het diepe gedeelte van een zwin noemt men een zwinkuil. Op de stranden aan de Belgische en Nederlandse kust ziet men vaak zwinnen. 's Zomers zijn ze bij laagwater zeer geschikt voor kleine kinderen vanwege de geringe diepte en het relatief warme water (in vergelijking tot het zeewater). Bij opkomend en afgaand getij kunnen zwinnen echter gevaarlijk zijn omdat het water er soms kan 'trekken'. (bron: Wikipedia) +
é
Een lijn is eendimensionaal (1D). Een lijn heeft alleen de dimensie lengte. <br/>
<br/>
Een parameter waarmee de vorm en afmetingen van iets worden vastgelegd. (Bron: Wikiwoordenboek) +
