Eigenschap:Toelichting op definitie
Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:
nl
p
De populatiegrootte wordt op vier manieren beïnvloed:
* geboorte
* sterfte
* immigratie
* emigratie <br/>
<br/>
Berekenen van een populatiegrootte. <br/>
Biologen willen graag weten hoeveel individuen er in een bepaalde populatie zijn. Zo kunnen ze ontwikkelingen in een ecosysteem in de gaten houden. Tellen lukt niet altijd. Daarom zijn er methodes ontwikkeld om toch een goede indruk te krijgen van een populatiegrootte.
Een populatiegrootte kun je op verschillende manieren bepalen:
* tellen;
* steekproef;
* sporenonderzoek (pootafdrukken, keutels, slaapplekken);
* vangst-terugvangstmethode.
De telmethode is alleen geschikt voor het bepalen van de populatiegrootte waarbij de dieren goed kunt onderscheiden.
De steekproefmethode gebruik je vooral bij populaties waarvan de individuen niet goed uit elkaar zijn te houden en/of wanneer de dieren dicht op elkaar leven.
De vangst-terugvangstmethode gebruik je wanneer de individuen soms kriskras door elkaar heen lopen. Of wanner de individuen zich verstoppen of niet goed zichtbaar zijn.
Sporenonderzoek doe je wanneer het lastig is om de (in dit geval) dieren te vinden. +
(bron: www.lenntech.com / Aquo) <br/>
<br/>
Poriën zijn niet met vaste stof gevulde ruimte tussen en in de korrels. (bron: CROW) <br/>
<br/>
Een porie is een buisvormige opening naar een oppervlak. Poriën komen voor bij diverse planten, dieren en schimmels, maar ook in bijvoorbeeld gesteenten en mineralen. <br/>
<br/>
Porie in de huid <br/>
Een porie in de huid is het buisje dat bij een talgklier of zweetklier hoort. De talgklieren scheiden talg uit, een vettige substantie. Talg is nodig om de huid soepel en vochtig te houden. Bij acne kan de talg niet snel genoeg uit de poriën stromen waardoor puistjes ontstaan. Bij sommige dieren, zoals hagedissen, dienen de sterk vergrote poriën aan de onderzijde van de dijen (femorale poriën) voor het uitzetten van geurvlaggen.
Porie in planten <br/>
In de bladeren van groene planten bevinden zich poriën (huidmondjes) welke nodig zijn om gassen in en uit de plant te transporteren. De werking hiervan hangt nauw samen met fotosynthese. Ook in andere delen van planten komen poriën voor, zoals waterporiën.
Porie in gesteente <br/>
In veel soorten gesteenten komen poriën voor. Aardolie en aardgas wordt gewonnen uit de poriën van een bepaalde steensoort in de ondergrond.
Porie in de bodem <br/>
In de bodem komen grote en kleine poriën voor, waardoor gasuitwisseling met de buitenlucht optreedt en regenwater de grond in kan. In de fijne poriën kan het grondwater, door capillaire werking van de bodem, omhooggezogen worden tot boven het freatisch vlak; men spreekt dan ook van capillair grondwater. Boven de capillaire zone kan het grondwater nog plaatselijk door cohesie in zeer kleine poriën (draadjes) aanwezig zijn als funiculair grondwater. <br/>
(bron: Wikipedia) +
Het poriënvolume is een begrip uit de bodemkunde en is het geheel aan met lucht of water gevulde ruimten ('poriën') tussen de vaste gronddeeltjes van de bodem.
Het poriënvolume van de Nederlandse gronden is gemiddeld 40 - 60 % van het grondvolume. Bij de beste kwelderklei in de Dollard kan dit oplopen tot 75%. Bij een met water verzadigde grond zijn alle poriën met water gevuld.
De poriën zijn belangrijk voor de water- en luchthuishouding van de bodem. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Het volume tussen de korrels. (bron: DIV) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Porositeit of poreusheid is de aanwezigheid van kleine openingen (poriën) in een materiaal. Men herkent er het woord "porie" (kleine opening) in. Porositeit heeft in het algemeen tot gevolg dat het materiaal langzaam vocht doorlaat. Ook opzuigen of omhoogzuigen van vocht door capillaire werking is mogelijk. <br/>
In de bodemkunde duidt men met de term porositeit de hoeveelheid poriën in de bodem aan. Deze wordt gemeten als percentage 'ledigheid' ten opzichte van de vaste stof. Zo bestaat zandsteen met een porositeit van 35% voor 65% uit zandsteen en voor 35% uit ander materiaal, bijvoorbeeld gas of vloeistof.
In een bodem met een goede porositeit kunnen zuurstof, water en voedingsstoffen goed doordringen tot de plantenwortels. Te veel water in de grond beïnvloedt de porositeit nadelig. De poriën lopen namelijk vol en verhinderen een goede beluchting, de mineralen lossen op en kunnen zelf uitspoelen. Ook zware machines kunnen een ondergrond vastrijden en de porositeit nadelig beïnvloeden. (bron: Wikipedia) +
Een (openbaar) portaal op internet doet dienst als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan; soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp. <br/>
De Engelse naam, die ook veel in Nederlandse teksten gebruikt wordt, is portal.
Een portaal op het interne netwerk van een bedrijf kan informatie en digitale middelen aanbieden afgestemd op een medewerker en zijn taken: een gepersonaliseerd medewerkersportaal. Een algemeen bedrijfsportaal en een gemeenschapsportaal bieden een startpagina met nuttige links en informatie voor de medewerkers van het bedrijf of de leden van de gemeenschap. +
Met betrekking tot navigatie is er een onderscheid tussen
* absolute nauwkeurigheid — de nauwkeurigheid ten opzichte van geografische coördinaten * herhaalbare nauwkeurigheid — waarbij een eerder bepaalde positie kan worden teruggevonden.
* relatieve nauwkeurigheid — de mate waarin twee navigatie-instrumenten dezelfde positie kunnen bepalen.
Om de nauwkeurigheid te kunnen bepalen, is het nodig om de grootte van de optredende fouten te kennen, maar ook de precisie, herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid. Fouten zijn onder te verdelen in toevallige of stochastische fouten, systematische fouten en blunders. Om nauwkeurigheden onderling te kunnen vergelijken, moet bekend zijn volgens welke standaard deze zijn opgegeven. +
Dit is vergelijkbaar met thematische nauwkeurigheid, maar gaat specifiek in op attributen die betrekking hebben op een locatie. Deze data moeten zoveel mogelijk overeenkomen met de daadwerkelijke locatie. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen absolute positionele nauwkeurigheid en relatieve positionele nauwkeurigheid. De eerste heeft betrekking op de mate waarin een geregistreerde locatie overeenkomt met een locatie in de werkelijkheid. De tweede heeft betrekking op de relatieve afstand tussen objecten. Een voorbeeld kan zijn dat een meetpunt maximaal 3 meter van een weg af mag liggen (of bijvoorbeeld op precies 3 meter). +
Wordt berekend uit het geleidingsvermogen en de temperatuur (en bij dieptemeting de druk) van het oppervlaktewater volgens de UNESCO-formule. De omrekening van het geleidingsvermogen naar een saliniteit is gedefinieerd op het geleidingsvermogen van het standaard zeewater (het zogenoemde Kopenhagener water). De berekeningswijze is geldig voor zeewater met een temperatuurrange van -2 tot 35°C, een druk van 0 tot 1000 bar en een saliniteit van 2 tot 42. (bron: Afgeleid uit ‘The Practical Salinity Scale 1978 and the International Equation of State of Seawater 1980; UNESCO 1981, UNESCO technical papers in Marine Science 36.' / Aquo) +
Het precario-object is de basis voor de precarioheffing ten laste van een of meerdere objecten. (bron: Adventus / Aquo / DIV) +
* Op de openbare grond bevinden zich een winkeluitstalling, een caféterras en allerlei andere voorwerpen die op straat te vinden zijn.
* Minder bekend is dat ook voor objecten boven de grond de belasting is verschuldigd. Het gaat hier om erkers in een bovenverdieping, balkons, luifels, uithangborden en andere uitbouwsels.
* Onder de openbare grond gaat het om pijpleidingen, elektriciteitsleidingen, buizen en funderingen.
Doordat precariobelasting indirect gevolgen heeft voor de prijzen van geleverde goederen en diensten zoals kraanwater en elektriciteit kunnen berekeningen van de prijzen hiervan vertroebeld worden. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Het kabinet schaft de precariobelasting op nutsbedrijven af per 1 juli 2017. Het wetsvoorstel tot afschaffing van precariobelasting is aangenomen door de Eerste Kamer. (bron: Gemeente.nu)
+
Dit gaat vooral over het detailniveau van data; het detailniveau van inwinning, het detailniveau door herhaalde metingen en het detailniveau waarmee data worden opgeslagen. Onderdeel van precisie is ondermeer het aantal significante cijfers. De combinatie van statistische precisie en systematische afwijking levert een bepaalde nauwkeurigheid. (bron: ISO/IEC 25012 / ArchiXL) +
Wordt beschreven door een covariantiematrix. Een maat voor de precisie van een enkele grootheid is de standaardafwijking (1 sigma). In de praktijk wordt met precisie soms ook de variantie sigma^2 of bijvoorbeeld 2 sigma bedoeld. Soms wordt ook gesproken van een cm-nivo of dm-nivo, dit geeft dan tevens de resolutie van gegevens aan. Het is dus goed om bij onduidelijkheid te vragen welke precisiemaat nu eigenlijk wordt bedoeld. Bijvoorbeeld: met een precisie van 2 sigma = 10 cm wordt bedoeld dat 95% van de gevallen minder dan 10 cm van de werkelijke waarde afwijkt. (bron: HTW / Aquo) +
Gebruik van prefab-elementen bijvoorbeeld van beton en hout, zullen de bouwtijd versnellen in de uitvoeringsfase, maar vraagt meer tijd in de voorbereidingsfase. Alles moet namelijk goed uitgetekend zijn en daarna gecontroleerd worden, zodat in de uitvoering geen dure en tijdrovende aanpassingen meer nodig zijn. Een volgend voordeel is dat de elementen van hogere en constantere kwaliteit zijn dan wanneer deze op de bouwplaats worden gemaakt, omdat het fabricageproces in een gespecialiseerde en gecontroleerde omgeving zoals een fabriek of werkplaats gebeurt. +
(bron: DIV) +
De ligging van primaire oppervlaktewaterlichamen is vastgelegd op de bij de legger behorende leggerkaarten. <br/>
<br/>
Primaire oppervlaktewaterlichamen vormen de ruggengraat van het regionale watersysteem. Zij verzorgen de hoofdafvoer en -aanvoer van water en zorgen voor de afvoer van water uit grote delen van het beheergebied. Daarnaast spelen zij een belangrijke rol in het peilbeheer en, waar van toepassing, in waterveiligheid.
Binnen de hiërarchie van het watersysteem staan primaire oppervlaktewaterlichamen boven secundaire en tertiaire oppervlaktewaterlichamen:
* tertiaire oppervlaktewaterlichamen verzorgen de ontwatering op perceelsniveau
* secundaire oppervlaktewaterlichamen verzamelen en transporteren water op gebiedsniveau
* primaire oppervlaktewaterlichamen zorgen voor de hoofdafvoer en verbinding binnen het regionale systeem
* overige oppervlaktewaterlichamen hebben doorgaans geen structurele functie in deze hoofdstructuur. <br/>
<br/>
Primaire oppervlaktewaterlichamen:
* verzorgen de hoofdwateraan- en afvoer
* zijn van groot belang voor peilbeheer en waterverdeling
* kunnen bijdragen aan waterberging en afvoercapaciteit bij piekbelasting
* hebben vaak een belangrijke rol in het voorkomen van wateroverlast en overstromingen
* bedienen een groot verzorgingsgebied <br/>
<br/>
Vanwege hun belang liggen het beheer en (zowel gewoon als buitengewoon) onderhoud van primaire oppervlaktewaterlichamen in de regel bij het waterschap en anders bij andere overheden zoals het Rijk, de provincie of de gemeente. <br/>
(bron: waterschap Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Een watergang wordt aangemerkt als een primair oppervlaktewaterlichaam wanneer de watergang niet geïsoleerd gelegen is, en voldoet aan minimaal één van onderstaande criteria:
* De afvoer is in een maatgevende situatie (situatie die 1 à 2 keer per jaar voorkomt) groter dan 50 l/s. Dit komt overeen met een afvoergebied van circa 38 ha. (1,33 l/s/ha * 38 ha =50 l/s)
* De watergang vervult een functie voor de aanvoer van water of doorspoeling.
* Op het water vindt een lozing plaats vanuit een gemeentelijk riool.
* Zowel bij een regenwaterlozing als bij een gescheiden stelsel als bij een overstort uit een gemengd rioolstelsel (mits de overstorten in overleg met het waterschap zijn aangelegd).
* Hunze en Aa’s staat voor een taakopvatting die past bij integraal waterbeheer. Wij streven een veerkrachtig watersysteem na en dus een zo groot mogelijke bergingscapaciteit en een zo groot mogelijk zelfreinigend vermogen in het watersysteem. Daarom wordt bij hoofdwatergangen de volledige watergang als hoofdwatergang beschouwd, dit wil zeggen van insteek tot insteek. <br/>
(bron: Waterbeheerprogramma waterschap Hunze en Aa's)
(bron: Gemeente Veere) +
Grondstoffen die uit de aarde opgediept worden en die gebruikt worden in die hoedanigheid voor de productie van andere goederen. (bron: Checklist materialenmilieu, Rijkswaterstaat, H.P. Versteeg, P.P.M. van de Helm, J.W. Broers, 1996 (gewijzigd) / Aquo / DIV) +
Grondstoffen die uit de aarde opgediept worden en die gebruikt worden in die hoedanigheid voor de productie van andere goederen. (Bron: Checklist materialenmilieu, Rijkswaterstaat, H.P. Versteeg, P.P.M. van de Helm, J.W. Broers, 1996 (gewijzigd) / Aquo) +
Het winnen van delfstoffen die zich aan het aardoppervlak bevinden. (bron: Structuurschema Oppervlaktestoffen deel 3, kabinetsstandpunt, 1995 / Aquo / DIV) +
(bron: Murray-Darling Basin Commision (2000) Groundwater Flow Modelling Guideline. Aquaterra Consulting Pty Ltd, South Perth, Australia. / Aquo) +
De ligging van de primaire waterkeringen is aangegeven op de bij de Keur behorende Keurkaarten. (bron: Waterwet / Aquo)<br/>
<br/>
Primaire waterkering zijn de waterkeringen die door het Rijk zijn aangewezen op grond van de Waterwet. Primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstroming vanuit zee of rivieren.
In de leidraad “Voorschrift toetsen op Veiligheid primaire waterkeringen” wordt de primaire kering onderscheiden in vier categorieën:
* Primaire waterkering categorie A
* Primaire waterkering categorie B
* Primaire waterkering categorie C
* Primaire waterkering categorie D <br/>
<br/>
Bij waterschap Hunze en Aa's ligt de primaire waterkering langs de Dollard en de Waddenzee. <br/>
<br/>
De primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstromingen bij hoogwater vanuit de Noordzee, de Waddenzee, de grote rivieren Rijn, Maas en Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer , het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren.
Daarbij gaat het met name om die gebieden, waar eventuele overstromingen die potentieel of mogelijk veel slachtoffers of grote economische schade tot gevolg hebben.
De primaire waterkeringen langs de grote rivieren, de Waddenkust, de Zeeuwse wateren en het IJsselmeer bestaan voornamelijk uit dijken. Aan de Noordzeekust wordt het water grotendeels gekeerd door duinen en zogenaamde hybride waterkeringen (zoals dijk in duin).
Het stelsel van primaire waterkeringen omvat daarnaast een aantal grote dammen en bijzondere constructies, zoals de Stormvloedkeringen in de Oosterschelde en de Nieuwe Waterweg. Ook sluizen en inlaatwerken vervullen een waterkerende functie, naast verschillende andere waterstaatkundige functies ten behoeve van de scheepvaart, het inlaten en lozen van water et cetera. Op een beperkt aantal plaatsen wordt de functie van primaire waterkering vervuld door hooggelegen gronden.
Normering <br/>
Per 1 januari 2017 is de normering van de waterveiligheid gewijzigd. Iedereen in Nederland krijgt tenminste hetzelfde beschermingsniveau tegen overstromingen. De veiligheidsnormen die we hiervoor hanteren zijn tot stand gekomen door te kijken naar de risico’s: de kans op overstromen én de gevolgen van een overstroming. Daar bovenop wordt extra en gericht geïnvesteerd in gebieden met een risico op veel slachtoffers en grote economische schade. Vitale en kwetsbare infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen en ziekenhuizen, krijgen extra aandacht.
De normering is dus nu expliciet gebaseerd op de mogelijke gevolgen van een overstroming achter de dijk. De normeenheid is veranderd in de overstromingskans, die geldt voor dijk- (en duin-) trajecten en kunstwerken.
Waterschappen en Rijkswaterstaat zijn aan de slag om de dijken en duinen te versterken. Tot en met 2050 hebben ze daar de tijd voor. Dan is Nederland met de nieuwe normen beter beschermd tegen overstromingen. De nieuwe waterveiligheidsnormen zijn onderdeel van het nieuwe waterveiligheidsbeleid, voortkomend uit de Deltabeslissing Waterveiligheid. (bron: helpdesk water) <br/>
<br/>
Een waterkering, die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze ofwel behoort tot het stelsel dat een dijkringgebied -al dan niet met hoge gronden- omsluit, ofwel voor een dijkringgebied is gelegen. (bron: DIV)
Primair waterkeringen die behoren tot stelsels die dijkringgebieden - al dan niet met hoge gronden - omsluiten en direct buitenwater keren.
De primaire waterkering (categorie A) van waterschap Hunze en Aa’s is de zeedijk van Nieuwe Statenzijl tot en met de spuisluis in Delfzijl. +
Primaire waterkeringen die vóór dijkringgebieden liggen en direct buitenwater keren (bijvoorbeeld de Afsluitdijk)
In het beheergebied van waterschap Hunze en Aa's liggen geen primaire waterkering (categorie B). +
Primaire waterkeringen, niet bestemd tot directe kering van buitenwater.
In het beheergebied van waterschap Hunze en Aa's liggen geen primaire waterkering (categorie C). +
Één van de primaire waterkering categorieën A t/m C, maar gelegen buiten de landsgrenzen.
Voor het beheergebied van waterschap Hunze en Aa's betreft het de volgende primaire waterkering (categorie D) :
De kering in Duitsland, aansluitend op onze zeedijk te Nieuwe Statenzijl, langs de Dollard en de rivier de Eems, over het Sperrwerk te Gandersum, langs de Eems in westelijke en noordelijke richting.
Waterschap Hunze en Aa's heeft over deze primaire waterkering (categorie D) geen zeggenschap. +
(bron: NCS / Aquo) <br/>
<br/>
Een primairslibgemaal is een installatie die wordt gebruikt om het primaire slib uit een afvalwaterzuiveringsinstallatie te pompen en te verwerken. Het primaire slib bestaat uit de vaste stoffen die worden verwijderd tijdens het eerste stadium van het zuiveringsproces. Het gemaal zorgt ervoor dat het slib efficiënt wordt afgevoerd en verwerkt, zodat het zuiveringsproces optimaal kan blijven functioneren. (bron: HEA) +
Een primitief datatype is een datatype zonder verdere specificatie over de structuur. Dit datatype is enkelvoudig, oftewel niet samengesteld, en wordt ook wel simpel datatype genoemd. Dit datatype kent daarom zelf geen eigen modelelementen zoals een «Data element». Wanneer een Primitief datatype wordt gespecificeerd, dan heeft deze standaard als primitive datatype een CharacterString. Een informatiemodel definieert datatypes als er behoefte is aan een datatype dat eenmalig gedefinieerd wordt en op meerdere plekken in het model gebruikt moet kunnen worden met altijd exact dezelfde structuur en waardenbereik. Dit datatype, met een eigen naam, wordt vervolgens gebruikt als type van een attribuutsoort. +
(bron: ABDL / Wikipedia) +
Dichtbij het hoofdpunt ligt het hoofdpunt van autocollimatie (PPA). Dit wordt gedefinieerd als de beeldpositie waar de optische as het beeldvlak snijdt.
Het belangrijkste symmetriepunt (POS), ook bekend als het gekalibreerde hoofdpunt, is het punt op het beeld waar een lichtstraal die loodrecht op het beeldvlak beweegt, door het brandpunt van de lens gaat en de film snijdt. In een perfect geassembleerde camera zou het belangrijkste symmetriepunt zijn waar de lijnen van tegenover elkaar liggende merktekens op een afbeelding elkaar kruisen, ook wel bekend als het aangegeven hoofdpunt (IPP). Bij de meeste camera's treedt echter een lichte offset op. De perspectiefeffecten in de afbeelding zijn rond dit punt radiaal.
De POS-, PPA- en IPP-waarden worden meestal gespecificeerd in het camerakalibratierapport.
<br/>
Indien de PPA bij 0 graden x=0,12 en Y=0,00 <br/>
--> in graden en met de klok mee draaien. <br/>
- PPA bij 090 graden --> x= 0,00 en Y= -0,12 <br/>
- PPA bij 180 graden --> x= -0,12 en Y= 0,00 <br/>
- PPA bij 270 graden --> x= 0,00 en Y= 0,12 <br/> +
(bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 / Aquo) <br/>
<br/>
Verzameling regels waarmee prioriteitshoofdclusters en prioriteitsclusters op volgorde van prioriteit gezet worden. (bron: DIV) +
(bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 / Aquo / DIV) +
(bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 / Aquo / DIV) +
Het burgerlijk recht alsmede het arbeidsrecht, het sociaal zekerheidsrecht, het handels- en vennootschapsrecht en het civiele aansprakelijkheidsrecht vormen samen het materieel privaatrecht. Het formeel privaatrecht beschrijft de civiele rechtspleging, dit is het burgerlijk procesrecht of gerechtelijk recht.
Omdat in het privaatrecht burgers tegenover elkaar staan, is hier een belangrijker rol toebedeeld aan de rechter in vergelijking met het publiekrecht – met onder andere het strafrecht, bestuursrecht en belastingrecht – waar de overheid tegenover de burger staat en de rechter meer gebonden is door democratische vastgestelde wetten. De wet verplicht de rechter desgevraagd altijd een uitspraak te doen in een civiel geschil, ook als een duidelijke wettelijke regel ontbreekt.
Het Nederlandse civiel recht is voor een belangrijk deel vastgelegd in het Nederlandse Burgerlijk Wetboek. +
Bron: AOA Begrippen- en Definitielijst. +
(bron: GUW/Adventus / Aquo / DIV) +
Privaatrechtelijke rechtsverhouding. (bron: GUW/Adventus / Aquo) +
(bron: UvW, 1996: Adventus / Aquo / DIV) +
(bron: UvW, 1996: GFO-M1, gewijzigd / Aquo / DIV) +
In het algemeen moeten procedurestappen voor een beschikking beschreven worden voor: op verzoek/op aanvraag verlenen/wijzigen/aanvullen/intrekken van wvow-vergunningen dan wel ontheffingen volgens de procedures geregeld in de WM/AWB. Binnen de WM hebben we te maken met procedure varianten. Deze varianten zijn afhankelijk van bijvoorbeeld het verplicht zijn van MER, het ingewikkeld zijn en/of omstreden zijn van een lozing, de noodzaak van coördinatie met WM of andere milieuwetvergunningen en het op grond van WM onder algemene regels vallen van de lozing. (bron: Aquo / DIV) +
Een handhaafprocedure is altijd n.a.v. een administratief verslag, een BAWR of een bezoekverslag en is de uitvoering van een handhavingactie m.b.t. de bovengenoemde aanleiding. (bron: Aquo) +
Hiertoe behoren typen procedés en technieken die betrekking hebben op de productie en behandeling van voorwerpen of afbeeldingen (bijv. assembleren) of van substanties (bijv. mengen) of die relevant zijn voor de bewerking en verwerking van specifieke materialen (bijv. solderen). Hiertoe behoren tevens descriptoren voor procedés die plaatsvinden in substanties, artefacten of overige voorwerpen, soms opzettelijk in gang gezet en soms spontaan gebeurend (bijv. branden). +
Een proces is een ontwikkelingsgang, verloop of voortgang van gebeurtenissen (volgens een min of meer vast stramien, eventueel gestuurd) waarbij een product ontstaat uit een of meer vooraf bestaande materialen of objecten. Bij de in de tijd geordende reeks van gebeurtenissen wordt een ingangsproduct omgezet in een al of niet bedoeld uitgangsproduct. +
(bron: Informatie- plan Water 1987 / Informatie-analyse operationeel beheer: technisch rapport / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Document waarin in de waarneming, constatering en toedracht van het verloop van een proces, een handeling, een bevinding of een feit is vastgelegd. (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL), code: NCS0029054 / ABDL) <br/>
<br/>
Vastlegging van de constatering en de toedracht van een vermeend strafbaar feit. (bron: DIV) +
Een proceseigenaar is typisch een manager. +
Procesmanagement is een aanduiding voor een specifiek vakgebied van de categorie managementtaken. In het bedrijfsleven wordt veelal verwezen naar het beheersen van de organisatieprocessen. Een van de denkbeeldige volgorden betreft het richten, inrichten en verrichten in de organisatie. Waarbij men van strategisch, langs tactisch naar operationeel niveau de organisatie bestuurt. +
Deze modellen worden onder meer gebruikt in de bedrijfskunde met name in het projectmanagement en in de analyse en ontwerp van informatiesystemen. +
Procesregistraties worden typisch alleen door één bedrijfs- of werkproces gebruikt. +
Koelwater valt buiten deze definitie omdat er meestal geen contact is tussen grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten en eindproducten met koelwater. Bron:
RfC W-1205-0029. +
(bron: Informatie-analyse operationeel beheer: technisch rapport / Aquo / DIV) +
(bron: Themagroep: Morfologie / VDW / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Vorm van de doorsnede van een constructie of object. (bron: DIV) +
Dwars- en lengteprofiel waterloop. De profielbeschrijving van waterlopen wordt in principe via (grafische) tekeningen uitgewisseld. In de toekomst is het wellicht mogelijk de uitwisseling op basis van geometrische bestanden te laten plaatsvinden. (bron: Legger info waterkwantiteit / Aquo / DIV) +
Vrij te houden ruimte voor het blijvend kunnen realiseren van de waterkerende functie van een kering, ook in de toekomst. (bron: UIVO-W / Aquo) <br/>
<br/>
Met het profiel van vrije ruimte kan de beheerder aangeven welke ruimte door een toekomstige dijkverzwaring binnen een aan te geven planperiode van bijvoorbeeld 50 jaar, in beslag zal worden genomen. Het profiel van vrije ruimte is, evenals de invloedszone, een toetsingskader van de beheerder bij het verlenen van vergunningen. De beheerder kan zo aan de hand van het aangeven van het profiel van vrije ruimte een op de toekomst gericht beleid voor een primaire waterkering ontwikkelen, waarbij ruimtelijke reserveringen of voorwaarden van belang voor toekomstige dijkverzwaringen mogelijk worden. In dit beleid wordt er dus rekening mee gehouden dat toekomstige dijkversterkingen nog mogelijk moeten zijn zonder dat tot amovering van nieuwbouw etcetera moet worden overgegaan. +
Waarde voor attribuut groep bij het Gebiedsaanwijzingtype WaterEnWatersysteem voor het aanwijzen van de ruimte aan weerszijden van en boven een waterkering die nodig is voor toekomstige verbetering van de waterkering.
(bron: DAMO / Omgevingsloket Stelselcatalogus) +
Waarde voor attribuut groep bij het Gebiedsaanwijzingtype WaterEnWatersysteem voor het aanwijzen van de ruimte aan weerszijden van een oppervlaktewaterlichaam die nodig is voor toekomstige verbreding van dat oppervlaktewaterlichaam.
(bron: DAMO / Omgevingsloket Stelselcatalogus) +
(Bron: UvW: Legger info waterkwantiteit / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Onder de definitie van "verdediging" vallen alle soorten talud- en bodemverdedigingen, zoals bijvoorbeeld: damwanden, kademuren, betuiningen en beschoeingen. <br/>
<br/>
Een verdediging is altijd kleiner of gelijk aan het bijbehorende waterdeel en daarmee ook altijd kleiner of gelijk aan het hydro object. Er kunnen op een hydro bbject / waterdeel wel meerdere Verdedigingen van toepassing zijn zowel aan de "linker" als de "rechter" oever. (Bron: DAMO) +
(Bron: Leidraad Toetsing / Aquo) +
(Bron: VDW / Aquo / DIV) +
Prognosewaarde zijn derhalve geprognosticeerde toetswaarden. De waardes in deze entiteit hebben altijd betrekking op één doelvariabele, één specifiek watergebied (nationaal niveau, stroomgebied of watersysteem) en één kalenderjaar. (bron: WSV-info, aangepast / Aquo) <br/>
<br/>
Voorspelling van een niveau voor de toekomst op basis van een bepaald scenario. (bron: DIV) +
Een programma resulteert in een aantal producten die moeten bijdragen aan maatschappelijk gewenste effecten. Een programma wordt vertaald in deelprogramma's. Bron: Van Middelen naar Produkten. (bron: Van Middelen naar Produkten. / Aquo) <br/>
<br/>
Een tijdelijke, flexibele organisatiestructuur, die is opgezet om de implementatie van een verzameling met elkaar samenhangende projecten en activiteiten te coördineren, te sturen en te controleren teneinde te zorgen voor de realisatie van de eindresultaten en benefits die zijn gerelateerd aan de strategische doelstellingen van de organisatie. Een programma duurt vaak verscheidene jaren. (bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
<br/>
Verzameling van samenhangende projecten en activiteiten die samen worden gepland en beheerd om een overkoepelend geheel van samenhangende doelstellingen en andere uitkomsten te realiseren. (bron: Information Technology Infrastructure Library - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
(bron: ABDL) <br/>
<br/>
Het pakket gelijksoortige en/of samenhangende maatregelen met een voortschrijdend meerjarig karakter binnen een werksoort. Een programma resulteert in een aantal maatschappelijke producten die bij moeten dragen aan de realisatie van gewenste (beleids)effecten. Een programma wordt vertaald in deelprogramma's. (bron: DIV) +
Een programma duurt vaak verscheidene jaren.
Tijdelijke organisatievorm gericht op het realiseren van een of meer strate gische doelen waarvoor in samenhang verschillende activiteiten (projecten, routines, improvisaties) moeten worden uitgevoerd. +
Er zijn in de loop der jaren duizenden[1] programmeertalen ontstaan en zij kunnen op verschillende manieren gecategoriseerd worden. Een veel gebruikt onderscheid is dat van programmeerparadigma. Enkele belangrijke voorbeelden zijn de imperatieve, functionele en logische programmeerparadigma's, waarbij vermeld moet worden dat programmeertalen soms meerdere paradigma's combineren.
Er zijn verschillende manieren waarop een door een softwareontwikkelaar geschreven computerprogramma door een computer uitgevoerd kan worden. De code die de ontwikkelaar ziet en bewerkt, wordt de broncode van de programmatuur genoemd; die moet op de een of andere manier worden omgezet in de machinetaal van de computer in kwestie die door de processor kan worden uitgevoerd. Grosso modo zijn er de volgende mogelijkheden:
Geen omzetting: de programmeur voert machinecode direct in het geheugen van de computer in. Dit is zo onpraktisch en tijdrovend dat het niet of nauwelijks meer gebeurt.
Interpretatie: een interpreter leest stukje bij beetje tekst van de broncode in, interpreteert deze in termen van betekenisvolle instructies en voert die, gesteund door een runtimebibliotheek, direct uit. Een programma dat zo werkt, wordt meestal een script genoemd en de programmeertaal in kwestie een scripttaal.
Assemblage: een assembleertaal maakt het mogelijk om programma's te schrijven als reeksen instructies en gegevens die direct op machinetaal af te beelden zijn, maar waarin op een wat meer symbolische manier gewerkt kan worden, bijvoorbeeld doordat de machine-instructies namen hebben, geheugenadressen namen kunnen krijgen en macro's kunnen worden gebruikt; een assembler zet zulke code om naar bestanden met objectcode, die door een linker samen met de al vooraf aanwezige objectcode van softwarebibliotheken tot een uitvoerbaar programma worden samengesteld.
Compilatie: vertaling van de broncode naar een andere taal (de doeltaal) door een compiler. De doeltaal kan assembleertaal zijn; of een speciaal voor het vertaalproces ontworpen machine-onafhankelijke tussentaal (bytecode, ook wel P-code genoemd), die vervolgens gecompileerd of geïnterpreteerd moet worden; of een andere programmeertaal.
(bron: RWS-A, 1997: Informatieplan Water, 1987 / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Set samenhangende werkzaamheden met een specifiek einddoel.
In de hydrologie bijvoorbeeld een modelstudie. (bron: Dedication / Aquo). <br/>
<br/>
Ad-hoc groepering van voorkomens van entiteiten ten behoeve van een speciaal doel (project). (bron: DIV) <br/>
<br/>
* a. het bouwen van bouwwerken of de totstandbrenging van installaties of werken,
* b. andere activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen, inclusief activiteiten voor de winning van delfstoffen; (bron: Omgevingswet) <br/>
<br/>
* de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken, * andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten; (bron: Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (projectmer-richtlijn)) <br/>
<br/>
Een tijdelijke organisatie die is opgezet met als doel om een of meer producten te leveren volgens een afgesproken Business case. (bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
<br/>
Opzichzelfstaand proces (3.4.1) dat bestaat uit een geheel van gecoördineerde en beheerste activiteiten met start- en einddata, die worden ondernomen om een doelstelling (3.7.1) te halen gericht op het voldoen aan specifieke eisen (3.6.4), inclusief randvoorwaarden met betrekking tot tijd, kosten en middelen (bron: Informatiemodel Grip) <br/>
<br/>
Tijdelijke organisatie die is opgezet met als doel één of meer bedrijfsproducten op te leveren volgens een gespecificeerde Business Case (definitie Prince2). (bron: Handboek Portfoliomanagement Rijk) <br/>
<br/>
Werk dat in de omgeving van stakeholders plaatsvindt. (bron: RWS Intranet - LIOM 2.0 Uitleg over terminologie en gebruik) <br/>
<br/>
Opzichzelfstaand proces (3.4.1) dat bestaat uit een geheel van gecoördineerde en beheerste activiteiten met start- en einddata, die worden ondernomen om een doelstelling (3.7.1) te halen gericht op het voldoen aan specifieke eisen (3.6.4), inclusief randvoorwaarden met betrekking tot tijd, kosten en middelen (bron: Kwaliteitsmanagementsystemen - Grondbeginselen en verklarende woordenlijst) <br/>
(bron: ABDL)
Projectstartarchitectuur (PSA) is een stuurmiddel (in de vorm van een document) dat als toevoeging gebruikt kan worden binnen een ICT-projectmanagementmethodiek. Het is onderdeel van DYA (DYnamic Architecture), een architectuurmethode. Met de PSA wordt een concreet en doelgericht ICT-architectuurkader opgesteld, waarbinnen het project moet worden uitgevoerd. Dit voor de drie belangrijkste architectuuraspecten: business, informatie en techniek. De PSA geeft niet de letterlijke architectuur van de oplossing, maar schept vooraf de kaders waarbinnen de projectmatige totstandkoming ervan zich moet begeven. De bedoeling is dat door de toepassing van de PSA een project wordt versneld. De PSA kan gedurende het project transformeren tot een Product Architectuur document, dat uiteindelijk als oplevering vanuit het project naar de beheerorganisatie kan worden overgedragen. (Bron: ArchiXL) +
Ernest Rutherford ontdekte het in 1919, en gaf het ook de naam proton, afgeleid van het Griekse πρῶτον, eerste. De atoomkern (of nucleus) van het meest voorkomende type waterstofatoom (zie ook isotoop), H, is één enkel proton. In dat verband wordt deze waterstofisotoop ook wel protium genoemd. De nuclei van andere atomen bevatten zowel neutronen als protonen. Het aantal protonen van de kern bepaalt tot welk chemisch element het atoom behoort. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Positief geladen bouwstenen van een atoom die zich in de kern bevinden. (bron: www.lenntech.com / Aquo) +
Bron: CBS Begrippen.
De Nederlandse provincies vormen de bestuurslaag tussen de rijksoverheid en de Nederlandse gemeenten. Het Europese deel van Nederland is verdeeld in twaalf provincies die elk hun eigen volksvertegenwoordiging en bestuur hebben. Deze provincies zijn weer onderverdeeld in 355 gemeenten. De provincies hebben specifieke bevoegdheden en taken op een aantal onderwerpen, zoals ruimtelijke ordening, milieubescherming en cultuur. Daarnaast houden ze toezicht op de gemeenten en spelen ze op veel gebieden een coördinerende rol in samenwerking met gemeenten, andere instanties en particuliere organisaties. +
Bron: Begrippenlijst aanpak informatiebeveiliging en privacy in het onderwijs, © 2021 Kennisnet. +
Hydro objecten zijn lijnvormige elementen die samen een netwerk of hydrologisch model vormen.. Het is noodzakelijk om deze hydro objecten met elkaar te verbinden indien het ene vak water van het andere vak ontvangt.
De lengte van het pseudovak mag niet mee gerekend worden tot de totale lengte van de waterloop. +
(bron: Aquo) +
Bron: AOA Begrippen- en Definitielijst. +
De draden worden door het water gehaald. Door de elektrische stroom raken de vissen gedesoriënteerd en zijn zo makkelijk te verzamelen. (bron: Aquo) <br/> +
Het verdient de voorkeur het begrip precisie van… te gebruiken. +
Kan ook een bron van calamiteuse aard zijn, zoals een gat in een scheepsromp. Een lozingswerk (van kleine omvang). (bron: Landelijke watersysteemrapportage 1994, Commissie Integraal Waterbeheer CUWVO, werkgroep VII / Aquo / DIV) +
(bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) <br/>
Puntdeuren komen altijd voor per 2 aan elke zijde van de sluis. Ze zijn ontworpen om altijd aan dezelfde kant het hoogste waterniveau te hebben. De deuren zijn te vergelijken met 2 binnendeuren die tegenover elkaar opgesteld zijn en naar dezelfde kant opendraaien. Wanneer deze gesloten zijn staan de deuren onder een bepaalde hoek waardoor de druk van het water de deuren helpt dicht te duwen. De punt wijst dus naar de zijde met het hoogste niveau. Deze deuren komen het vaakst voor. Deze deuren zijn ook terug te vinden in een sluis met getijde. De sluisdeur aan de zeezijde wordt dan ontdubbeld. Wel zal het 2e paar deuren dan de punt in de andere richting hebben staan en wel op die manier dat de punten van elkaar wegwijzen. Zo kan men de juiste deuren gebruiken bij het juiste niveauverschil. Bij twijfel worden beide deuren gesloten. (bron: Wikipedia) +
Een puntenwolk wordt doorgaans ingewonnen met LiDAR (vanaf vliegtuig, helikopter, drone of mobiel systeem), fotogrammetrie (uit luchtfoto’s of dronebeelden) of handscanners (bijvoorbeeld voor kunstwerken, kades of technische ruimtes). <br/>
<br/>
De resolutie en nauwkeurigheid hangen af van de gebruikte techniek, vlieghoogte, sensorinstellingen en verwerkingsmethode. <br/>
<br/>
Puntenwolken vormen de basis voor producten zoals DTM/DSM, 3D‑modellen, volumeberekeningen, inspecties van waterkeringen, vegetatieanalyses en monitoring van kunstwerken. <br/>
<br/>
Voor waterschappen zijn puntenwolken belangrijk voor onder andere:
* het volgen van maaiveldveranderingen
* het controleren van watergangen en taluds
* het inspecteren van dijken en kunstwerken
* het maken van hydrologische en hydraulische modellen <br/>
(bron: waterschap Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Een puntenwolk is een eindige verzameling punten in twee of meer dimensies.
Met een puntenwolk wordt een set van discrete waarden in een bepaalde ruimte bedoeld. (bron: Wikipedia) +
Een locatie die gedefinieerd wordt door één x-, één y-coördinaat en zo nodig één z-coördinaat. (bron: Aquo / DIV) +
(bron: AOA Begrippen- en Definitielijst) +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
Een put kan een toegangsmogelijkheid tot een gas-, water- of rioolwaterleiding vormen. (bron: NCS / Aquo) <br/>
<br/>
Gegraven of geboorde kokervormige diepte waarin zich (vloei)stoffen bevinden.
(http://definities.geostandaarden.nl/concepten/imgeo/doc/begrip/Put) (bron: ABDL)<br/>
<br/>
Een verticale, in principe in de bodem geplaatste kokervormige constructie aan het begin, einde of als onderbreking van een kunstwerk. (bron: DIV) +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
* debietmeter
* grondslagpunt
* hydrant
* inspectieput
* meetgoot
* meetpunt
* peilbuis
* peilput
* peilschaal
* terugslagklep +
q
Er bestaan zes soorten, ook wel smaken genoemd, quarks: voor elke 'generatie' van elementaire deeltjes een paar. De drie paren worden aangeduid door de Engelse namen up en down; charm en strange; top en bottom (ook wel truth en beauty genoemd). (Nederlands: op, neer, tover, vreemd, top, bodem.) De up, charm en top-quark hebben een elektrische lading van +2/3 elementaire lading, de down, strange en bottom-quark hebben een elektrische lading van -1/3. Voor elke quark bestaat er als antideeltje een antiquark, met de tegengestelde lading. Quarks hebben spin ±½ en zijn dus fermionen. Het bestaan van quarks werd in 1964 voorspeld door de fysicus Murray Gell-Mann, waarvoor hij in 1969 de Nobelprijs ontving. Volgens een theoretisch model, voorgesteld door Jogesh Pati en Abdus Salam, zouden quarks opgebouwd zijn uit een nog kleiner deeltje: het preon. Hiervoor is echter nog geen experimenteel bewijs gevonden. (bron: Wikipedia) +
Het waterschap maakt op basis van de quick at gegevens een blockfile en controleert het product met behulp van eigen paspunten. Indien de ligging van de paspunten overeenkomen met de locaties zoals berekend met de geleverde quick at gegevens dan zal op basis van deze informatie de puntenwolken en afgeleide producten worden berekend. +
Dit betreft luchtfoto’s die worden ingewonnen; de hieruit geproduceerde orthofotomozaïeken krijgen een specifieke resolutie, afgestemd op een grid. Al kort na de inwinning wordt op tijdelijke basis een ‘quick’ variant aangeboden; dit beeldmateriaal voldoet nog niet aan alle gestelde eisen (o.a. ten aanzien van geometrie, radiometrie en de aansluiting op aangrenzende beelden), maar is al wel bruikbaar als kijkplaatje en ter oriëntatie. Het definitieve product wordt beschikbaar gesteld zodra het volledige productieproces is doorlopen en de kwaliteitscontrole positief is afgesloten. Dit product vervangt de ‘quick’ variant. (bron: PDOK) +
Het quotiënt van 12 en 4 is 3; het getal 12 heet hier het deeltal, 4 de deler. Het quotiënt van 1,2 en 0,4 is ook 3.
Bij geheeltallige deling van 30 en 7 is het quotiënt 4. Immers, 4 x 7 = 28 < 30, maar 5 x 7 = 35 > 30. +
r
Bij kustmetingen geldt de RSP lijn als basis. (bron: V.D.+ gewijzigd / Themagroep: Waterbeweging / Aquo) <br/>
<br/>
Denkbeeldige meetlijn veelal loodrecht op de richting van een kust, rivier, dijk of oever. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Een denkbeeldige lijn over water en/of land, uitgezet t.b.v. het verrichten van lodingen, metingen, monsternemingen e.d. en landmeetkundig vastgelegd. (bron: DIV) +
Als Noorden kan zowel het geografisch Noorden als kaart (grid) Noorden worden beschouwd. (bron: DONAR / Aquo) <br/>
<br/>
De ruimte, uitgedrukt in honderdste graden, die een rechte raai met de lijn door het nulpunt van de raai en het geografische noorden maakt. (bron: DIV) <br/>
<br/>
De hoek tussen het kaartnoorden en de richting van een rechte raai. (bron: DIV) +
Het punt waarin de raaklijn de kromme raakt, heet raakpunt (soms ook tangentpunt). De raaklijn is de benadering van de kromme in het raakpunt door een rechte lijn. De raaklijn kan de kromme eventueel nog snijden in een ander punt dan het raakpunt.
De raaklijn L in een punt P van de kromme kan gezien worden als de limietstand van de lijn door P en een ander punt Q van de kromme als het punt Q het raakpunt P nadert. Daaruit blijkt ook dat niet in elk punt van een willekeurige kromme een raaklijn bestaat. De kromme zal aan bepaalde eisen van differentieerbaarheid moeten voldoen. +
(bron: Wijk, J van der, Taal van het Water / Aquo) <br/>
<br/>
Een rabot is een waterbouwkundige constructie. Het is een keersluis met een afsluiting in de vorm van een enkele hefdeur of schofdeur.
Op een natuurlijke waterloop met relatief groot verval en dus snel veranderende diepgang werden eertijds een of meer rabotten gebouwd om panden te creëren met voldoende en constante diepgang voor de scheepvaart. Het waterniveau van de stroomopwaartse panden was systematisch hoger dan van de stroomafwaartse panden. In de 13de eeuw waren op het Ieperleet stroomafwaarts van de stad Ieper tot de IJzer vier rabotten (met overdrachten) gebouwd die samen een niveauverschil van vijf en een halve meter overbrugden.
Een kanaal tussen twee stroomgebieden of stroombekkens kruist uiteraard de waterkeringslijn tussen de twee bekkens. In een dergelijk kanaal werden eertijds rabotten gebouwd om panden te creëren met een geleidelijk hoger waterniveau in de richting van de waterscheidingslijn om zo de hoogte tussen de bekkens te overschrijden. (bron: Wikipedia) +
Deze objecten zijn bijvoorbeeld vliegtuigen, raketten, schepen of auto's. Maar ook (regen)wolken. Ook zijn er zogenoemde ground-penetrating radars (ook wel: bodemradars) die vanaf de oppervlakte of vanuit de lucht, meestal vanuit een vliegtuig, objecten in de grond op enige diepte kunnen lokaliseren. De doelen worden met behulp van een beeldscherm zichtbaar gemaakt.
National Weather Forecast Service Office, NOAA, Glossary of Select Meteorological, Climatological and Hydrological Terms. URL: http://www.crh.noaa.gov/dvn/ScienceandEducation/glossary.htm. +
Toepassing binnen het waterschap: <br/>
Gebruik: Radiaalpompen worden ingezet in gemalen, rioolwaterzuiveringsinstallaties en andere waterbeheersystemen waar een constante drukopbouw vereist is. <br/>
<br/>
Geschikt voor: Het verpompen van relatief schone vloeistoffen, zoals oppervlaktewater of effluent, onder hogere druk en bij lagere debieten. <br/>
<br/>
Voordelen: Robuust ontwerp, geschikt voor continu bedrijf, goed regelbaar. <br/>
<br/>
Technische kenmerken:
Stromingsrichting: Radiaal ten opzichte van de as <br/>
<br/>
Constructie: Vaak voorzien van een gesloten waaier en spiraalvormig pomphuis <>br/>
<br/>
Capaciteit: Minder geschikt voor grote hoeveelheden water met vaste stoffen <br/>
(bron: waterschap Hunze en Aa's) +
(bron: Aquo / DIV) +
Het vervalproces is onvoorspelbaar: Men kan niet voorspellen wanneer een atoom uit elkaar zal vallen. Voor een grote groep atomen kan men echter wel vaststellen dat de groep atomen op een constant ritme vervallen. De snelheid waarmee de atomen vervallen is constant en wordt uitgedrukt als de halfwaardetijd: de tijd waarin de helft van de atomen van een bepaalde stof vervallen. Halfwaardetijden kunnen variëren van een fractie van een seconde tot enkele miljarden jaren. Als een radioactief atoom uit elkaar valt wordt een of meer nieuwe atomen gevormd. Deze nieuwe atomen kunnen zelf ook weer radioactief zijn. Sommige vervalprocessen zijn echte ketens waarbij de radioactieve atomen elkaar opvolgen, zoals het verval van Uranium-238 en Thorium-234. Radioactief verval wordt uitgedrukt in het aantal atomen dat per seconde vervalt of desintegreert. De bijbehorende eenheid is Bq (Bequerel). (bron: W-1111-0020 / Aquo) <br/>
<br/>
Radioactiviteit komt van materie die spontaan ioniserende straling uitzendt.
Het kan gaan om spontane splijting (desintegreren) van kernen van radionucliden. Anders dan bij chemische processen is dit sterk afhankelijk van de isotoop. Radioactief verval is een natuurkundig fenomeen. Na de desintegratie verandert de atoomkern van samenstelling; hij bevat meer of minder protonen en/of neutronen. Zo ontstaan er andere nucliden en daarmee soms een andere isotoop van hetzelfde chemisch element, maar meestal een ander element.
Het kan ook gaan om zuiver bètaverval of gammaverval, of elektronenvangst. De overgang hangt af van de energietoestand van de nucliden.
In sommige situaties is het ontstane atoom, ook wel de dochternuclide genoemd, zelf ook weer instabiel. Het proces gaat door totdat er een stabiele atoomkern is ontstaan. Men spreekt dan van een vervalketen. (bron: Wikipedia) +
Radiometrische resolutie is een maatstaf voor hoe gevoelig elektromagnetische straling van het sensorsysteem is voor de intensiteit van het weerkaatste. +
(bron: AQUABEL 1996 / RAPPORT GEGEVENSWOORDENBOEK, Werkgroep gegevenswoordenboek AQUABEL, juni 1996, pag. 8 (gewijzigd). / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een ramp of catastrofe is een gebeurtenis waarbij een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad, en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Bij een ramp zijn veel mensen en instanties betrokken. Dat kan zijn in de rol van slachtoffer, gedupeerde, hulpverlener, bestuurder, nabestaande of anderszins. In sommige gevallen wordt er ook gesproken van een crisis. Daarnaast kan er sprake zijn van:
* omvangrijke schade
* een groot getroffen gebied
* grote maatschappelijke impact. <br/>
Wanneer een (mogelijke) ramp het voortbestaan zelf van de mensheid en/of de planeet bedreigt, spreekt men van een existentieel risico. (bron: Wikipedia) +
De afsluiting van het rampgebied is voltooid. (bron: Aquo) +
(bron: Aquo / DIV) +
(bron: Adventus / Aquo) +
Er kunnen drie soorten randvoorwaarden worden onderscheiden: Dirichlet-, Neumann- en Robin (of Cauchy)-randvoorwaarde. (bron: Aquo) +
[NEN 3300:1996], [IRIS-RIOKEN:2012] (bron: GFO/RIO / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een voorziening bestemd om de lozing van het vuil uit het rioolstelsel op het oppervlaktewater te verminderen. <br/>
<br/>
Doel: Verminderen vuilbelasting van oppervlaktewater. (Bron: GWSW) +
(bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
<br/>
Volgens opdracht of op verzoek uitgebracht verslag. (bron: NEN 2084) <br/>
<br/>
Volgens opdracht of op verzoek uitgebracht verslag. (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) <br/>
(bron: ABDL) +
De rapportagegrens is minimaal de aantoonbaarheidsgrens en soms vastgelegd in een accreditatieschema zoals bijvoorbeeld AS3000. (Bron: naar NEN 7777+C1:2012 / Aquo) +
Bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie (NL). +
Waterschap Hunze en Aa's kent 3 verschillende soorten rayons.
* maaionderhoud (gewoon onderhoud en bijzonder onderhoud van watergangen en waterkeringen)
* peilbeheer
* installaties +
De rechte basislijn wordt gebruikt in het internationaal recht. Dit betekent dat al het water aan de landzijde van de basislijn als binnenwater wordt gezien. Hieronder vallen niet alleen de rivieren, kanalen en meren die voor binnenvaartschepen bevaarbaar zijn, maar ook alle maritieme wateren achter de basislijn: baaien, mondingen van rivieren en zeehavens. +
Wat valt onder de rechteroever: <br/>
* Het rechter talud vanaf de waterlijn tot aan de kruin of insteek.
* De rechter insteek (kruinlijn) zoals geometrisch vastgelegd in de legger.
* De onderhouds- of beschermingszone die aan de rechteroever grenst, indien deze in de keur of legger is aangewezen als onderdeel van het waterstaatswerk of als zone met beperkingen.
* Eventuele constructies of voorzieningen die binnen deze zone liggen en als onderdeel van het waterstaatswerk zijn aangewezen. <br/>
<br/>
Wat valt niet onder de rechteroever: <br/>
* De waterbodem en het natte profiel van het oppervlaktewaterlichaam.
* De linker oever en bijbehorende zones.
* Gronden buiten de aangewezen onderhouds- of beschermingszone die niet als waterstaatswerk of beschermingszone zijn aangewezen.
* Privaat eigendom dat buiten de begrenzing van het waterstaatswerk valt, tenzij in de waterschapsverordening anders bepaald. <br/>
(bron: Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Of een oever rechter- of linkeroever genoemd moet worden, is te bepalen door stroomafwaarts (= in de richting van de monding, benedenstrooms) van het oppervlaktewaterlichaam te kijken. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
De oever die zich aan de rechterkant van de waterloop bevindt, wanneer men stroomafwaarts kijkt. (bron: DIV) +
(bron: RWS-A, 1997 RWS-R, 1996: Boog, T. H. M. van der, Gegevenswoordenboek Bestuurlijk-Juridische Zaken Klaswat en Wvo, EDS, nr. A2403-R-3, 15 mei 1996, pag. 55. / Aquo) <br/>
<br/>
De mogelijkheid tot indienen van bedenkingen tijdens de vergunningsprocedure of met betrekking tot bij een bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ingediend beroep tegen een besluit tot het verlenen of (ambtshalve) wijzigen of intrekken van een vergunning.De mogelijkheid tot indienen van een zienswijze of bezwaar inzake de uit te oefenen of uitgeoefende handhavingsactiviteiten of met betrekking tot een bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State ingediend beroep tegen een handhavingsbesluit. De mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze of bedenkingen tegen een ontwerp-besluit c.q. aanvraag voor een besluit.De mogelijkheid tot het indienen van een bezwaarschrift tegen een besluit bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.De mogelijkheid tot het instellen van beroep tegen een besluit bij de rechtbank.De mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.De mogelijkheid tot het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit bij de president van de rechtbank.De mogelijkheid tot het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een uitspraak van de rechtbank bij de voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. (bron: DIV) +
(bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie (NL)) +
Zowel in de wet als in de juridische praktijk wordt onder het begrip rechtspersoon de natuurlijke personen uitgesloten. Zie Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Dit wetboek beschrijft een gelimiteerd aantal rechtspersonen. (bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een rechtspersoon is een juridische constructie waardoor een abstracte entiteit of organisatie op kan treden als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer behept met rechten en plichten zoals een natuurlijk persoon dat kan doen, dat wil zeggen, ook een rechtssubject wordt. Dat wil zeggen, een rechtspersoon kan bezittingen en schulden hebben, contracten sluiten, rechtszaken aanspannen of aangeklaagd worden. Een rechtspersoon heeft dus, net als een natuurlijk persoon, rechtspersoonlijkheid. (bron: Wikipedia) +
bron: Comptabiliteitswet 2016. +
Een niet-natuurlijk persoon (bedrijf) kan een relatie hebben naar een natuurlijk persoon via rol subject (contact persoon). Rollen adres zijn woon-, werk- of postadres
Een rechtssubject of persoon (in juridische zin) is een drager van subjectieve rechten en plichten. Deze bezit met andere woorden rechtspersoonlijkheid of juridische persoonlijkheid.
In de meeste hedendaagse rechtsstelsels worden twee soorten rechtssubjecten erkend: natuurlijke personen (mensen) en rechtspersonen. De woorden 'rechtspersoonlijkheid' en 'rechtspersoon' moeten niet door elkaar worden gehaald: het eerste woord heeft betrekking op alle rechtssubjecten (personen), het tweede woord alleen op de rechtssubjecten die geen natuurlijke persoon zijn.
Hoewel het woord iemand in het Nederlands normaal gesproken alleen op mensen slaat, wordt het in de Nederlandse wetgeving af en toe ook in deze ruime betekenis gebruikt, dus voor alle personen met inbegrip van rechtspersonen. Voorbeelden zijn de bepaling over de woonplaats van onder bewind gestelde personen (artikel 12 lid 2 van Boek 1 BW, het deel dat verder vooral over personen- en familierecht gaat) en de bepaling over goede trouw in het vermogensrecht (artikel 11 van Boek 3 BW).
Rechtspersonen worden nader verdeeld in privaatrechtelijke rechtspersonen (bijvoorbeeld de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en de vereniging) en publiekrechtelijke rechtspersonen (bijvoorbeeld de Staat, provincies, gemeenten en waterschappen) naargelang hun doel, dat ofwel privaat of publiek is. Private rechtspersonen dienen ter behartiging van private belangen (zoals bv. winstbejag), terwijl publiekrechtelijke rechtspersonen het algemeen belang dienen.
Een gezin of familie is geen rechtssubject, maar bestaat uit twee of meer natuurlijke personen die ieder afzonderlijk rechtssubject zijn. Vormen twee echtgenoten of geregistreerde partners een vennootschap onder firma (vof), dan is deze ook een rechtssubject. Naar de huidige Nederlandse wetgeving is een vennootschap onder firma echter geen rechtspersoon. In rechtszaken wordt zij echter wel geaccepteerd als ware zij een rechtspersoon doordat de vof een afgescheiden vermogen heeft dat anders niet vatbaar zou zijn voor verhaal. De vof is dan dus de procespartij, eventueel kunnen daarnaast ook de vennoten procespartij zijn.
In de jaren 1970 vond in het Amerikaans milieurecht het principe ingang dat ecologische elementen zoals bomen of rivieren een subjectief recht konden doen gelden. Sedert begin 21e eeuw is het principe in sommige landen wet geworden.
De rechtsverhoudingvakken kunnen overspringend zijn ten opzichte van vakken die toehoren aan een andere benadering van het water voor bijvoorbeeld wateraanvoer, waterafvoer of onderhoud. (Bron: GWN / Aquo / DIV) +
Bron: CHEOBS +
(bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Begrippen die door een waterschapsmedewerker worden opgevoerd of aangepast in de kennisbank krijgen de status ter redactie. De verantwoordelijke redacteur toets het begrip aan de standaarden en zal indien akkoord, het begrip op publiceren zetten. (bron: HEA) +
Een redenering is meestal deductief (het toepassen van een algemene regel op een specifieke situatie) of inductief (het afleiden van een algemene regel uit een aantal specifieke situaties). Twee andere vormen van redeneren zijn abductief redeneren (het zoeken van een zo goed mogelijke verklaring voor een aantal feiten) en analoog redeneren (van de ene specifieke situatie naar de andere specifieke situatie gaan en daar een waarschijnlijke conclusie uit trekken).
Een redenering is correct als het aan de voorwaarden geldigheid en gezondheid voldoet, anders is het een drogreden.
De vorm van een klassieke deductieve redenering is het syllogisme.
Er zijn verschillende types redeneringen:
* analogieredenering: er worden daarbij specifieke gevallen met elkaar vergeleken.
* generalisering: uit een voorbeeld wordt een algemene uitspraak afgeleid
* causaliteitsredenering: uit een oorzaak wordt een gevolg afgeleid of andersom
* autoriteitsredenering: iets is het geval omdat een autoriteit dat vindt
* eigenschap-oordeel-redenering: een oordeel wordt gerechtvaardigd doordat iets bepaalde kenmerken heeft. Het standpunt is daarbij een oordeel.
* doel-middel-redenering: een middel wordt als gewenst gebracht, omdat het tot een gewenst doel leidt (beter gekend in de uitdrukking "het doel heiligt de middelen") <br/>
<br/>
Denkproces dat resulteert in een afleiding. (bron: ABDL) +
Bij een redoxreactie zijn een reductor (elektrondonor) en een oxidator (elektronacceptor) betrokken. Dit kunnen allerlei soorten deeltjes zijn, zowel ionen als moleculen. Er kunnen twee halfreacties opgesteld worden, namelijk het afstaan van elektronen door de reductor (oxidatie) en het opnemen van elektronen door de oxidator (reductie). Zolang de reductor en oxidator geleidend verbonden zijn, en er een elektrolyt beschikbaar is voor het ionentransport, kan de reactie plaatsvinden. De oxidator en reductor hoeven dus niet in direct contact met elkaar te staan.
Een reductor kan reageren met alle oxidatoren die sterker zijn dan zijn geconjugeerde oxidator. Andersom kan een oxidator reageren met alle reductoren die sterker zijn dan zijn geconjugeerde reductor.
Een redoxreactie wordt als aflopend beschouwd, als de elektrodepotentiaal van de oxidator 0,3 volt of meer hoger is dan die van de reductor. Als het verschil tussen de 0,3 en −0,3 volt is, stelt zich een evenwicht in en als de elektrodepotentiaal van de oxidator 0,3 of meer volt lager is dan die van de reductor, stelt men dat de reactie niet verloopt. +
De relatie tussen de mate waarin de klep dicht is en het resulterende drukverlies is in de regel beschikbaar via de fabrikant. (Aquo). <br/>
<br/>
Een reduceerklep is een apparaat om de druk van een gas of vloeistof te reduceren (verlagen).
De ingang van de reduceerklep staat in verbinding met de hogedrukzijde van het systeem; de uitlaat van de reduceerklep, dus de secundaire kant, staat in verbinding met het te regelen deel van het systeem.
Een veer die is ingesteld overeenkomstig de gewenste druk aan de secundaire zijde tracht een klep tussen primaire en secundaire zijde geopend houden. De druk van de secundaire zijde werkt echter tegen deze veer en wil de klep juist weer sluiten. Dit betekent dat zolang de secundaire zijde van het systeem de gewenste druk nog niet heeft bereikt, de reduceerklep open is en zodra deze druk bereikt wordt, de klep gesloten wordt.
n de hydrauliek worden reduceerkleppen niet echt veel gebruikt, omdat ze natuurlijk vermogen vernietigen. In de pneumatiek daarentegen worden ze vaker gebruikt en altijd bij vloeibare gassen, zoals acetyleen en uiteraard ook bij lpg, propaan en butaan. +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Reductie- en oxidatiereacties vormen een belangrijke groep reacties, nl. die waarbij de valentie van een aantal atomen of ionen verandert; reductie van de ene stof houdt onvermijdelijk de oxidatie van een andere in, zodat men niet meer spreekt van een aparte reductiereacties en oxidatiereacties, maar van redoxreacties. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Reductie is het scheikundige proces waarbij een stof (de oxidator) elektronen opneemt van een andere stof (de reductor). De oxidator wordt gereduceerd tot een reductor. Reductie vindt nooit op zichzelf plaats; de elektronen moeten immers ergens vandaan komen. Reductie is dus altijd slechts de helft van het gehele proces, de andere helft is de oxidatie. Waar een deeltje elektronen opneemt (reductie), staat er dus ook een deeltje elektronen af (oxidatie). Het is dus een redoxreactie.
Een stof die in staat is een andere stof te reduceren, is een reductor. De stof die gereduceerd wordt, neemt de elektronen op en is dus de oxidator. De oxidator wordt gereduceerd, de reductor wordt geoxideerd. Omdat na het opnemen van elektronen deze ook weer afgestaan kunnen worden, ontstaat tijdens de reductie uit de oxidator een reductor.
De term reductie is eerst gebruikt om de bereiding van metalen te beschrijven. Door de massa van het erts te reduceren (oftewel verminderen), werd het metaal verkregen. Na ontwikkeling van de ionentheorie was het ook mogelijk reductie te beschrijven als het verminderen van de lading van de metaalionen. Uiteindelijk heeft reductie een bredere betekenis gekregen: het opnemen van elektronen. (bron: Wikipedia) +
Voorbeelden:
* de aanvulling op een sollicitatiebrief: referentie (sollicitatie)
* de verwijzing naar een voetnoot of naar een bronvermelding in de lopende tekst
* de bronvermelding zelf in wetenschappelijke publicaties
* een meting, een ijkpunt of andere informatie waarnaar verwezen kan worden, zie ook referentiekader. +
Beschrijving hoe het betreffende “watertype” er ecologisch uit zouden zien als er geen of slechts geringe menselijke invloed zou zijn geweest. De doelstellingen voor natuurlijke, maar ook sterk veranderde en kunstmatige wateren worden uiteindelijk van deze referentie afgeleid. De referenties gaan gedetailleerd in op de natuurlijke abiotische omstandigheden en de bijbehorende verschillende soorten algen, planten, waterdiertjes en vissen, omdat deze soortengroepen veel informatie geven over de biologische gezondheid van het water als systeem. Bijvoorbeeld referentie van het watertype R7 voor rivieren, watertype M30 voor meren etc. (bron: begrippenlijst KRW natuurmonumenten / Aquo) +
Een referentie-architectuur kan op allerlei niveaus worden gedefinieerd; voor een specifiek onderwerp, een specifieke organisatie of een verzameling van organisaties zoals een keten of sector. +
De referentie-ellipsoïde is een van de onderdelen van een geodetisch coördinatensysteem. Door de tijd heen zijn er op basis van nieuwe inzichten verschillende referentie-ellipsoïden gedefinieerd.
De Duitser Bessel publiceerde in 1841 op basis van een groot aantal waarnemingen de ellipsoïde van Bessel. Een nieuwe benadering, de ellipsoïde van Hayford werd in 1910 geïntroduceerd en is de basis voor de Lambert72-projectie voor de Belgische topografische kaarten. Het nauwkeurigste wereldwijde systeem ITRS en het Europese ETRS89 gebruiken de GRS80-ellipsoïde met een halve lange as van 6 378 137 m. De ellipsoïde die gebruikt wordt door het voor gps gedefinieerde WGS84 is op een klein afrondingsverschil voor de afplatting na hier gelijk aan. +
(bron: WSV, 1996 / Aquo / DIV)<br/><br/>
Voorbeeld : een gegeorefereerde kaart van de Ruiten Aa uit 1960 gebruiken om de gekanaliseerde beek in oude glorie te herstellen. +
In de natuurkunde wordt - om waarnemingen te beschrijven - vaak een coördinatenstelsel gebruikt om een plaats te beschrijven, en daarnaast is er een tijdcoördinaat. Beide worden ook gecombineerd tot een coördinatenstelsel voor de ruimtetijd.
In literaire analyse duidt het op het plaatsen van een tekst in een bepaald referentiekader om hem beter te kunnen begrijpen. Termen als schema, frame, scenario en context verwijzen naar dit streven. Zo kan men een tekst interpreteren vanuit het leven van de auteur (biografische context), vanuit een bepaalde maatschappijvisie (zoals het marxisme) of vanuit een visie op de mens (zoals humanisme of psychoanalyse).
Bij historische analyses spelen de volgende items een rol:
* Tijd: Specifieke datum of periode van de geschiedenis (gaande van prehistorie tot eigen tijd) of een overkoepelend domein (ancien régime, moderne tijd, e.d.)
* Ruimte: De plaats waar de feiten zich afspeelden
* Socialiteit (ook domein): het levensaspect dat de historische informatie bevat. Socio-economisch, politiek of cultureel. Kan betreffende ook worden opgesplitst in deeldomeinen. Zo wordt politiek onderverdeeld in politiek-territoriaal en politiek-bestuurlijk. De verschillende deeldomeinen van cultuur zijn religie, kunst, wetenschap/techniek en leefgewoonten.
* Probleemstelling: Indeling van de historische informatie, bespreekt meestal de logische structuur van oorzaak, conflict, oplossing, gevolg. <br/>
(bron: Wikipedia) +
De referentielijst bevat representaties van objecten, die in het informatiemodel niet als een objecttype onderwerp van gesprek zijn. De referentielijst wordt gebruikt als type van een attribuut van een object. Het objecttype LAND is als voorbeeld opgenomen in een referentielijst en niet als objecttype. Maar we willen wel de structuur en betekenis van LAND vastleggen, zodat we er naar kunnen refereren. Een object dat is opgenomen in een referentielijst heeft daarom veelal meerdere attributen, zoals de naam, de ontstaansdatum, een omschrijving en de ISO code, die zijn opgenomen in de referentie lijst. Alle attributen van gerefereerde objecten uit de referentielijst gelden in de context van het informatiemodel, mits opgenomen in de «Referentielijst». In de registratie wordt vaak alleen de referentie ernaartoe opgenomen, omdat het niet de bedoeling is om alle gegevens over te nemen. De gegevens staan immers al in de referentielijst en er is bewust gekozen om een referentielijst te modelleren. Het attribuut van een objecttype dat als type een referentielijst heeft bevat in de registratie daarom (vaak) alleen een referentie naar een object uit de lijst. <br/>
<br/>
Een lijst met een opsomming van de mogelijke domeinwaarden van een attribuutsoort, die buiten het model in een externe waardenlijst worden beheerd. De domeinwaarden in de lijst kunnen in de loop van de tijd aangepast, uitgebreid, of verwijderd worden, zonder dat het informatiemodel aangepast wordt (in tegenstelling tot bij een enumeratie). +
De dataset Agrarisch Areaal Nederland (AAN) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is vernieuwd. De dataset is vanaf nu te vinden onder de nieuwe naam Referentiepercelen. Inhoudelijk zijn er ook enkele wijzigingen. Zo zijn er nu naast landbouwpercelen ook watervlakken beschikbaar in de dataset, en is de styling aangepast zodat de verschillende types percelen visueel te onderscheiden zijn in de WMS.
<br/>
* WMS: https://service.pdok.nl/rvo/referentiepercelen/wms/v1_0?request=GetCapabilities&service=WMS
* WFS: https://service.pdok.nl/rvo/referentiepercelen/wfs/v1_0?request=GetCapabilities&service=WFS
* ATOM: https://service.pdok.nl/rvo/referentiepercelen/atom/index.xml +
Voorbeeld van gebruik: punt op de kaart van oud stelsel, dijkpalen, raaipalen. (Bron: Aquo) <br/>
<br/>
Een referentiepunt dat fysiek aanwezig is ligt in de buurt van de referentielijn. Een niet fysiek aanwezig referentiepunt ligt op de referentielijn. De referentielijn is de lijnvormige representatie van de waterkering. (Bron: DAMO) <br/>
<br/>
Voor de dimensionering van het gemaal dient er een referentiepunt te zijn. Ten opzichte van dit punt kunnen alle maten gemeten en vervolgens ingegeven worden in de besturing. (bron: Hunze en Aa's) +
Als referentie dient een GNSS-ontvanger op een exact bekende coördinaat. Hiermee kunnen de afwijkingen in de metingen naar de satellieten worden bepaald. Deze informatie kan in de vorm van correctiedata naar de Rover (mobiele GNSS-ontvanger) worden gestuurd. Op deze manier kan de rover met behulp van de correctiedata een veel nauwkeurigere positiebepaling uitvoeren. De positieverbetering wordt met een toenemende afstand tussen referentie en rover wel zwakker, doordat de afwijkingen bij GPS afstandsafhankelijk zijn. Combineert men meerdere referentiestaions in 1 netwerk dan ondervindt men daar geen invloed van. Bij differentiële GNSS (DGNSS) worden de codemetingen gecorrigeerd, wat tot een nauwkeurigheid leidt van 20 tot 50 cm, afhankelijk van vrij zicht naar hemel en multipad effecten. Bij de Real Time Kinematic (RTK) methode worden de veel preciezere fasemetingen op de draaggolf van het GNSS-signaal gecorrigeerd. Met RTK wordt een nauwkeurigheid van 1-2 cm gehaald. RTK systemen vereisen geavanceerde algoritmes en snelle rekenkracht, verwerking van zowel code- als fasemetingen en ontvangst van tenminste twee frequenties. De beschikbaarheid van een RTK oplossing hangt sterk af van het aantal zichtbare satellieten. Moderne RTK-systemen ondersteunen daarom naast GPS ook GLONASS en in de toekomst GALILEO en COMPASS. +
Een referentiestelsel definieert een lokaal ruimtelijk referentiesysteem op basis van de referentielijn (representatie van de waterkering). Hiervoor wordt de referentie van een locatie uitgedrukt als afstand over de referentielijn ten opzichte van een nulpunt. Voorbeelden van referentiestelsels zijn dijkpalen, hectometrering en kilometrering. +
Voorbeeld van gebruik: een rivierdijk met een hectometrering van voor de dijkverzwaring en de huidige hectometrering. <br/>
(Bron: RfC Intwis waterkeringen / AQUO) +
Bij een vergelijkingsvlak: horizontaal vlak ten opzichte waarvan in het beschouwde geval alle hoogteliggingen zijn of worden uitgedrukt. (bron: Aquo / DIV / Droogte) <br/>
<br/>
Een vergelijkingsvlak is een horizontaal vlak ten opzichte waarvan in het beschouwde geval alle hoogteliggingen zijn of worden uitgedrukt. (bron: DIV) +
Een specifieke plant, een specifiek dier of een specifiek gebied heeft een referentiewaarde wanneer zij typerend zijn voor bepaalde omstandigheden of wanneer zij voorwaarden stellen voor hun ontwikkeling. Hierdoor is het mogelijk om te zien of bijvoorbeeld beheersmaatregelen het beoogde effect hebben. (bron: Themagroep: Waterkwaliteit / Aquo / DIV) +
Referentiële integriteit gaat over of verwijzingen tussen data kloppen. Dergelijke verwijzingen zitten in database definities typisch in foreign key constraints. De waarde van een attribuut dat een dergelijke constraint kent moet dan verwijzen naar de primaire sleutel van een ander informatieobject. Dit kan dicht aanliggen tegen domeinconsistentie, als de data waarnaar wordt gerefereerd referentiedata zijn (waar domeinwaarden bij horen). We beperken referentiële integriteit in deze context daarom tot die verwijzingen die een sleutel bevatten (foreign key constraint). Dat in tegenstelling tot verwijzigingen waarbij de waarde van de verwijzing zelf betekenisvol is. Merk op dat onderdeel van deze indicator alleen is of er een verwijzing is naar een bestaand informatieobject, en niet of de verwijzing zelf correct is. Zo kan er naar een verkeerd informatieobject worden verwijzen, terwijl de dataset toch referentieel integer is. De correctheid van de waarde is onderdeel van de indicator thematische nauwkeurigheid. (bron: ArchiXL) +
(Bron: CHO (442) / Aquo) <br/>
<br/>
Afbuigen van golven (bron: DIV) <br/>
<br/>
Refractie is het veranderen van richting van golven. Dit treedt ook op bij watergolven. De loopsnelheid van een golf hangt af van de waterdiepte, dus in ondieper water gaat een golf langzamer lopen. Als golven scheef op de kust aankomen zal het deel van de golfkam dat dichter bij de kust is dus langzamer lopen dan het deel dat wat verder is. Hierdoor zal een golf bijdraaien, en meer loodrecht op de kust invallen. (bron: Wikipedia) +
(bron: Woordenwijzer Ecologie. / Aquo / DIV) ,br/>
<br/>
Een refugium (Latijn), meervoud refugia, betekent letterlijk toevluchtsoord voor een individu, dier of plant.
Tijdens de ijstijden hebben Zuid- en Zuidoost Europa voor veel planten en dieren gefungeerd als refugium. Zo heeft de zomereik zich sinds de laatste ijstijd weer vanuit Zuid-Spanje, Zuid-Italië en het zuiden van de Balkan naar het noorden over Europa verspreid. Zeer belangrijke ijstijdrefugia zijn de gebieden in de omgeving van de Kaspische en de Zwarte Zee. Overigens is voor de meeste planten en dieren uit de gematigde streken van Europa onduidelijk waar tijdens de ijstijden hun refugium (of refugia) gelegen heeft. Voor de meeste organismen is het aantal beschikbare gegevens onvoldoende om dat te kunnen achterhalen. Dit kan in principe alleen worden nagegaan van planten en dieren waarvan fossielen kunnen ontstaan. +
Bij regelbare drainage wordt overtollig, ondiep grondwater niet meteen afgevoerd, maar langer vastgehouden in de bodem. Door de ontwateringsbasis in hoogte te variëren kan de intensiteit van de drainage worden ingesteld. <br/>
<br/>
Regelbare drainage is daarmee een instrument om meer adequaat in te spelen op specifieke (te verwachten) weersomstandigheden om zo de voordelen van drainage te maximaliseren en de (eventuele) nadelige effecten ervan te minimaliseren. Het regelbaar maken van drainage is ook een veelbelovende maatregel om landbouw en andere nabijgelegen gebiedsopgaven met elkaar te verenigen. <br/>
<br/>
Er zijn twee vormen van regelbare drainage. In de meest eenvoudige vorm wordt het waterpeil van de sloot waarin de drains uitmonden door een stuw ingesteld. In de meer geavanceerde vorm zijn de drainbuizen ondergronds aangesloten op een verzamelbuis die uitmondt in een ‘regelput’. In deze put wordt het peil of de ontwateringsbasis ingesteld. We spreken dan van ‘samengestelde regelbare drainage’. Omdat het sturen van het peil - de ontwateringsbasis - de kern vormt, wordt regelbare drainage ook vaak ‘peilgestuurde drainage’ genoemd. In deze Deltafact hanteren wij uitsluitend de term regelbare drainage. Dit is gedaan om de nadruk te leggen op de essentie van deze vorm van drainage, die buiten Nederland wordt aangeduid als ‘Controlled Drainage’. (bron: STOWA) +
Zelfregelende klep. <br/>
Zelfregelende kleppen worden versteld door een mechanisme met een veer en een membraan en worden vooral gebruikt om de druk van een gas of vloeistof te reduceren. Er is in dit geval geen hulpenergie noodzakelijk. Het te regelen medium zelf wordt hiervoor gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn drukregelaars en door middel van vlotters bediende kleppen. <br/>
<br/>
Indien de klep op afstand wordt bestuurd dan kan de aandrijving die de klep bedient bestaan uit een elektrische servomotor, of via een hydraulisch of pneumatisch principe werken. De elektrische servomotor wordt veelal door een besturingssignaal (spanning, stroom) vanuit een regelaar of ander regelsysteem aangestuurd en is meestal tevens voorzien van een mogelijkheid voor handbediening. Veel voorkomende elektrische stuursignalen zijn 0-10 Vdc, 2-10 Vdc, 0-20 mA of 4-20 mA. Pneumatische sturingen zijn meestal 0,2-1 bar. <br/>
<br/>
Afstandbestuurde klep <br/>
Ook eenvoudige open-of-dichtsturing of driepuntssturing (met neutrale zone) kunnen bij vele servomotoren voor corrigerende regelorganen worden toegepast. Dit type servomotoren voor regelafsluiters heeft meestal een eigen voeding (24 Vac of 230 Vac), kunnen voorzien zijn van een veerretoursysteem of een accupakket om de regelafsluiter naar een veilige stand te sturen bij onvoorziene gebeurtenissen, of terugkoppeling in de vorm van eindschakelaars of een codeschijf om te controleren of de klep inderdaad de ingestelde stand heeft bereikt. +
(Bron: HyDAMO) +
Ofwel groter dan motregen. (bron: National Weather Forecast Service Office, NOAA, Glossary of Select Meteorological, Climatological and Hydrological Terms. URL: http://www.crh.noaa.gov/dvn/ScienceandEducation/glossary.htm. / Aquo) <br/>
<br/>
Regen is, net als sneeuw (ijskristallen) en hagel (kleine, gelaagde ijsklompen), een vorm van neerslag alias hemelwater.
De twee wolkensoorten die regen kunnen geven zijn nimbostratus en cumulonimbus. De cumulonimbus kan zorgen voor extreme regenbuien zoals popcornbuien en wolkbreuken. (bron: Wikipedia) +
Een regenmeter, ook wel pluviometer genoemd, is een type instrument dat door meteorologen en hydrologen wordt gebruikt om de hoeveelheid gevallen neerslag gedurende een bepaalde tijdsperiode op te vangen en op te meten.
De hoeveelheid neerslag wordt in millimeters aangegeven. Eén millimeter komt overeen met 1 liter water per vierkante meter.
De eenvoudigste is een meestal glazen of doorzichtige kunststoffen maatbeker. De doorsnede van de opening aan de bovenzijde moet representatief zijn voor het aantallen gevallen millimeters neerslag. In een professionele opstelling behoort de regenmeter vrij opgesteld te worden, dat wil zeggen niet onder of nabij hogere obstakels zoals gebouwen en bomen en met de bovenrand van de trechter op ca. 40 cm boven een vlakke grond. Ook wordt een Engelse opstelling gebruikt. Hierbij wordt de regenmeter in een opgehoogde kuil van 3 meter doorsnede geplaatst waarin een bodem van kiezelstenen ligt. De regenmeter steekt hier niet boven de rand van de kuil uit zodat de wind weinig invloed op de vallende neerslag heeft en de metingen nauwkeuriger zijn. De hoeveelheid neerslag moet minstens eenmaal per dag gemeten worden om het verdampen zo veel mogelijk tegen te gaan.
Wanneer de neerslag anders dan regen is, bijvoorbeeld ijzel of sneeuw, wordt met behulp van een ingebouwd verwarmingselement de neerslag gesmolten. Wanneer er sneeuw is gevallen, kan de sneeuwhoogte naast het opmeten ook ongeveer bepaald worden uit het aantal millimeters smeltwater. Eén cm sneeuw is namelijk ongeveer gelijk aan één millimeter smeltwater. +
Bekende voorbeelden zijn: de Gobiwoestijn, Death Valley, de Atacamawoestijn en de Tatacoa-woestijn met een dubbele regenschaduw. Ook in West-Europa komt het verschijnsel voor, al is het minder sterk omdat de bergketens meestal niet zo hoog zijn. Zo valt er in de Elzas betrekkelijk weinig neerslag, ca. 500–600 mm per jaar. Ten westen van deze streek liggen de Vogezen, die een deel van de regen uit depressies uit het westen opvangen. +
(bron: HEA) +
Geheel van putten, kolken, goten en leidingen voor het beheerst (veilig) afvoeren van hemelwater. +
Een regenwaterbuffer bestaat uit één of meerdere compartimenten. (Bron: DAMO) +
Het regiem is afhankelijk van de volgende factoren:
* de klimatologische omstandigheden, met name de hoeveelheid neerslag
* het reliëf
* de voeding door smelt- of regenwater
* de doorlatendheid van de bodem
* de aanwezigheid van vegetatie <br/>
<br/>
Regiemen die maar één maximum per jaar kennen worden eenvoudige regiemen genoemd. Een voorbeeld van een eenvoudig regiem is een piek waarbij het water van een gletsjer die een keer per jaar smelt wordt afgevoerd. Complexe regiemen kennen meerdere pieken per jaar. <br/>
<br/>
Menselijk ingrijpen in het stroomgebied van een rivier leidt vaak tot een onregelmatiger regiem. (bon: Wikipedia) <br/>
<br/> +
Regionale keringen zijn de waterkeringen die door de provincie zijn aangewezen op grond van een provinciale verordening. Regionale waterkeringen bieden bescherming tegen overstroming vanuit boezemwater (of binnenboezem).
Door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld welke niet-primaire waterkeringen worden aangemerkt als regionale kering en aan welke criteria de regionale keringen dienen te voldoen. Bron: het ABC van waterkeren.
De regionale waterkeringen van Groningen zijn alle keringen die direct boezemwater keren, inclusief de keringen rond de bergingspolders en noodoverloopgebieden.
De regionale waterkeringen van Drenthe zijn de keringen langs het Noord Willemskanaal en de kering om het Zuidlaardermeer. De keringen rond de bergingspolders en noodoverloopgebieden in Drenthe zijn niet als regionaal aangemerkt. +
Dit zijn systematische en meestal in een informatiesysteem opgeslagen beschrijvingen van instanties van concepten.
Document waarin behaalde resultaten kenbaar zijn gemaakt of waarin het bewijs wordt geleverd van uitgevoerde activiteiten.
Dynamische management product waarin informatie over de projectvoortgang wordt bijgehouden.
Document waarin gegevens over personen of zaken worden vastgelegd of bijgehouden (bron: NEN 2084) <br/>
Document waarin gegevens over personen of zaken worden vastgelegd of bijgehouden (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) <br/>
Formele gegevensverzameling die door de Projectmanager wordt gemanaged en waarvoor overeenstemming met de Stuurgroep nodig is wat betreft hun format, samenstelling en gebruik. PRINCE2 kent drie registers: Issueregister, Risicoregister en Kwaliteitsregister. (bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
<br/>
Op nationaal niveau geïdentificeerde en erkende gegevensverzameling. (Bron: NEN 3610:2011 / ArchiXL) +
(Bron: NEN 3610:2011) +
Het leiden van de rivier d.m.v. het construeren van kunstwerken ter voorkoming van ongewenste natuurlijke ontwikkelingen. +
Infrastructuur wordt over het algemeen aangelegd met een beoogde gebruiksduur van 50 tot 100 jaar, op basis van de dan beschikbare kennis en volgens de op dat moment geldende normen, richtlijnen, wet- en regelgeving en het dan voorziene gebruik. (bron: Procesmatige Spelregels Programma Vervanging en Renovatie - beslisnota) <br/>
Normaal, niet achterstallig onderhoud. (bron: CROW 156) +
Tot de reisdocumenten behoren de volgende documenten:
* paspoort
* diplomatiek paspoort
* identiteitskaart (na een komende wetswijziging is een Nederlandse identiteitskaart formeel geen reisdocument)
* laissez-passer
* visum
* terugkeervisum
* reisdocument voor vreemdelingen <br/>
(bron: Wikipedia) +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw). +
(bron: Metamodel voor informatiemodellering)
Verband of betrekking tussen objecten (bron: NTA 8035) <br/>
<br/>
Meerplaatsig concept dat een structureel verband tussen N (twee of meer) dingen beschrijft, waarbij ieder ding een bepaalde rol binnen de relatie speelt. (bron: NEN 2660-1 (Ontw)) <br/>
Relatie: Een verband tussen dingen. <br/> +
Het verdient de voorkeur het begrip precisie van… te gebruiken. +
Er zijn een aantal termen die richting aanduiden:
* boven en beneden (op(waarts) en neer(waarts), omhoog en omlaag om een bewegingsrichting te duiden)
** meestal zijn deze termen ten opzichte van de zwaartekracht;
** de termen worden ook gebruikt ten opzichte van de windrichting, zoals in termen als "lagerwal" en "bovenwinds", waarbij men zich verbeeldt dat de wind van hoog naar laag waait;
** feitelijk onjuist is het gebruik van deze termen in plaats van "noord" en "zuid".
* voor en achter;
* links en rechts;
* inkomend en uitgaand;
* noord, zuid, oost en west, met tussengelegen windstreken zoals zuidwest;
* een hoek in graden: 0° komt overeen met noord, 90° met oost, enzovoort. <br/>
<br/>
In de scheepvaart bestaan er specifieke aanduidingen voor relatieve richting.
* Bakboord en stuurboord worden aangeduid om de linkerkant respectievelijk de rechterkant van de scheepsrichting aan te duiden (een denkbeeldige lijn van de boeg naar het achterschip).
* Ten opzichte van de windrichting spreekt men van "loef" en "lij" of van "hoog" en "laag". De loefzijde of hoge kant van een schip is de kant waar de wind vandaan komt (en vaak ligt het schip daar inderdaad hoger). Geraakt men aan lagerwal (waar de wind van het water naar het land waait) dan is het moeilijk om weg te varen. <br/>
<br/>
In de informatiebeveiliging en in computertermen komt ook relatieve richting voor, daar het betreft inkomend (inbound) en uitgaand (outbound) verkeer. Bij de configuratie van firewalls en dergelijke apparaten die netwerken segmenteren is uitgaand verkeer dat verkeer dat zijn oorsprong vindt in het netwerksegment dat het meeste vertrouwen geniet (in het simpelste geval het LAN van de firewallbeheerder), en inkomend verkeer dat verkeer dat van een niet-vertrouwd netwerk (zoals het internet) komt. In het geval van TCP is de origine van de SYN van belang om vast te stellen of het inkomend of uitgaand verkeer betreft. <br/>
<br/>
Bij rivieren en andere waterlopen is er een duidelijk verschil tussen de bovenloop (waar de rivier ontspringt, in casu zich de bron bevindt) en de benedenloop (waar de rivier uitmondt). Ook op gedeelten waar het verval van de rivier gering is spreekt men van hoger en lager, van stroomopwaarts en stroomafwaarts. Vaart of drijft men met de stroom mee, dan spreekt men van "afzakken". Stroomt een rivier van zuid naar noord, zoals de Nijl en de Rijn, dan geven deze termen weleens verwarring, doordat men "boven" en "beneden" vaak gebruikt in plaats van "noord" en zuid".
Linker- en rechteroever van een rivier zijn relatief aan de stroomrichting. Als men stroomafwaarts kijkt, is de linkeroever aan de linkerkant. Een bekend voorbeeld is de Rive Gauche (linkeroever) van de Seine in Parijs. (bron: Wikipedia)
Dit gaat over in hoeverre het mogelijk is om de data te filteren zodat alleen die data kunnen worden getoond die relevant zijn voor een eindgebruiker op een specifiek moment in tijd. Het is bedoeld om information overload te voorkomen, door zaken die irrelevant zijn weg te laten. Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een stuk tekst, waarbij soms alleen bepaalde paragrafen, zinnen of woorden relevant kunnen zijn. Door deze stukken tekst expliciet te markeren, te voorzien van een identificatie, te koppelen aan een ontologie en te voorzien van andere relevante eigenschappen kunnen deze delen los worden gebruikt. Dit is het basisidee van het semantische web; ervoor zorgen dat webpagina’s betekenisvol worden door ze te voorzien van betekenis. Een adres op een web-pagina kan dan bijvoorbeeld ook herkend worden, waarbij er een knop kan worden getoond waarmee naar het adres toe kan worden genavigeerd. (bron: ArchiXL) +
Kousrenovatie toepassen: <br/>
* Wanneer er lange lengtes moeten worden hersteld (in tegenstelling tot deelrenovatie).
* Wanneer een riool geheel moet worden vervangen en niet kan worden benaderd.
* Wanneer het onwenselijk is om bijv. een vloer uit te hakken of straatwerk te verwijderen.
* Wanneer het onmogelijk is om wegen af te sluiten. <br/>
<br/>
Deelrenovatie toepassen: <br/>
* Wanneer er korte lengtes moeten worden hersteld (in tegenstelling tot kousrenovatie).
* Wanneer een breuk of beschadiging in het riool niet (makkelijk) kan worden benaderd.
*Wanneer het onwenselijk is om bijv. een badkamer uit te hakken of straatwerk te verwijderen.
* Wanneer productie niet kan worden stil gelegd.
* Uit hygiëne binnen bijv. de zuivel en voedingsindustrie.
* Wanneer de kosten van het vervangen van het riool hoger zijn dan bij renoveren. +
Het reliëf is in de aardrijkskunde het geheel van hoogtes en laagtes in het landschap, dat samen de verticale dimensie van het landschap vormt. Reliëf bestaat niet alleen uit het hoogteverschil tussen punten, maar ook uit de helling, de horizonlijn en de absolute hoogte van het oppervlak ten opzichte van het zeeniveau.
De hoogte en hoogteverschillen in een landschap worden op het land vastgesteld door het meten van de hoogte. Onder water gebeurt dit door het meten van de diepte (dieptemeting of bathymetrie).
De hoogste punten in het landschap worden bergen of heuvels genoemd. Een berg is hoger dan een heuvel, maar er is geen scherpe grens tussen heuvel en berg. Wat in het ene gebied eerder een berg genoemd wordt, kan in het andere gebied een heuvel heten. Gebieden met veel bergen en een hoog reliëf worden gebergtes genoemd. Een gebied met weinig reliëf heet een vlakte. De hoogte van een vlakte ten opzichte van het zeeniveau bepaalt het verschil tussen hoogvlaktes en laagvlaktes. Als sprake is van een hoogvlakte met aan weerszijden aflopende hellingen, spreekt men van een plateau.
Op landkaarten kan de hoogte worden weergegeven door hoogtelijnen, die verschillende hoogtezones scheiden. Met behulp van kleuren kunnen die hoogtezones op de kaart worden aangegeven.
Een helling kan worden beschreven met de hellingshoek (hoe steil de helling is) en de hellingsrichting (in welke richting ze helt). Een stuk grond dat naar dezelfde richting helt wordt een hellingsvlak genoemd. Als op een hellingsvlak neerslag valt, zal dat naar dezelfde richting afwateren of wegstromen. De plek waar twee verschillende hellingsvlakken bij elkaar komen heet een kniklijn. Is de kniklijn het laagste punt tussen de twee hellingsvlakken, dan is sprake van een dal, waar mogelijk een beek of rivier stroomt. Als de kniklijn het hoogste punt tussen de hellingsvlakken is, dan is er sprake van een kam. Een kam is onderdeel van een berg of heuvel.
Op kaarten kan de hellingshoek en hellingsrichting worden aangegeven met behulp van reliëfschaduwing. Ook kunnen de plaats en hoogte/diepte van opvallende reliëfelementen worden vermeld met symbolen of tekst. (Wikipedia)
Vorm van het oppervlak van een waterbodem (reliëf). (Hunze en Aa's)
Remmingwerk, remming of geleidewerk, is een constructie waarmee schepen worden afgeremd als ze een kunstwerk als een brug of sluis naderen of dreigen aan te varen. Daarnaast wordt ook remmingwerk geslagen om een schip de gelegenheid te bieden te wachten voor een gesloten brug of sluis.
Remmingwerken hebben tevens ten doel schade aan kunstwerk en schip te voorkomen of tenminste te beperken.
Vroeger was de remming alleen van hout, tegenwoordig is het vaak een staalconstructie die met hardhout is bekleed. Een stalen schip beschadigt z'n verf minder als het een houten constructie schampt. Bovendien is de kans op vonkvorming kleiner, wat van belang is voor schepen in de tankvaart.
Er zijn vaak dukdalven opgenomen in de bescherming van het kunstwerk. Die komen dan los vóór het geleidewerk te staan. Een schip, dat met de boeg op de remming ligt, kan dan ook verder naar achteren op een dukdalf vastmaken. +
De waarneming heeft op afstand plaatsgevonden zonder dat er direct contact is geweest met het waar te nemen object en zonder dat er een fysiek monster van de lokatie is meegenomen.
Verzameling van informatie over een object of proces zonder dat door het meetinstrument fysiek contact wordt gemaakt met het object.
De waarneming heeft op afstand plaatsgevonden zonder dat er direct contact is geweest met het waar te nemen object en zonder dat er een fysiek monster van de lokatie is meegenomen.
In de praktijk wordt deze term vaak gereserveerd voor waarnemingen vanuit satellieten (of eventueel vliegtuigen)
Twee bekende voorbeelden van remote sensing zijn radar en lidar, waarmee de snelheid en de locatie van een voorwerp kunnen worden gemeten.
Tegenwoordig wordt het begrip vooral gebruikt voor aardobservatie: het verzamelen van gegevens over het aardoppervlak door middel van satellieten, luchtballonnen, schepen (sonar) of andere hulpmiddelen. Gebieden die slecht bereikbaar of gevaarlijk zijn, kunnen dankzij teledetectie toch worden bekeken. Hieronder verstaat men voornamelijk satellietbeelden maar ook luchtfotografie.
Remote sensing wordt voor verschillende doeleinden gebruikt; om milieuproblemen in kaart te brengen, voor meteorologische waarnemingen en voor defensiedoeleinden.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen passieve remote sensing systemen en actieve remote sensing systemen. +
(bron: Prognoserapport 2016 Vervanging en Renovatie) <br/>
<br/>
Activiteiten die gericht zijn op het verlengen van de levensduur van het bestaande object. (bron: RWS Intranet - SLA Beheer, Onderhoud, Verkeer- en watermanagement 2022-2025 - Offerte-uitvraag) <br/>
Het een op zichzelf nog goed functionerend product weer bij de tijd brengen door het grootschalig opknappen ervan (zoals gebouwen) of moderniseren (bijvoorbeeld de fairphone), waardoor de basisfunctie vaak groter wordt. (bron: Lexicon Circulair Bouwen)
<br/>
Het herstellen van de technische staat (nieuwstaat). (bron: Kader monumenten) <br/>
<br/>
Renovatie (in mindere mate vervanging; ook wel levensduurverlengend groot onderhoud genoemd) kan ook een keuze zijn als er nog lang geen sprake is van einde levensduur. Als regulier onderhoud zo grootschalig en/of frequent wordt (hinder en/of kosten) kan worden gekozen voor aanpassing van de bestaande infrastructuur. Er wordt bewust gekozen voor aanpassing op eisen op langere termijn met meestal een aantal jaar levensduurverlenging ten opzichte van de oorspronkelijke beoogde gebruiksduur. (bron: Procesmatige Spelregels Programma Vervanging en Renovatie - beslisnota) <br/>
Renovatie of renoveren (uit het Latijn: renovare = vernieuwen) is herstellen of wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een bestaand pand, waardoor het weer bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen. Wanneer een gebouw geheel wordt gesloopt en opnieuw wordt opgebouwd, spreken we van herbouw of vervangende nieuwbouw.
Er zijn vele voorbeelden van renovatie, zoals monumentale panden, die onder monumentenzorg vallen, weer in oude glorie herstellen, waarbij wel aan de hedendaagse veiligheidseisen en levensstandaard wordt voldaan. Bijvoorbeeld oude grachtenpanden en boerderijen worden op zo'n manier voor het nageslacht gespaard.
Renovatie is het uitvoeren van activiteiten om een gebouw te laten voldoen aan moderne eisen vanuit wet- en regelgeving of aan een moderne vraagstelling inzake het gebruik (de functionaliteit) van een gebouw.
Bij renovatie kunnen karakteristieke eigenschappen gecombineerd worden met moderne vernieuwingen. Een renovatie wordt veelal uitgevoerd door een aannemer of bouwbedrijf.
In veel gevallen wordt de karakteristieke waarde gebruikt als representatieve waarde. (bron: Aquo) +
De term werd geïntroduceerd en gedefinieerd in 2000 door Roy Fielding in zijn doctoraatsstudie.[1][2] Fielding is een van de auteurs van de Hypertext Transfer Protocol (HTTP)-specificaties versie 1.0 en 1.1.
REST wordt veelal gebruikt voor het ontwerpen van application programming interfaces (API) voor het internet, op de HTTP-standaard, maar is niet gelimiteerd tot HTTP en ook toepasbaar buiten APIs. Bijvoorbeeld een klikbare, interactieve website zoals Wikipedia voldoet aan de REST-architectuur.
Met de ArcGIS Server REST API kunt u werken met gehoste gegevensservices die u hebt gepubliceerd naar ArcGIS Enterprise of ArcGIS Online. Als u bijvoorbeeld gegevens importeert in ArcGIS Online, wordt er een functielaag gemaakt die wordt gehost op een exemplaar van ArcGIS Server. +
Dit gaat over de dataset als geheel en hoe deze zich verhoudt tot andere datasets in een groter geheel. Een dataset is representatief als de inhoud ervan statistisch gezien lijkt op die van andere datasets in het geheel. De variantie is in de statistiek een maat voor de spreiding van een reeks waarden, dat wil zeggen de mate waarin de waarden onderling verschillen. Hoe groter de variantie, hoe meer de afzonderlijke waarden onderling verschillen, en dus ook hoe meer de waarden van het gemiddelde afwijken. De wortel uit de variantie wordt standaardafwijking genoemd. (bron: ArchiXL) +
(bron: DAMO) +
Resolutie is het scheidend vermogen van een optisch apparaat. Het scheidend vermogen is de kleinste (boog)hoek tussen twee objecten (zoals een dubbelster) die nog gescheiden waargenomen kunnen worden. Door de vooruitgang in de technologie is het scheidend vermogen sterk verbeterd. Het resultaat is dat op een in afmeting gelijkblijvend oppervlak, meer optisch actieve elementen (pixels) kunnen worden verwerkelijkt. Wanneer de resolutie van een beeldscherm wordt verhoogd, kunnen meer pixels op dat scherm worden getoond. In de loop van de tijd werd het begrip resolutie meer en meer (oneigenlijk) toegepast voor het aanduiden van het absolute aantal pixels in plaats van het relatieve aantal pixels. (bron: ArchiXL) <br/>
<br/>
Resolutie is in de informatica en in de digitale beeldbewerking een term die wordt gebruikt om het aantal gebruikte pixels op bijvoorbeeld een beeldscherm te beschrijven. Hoe hoger dat aantal, hoe hoger de maximale resolutie van het scherm.
Resolutie is eigenlijk het scheidend vermogen van een optisch apparaat. Door de vooruitgang in de technologie werd het mogelijk het scheidend vermogen te verbeteren. Het resultaat was dat op een in afmeting gelijkblijvend oppervlak, meer optisch actieve elementen (pixels) konden worden verwerkelijkt. Wanneer de resolutie van een beeldscherm wordt verhoogd, kunnen meer pixels op dat scherm worden getoond. In de loop van de tijd werd het begrip resolutie meer en meer (oneigenlijk) toegepast voor het aanduiden van het absolute aantal pixels in plaats van het relatieve aantal pixels.
Beeldschermen
Veelvoorkomende beeldschermresoluties zijn 1024×768, 1280×1024, 1366×768, 1400×1050, 1680×1050 en 1920×1080 pixels. De resolutie wordt in ppi (pixels per inch) uitgedrukt. In principe geldt: hoe hoger de resolutie die het scherm aankan, hoe hoger de kwaliteit van het beeldscherm en de getoonde beelden. Hierbij moet wel worden aangetekend dat ook de verversingsfrequentie van het beeld sterk bijdraagt aan de waargenomen kwaliteit: een lage frequentie geeft een onrustig beeld dat bij lang ernaar kijken de ogen sneller vermoeit. Dit is echter alleen een probleem bij kathodestraalbuizen die tegenwoordig steeds minder gebruikt worden. Ook worden bij hoge resoluties de details in het beeld kleiner, tekst kan hierdoor scherper worden wat resulteert in makkelijker leesbare tekst. In 2012-2013 kwam een nieuwe resolutie uit, 4K, genaamd ultra high definition.
Scanners
Scanners lezen een document lijn voor lijn. Het aantal monsters dat per lijn wordt genomen is een maat voor de (horizontale) kwaliteit van de scan. Deze kwaliteit wordt aangeduid met pixels per inch (ppi). Worden op één inch (2,54 cm) van een lijn 600 monsters genomen, dan is de resolutie van de scanner 600 ppi. Het aantal lijnen dat in de hoogte in één inch past, is een maat voor de verticale resolutie. Worden in de hoogte van een afbeelding 600 lijnen per inch gescand, dan is de verticale resolutie 600 ppi. Deze verticale resolutie wordt normaal bepaald door de grootte van de stap van de stappenmotor. In ons voorbeeld zal die zich dus 1/600 van een inch per gescande lijn verplaatsen. Wanneer slechts één maat voor de ppi wordt opgegeven zijn de verticale en horizontale resolutie doorgaans gelijk.
Bij vele toestellen worden de termen dpi en ppi door elkaar gehaald. Wanneer men over digitale beeldvorming spreekt, zoals bij fototoestellen, camera's en scanner zal dit ppi zijn, want er worden pixels opgenomen. Bij analoge beeldvorming zoals bij film, fotopapier, print- en drukwerk, spreekt men over dpi. Tussen deze twee is geen enkel verband. Digitale input wordt uitgedrukt met ppi, analoge output met dpi.
Verder wordt een verschil gemaakt tussen de optische resolutie en de softwarematige resolutie van het apparaat. Dit verschil ontstaat doordat een scanner dankzij software in staat is tussenliggende pixels uit te rekenen (interpolatie). Hierdoor neemt de resolutie van het apparaat toe, zonder dat de hardware wordt verbeterd. De kwaliteit van deze softwarematige resolutieverhoging hangt sterk samen met hoeveel kleine details er aanwezig zijn in het origineel; details die kleiner zijn dan de hardwarematige resolutie van de scanner zullen altijd onzichtbaar dan wel onscherp blijven.
Printers
Bij printers is de resolutie de hoeveelheid beeldpunten die de printer op het papier kan drukken per inch. 600 dpi (dots per inch) betekent dan dat de printer op één inch 600 punten kan wegschrijven. Ook bij printers wordt soms verschil gemaakt tussen horizontale en verticale resolutie (zie hierboven bij 'scanners').
Digitale camera's
Bij digitale camera's geeft de resolutie het aantal pixels van de lichtgevoelige chip, de CCD of CMOS, aan. (bron: Wikipedia)
De som van de watertransporten als gevolg van eb en vloed. In principe is deze nul, maar toch blijkt er vaak een netto verplaatsing te zijn. (bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986 (aangepast). / Aquo / DIV) +
Een retourbemaling kan om verschillende redenen noodzakelijk zijn:
* Om zettingen van de bodem te voorkomen;
* Om het poriënwater op peil te houden zodat er geen schade aan gewassen wordt toegebracht;
* Omdat er geen ander afvoer mogelijkheden zijn;
* Wanneer een waterschap of provincie het verplicht om een retourbemaling toe te passen;
* Wanneer het goedkoper is om het water te retourneren in plaats van het betalen van grondwaterbelasting (Ecotaks) van de Wet belasting op Milieugrondslag (Wbm). <br/>
De opname capaciteit van een retourbron hangt af van de chemische samenstelling van het grondwater, de lengte van de retourbron en de bodemopbouw. Een retourbemaling is het meest afhankelijk van het ijzergehalte in het bemalingswater. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat ijzerhoudend, zuurstofarm water uit een diep pakket vermengd wordt met niet-ijzerhoudend zuurstofrijk water uit een ondiep gelegen pakket. Het opgeloste ijzer kan oxideren tot onoplosbaar ijzerhydroxide en dit zal uitvlokken en mogelijk leiden tot verstopping van de filters. Deze ijzeraanslag kan worden verwijderd door middel van regenereren met chemicaliën of mechanisch met een spuitlans. Gemiddeld ligt de opname van één retourbron tussen de 10 en 15 m3/uur. Dit betekent dat er voor een bemaling meerdere retourbronnen nodig zijn. De retourbronnen worden samen een retourveld genoemd. +
(bron: NCS / Aquo) <br/>
<br/>
Een retourslibgemaal is een installatie die wordt gebruikt in een afvalwaterzuiveringsinstallatie om het gezuiverde slib terug te pompen naar het begin van het zuiveringsproces. Hierdoor wordt het slib opnieuw geïntroduceerd in het zuiveringsproces om de efficiëntie te verhogen en de zuiveringscapaciteit te optimaliseren. Het retourslibgemaal speelt een belangrijke rol bij het behouden van een stabiele en effectieve werking van de zuiveringsinstallatie. (bron: HEA) +
(bron: NCS / Aquo) <br/>
<br/>
Een retourslibleiding is een leiding in een rioolafvalwaterzuiveringsinstallatie die wordt gebruikt om gezuiverd slib terug te voeren naar het begin van het zuiveringsproces. Door het slib terug te voeren, kan het opnieuw worden behandeld en gezuiverd, waardoor de efficiëntie van het zuiveringsproces wordt verhoogd en de zuiveringscapaciteit wordt geoptimaliseerd. De retourslibleiding speelt een belangrijke rol bij het behouden van een stabiele en effectieve werking van de zuiveringsinstallatie. (bron: HEA) +
De plant heeft klauwvormige bladeren. Ze is verwant aan de gewone berenklauw, maar veel groter. Nog sterker gelijkende verwante soorten zijn Sosnowsky's berenklauw en Perzische berenklauw.
De reuzenberenklauw kan, afhankelijk van de groeiplaats, in de lente in een paar maanden tijd uitgroeien tot een hoogte van 4 meter. Afhankelijk van de groeiplaats zullen de zaailingen na een of meerdere jaren de bloeifase bereiken. Het eerste jaar blijft de plant laag (50 cm), het jaar erop is hij meestal volgroeid, en bloeit van juni tot augustus met een variabel aantal samengestelde schermen vol witte bloemetjes. Na de bloei sterft de plant af.
De plant is vooral te vinden langs wegen en op plaatsen die niet begraasd of bewerkt worden. De plant komt veelal voor op ruderale terreinen met verstoorde, voedselrijke grond. Naast de natuurlijke verspreiding van zaden, worden zaden van deze invasieve plant ook per ongeluk verspreid door de mens via grondverzet. +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een tekening, die na aanleg, op basis van de bestekstekening, is opgesteld en in detail de aangelegde situatie weergeeft. (bron: GWSW)<br/>
<br/>
Een revisietekening geeft de gerealiseerde wijzigingen in de werkelijkheid weer (AS BUILD). <br/>
Tekeningen waarop wijzigingen van het werk zoals voorgesteld op de werktekeningen zijn aangegeven, gemaakt tijdens de bouw. Gebruik 'archieftekeningen' voor deze en andere tekeningen of kopieën van daarvan die worden bewaard als document van een afgerond project. Gebruik 'opmetingstekeningen' voor schaaltekeningen van bestaande bouwwerken in het algemeen, en 'topografische aanzichten' voor tekeningen waarop globaal bepaalde locaties zijn afgebeeld. (Ensie) +
(bron: BWBR0025458, Wet van 29 januari 2009, houdende regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterwet) / Aquo) +
Bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie (NL).
De verzameling R bestaat uit de rationale en de irrationale getallen. Een voorbeeld van een irrationaal getal is het getal de vierkantswortel van twee. Een ander voorbeeld is het getal π (pi), dat niet alleen irrationaal is, maar zelfs een transcendent getal. Het bewijs dat irrationale getallen bestaan, creëerde de noodzaak om de verzameling van de rationale getallen uit te breiden.
Rationale getallen kunnen, behalve als gewone breuk, ook geschreven worden als decimale breuk, met eindig veel decimalen, of als repeterende breuk met oneindig veel, zich herhalende decimalen. Een irrationaal getal kan vanwege de verderop genoemde eigenschap dat R volledig is, willekeurig dicht benaderd worden door een rationaal getal, en dus met iedere graad van nauwkeurigheid benaderend geschreven worden als een decimale breuk. Het is zo mogelijk zich een (abstracte) voorstelling van de reële getallen te maken als decimale breuken, met in het geval van de irrationale getallen oneindig veel decimalen. Zo weten we precies wat de getallen wortel 2 en pi zijn, maar van hun decimale voorstelling kennen we uiteraard maar eindig veel decimalen. +
Welvingen in bodem, ontstaan door de invloed van stromend water, op een schaal kleiner dan 1 meter. (bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Ribbels zijn langwerpige, parallelle sedimentaire structuren die worden gevormd wanneer sediment (bijvoorbeeld zand of silt) wordt afgezet door een stromend medium (vloeistoffen of gassen). De stroomribbels worden loodrecht op de stroomrichting van het medium gevormd. <br/>
<br/>
Ribbels worden altijd aan de bovenkant van een sedimentlaag gevormd en kunnen daarom dienen als top-bottomcriterium in sedimentaire gesteenten. <br/>
<br/>
Er kunnen twee soorten ribbels onderscheiden worden: symmetrische golfribbels en asymmetrische stroomribbels. De vorm van de ribbel vertelt iets over het ontstaan. Als het medium waaruit de sedimentkorrels werden afgezet één richting op stroomt (zoals water in een rivier) zullen de ribbels een asymmetrische vorm hebben, met een lange, vlakke loefzijde en een korte, steile lijzijde. <br/>
<br/>
Op grootte kunnen ribbels in drie groepen ingedeeld worden:
* Gewone ribbels, tussen 3 - 5 cm hoog met golflengtes van 4 - 60 cm;
* Grote ribbels, tussen 6 cm - 1,5 m hoog met golflengtes tussen 0,6 en 30 m;
* Megaribbels, tussen 1,0 - 8,0 m hoog, met golflengtes groter dan 30 m. <br/>
(bron: Wikipedia) +
Richtingsaanduidingen komen in twee soorten: relatief en absoluut. Een relatieve richting is een richting in relatie tot bijvoorbeeld de oriëntatie van een waarnemer ("Harry staat links van mij"). Een absolute richting gebruikt een van tevoren afgesproken referentiekader ("Haarlem ligt ten westen van Amsterdam"). Richting wordt vaak weergeven met pijltjes. In de wiskunde wordt richting aangegeven door een vector (waarbij de grootte, mits niet nul, niet uitmaakt), of door de hoeken ten opzichte van een specifiek assenstelsel.
Bij de beweging van een punt (of van een object als rotatie en vervorming buiten beschouwing worden gelaten) kan men de richting van de positieverandering tussen twee tijdstippen beschouwen, maar ook de instantane richting van de beweging (de richting van de snelheidsvector).
De windrichting wordt niet uitgedrukt in de richting waarin de lucht beweegt, maar in het tegengestelde, de richting waar de wind vandaan komt.
Om de stand van een lijn te beschrijven zijn de twee richtingen waarin de lijn kan worden doorlopen gelijkwaardig. Een richting kan worden gespecificeerd door de stand van de lijn, plus wat wel de "zin" wordt genoemd (een aanduiding van een van de twee mogelijke richtingen). (bron: Wikipedia) +
Als de lijn gegeven wordt door de vergelijking: y=ax +b
is het getal a de richtingscoëfficiënt. De richtingscoëfficiënt kan worden gevonden door het differentiequotiënt te nemen van twee punten op de lijn.
Beschouwen we de lijn als lineaire functie, dan is de afgeleide de constante functie met vergelijking y=a +
* directief, aanwijzing voor te volgen gedrag.
* Europese richtlijn, een wetgevend instrument van de Europese Unie.
* een soort beleidsregel van een rijksdienst.
* bindend advies. <br/>
(bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Randvoorwaarden waaronder de onderzoeken moeten plaatsvinden. (bron: www.scheldenet.nl / Aquo)
+
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
De concentratie van een stof (of het geluidsniveau) waarvan overschrijding zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Het verschil met een grenswaarde is dat deze laatstgenoemde niet mag worden overschreden. (bron: Informatie-analyse operationeel beheer: technisch rapport / Aquo / DIV) +
Bron: CHEOBS <br/>
<br/>
De Rijksgrens van Nederland is de grens tussen het Koninkrijk der Nederlanden en zijn buurlanden. Het Koninkrijk der Nederlanden grenst aan België en Duitsland (voor Nederland) en aan Frankrijk (op het eiland Sint Maarten). (Wiipedia) +
Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een formeel juistere aanduiding is: 'beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet'. +
De plaat is vaak van staal, soms van houtachtig materiaal, maar de kunststoffen uitvoering wordt steeds vaker toegepast: veel lichter in gewicht(!) en blijkbaar toch minder glad dan je zou verwachten (eerste foto linksonder, komt het voertuig hier tegenop?). De stalen rijplaat heeft wel veel stevigheid, zeker als je het vergelijkt met de flexibele kunststoffen rijplaat.
Voor een iets steviger verband tussen de rijplaten onderling kan gekozen worden voor de puzzelvariant. +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV) +
Rinket: het gehele systeem van schuif in de sluis en de daarbij behorenden mechanismen.
Het liertje waarmee men de schuif beweegt wordt schildpad genoemd. Vroeger werden de rinketten ook met hefbomen of windassen bewogen, terwijl men tegenwoordig in toenemende mate hydraulische systemen gebruikt. +
In dit kader wordt onder afvalwater tevens verontreinigd hemelwater verstaan. Heeft een relatie in Rol subject. (bron: GWN / Aquo) <br/>
<br/>
Een eindpunt van een rioolstelsel, gezien vanuit het waterschap meestal gevormd door een fysieke constructie, waaraan overdracht van door het rioolstelsel verzamelde afvalwater naar een ander stelsel plaatsvindt of aannemelijk wordt geacht. (bron: DIV) +
(bron: GWSW) <br/>
<br/>
Totaal van de op een bepaald rioleringselement aanvoerende rioolbemalinggebieden. (Bron: Aquo) <br/>
Het gebied waarbinnen één of meerdere inliggende rioolstelsel(s) het afvalwater naar één gemaal of overnamepunt transporteert/teren. Een rioleringsgebied kan een enkelvoudig gebied zijn, maar kan ook meerdere rioleringsgebieden omvatten. Een gebied is zodanig gekozen dat het voldoende inzicht geeft in de belasting van oppervlaktewater en overnamepunt. (Bron: DAMO) +
Dit is een enkelvoudig gebied en het beheer van het rioolstelsel en het gemaal ligt bij de gemeente. (bron: HWH) +
(bron: INSPIRE Register) +
In dit kader wordt onder afvalwater tevens hemelwater verstaan. Rol subject is advies- of ingenieursbureau. (bron: Zuiveringsschap Veluwe, gewijzigd. / Aquo) <br/>
<br/>
Een plan waarin wordt aangegeven hoe binnen een bepaald gebied het afvalwater dient te worden afgevoerd. (bron: DIV) +
Afsluiter om een rioolleiding mee af te sluiten. +
In dit kader wordt onder afvalwater tevens verontreinigd hemelwater verstaan. Heeft een relatie in Rol subject. (bron: GFO-RIO, gewijzigd / Aquo / DIV) +
Voor het waterschap zijn in principe alleen de riooleindgemalen interessant, waar overdracht van afvalwater plaatsvindt naar een stelsel dat onder beheer van dit waterschap is. (bron: NEN-EN:752:2008 / Aquo) <br/>
<br/>
Een technische installatie ten behoeve van het op- of verpompen van afvalwater naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie of naar andere rioleringsnetwerken. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Een rioolgemaal wordt gebruikt in een rioolstelsel om afvalwater naar een hoger peil te brengen of over langere afstand te transporteren. Rioolgemalen zijn vaak kleiner dan de hierboven genoemde poldergemalen omdat ze een kleiner gebied bedienen en alleen afvalwater en slechts een deel van het regenwater te verwerken krijgen. Rioolgemalen bestaan doorgaans uit een ontvangstkelder (behalve boostergemalen) en een besturingsgebouwtje of besturingskast. De pompen worden nagenoeg altijd elektrisch aangedreven. (Bron: Waterbeheerprogramma)
Een constructie ten behoeve van het verplaatsen van afvalwater.
Civiel werk waarin alle technische voorzieningen zijn ondergebracht die benodigd zijn voor het verpompen van rioolwater. Voor het waterschap zijn in principe alleen de riooleindgemalen interessant, waar overdracht van afvalwater plaatsvindt naar een stelsel dat onder beheer van dit waterschap is. (Bron IRIS-RIOKEN:2012 / GWSW) <br/>
<br/>
Een inrichting voor het verpompen van afvalwater (Bron: [NEN 3300:1996] ) <br/>
<br/>
Civiel werk waarin alle technische voorzieningen zijn ondergebracht die benodigd zijn voor het verpompen van rioolwater. +
Een riooloverstort is dus een voorziening door middel waarvan bij de neerslag van hemelwater het teveel aan hemelwater, al of niet vermengd met afvalwater dat niet in het stelsel wordt geborgen, kan worden geloosd op oppervlaktewater. (Bron: Zuiveringsschap Veluwe / GFO - RIO / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een rioolput voorzien van een overstortdrempel met een ontworpen drempellengte en -hoogte. <br/>
<br/>
Een kunstwerk waarmee rioolwater op het oppervlaktewater wordt geloosd, zodra het riool door te grote neerslaghoeveelheden niet al het rioolwater kan verwerken. (Bron: GWSW) +
Samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater.
In dit kader wordt onder afvalwater tevens verontreinigd hemelwater verstaan. Als een rioolstelsel voorzieningen heeft om rioolwater en hemelwater afzonderlijk te bevatten, dan spreekt men van een gescheiden rioolstelsel. (Bron: Zuiveringsschap Veluwe) In dit kader wordt een Rioolstelsel in beheer bij een gemeente verondersteld. (bron: NCS, GFO-RIO, gewijzigd / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
De riolering is de infrastructuur waarop afvalwater geloosd, ingezameld en getransporteerd wordt. Een riolering of rioolstelsel is een systeem van buizen (riolen), putten en pompen dat in steden en dorpen ondergronds is aangelegd. Het is bedoeld om het afvalwater en hemelwater op een veilige en hygiënische manier af te voeren. (bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo) +
Er kan ook slibverwerking plaatsvinden op een rioolwaterzuiveringsinstallatie. (bron: NCS / Aquo) <br/>
<br/>
Het totaal van grond, bouwwerken en installaties ten behoeve van het zuiveren van afvalwater. (Bron: GWSW) <br/>
<br/>
Een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) zuivert het stedelijk afvalwater, dus het afvalwater van huishoudens, bedrijven en veelal ook het hemelwater van wegverhardingen dat via het riool wordt afgevoerd. De officiële en juridische benaming is rioolwaterzuiveringsinrichting, het is dus een inrichting die bestaat uit verschillende installaties.
In een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt het afvalwater uit riolen gezuiverd voordat het in oppervlaktewater komt. Het inkomende vuile water, het influent, wordt in een aantal stappen gezuiverd. Het gezuiverde water wordt het effluent genoemd. Achtereenvolgens verwijdert men met een rooster of een afscheider de grovere deeltjes, vervolgens wordt het zand verwijderd, dan in bezinktanks de fijnere deeltjes, en ten slotte de opgeloste stoffen. Behalve water komen andere stoffen vrij, met name slib, dat soms een nieuwe bestemming krijgt. De zuivering van afvalwater is ingekaderd in nationale en internationale regelgeving. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Complex voor het zuiveren van afvalwater voordat het op het vrije oppervlaktewater wordt geloosd. (bron: DIV) <br/>
<br/>
De installatie die zorg draagt voor de zuivering van afvalwater. (bron: DIV) <br/>
<br/> +
Deze entiteit is bedoeld om enkele gegevens van een RWZI vast te leggen die niet bij het waterschap in beheer is, maar die wel afvoert op het watersysteem van het waterschap. (bron: Adventus / Aquo / DIV) +
(bron: Cybersecurity implementatierichtlijn) <br/>
<br/>
De kans op functieverlies vermenigvuldigd met de economische en maatschappelijke gevolgschade. <br/>
Risico = Kans x Effect (bron: Handleiding Beheersplan Nat (BPN) / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
De kans of mogelijkheid op schade of effect. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Bijzondere gebeurtenis die ongewenst is en invloed heeft op (de kosten van) de asset. Deze gebeurtenis kan benoemd of onbenoemd zijn. (bron: Standaardsystematiek voor kostenramingen (SSK 2018))
De kans dat een (ongewenste) gebeurtenis optreedt in relatie tot het effect van deze gebeurtenis. Risico = kans maal effect. (bron: Beheersystematiek Openbare Ruimte)
Een onzekere gebeurtenis of reeks gebeurtenissen die, als deze zou plaatsvinden, gevolgen zal hebben voor het bereiken van doelstellingen. Een risico wordt gemeten door een combinatie van de waarschijnlijkheid van optreden van een geïdentificeerde bedreiging of kans en de mate van de impact ervan op doelstellingen. (bron: PRINCE2 - Glossary of Terms English - Dutch)
Een onzekere gebeurtenis of reeks gebeurtenissen die, als die zou plaatsvinden, effect zou hebben op het bereiken van doelstellingen. Een risico wordt gemeten door een combinatie van de waarschijnlijkheid dat een waargenomen bedreiging of kans plaatsvindt en de omvang van de impact ervan op de doelstellingen. (bron: Management of Risk - Glossary Of Terms - Dutch)
Effect van onzekerheid (bron: Kwaliteitsmanagementsystemen - Grondbeginselen en verklarende woordenlijst)
Effect van onzekerheid ten aanzien van doelstellingen (bron: Assetmanagement - Overzicht, principes en terminologie)
Kans dat een gebeurtenis plaatsvindt vermenigvuldigd met het gevolg van die gebeurtenis en de kans dat een bepaald scenario waarin eerder genoemde kans plaatsvindt (dit in tegenstelling tot het begrip onzekerheid, waarbij de kansen niet bekend zijn). (bron: Leidraad voor Systems Engineering (SE) in de GWW sector)
Kans dat een ongewenste gebeurtenis plaatsvindt, ‘vermenigvuldigd’ met het ‘gevolg’ van die gebeurtenis. Als het gevolg kwantificeerbaar is, kan dit daadwerkelijk een vermenigvuldiging zijn. Het resultaat is dan de verwachtingswaarde van het gevolg. (bron: Handreiking prestatiegestuurde risicoanalyses)
Ongewenste gebeurtenis met een negatieve invloed op de projectdoelstellingen. Een risico kan worden gekwantificeerd door het vermenigvuldigen van de kans van optreden van de gebeurtenis met de omvang van de negatieve gevolgen (kosten) ervan. (bron: Standaardsystematiek voor kostenramingen (SSK 2010, vervallen))
Onzekere toekomstige gebeurtenis met negatieve consequenties voor het halen van de (project)doelstellingen. (bron: Handreiking Financieel Management / bron: Handreiking Planningsmanagement / bron: Informatiemodel Grip / bron: Kader Kansen- en risicomanagement)
Effect van onzekerheid (bron: De nieuwe ISO-normen - Duurzame verandering in managementsystemen) <br/>
(bron: ABDL)
Een rivier is een natuurlijke waterloop en fungeert als het zichtbare afvoersysteem van het overtollige water in een bepaald gebied.
Elke rivier ligt in een stroomgebied. Dat is het totale omringende gebied waarbinnen al het overtollige water via die ene rivier wordt afgevoerd.
Een vuistregel om te bepalen of een waterloop nu een beek of een rivier genoemd moet worden, is dat een beek op alle plaatsen doorwaadbaar is en een rivier slechts op enkele plekken. +
De uiterwaarden zijn de gebieden langs de rivier die bij hoog water overstromen. In het algemeen is de rivierbedding het gedeelte onder de normale waterlijn en zijn de oevers het gedeelte net boven deze lijn. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Het lage deel van een rivierdal waardoor meestal de gehele afvoer plaatsvindt.
Zomer en winterbed samen. (bron: CHO (320), gewijzigd. / Aquo / DIV) +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een rivierdal is een dal waardoor een rivier stroomt.
Het dal is meestal niet in eerste instantie door een rivier gevormd, maar was vaak een laaggelegen gebied tussen heuvels en bergen. Zwaartekracht zorgt ervoor dat een rivier steeds naar een lager gelegen gebied stroomt.
Een rivier draagt sediment met zich mee, waarvan vooral de mineraaldeeltjes, het zand, over lange tijd een eroderende werking hebben op het rivierbed, en waardoor een dal breder en dieper wordt. Dit gebeurt vooral waar de rivier snel stroomt. Op locaties in een rivier waar het water langzaam stroomt zakt het sediment naar de bodem.
De mate en vorm van insnijding hangt af van het riviertype. Zo zullen vlechtende rivieren eerder accumulerend, oftewel sedimentaanvullend, zijn en kunnen meanderende rivieren diep insnijdend zijn.
Types rivieren:
* Meanderende rivier
* Vlechtende rivier
* Anastomoserende rivier, een vlechtende rivier waarbij het rivierpatroon stabieler is, met een lagere kronkelfactor (sinusoïteit) en waarbij de eilanden groter zijn in vergelijking met de breedte van de riviergeulen. <br/>
(bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
De monding van een rivier of andere waterstroom is de plaats waar die stroom in zee, een meer of een andere rivier uitmondt, en daar eindigt.
De monding van een rivier in een zee behoort volgens het volkenrecht tot de binnenwateren.
Aan de weerszijden van de riviermonding worden vaak havenhoofden aangelegd wanneer de rivier gebruikt wordt voor scheepvaart, zodat de haveningang afgeschermd wordt voor golfslag en tegelijk ook om de ophoping van bagger tot een minimum te beperken.
Veel plaatsnamen op -mond (of monde) die gewoonlijk verklaard worden als gelegen aan de monding van hebben waarschijnlijk eerder te maken met een landschappelijke hoogte.
Soorten mondingen:
* Estuarium: trechtervormige riviermonding met brak water en getijden.
* Liman: meervormige monding door ophoping van sediment
* Rivierdelta: een stelsel van aftakkingen van een rivier, voordat deze in zee of in een groot meer uitmondt <br/>
(bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Van de hoofdstroom afwijkende vertakking van een rivier. (bron: DIV) +
(bron: Burgerlijk Wetboek Boek 3, Vermogensrecht in het algemeen) +
Met gegevens element 'codering UvW entiteit' kan vastgelegd worden aan welke entiteit de rol is gerelateerd. Het gegevens element 'id voorkomen record' is bepalend binnen de entiteit. (bron: Adventus / Aquo / DIV) +
Voor de mogelijke rollen zie element indicatie rol subject. (bron: GWN / Aquo / DIV) +
Dit type brug gaat open door rotatie om de horizontale y-as in combinatie met beweging langs de x-as. Dit is mogelijk doordat het draaipunt buiten de constructie ligt. Bij openen van de brug verplaatst het draaipunt dus ook langs een horizontale lijn.
Het voordeel van een rolbasculebrug is dat er geen kelder nodig is voor het contragewicht; een nadeel is dat er geen onbeperkte doorrijhoogte is voor het wegverkeer. Er bestaan ook uitvoeringen waarbij de rijbaan op het contragewicht ligt en de rolbaan in een kelder. +
(bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL))
Bij een roldeur rolt de deur dwars ten opzichte van de lengteas van de sluis. Een motor drijft via een tandwielkast een nestenschijf aan waarin een ketting loopt. Deze ketting is gekoppeld aan de deur om deze te kunnen openen of sluiten. De deur rust met wielen op een rail die op de bodem ligt. Dit is te vergelijken met de wielen van een trein op de sporen. Om de druk op de wielen te beperken zijn luchtcompartimenten in de sluisdeur verwerkt. Op die manier ontstaat dankzij de wet van Archimedes een opwaartse kracht die het gewicht van de sluisdeur op de rails beperkt. De roldeur wordt meestal toegepast bij grote sluizen. Het voordeel van deze sluisdeur is dat de druk van het water langs beide zijden mag komen. De deur wordt in de kapel geduwd en zo sluit dit het water af. Om de sluisdeur een goede sluiting te geven wordt hout op de deur en/of op de muur bevestigd waardoor een hout-hout of een hout-beton contact ontstaat. Door de druk van het water worden deze materialen op elkaar geperst en ontstaat een min of meer waterdichte deur. Voor deze toepassing wordt meestal azobé hout gebruikt. Een nadeel is de diepe deurkas die nodig is om de deur op te bergen als deze geopend is. Verder kan vuil op de rail komen te liggen waardoor de deur niet meer goed te openen of te sluiten is, dit geldt ook voor de rail in de deurkas. De Dorkwerdersluis in het Reitdiep bij Groningen is een voorbeeld van een sluis waarbij roldeuren zijn toegepast. (bron: Wikipedia) +
(Bron: NCS / Aquo) +
Een mobiele RTK GPS ontvanger of rover ontvangt met behulp van de interne antenne de satellietsignalen van de GPS satellieten en andere satellieten, die positiegegevens versturen. Hierbij kunt u denken aan het Europese Galileo systeem, het Russische GLONASS systeem en het Chinese BEIDOU systeem.
Aan de hand van deze satellietsignalen berekent de rover een globale positie. Deze globale positie wordt uitgedrukt in een NMEA regel. NMEA staat voor National Marine Electronics Association. In deze regel staan de positiegegevens.
Echter deze positie moet nog worden gecorrigeerd, omdat de positie niet nauwkeurig genoeg is. De correcties worden bepaald aan de hand van een netwerk van GPS ontvangers, die verspreid over Nederland staan.
https://www.gps-systeem.nl/wp-content/uploads/2020/09/hoe_werkt_een_gps_meetstok.png
Voor het ontvangen van deze correctiesignalen van het netwerk van GPS ontvangers stuurt de rover de NMEA regel naar een bepaalde website van het internet via NTRIP, Networked Transport of RTCM via Internet Protocol.
Deze bepaalde website of NTRIP caster, bekijkt welke GPS ontvanger uit het netwerk het dichtst bij de rover is en stuurt deze signalen via RTCM (The Radio Technical Commission for Maritime Services) naar de mobiele RTK GPS ontvanger.
In deze RTCM berichten staan de correcties van de dichtstbijzijnde GPS ontvanger uit het GPS ontvanger netwerk.
De RTK GPS ontvanger gebruikt deze correcties om de globale positie te corrigeren naar een centimeternauwkeurige positie. (bron: www.gps-systeem.nl) <br/>
<br/>
Deze GPS ontvangers staan op een vaste bekende positie en ontvangen continu satellietsignalen. Omdat zij op vaste bekende posities staan kunnen zij van elk ontvangen satellietsignaal de correctie bepalen.
Bij waterschap Hunze en Aa's maken we gebruik van Carlson GNSS apparatuur voor het vastleggen van het beheerregister in combinatie met het 06-gps systeem. +
Bijeenvoeging van de grondeigendom van verschillende eigenaren, gevolgd door een nieuwe verdeling, om zo het euvel van grondversnippering, ondoelmatige vorm en verspreide ligging van de percelen te verhelpen.
Ruilverkaveling verspreidde zich in de vroege 20ste eeuw, met name vanuit de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Het idee werd ook door vele (Noord-)Europese regeringen met enthousiasme begroet.
Door de moderne ruilverkaveling verandert de indeling van het land. Er kunnen bijvoorbeeld grotere kavels ontstaan. Dit heeft ook effect op de indeling van het landschap. Zo worden sloten en andere afscheidingen tussen kavels verlegd en er worden nieuwe en grotere wegen en waterwegen aangelegd. Een algehele verbetering van de landbouwkundige situatie, inclusief de verbetering van de waterhuishouding en ontsluiting, is een belangrijk doel. Overheden hebben lange tijd ruilverkavelingen gestimuleerd om de voedselproductie te vergroten en te rationaliseren.
De eerste ruilverkaveling in Nederland was die in de Ballumer Mieden op Ameland in 1916 waar het aantal percelen van 3659 naar 500 ging. In 1919 liep een ruilverkaveling in de Noordlaarder Made in het oosten van de Oostpolder te Noordlaren stuk op de tegenwerking van een van de eigenaren. Met de Wet op de Ruilverkaveling in 1924 werd geregeld dat een ruilverkaveling door kon gaan zonder medewerking van een klein aantal eigenaren. Pas na de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog werd krachtig op ruilverkaveling ingezet.
Het minimumaantal deelnemers van de ruiling is drie. Als de kavelruil aan specifieke voorwaarden voldoet kunnen notariskosten van deze ruiling door de overheid vergoed worden. Gebruikelijk is dat er eerst een ruilverkavelingsplan wordt opgesteld, bijvoorbeeld door de Provinciale Staten of de gemeente. De grondgebruikers kunnen dan naar aanleiding van dit plan kavels uitruilen.
Het komt voor dat agrarische gebouwen door de ruilverkaveling verplaatst of herbouwd moeten worden, vooral wanneer voormalig agrarisch gebied na de verkaveling bijvoorbeeld natuurgebied wordt. Ook worden er stukken nieuwe natuur aangelegd ter compensatie van verdwenen natuur, in de vorm van zogenoemde ruilverkavelings- of dorpsbossen. Deze komen vaak in het bezit van natuurorganisaties als Staatsbosbeheer. Inmiddels is ruilverkaveling als instrument opgenomen in landinrichting.
Het is echter opvallend dat geografen relatief weinig aandacht aan het begrip ruimte hebben geschonken. De term (geografische) ‘ruimte' wordt veelvuldig en meest gedachteloos gebruikt, steeds direct of indirect verwijzend naar de aardse ruimte, de aardoppervlakte in al haar landschappelijke vormen. Wie echter de geschiedenis van het begrip analyseert komt tot de ontdekking dat veel uiteenlopende factoren op een moeilijk naspeurbare wijze betekenis hebben gehad voor de kenmerken en de functies ervan. Ruimte is een begrip dat zowel bestaat in het niet-wetenschappelijk denken maar ook in veel wetenschappen wordt gebruikt. In de geografie maken we een onderscheid tussen absolute en relatieve ruimte. +
(bron: AOA Begrippen- en Definitielijst) +
Ruimtelijke representaties vormen de basis voor analyse, visualisatie, monitoring en besluitvorming binnen Waterschap Hunze en Aa’s. Ze worden gebruikt in GIS‑systemen, fotogrammetrie‑software, hydrologische modellen, assetmanagement en drone‑inspecties. (bron: waterschap Hunze en Aa's) +
De termen wazigheid en scherpte worden gebruikt voor digitale afbeeldingen, maar andere omschrijvingen worden gebruikt om te verwijzen naar de hardware die de afbeeldingen vastlegt en weergeeft.
Ruimtelijke resolutie in radiologie verwijst naar het vermogen van de beeldvormingsmodaliteit om twee objecten te onderscheiden. Technieken met een lage ruimtelijke resolutie zullen geen onderscheid kunnen maken tussen twee objecten die relatief dicht bij elkaar staan.
De mate waarin lijnen in een afbeelding nauwkeurig kunnen worden opgelost, wordt ruimtelijke resolutie genoemd en hangt af van de eigenschappen van het systeem dat de afbeelding maakt, niet alleen de pixelresolutie in pixels per inch (ppi). Voor praktische doeleinden wordt de helderheid van de afbeelding bepaald door de ruimtelijke resolutie, niet door het aantal pixels in een afbeelding. In feite verwijst ruimtelijke resolutie naar het aantal onafhankelijke pixelwaarden per lengte-eenheid.
De ruimtelijke resolutie van consumentenbeeldschermen varieert van 50 tot 800 pixellijnen per inch. Bij scanners wordt soms optische resolutie gebruikt om de ruimtelijke resolutie te onderscheiden van het aantal pixels per inch.
Bij teledetectie wordt ruimtelijke resolutie doorgaans beperkt door diffractie , evenals door aberraties, onvolmaakte focus en atmosferische vervorming. De grondmonsterafstand (GSD) van een afbeelding, de pixelafstand op het aardoppervlak, is doorgaans aanzienlijk kleiner dan de oplosbare vlekgrootte.
In de astronomie meet men vaak de ruimtelijke resolutie in datapunten per boogseconde ingesloten op het observatiepunt, omdat de fysieke afstand tussen objecten in het beeld afhangt van hun afstand en dit varieert sterk met het object van interesse. Aan de andere kant, in elektronenmicroscopie verwijst lijn- of randresolutie naar de minimale scheiding die detecteerbaar is tussen aangrenzende parallelle lijnen (bijvoorbeeld tussen vlakken van atomen), terwijl puntresolutie in plaats daarvan verwijst naar de minimale scheiding tussen aangrenzende punten die zowel kan worden gedetecteerd als geïnterpreteerd.bijvoorbeeld als aangrenzende kolommen van atomen. De eerste helpt vaak om periodiciteit in specimens te detecteren, terwijl de laatste (hoewel moeilijker te bereiken) de sleutel is om te visualiseren hoe individuele atomen op elkaar inwerken.
In stereoscopische 3D-beelden kan ruimtelijke resolutie worden gedefinieerd als de ruimtelijke informatie die wordt opgenomen of vastgelegd door twee gezichtspunten van een stereocamera (linker- en rechtercamera).
De ruitervoorde is niet geschikt voor het doorkruisen van een waterloop met paard en wagen. +
(bron: DIV) <br/>
<br/>
De ruwheid (ook wel ruwheid, verouderde ruwheid) is een term uit de oppervlaktefysica die de oneffenheden van de oppervlaktehoogte beschrijft. <br/>
<br/>
Er zijn verschillende berekeningsmethoden voor de kwantitatieve karakterisering van de ruwheid, die elk rekening houden met verschillende eigenaardigheden van het oppervlak. De oppervlakteruwheid kan onder andere worden beïnvloed door polijsten , walsen polijsten , slijpen , leppen , honen , beitsen , zandstralen , borstelstralen , etsen , stomen of corrosie. <br/>
<br/>
De term ruwheid duidt ook een vormafwijking van de derde tot vijfde orde in technische oppervlakken volgens DIN 4760 aan. De ruwheid van een technische ondergrond is gespecificeerd in de oppervlakte-informatie in de technische tekening.
Ruwheid is vooral belangrijk in de techniek, bijvoorbeeld op technisch glijdende of zichtbare oppervlakken. De beschikbare meetapparatuur kan worden onderverdeeld in drie categorieën:
* Handmatige methoden. Dit is inclusief de rugotest . Dit valt echter niet onder de keten van GPS- normen.
* Op profielen gebaseerde methoden. Deze omvatten profielmethoden
* Gebiedsgerichte methoden. Dit omvat onder meer optisch uitgebreide meetmethoden. <br/.
In het geval van optische profiel- en gebiedsgebaseerde methoden zijn er tal van meetmethoden om uit te kiezen. Deze omvatten confocale microscopie , conoscopisch holografie , de focus variatie of wit licht interferometrie. <br/>
<br/>
Ruwheidsparameters op het profiel
Er zijn in principe drie ruwheidsspecificaties die in het dagelijks leven worden gebruikt, die meestal worden aangegeven in de eenheidsmicrometer (µm).
* De gemiddelde ruwheidswaarde , weergegeven door het symbool Ra , geeft de gemiddelde afstand aan van een meetpunt - op het oppervlak - tot de hartlijn. De hartlijn snijdt het werkelijke profiel binnen de referentiesectie zodanig dat de som van de profielafwijkingen in een vlak evenwijdig aan de hartlijn wordt verdeeld over de lengte van de meetsectie.
De gemiddelde ruwheid komt overeen met het rekenkundig gemiddelde van de absolute afwijking van de gemiddelde lijn. De gemiddelde ruwheid (in één dimensie) is iets gemakkelijker voor te stellen dan de hoogte van de rechthoek, die dezelfde lengte heeft als de te onderzoeken sectie en hetzelfde gebied als het gebied tussen de referentiehoogte en het profiel.
* De zogenaamde kwadratische ruwheid (Engelse rms-ruwheid of root-mean-squared ruwheid : wortel van het gemiddelde kwadraat) wordt berekend uit het gemiddelde van de afwijkingsvierkanten en komt overeen met het " kwadraatgemiddelde "
* De zogenaamde gemiddelde ruwheidsdiepte (ook tienpuntshoogte), voorheen weergegeven door het symbool Rz (tot DIN EN ISO 4287: 1984), is nu als ISO-kenmerkwaarde geschrapt (vanaf DIN EN ISO 4287: 1997). De gemiddelde ruwheid kan nog door oudere meetapparatuur worden afgegeven en wordt als volgt bepaald.
** Een gedefinieerde meetsectie op het oppervlak van het werkstuk is verdeeld in zeven afzonderlijke meetsecties, waarbij de middelste vijf meetsecties even groot zijn. De evaluatie wordt alleen over deze vijf meetsecties uitgevoerd, aangezien het te gebruiken Gauss-filter een halve enkele meetsectie nodig heeft voor voor- en naloop of een convolutie een niet te verwaarlozen in- en uitloopgedrag heeft.
** Voor elk van deze afzonderlijke meetsecties van het profiel wordt het verschil tussen de maximale en minimale waarde bepaald.
** De gemiddelde waarde wordt gevormd uit de vijf individuele ruwheidswaarden die op deze manier worden verkregen. (bron: Mamaija.net)
Het beschrijft de mate waarin het oppervlak mechanische turbulentie kan genereren bij de gegeven gemiddelde windsnelheid. +
s
Het aantal grammen opgeloste zouten per kilogram (zee)watermonster. Wordt uitgedrukt in m% (massa percentage) of g/L of PSU (practical salinity unit). In de praktijk kan de saliniteit niet rechtstreeks worden gemeten, dit wordt bepaald door het meten van het elektrisch geleidingsvermogen van het water. (bron: Afgeleid uit 'The International Equation of State of Seawater 1980; UNESCO 1981, UNESCO technical papers in Marine Science' / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Saliniteit (Latijn: salinitas, van sal, zout) is het zoutgehalte van het water in een meer, zee, oceaan of in een bodem.
Zouten bevinden zich in water in de vorm van geladen deeltjes, ionen. De verschillende soorten opgeloste ionen in het water bepalen samen de saliniteit. In oceaanwater is de verhouding van deze soorten ionen overal ter wereld zo goed als gelijk. Kleine verschillen in saliniteit worden in de oceanografie gebruikt om verschillende watermassa's en zeestromingen te bepalen. Zeewater met een hogere saliniteit heeft een hogere dichtheid.Hierdoor kunnen stromingen ontstaan bij veranderingen in saliniteit. (bron: Wikipedia) +
(bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie (NL)) +
(bron: www.lenntech.com / Aquo) +
(bron; Aquo / DIV) +
(bron: DONAR / Aquo / DIV) +
In een chemische verbinding komen de samenstellende elementen in een vaste verhouding voor. Deze verhouding wordt weergegeven met de molecuulformule of met de verhoudingsformule. Zo wordt water, waarvan een individueel molecuul bestaat uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom, weergegeven met de brutoformule H2O. De meeste scheikundige stoffen zijn samengesteld uit atomen van verschillende elementen. Stoffen die bestaan uit één soort atoom zijn enkelvoudige stoffen.
Er zijn twee soorten interacties mogelijk, waardoor de atomen in een samengestelde stof bij elkaar gehouden worden, de covalente binding, zoals tussen de twee koolstofatomen in ethanol, en een ionaire binding, zoals die tussen een natrium- en een chloorion in natriumchloride.
Covalente chemische bindingen vormen moleculen, ionaire chemische bindingen vormen een kristalrooster. Daarnaast vormen sommige covalente chemische bindingen ook kristalroosters, de covalente netwerken, zoals siliciumdioxide (kwarts). (bron: Wikipedia) +
Een monster waarin (deel)monsters die in het veld op de juiste wijze verzameld zijn - d.w.z. voldoend aan de randvoorwaarden voor het maken van een representatief monster - in een emmer gedeponeerd worden en vervolgens in de emmer geroerd worden, waarna uit het materiaal in de emmer een pot wordt gevuld die aan het laboratorium wordt aangeboden. Er wordt dus uitdrukkelijk in het veld samengevoegd. (bron: NEN5717:2009 3.41 / Aquo) +
In de samenhang is de voorkeur uitgesproken door een bevoegde instantie de behandeling van de onderling verbonden aanvragen in een geheel te behandelen in plaats van separaat. De samenhang tussen aanvragen voor vergunningen kan op basis van een coördinatiebericht van Gedeputeerde Staten worden bevorderd. Dit bericht is een mededeling die aangeeft dat de behandeling van een aanvraag van een vergunning gecoördineerd dient plaats te vinden. Ingeval voor eenzelfde lozingsobject twee of meer met elkaar samenhangende aanvragen zijn gedaan tot het geven van beschikkingen waarop art. 14.1 WM en afdeling 3.5 van de AWB van toepassing zijn, kunnen Gedeputeerde Staten gehouden zijn de coördinatie van de behandeling van de aanvragen te bevorderen (artikel 14.4 WM). Indien daarvan sprake is, geven Gedeputeerde Staten of de betrokken waterschappen aan op welke wijze coördinatie dient plaats te vinden. (bron: GFO-M1 / GWL / Aquo / DIV) +
Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook zijn er belangrijke raakvlakken met de basisregistratie topografie en het Nationaal Wegenbestand.
De huidige geo-basisregistraties zijn op verschillende momenten en gescheiden van elkaar ontstaan en vormen tezamen nog geen samenhangend geheel. Hierdoor zijn gegevens over (nagenoeg) hetzelfde object verspreid geraakt over verschillende registraties met elk hun eigen inhoud, bijhoudingsprocessen en bijbehorende ICT-systemen. Om de gegevens van een specifiek object in de verschillende registraties consistent te houden, zijn in de uitvoeringspraktijk een groot aantal complexe en kostbare systeemkoppelingen gerealiseerd. Ook zijn allerlei afspraken ontstaan over het onderling uitwisselen van mutaties. Beperkte afwijkingen in definities bevorderen een efficiëntere bijhouding bovendien niet. +
Bij natte sanering: het verwijderen/reinigen van baggerspecie, niet vanuit nautisch of afvoer belang, maar om reden van volksgezondheid. (bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Gezondmaking. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Sanering is het weer gezond maken.
Sanering kan verwijzen naar:
* Sanering (bebouwing), een vorm van vernieuwing in stedenbouwkundig beleid waarbij huizen in een plaats worden opgeknapt of huizen en/of andersoortige gebouwen worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe huizenbouw
* Sanering (financieel), een organisatie weer financieel gezond maken
** Wet schuldsanering natuurlijke personen, schuldsanering, een methode om mensen uit de schulden te krijgen.
* Melksanering, rationaliseren van de bezorging aan huis door het herindelen van de ventwijken van melkbezorgers.
* Sanering van wissels, verwijderen van wissels die niet per se nodig zijn
* Milieusanering, reiniging van grond, water en lucht
**Bodemsanering, schoonmaken van vervuilde grond
**Groene sanering, door zware metalen vervuilde grond zuiveren met planten
* Sanering (medisch) <br/>
(bron: Wikipedia) +
(bron: Informatie-analyse operationeel beheer: technisch rapport / Aquo / DIV) +
(bron: Informatie-analyse operationeel beheer: technisch rapport / Aquo / DIV) +
Uitgang ter aanduiding van vervuildheid ('verrottingsgraad') van water, in het bijzonder de mate van aanwezigheid van organische stoffen. (bron: de Lange & de Ruiter, 1978. / Aquo) <br/>
<br/>
Overmatige toevoer van afbreekbare organische stoffen. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Met de term saprobie of saprobiteit (Grieks: sapros = verrot) wordt de hoeveelheid (afbreekbare) organische stof in oppervlaktewater aangeduid. Soms wordt dit ook wel 'organische verontreiniging' genoemd. Vaak wordt dit samen met de trofiegraad gebruikt, de hoeveelheid in het water aanwezige anorganische voedingszouten. (bron: Wikipedia) +
(bron: NNI, 1991 - vertaald uit ISO 6107-3-67. / Aquo / DIV) +
De definitie van "satelliet" is niet exact bepaald, strikt genomen draaien in systemen met twee of meer objecten alle objecten om een gemeenschappelijk zwaartepunt of barycentrum. Als twee objecten even zwaar zijn zal dit zwaartepunt midden tussen beide in liggen. Alleen als de massa van één object duidelijk groter is zodat het gemeenschappelijk zwaartepunt binnen dit object valt, kunnen de andere, lichtere objecten als satelliet beschouwd worden. Systemen met drie of meer lichamen zijn op langere termijn meestal niet stabiel, alleen als het derde object in verhouding zo weinig massa heeft tot de andere twee, zullen de banen op langere termijn in stand kunnen blijven.
Een satelliet in een baan om een hemellichaam zoals een planeet wordt ook wel maan genoemd.
Natuurlijke manen zijn meestal objecten met de structuur van een kleine planeet of planetoïde die zijn ingevangen door de zwaartekracht van de planeet.
Kunstmanen zijn onbemande toestellen die door de mens in een baan zijn gebracht. +
Ze zijn op een totaal andere wijze gemaakt dan luchtfoto's die vooral vanuit het vliegtuig worden gemaakt.
Kleurenspectrum.
De apparatuur in de satelliet maakt opnames over het hele kleurenspectrum - niet alleen het zichtbare maar ook in het onzichtbare deel. Dit kleurenspectrum is opgedeeld in verschillende delen. Per deel van het kleurenspectrum wordt een beeld gemaakt. Door de beelden van de verschillende delen van het kleurenspectrum te combineren, worden aspecten zeer goed zichtbaar, zoals water, vegetatie of straling. Ook kan een normaal gekleurd beeld verkregen worden.
Pixelgrootte
De resolutie van de satellietbeelden is enorm toegenomen. Waar in het begin de pixelgrootte van de beelden in de buurt van enkele kilometers lag, is de pixelgrootte van de gemiddelde satellietbeelden nu ongeveer 100 tot 250 m, terwijl de commercieel verkrijgbare satellietbeelden een pixelgrootte hebben van enkele decimeters, en dus vergelijkbaar of soms zelfs beter zijn dan luchtfoto's.
Gebruik van satellietbeelden
Satellietbeelden worden voor vele doelen gebruikt:
* Monitoring van processen op aarde
* Spionage
* Wetenschappelijk onderzoek
Door de opkomst van internet zijn er echter ook nieuwe mogelijkheden ontstaan, waaronder ook commerciële. De opvallendste nieuwe aspecten van gebruik zijn de zogeheten web based services, oftewel, diensten door gebruik te maken van internet. Een voorbeeld daarvan is Google Earth waarmee de hele wereld te zien is. Over deze satellietbeelden en luchtfoto's kunnen allerlei andere gegevens worden geplot. +
De meest voorkomende use-cases voor satelliettaken naast overheids- en militaire projecten hebben betrekking op noodhulp, waarbij grote organisaties bijvoorbeeld schade moeten beoordelen die verband houdt met sneeuwstormen of bosbranden. Een andere is vegetatiebeheer voor spoorwegen, energie en nutsbedrijven, waarbij satellietgegevens kunnen worden gebruikt om bomen te detecteren die te dicht bij kritieke infrastructuur groeien (zoals bovengrondse elektriciteitskabels), waardoor risico's ontstaan. (bron: GEO AWESOME) <br/>
<br/>
Hunze en Aa's maakt gebruik van satelliettasking (Pléiades satelliet) voor het schouwproces. Door gebruik te maken van satelliettasking is de kans groter dat je bruikbare beelden uit de ruimte krijgt om de schouwsloten te kunnen beoordelen. (middels machine learning) Zodra de satelliet in de buurt van het interesse gebied komt zal de camera / sensoren van de satelliet zo worden gedraaid dat het gebied goed wordt vastgelegd. (bron: Hunze en Aa's) +
(bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Het woord 'schaar' heeft de betekenis van een naar één richting ondieper wordende getijgeul, maar zal misschien oorspronkelijk zijn afgeleid van het woord 'inscharen', d.i. het uitbochten van een holle oever. Behalve de scharen zijn er nog de 'doorlopende hoofdgeulen'. +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, gewijzigd / Aquo) <br/>
<br/>
Dijk onmiddellijk gelegen aan een stroomgeul en daarvan niet door voorland gescheiden. (bron: DIV) +
Dit kan publiekrechtelijk geregeld worden via een schadevergoedingsregeling of privaatrechtelijk via bijvoorbeeld blauwe diensten. +
De schadeberekening van auto’s is inmiddels voltooid. +
Bron: www.juridischwoordenboek.nl +
Een schakelkast is een stalen, aluminium of roestvast stalen kast waarin zich elektrische en/of elektronische componenten bevinden.
Men treft de schakelkasten onder meer aan in de industrie en op straat. Ze worden gebruikt bij de besturing van processen, bijvoorbeeld voor verkeerslichten, en bij kabelverbindingen zoals voor elektriciteit en telefonie.
De kasten worden vaak voorzien van accessoires zoals ventilatie, verwarming, vulmassa, isolatie en fundering. +
(Bron: Wijk, J van der, Taal van het Water/Aquo) <br/>
<br/>
Een scheepswerf is een plaats waar schepen of andere drijvende objecten worden gebouwd of worden gerepareerd. Meestal is het hart van een scheepswerf de droogzetinstallatie. Grotere werven hebben meerdere droogzetinstallaties. Er zijn echter, vooral in het buitenland, ook scheepsreparatiebedrijven die geen eigen droogzetinstallatie hebben. Zij zijn gespecialiseerd in reparatie van schepen die in het water liggen en/of maken, indien nodig, gebruik van een droogzetinrichting die vaak in handen van de (semi)overheid is. +
Uiteenvallend in zeevaart, kustvaart, binnenvaart en recreatievaart.
(Bron: Wijk, J van der, Taal van het Water/Aquo) +
Scheepvaartberichtgeving is verplicht. Vaarwegbeheerders dienen vaarweggebruikers te informeren over afwijkende omstandigheden. +
Voorbeelden van scheepvaartsluizen:
* Schutsluis
* Zeesluis
* Trapsluis
* Combinatiesluis <br/>
(bron: Hunze en Aa's) +
Scheidingsmethoden worden toegepast in de scheikunde en in de procestechnologie. Zoals het woord scheikunde al suggereert, zijn scheidingsmethoden onmisbaar in de scheikunde. Met scheidingsmethoden worden verschillende doelen nagestreefd, zoals het verkrijgen van zuivere stoffen, waarvan de eigenschappen kunnen worden bestudeerd of de hoeveelheid van deze stoffen in het mengsel, maar ook het verkrijgen van werkzame delen van een stofmengsel, bijvoorbeeld bij de productie van medicijnen. Het scheiden van mengsels in zuivere stoffen is dus een belangrijke taak van een chemicus. <br/>
<br/>
Een scheiding levert niet altijd compleet gescheiden stoffen of fasen op. Er treedt vaak een evenwicht op, zodat een betere scheiding pas bereikt kan worden wanneer meerdere fasen van de scheidingsmethoden zijn doorlopen. <br/>
<br/>
Er worden meerdere scheidingsmethoden gehanteerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de verschillende fysische of chemische eigenschappen van een stof. <br/>
<br/>
Deeltjesgrootte <br/>
Zeven is hiervoor een goed voorbeeld. Bij een zeef met een bepaalde maaswijdte zullen deeltjes met een grotere diameter dan de maaswijdte doorgaans op het zeef achterblijven.
Filtratie, bijvoorbeeld bij het zetten van thee. De (grotere) vaste deeltjes blijven achter in het theezeefje terwijl de vloeibare thee door het zeefje heen stroomt.
Adsorptie en oplosbaarheid
Scheiding kan plaatsvinden op basis van polariteit (lading). Dit is onder andere het geval in vloeistof- en gaschromatografie. De meetoplossing wordt in beide gevallen geïnjecteerd in een kolom. Deze kolom is van binnen bedekt met een polaire of apolaire laag, bijvoorbeeld van een apolaire binnenlaag. Stoffen die door de kolom heen gaan worden nu gescheiden op basis van hun polariteit; apolaire stoffen hebben meer affiniteit voor de apolaire binnenlaag dan polaire stoffen. Dit wil zeggen dat hoe polairder een stof is, des te sneller komt hij uit de kolom en langs de detector. <br/>
<br/>
Kookpuntsverschillen <br/>
Destillatie maakt gebruik van het verschil van kookpunten in de verschillende chemische stoffen in ruwe olie dat in een raffinaderij wordt gesplitst in fracties als benzine, kerosine en stookolie. <br/>
<br/>
Dichtheid <br/>
Bijvoorbeeld door centrifugeren kunnen grote zware deeltjes als steentjes in een zand/watermengsel worden gescheiden in fijn zand en grof zand. <br/>
<br/>
Chemische reactie <br/>
Bijvoorbeeld bij waterontharding wordt een ionenwisselaar gebruikt waarbij de calciumionen in het water op polystyreendrager worden uitgewisselen met natriumionen.
Het verkrijgen van een scheiding berust op zowel fysische als chemische eigenschappen van het stofmengsel en/of van de te isoleren stof. Direct waarneembare en meetbare eigenschappen kunnen worden gebruikt om stoffen te scheiden. <br/>
<br/>
Bij een scheiding zal de vrije energie van het systeem toenemen. Bij een scheidingsproces moet dan ook energie worden toegevoegd, zoals warmte of mechanische energie. <br/>
In de dagelijkse omgang met dode en levende materie komen stoffen vooral gemengd voor. Een zuivere stof onderscheidt zich in chemisch opzicht van een mengsel doordat een zuivere stof alleen gescheiden kan worden door het verbreken van bindingen tussen atomen. Een zuivere stof kan ofwel bestaan uit de atomen van één chemisch element: een enkelvoudige stof, ofwel uit de atomen van twee of meer elementen: een samengestelde stof.
In het dagelijks taalgebruik wordt in plaats van synthetische stof de term chemische stof (meervoud: chemicaliën of gevaarlijke stoffen) gebruikt voor stoffen die het product zijn van industriële chemische synthese, en die milieutechnische risico's met zich meebrengen. Feitelijk is hier sprake van een pleonasme aangezien, strikt genomen, materie per definitie chemisch is. +
Het woord schema stamt van het Griekse "σχήμα" ("schèma"), wat vorm of meer algemeen plan betekent. Het meervoud van schema is schema's, maar soms wordt nog de oorspronkelijk Griekse meervoudsvorm schemata gebruikt. <br/>
<br/>
Het begrip schema heeft meerdere betekenissen:
* diagram, algemeen een visualisatie
* In het algemeen in de wetenschap een model: zie model (wetenschap)
* schema (Kant), in de filosofie van Immanuel Kant een categorie van pure, niet-empirische concepten omtrent empirische zintuiglijke impressie
* schema (logica), in de logica, een regel van recursie die een verzameling van (meestal oneindige) statements beschrijft
* In de informatica een model
** XML Schema, een wijze van definitie van de structuur, de inhoud, en tot op zekere hoogte de semantiek van XML-documenten
** databaseschema, een beschrijving van de structuur van een database of een directory. Hierbij onderkent men:
*** conceptueel datamodel, conceptueel schema, een kaart van concepten en hun relatie
logisch schema, een kaart met entiteiten, hun eigenschappen en relaties
*** datamodel, fysisch schema, een specifieke implementatie van een logisch schema
** genetisch algoritme
* In de psychologie en cognitiewetenschap een mentale structuur die enige aspecten van de wereld representeert
* In de hogere wiskunde, meer bepaald de algebraïsche meetkunde, een abstractie van het begrip algebraïsche variëteit: zie schema (wiskunde)
* In de elektrotechniek een grafische voorstelling van een elektrische installatie, een elektronische schakeling: zie schema (elektriciteit)
* In de elektronica een grafische voorstelling van een elektronisch circuit: zie schema (elektronica) <br/>
(Bron: Wikipedia) +
(bron: ASM (REGIS) / TNO / Adventus / Aquo / DIV) +
Bij lodingen in het algemeen is dit een vorm van datareductie waarbij een gridcel een waarde krijgt gebaseerd op de datapunten binnen die gridcellen - bv een gemiddelde, maximum, minimum e.d.. Bij singlebeam lodingen spreken we in sommige gevallen van schematiseren als functie van datareductie op de ideale raai. Op vaste afstanden in de raai wordt de diepte geplaatst. Het is dan een combinatie van idealiseren en reductie. (Bron: Aquo) +
Scheef duidt erop dat het opgetreden en astronomische hoogwater niet op hetzelfde tijdstip hoeven te vallen. (bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr. 16, 's-Gravenhage, 1986 (gewijzigd) / Aquo / DIV) +
Scheef duidt erop dat het opgetreden en astronomische laagwater niet op hetzelfde tijdstip hoeven te vallen. (bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr. 16, 's-Gravenhage, 1986 (gewijzigd) / Aquo / DIV) +
(bron: CHO (505), zonder toelichting / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Superkritische stroming is een begrip uit de hydraulica. Superkritische stroming wordt gedefinieerd met behulp van het getal van Froude. Het Getal van Froude is een dimensieloos getal dat de verhouding tussen kracht ten gevolge van traagheid en kracht ten gevolge van gravitatie weergeeft. Anders gezegd duidt superkritische stroming een stromingstoestand van een vloeistof aan, waarbij de stroomsnelheid groter is dan de snelheid waarmee een golf zich voortplant. Dit betekent dat een verstoring van het stromingspatroon die zich benedenstrooms voordoet, in superkritisch stromend water nooit effect kan hebben op de bovenstroomse situatie. Het getal wordt gebruikt voor het beschrijven van het gedrag van vloeistofoppervlakken.
Bij superkritische stroming is de gravitatiecomponent kleiner dan de component ten gevolge van de traagheid. Superkritische stroming komt veel voor in bergrivieren. Superkritische stroming duidt een stromingstoestand van een vloeistof aan, waarbij de stroomsnelheid groter is dan de snelheid waarmee een golf zich voortplant. Dit betekent dat een verstoring van het stromingspatroon die zich benedenstrooms voordoet, in superkritisch stromend water nooit effect kan hebben op de bovenstroomse situatie.
Superkritische stroming betekent in de praktijk dat informatie (lees: golven) niet in staat is om via het wateroppervlak door te dringen naar bovenstrooms gelegen locaties. Als men een steen in superkritisch stromend water gooit, zullen de kringen (golven) uitsluitend benedenstrooms ontstaan van de plaats waar de steen in het water viel.
Superkritische stroming heeft veel gemeen met het doorbreken van de geluidsbarrière door straaljagers. In dat geval is de snelheid van het geluid lager dan die van het object, waardoor een toehoorder de straaljager tevoren niet kan horen aankomen. (bron: Wikipedia) +
De schijnwaterstand is de grondwaterstand die afwijkt van het freatische grondwaterstand als gevolg van plaatselijke afwijkingen in de bodemopbouw.
Bijvoorbeeld een niet-waterdoorlatende laag klei kan na regenval een schijnwaterstand geven op een laag die boven de grondwaterstand ligt.
"Sommige vennen hebben een zo'n eigen waterstand, een schijnwaterspiegel, veroorzaakt door een ondoorlatende laag, die het ven isoleert van het lagere grondwater: een dicht podzolprofiel, een leemlaag of een door het ven zelf gevormde dichte bodemafsluitende laag of resten van algen en waterplanten."
Ook bij een pingo is er vaak een schrijnwaterspiegel. +
De bodem in Groningen daalt door gas- en zoutwinning. Als de waterstand gelijk blijft en de bodem daalt, stijgt relatief gezien het waterpeil. Om de negatieve gevolgen van de bodemdaling op te vangen, verlaagt het waterschap het waterpeil. (bron: waterschap Noorderzijlvest) +
Binnenschip met inbegrip van een klein schip en een veerpont, zomede een drijvend werktuig en een zeeschip. (bron: Rijnvaartpolitiereglement 1995) <br/>
<br/>
Vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water. (bron: Binnenvaartpolitiereglement) <br/>
<br/>
Vaartuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer over water. (bron: Aquo Lex en Objectencatalogus) <br/>
<br/>
Zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijven of hebben gedreven. (bron: Burgerlijk Wetboek Boek 8, Verkeersmiddelen en vervoer) <br/>
<br/>
Zeeschip, ongeacht het type, met inbegrip van draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen, drijvende vaartuigen en drijvende platforms, met uitzondering van platforms die ter plaatse worden ingezet bij de exploratie, exploitatie of productie van minerale rijkdommen van de zeebodem (bron: Wet bestrijding maritieme ongevallen) <br/>
<br/>
Vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water. (bron: Scheepvaartverkeerswet) +
schor in zuidwesten - gors in rivierengebied - kwelder in noorden <br/>
<br/>
Bron: Van Dale Groot Woordenboek voor de Nederlandse Taal. Aanvullingen en correcties voor de dertiende druk door J. van der Tuin (Waterloopkundig Laboratorium, Delft / Aquo) <br/>
<br/>
Het onderscheid tussen slikken en schorren is dat schorren alleen bij hoog springtij onder water staan, slikken bij (bijna) elk hoogwater. Hierdoor zijn slikken, in tegenstelling tot schorren, onbegroeid. (Wikipedia)
Buitendijks aangeslibd land dat alleen bij verhoogd hoogwater onderloopt. (bron: DIV) +
Voor extra zekerheid bestaat de constructie gewoonlijk uit twee rijen schotbalken, waartussen grond kan worden gestort. Brede openingen kunnen met pijlers worden gebouwd, waardoor meerdere openingen naast elkaar kunnen worden afgesloten.
Van oudsher worden hier balken van tropisch hardhout voor gebruikt, die naast de sluis of poort worden opgeslagen in een balkenloods of onder een afdak. Heden ten dage kent men ook schotbalkafsluitsystemen voor tijdelijke afsluiting of noodafsluiting van open kanalen. De schotbalken zijn dan vervaardigd uit aluminium, in frames vervaardigd uit roestvast staal met een afdichting met vuilwaterbestendig rubber.
De schotbalken kunnen ook gebruikt worden om het peil in een watergang op te stuwen. Dit gebeurt middels een schotbalkstuw. <br/>
<br/>
Schotbalken zijn houten balken, welke benut worden als tijdelijke waterkering. Zij worden horizontaal op elkaar gestapeld, vastgezet in een aan weerszijden in het muurwerk aangebrachte schotbalksponning. <br/>
In dubbele rij (tussenruimte 0,50 1,00 m, opgevuld met klei) worden zij gebruikt als tijdelijke of noodkering in sluizen en stuwen. Bovendien benut men s. in enkele rij, in z.g. schotbalk-stuwtjes, voor regulering van de waterstand in beken en sloten. Houten s. zijn gewoonlijk voorzien van stalen ogen, zodat zij op eenvoudige wijze gelicht kunnen worden. Zij worden in de sponning vastgezet met een klos en een grendel om opdrijven of ontvreemding te voorkomen. Voor het tijdelijk afsluiten van grotere openingen gebruikt men stalen schotbalken. (Ensie) <br/>
<br/>
Balk met een tijdelijke waterkerende functie die in (schotbalk)sponningen wordt aangebracht (bron: NPR 4768, Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL), CROW 156) +
(bron: NCS / Aquo) +
[[Bestand:Schotbalkstuw foto.jpg|500px|Stuw KST-W-10400.]] <br/>
Schotbalkstuw KST-W-10400 nabij Sellingen. <br/>
<br/>
[[Bestand:Schotbalkstuw foto2.jpg|500px|Schotbalkstuw KST-W-00019.]] <br/>
Schotbalkstuw KST-W-00019 nabij Sellingen. <br/>
<br/>
[[Bestand:Schotbalkstuw foto3.jpg|500px|Schotbalkstuw KST-V-00007 Veendam.]] <br/>
Schotbalkstuw KST-V-00007 Veendam. +
Bij een waterkering: Geheel van controles waarmee de toestand en de waterkerende kwaliteit van de waterkering in ogenschouw wordt genomen. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
De schouw is het toezicht op waterstaatswerken als watergangen en waterkeringen. De schouw wordt in de regel uitgevoerd door het waterschap. Bij het schouwen controleert de waterbeheerder of aan de onderhoudsverplichtingen uit de keur en legger wordt voldaan.
De schouw is meestal een visuele inspectie; men bekijkt of de sloot schoon genoeg is, de kade geen scheuringen vertoont enz. Schouw kan echter ook met behulp van instrumenten worden gedaan. <br/>
Aan de schouw zijn juridische gevolgen verbonden. Wordt er bijvoorbeeld geconstateerd dat een sloot onvoldoende geschoond is, dan volgt in de regel een brief waarin de onderhoudsplichtige (in de meeste gevallen de eigenaar) wordt gesommeerd de sloot in schouwbare staat te brengen (dus schoon te maken). Schouw is dus meer dan een inspectie. <br/>
Veel waterlopen zijn voorzien van schouwpaden die door de waterschappen meer en meer toegankelijk worden gemaakt voor wandelaars. <br/>
In het verleden schouwden de bestuurders van het waterschap, de bestuurlijke schouw. Tegenwoordig vindt bijna overal ambtelijke schouw plaats. <br/>
Niet gerichte inspectie, in het kader van de korte termijn zorgplicht (directe aansprakelijkheidsrisicos) van een beheerder. (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) <br/>
Niet gerichte inspectie in het kader van de korte termijn zorgplicht van een beheerder ten behoeve van de beheersing van de directe aansprakelijk-heidsrisico’s. (bron: Vraagspecificatie Algemeen PRC (oud)) <br/>
Visuele controle van (wel/niet op vooraf vastgestelde) punten van het systeem en waaruit een kwalitatieve (beschrijvende) waardering van de schouwer volgt. (bron: WWB0044) <br/>
Niet gerichte inspectie, in het kader van de korte termijn zorgplicht (directe aansprakelijkheidsrisicos) van een beheerder. (bron: Inspectiekader RWS)
De oppervlaktewaterlichamen moeten vrij zijn van belemmeringen, zoals overmatige begroeiing en obstakels. <br/>
<br/>
De schouwkaart is gebaseerd op de (onderhouds)legger. In deze legger is vastgelegd waar de oppervlaktewaterlichamen zich bevinden, inclusief de afstroomrichting, en wie verantwoordelijk is voor het onderhoud (zowel gewoon als buitengewoon onderhoud). De voormalige schouwlegger is hierbij vervangen door de (onderhouds)legger. In tegenstelling tot de schouwkaart wordt de legger formeel vastgesteld door het waterschap.
De schouwkaart vormt daarmee een praktisch hulpmiddel voor de uitvoering van de schouw en de handhaving van de onderhoudsverplichtingen. (bron: Hunze en Aa's) +
Het waterschap schouwt de schouwsloten tijdens de najaarsschouw in november. <br/>
Een schouwsloot is een secundair oppervlaktewaterlichaam. (Bron: waterschap Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Sloot die niet door het waterschap wordt onderhouden maar wel van belang is voor de afwatering in een klein gebied.
Wanneer deze sloten niet worden onderhouden, ontstaan er meestal problemen. Vaak is dit wateroverlast, of juist het tegenovergestelde, watertekort. De eigenaren van gronden die langs de sloot liggen, moeten de sloten eenmaal per jaar - in het najaar - schoonmaken. Elk najaar controleert het waterschap of de sloten goed schoon zijn. Dit noemt men schouwen en de sloten heten daarom schouwsloten. (Bron: Aquo / AA en Maas / UIVO-W) <br/>
<br/>
De onderhoudsplichtige van de schouwsloot.
* Onderhoud aanliggende eigenaar (Overig): Het onderhoud van deze schouwsloot is voor de aanliggende eigenaren.
* Schouwsloot, Aangepast toezicht: Het onderhoud van deze schouwsloot is voor de aanliggende eigenaren maar er wordt alleen geschouwd wanneer er sprake is van wateroverlast, veroorzaakt door slecht onderhoud van de bewuste watergang.
* Schouwsloot, gehele onderhoud aanliggende eigenaar linkeroever: Het onderhoud van de gehele sloot is voor de eigenaar die zich bevind aan de linkerzijde van de sloot, uitgaande van de afvoerstroomrichting.
* Schouwsloot, gehele onderhoud aanliggende eigenaar rechteroever: Het onderhoud van de gehele sloot is voor de eigenaar die zich bevind aan de rechterzijde van de sloot, uitgaande van de afvoerstroomrichting.
* Schouwsloot, onderhoud derden: Het onderhoud is niet voor de aanliggende eigenaren, maar voor een andere partij. Informatie over de onderhoudsplichtige, zie veld Onderhoudsplichtige derden.
* Schouwsloot, Waterschap: Het onderhoud van de gehele sloot is voor het waterschap.
* Schouwsloot, Waterschap onderhoud derden: Het onderhoud van de gehele sloot is voor het waterschap maar het onderhoud wordt uitbesteed.
* Schouwsloot, eerst schonen waterschap: Dit zijn sloten die onder schouw zijn geplaatst maar nog niet in schouwbare staat zijn. Het waterschap schouwt de sloten nog niet. Het waterschap gaat deze sloten eenmalig in schouwbare staat brengen en vervolgens wordt het onderhoud overgedragen aan de onderhoudsplichtige(n). <br/>
(bron: Waterschap Hunze en Aa's)
De schouw is het toezicht op waterstaatswerken als watergangen en waterkeringen. De schouw wordt in de regel uitgevoerd door het waterschap. Bij het schouwen controleert de waterbeheerder of aan de onderhoudsverplichtingen uit de keur en legger wordt voldaan.
Ieder jaar wordt de concept schouwlegger in juli 6 weken ter inzage gelegd en is er de mogelijkheid van de ingeland om een zienswijze in te dienen. In september wordt de schouwlegger opnieuw vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap. Een ingeland die een zienswijze heeft ingediend en het niet eens is met het besluit van het algemeen bestuur kan gedurende 6 weken na vaststelling van de schouwlegger een bezwaar indienen bij het waterschap. (bron: Hunze en Aa's) +
In 2000 is in navolging van het beleid van de fuserende kwantiteitswaterschappen (Hunze en Aa, Dollard Zijlvest en Eemszijlvest( de huidige schouwverordening opgesteld als een samenvoeging van het beleid van deze fusiepartners. Bij de vaststelling van de huidige schouwverordening was er weliswaar discussie omtrent de data van de schouw, desondanks is de schouwverordening vastgesteld met de toezegging de hele schouwprocedure te evalueren. Dit is dan ook gebeurd naar aanleiding van de schouw 2000 en 2001.
In de jaren 2000, 2001 en 2002 is met behulp van de schouwverordening de schouw uitgevoerd. De evaluatie heeft als conclusie opgeleverd dat schouw een goed en noodzakelijk instrument is om het detailwaterbeheersingssysteem in stand te houden. Bovendien zijn nu technisch toetsbare criteria geformuleerd en is bepaald wat de omvang van de waterschapszorg zou moeten zijn. Navolgende beleidsnotitie schouw is het resultaat van de discussie gehouden binnen de ambtelijke organisatie van ons waterschap. Hierbij is het uitgangspunt gehanteerd dat schouw dienstbaar moet zijn aan de primaire
(kwantitatieve) taken die het waterschap heeft, en bovendien goed en begrijpbaar uitgelegd
moet kunnen worden aan een ieder die met de schouw als zodanig te maken krijgt. (bron: Hunze en Aa's) +
Schraapzuigers worden met name toegepast in olie- en gasleidingen , maar ook in waterverdeelleidingen. De Engelse termen pig ( pijpleidinginspectie meter ) voor een zuiger en schroot voor een schraper worden ook gebruikt. <br/>
Een andere familie van gereedschappen, intelligente varkens of slimme zuigers ( smart pig in het Engels) zijn complexere apparaten die worden gebruikt voor het inspecteren van deze leidingen.
Het systeem kan ook worden gebruikt bij het reinigen van leidingen op zijn plaats , met name in de voedingsmiddelenindustrie . +
(bron: CRIW / Imbor) <br/>
<br/>
Een schroefcentrifugaalpomp is een type rotodynamische pomp die de eigenschappen van een schroefpomp en een centrifugaalpomp combineert. De waaier van deze pomp heeft een schroefvormige geometrie, waardoor het medium zowel axiaal als radiaal wordt verplaatst. Dit ontwerp maakt de pomp bijzonder geschikt voor het verpompen van vloeistoffen met vaste bestanddelen of hoge viscositeit. <br/>
<br/>
Kenmerken:
* Schroefvormige waaier zorgt voor een zachte, continue stroming.
* Zeer geschikt voor het verpompen van afvalwater, slib en water met drijfvuil.
* Lage kans op verstopping door ruime vrije doorlaat.
* Wordt toegepast in rioolgemalen, zuiveringsinstallaties en bij het verpompen van oppervlaktewater.
* Combineert hoge capaciteit met relatief lage opvoerdruk. <br/>
<br/>
Voordelen voor waterschappen:
* Visvriendelijk ontwerp, geschikt voor faunapassages.
* Energie-efficiënt bij wisselende debieten.
* Onderhoudsvriendelijk door robuuste constructie. +
(bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Een schroefpomp bestaat uit een buis waarin een waaier draait die er uitziet als een scheepsschroef. Door het ontstane drukverschil komt het water in beweging. Meestal is
de schroefas verticaal opgesteld en maakt de buis een bocht van 90 graden. De
schroefas steekt dan in de bocht in een afdichting door de buis heen. Op deze
manier kan de schroef door een boven of naast de pomp geplaatste motor worden
aangedreven. <br/>
<br/>
Open en gesloten schroefpomp
Het verschil zit in het gebruik van een persleiding. Bij een open schroefpomp
wordt geen persleiding gebruikt. Qua waaier is het dezelfde pomp. <br/>
(bron: Stowa) +
Apparaat waarmee een leiding kan worden afgedicht. (bron: REGIS (TNO) / Aquo). <br/>
<br/>
Regelbare waterbouwkundige constructie voor het (tijdelijk) blokkeren of doorlaten van oppervlaktewater, waarbij het water onder de schuif heen loopt. <br/>
<br/>
Schuif in hevel, syphon, doorlaatwerk enzovoort. (bron: DIV) +
Schuifafsluiter: rechtlijnige beweging van het afsluitlichaam dwars op de stromingsrichting. <br/>
<br/>
Bij een schuifafsluiter wordt een schuif met behulp van een spindel in de baan van het stromende medium geschoven. Vaak is er geen pakkingmateriaal aanwezig. Om de aandrukkracht te vergroten zijn de schuif en de wand van de opening vaak enigszins wigvormig uitgevoerd. Dit type afsluiter past men doorgaans toe bij grotere leidingdiameters. Schuifafsluiters hebben een korte inbouwlengte en betrekkelijk weinig doorstroomweerstand, in geopende positie wordt de doorstroming nauwelijks beïnvloed. Bij het inbouwen hoeft er geen rekening te worden gehouden met de stromingsrichting. Ze zijn niet geschikt als regelafsluiter. Bij een gesloten schuifafsluiter staat er hydrostatische druk op de gehele schuif waardoor deze zwaar te openen is. +
(bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een schuifkracht is een kracht die in een materiaal een tegengestelde, gelijke kracht in een naastliggende evenwijdige werklijn opvangt, zonder draaiing te veroorzaken. Ter verduidelijking van de relatie tussen langskrachten en dwarskrachten is de zogenaamde kubieke eenheid vervangen door een eenvoudig vierkant. De twee trekkrachten in B en D in de nevenstaande figuur zullen door draaiing van het vierkant in elkaars verlengde komen te liggen. Als het vierkant wordt vastgezet in A en C, dan treden daar krachten op die even groot zijn als die in B en D. De krachten A, B, C en D veroorzaken een schuine trekkracht tussen B en D. Dit verschijnsel doet zich in balken voor bij de opleggingen. De verticale krachten in B en D worden dwarskrachten genoemd. De krachten in A en C heten langskrachten. De langskracht wordt zichtbaar bij het doorbuigen van twee gelijkvormige, op elkaar liggende planken, die zijn opgelegd op twee steunpunten aan de uiteinden. De onderlinge verschuiving die daarbij optreedt kan men voorkomen door de planken op elkaar te lijmen, welke lijm de schuifkracht opvangt.
Een schuifkracht kan ook ontstaan door wringing, waarbij de kracht wordt overgebracht van doorsnede op doorsnede. De schuifspanning daarbij neemt van nul in het midden van de doorsnede toe tot de randspanning.
De langskrachten ontstaan doordat het spanningsverloop in twee evenwijdige doorsneden verschillend is, doordat het moment in de ene doorsnede anders is dan in de andere. Het in de afbeelding gearceerde spanningsverschil levert in de langsdoorsnede AB een schuifspanning op. In een eenvoudig belaste, aan twee einden opgelegde balk is het verschil tussen de momenten gelijk aan de dwarskracht maal de afstand tussen de doorsneden. Er is dus een rechtstreeks verband tussen de langs- en de dwarskracht. Deze relatie is onderzocht door Coulomb, Huber en Hencky. In het algemeen, met uitzondering van o.a. betonbalken, zijn schuifkrachten zo gering dat daarvoor geen berekeningen hoeven te worden gemaakt. (bron: Wikipedia)
Schuifspanning ontstaat ook als een profiel of een plaat in de dwarsrichting wordt belast. Denk aan een stapel boeken die je met één hand tilt, met je andere hand erbovenop. Als je de boeken sterk genoeg op elkaar klemt kun je de hele stapel een kwartslag draaien van de verticale stand naar een horizontale stand, zonder dat de boeken vallen. Door de druk is de schuifweerstand tussen de boeken zo groot dat de stapel niet bezwijkt onder schuifkrachten. Als je moe wordt en niet meer hard genoeg drukt 'bezwijkt' de stapel boeken. +
Schuim heeft een groot percentage vet. (bron: International Navigation Association (2000) Glossary of Selected Environmental Terms, Report of Working Group n.º3 of the Permanent Environmental Commission, Supplement to Bulletin No. 104. / Aquo) <br/>
<br/>
Colloïdaal systeem van een fijn verdeeld gas in een vloeistof; ontstaat door het opkloppen van een vloeistof met lage oppervlaktespanning en kan vooral lang stabiel blijven als er oppervlakte actieve stoffen aanwezig zijn. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Schuim is volgens de meest algemene definitie een mengsel van verschillende gasbellen in een vloeistof of vaste stof. (bron: Wikipedia) +
Na het sluiten van een wederkerige overeenkomst, maar voordat er prestaties zijn geleverd, zijn beide partijen zowel schuldeiser als schuldenaar. Nadat de ene partij de overeengekomen prestatie heeft geleverd en de andere nog niet, is de eerstgenoemde partij alleen schuldeiser en de andere alleen schuldenaar. De ene prestatie is bijvoorbeeld de levering van goederen of diensten, en de andere de betaling daarvan.
Soms wordt de term anders gebruikt. Een schuldeiser verschilt dan van een crediteur, omdat een crediteur in normale gevallen zijn rekening betaald krijgt. Pas als de rekening niet betaald wordt en de crediteur dit kenbaar maakt, verandert deze in schuldeiser.
Het Nederlands recht kent bij een faillissement een volgorde van schuldeisers. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Partij die recht heeft op een prestatie (bron: Burgerlijk Wetboek Boek 7, Bijzondere overeenkomsten / ABDL) +
(bron: Wijk, J van der, Taal van het Water / Aquo) <br/>
<br/>
De schutkolk is de ruimte tussen de beide stellen sluisdeuren van een schutsluis. Sommige sluizen worden daarom ook wel kolk genoemd, zoals de Nijveensterkolk tussen het Noord-Willemskanaal en het Paterswoldsemeer. (bron: Wikipedia) +
Schutsluis of sas uitgegraven in de lengte van een vaart om het water daarin te verzamelen. Sluis voorzien van een dubbel stel deuren, waardoor vaartuigen in een ander water kunnen komen dat een hogere of lagere stand heeft. (bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een schutsluis (ook wel: vallaat, verlaat of sas) is de bekendste uitvoering van een sluis. Het is een kunstwerk dat het mogelijk maakt om schepen van het ene naar het andere waterpeil te brengen. Een schip kan ermee worden opgeschut of afgeschut, respectievelijk omhoog of omlaag. De doorvaart bij sluizen wordt geregeld door middel van lichten die bij de sluis zijn aangebracht. Een schutsluis bestaat uit een schutkolk of sluiskolk met aan beide zijden een sluisdeur.
De afmetingen van de kolk bepalen de CEMT-klasse van een vaarweg.
Vaak vindt men naast een stuw een schutsluis. Als de stuw gesloten is, waardoor het water in het stuwpand wordt opgestuwd, blijft scheepvaart dankzij de sluis mogelijk. (bron: Wikipedia) +
Bij een schutsluis naar 1 zijde met puntdeuren bevinden zich maar 1 paar punt deuren aan de bovenstroomse- en benedenstroomse zijde. (bron: waterschap Hunze en Aa's) +
Bij een schutsluis naar 2 zijde met puntdeuren bevinden zich 2 paar punt deuren aan de bovenstroomse- en benedenstroomse zijde om afhankelijk van de waterstand boven- en benedenstrooms het water te kunnen keren. (bron: waterschap Hunze en Aa's) +
(bron: Wijk, J van der, Taal van het Water / Aquo) <br/>
<br/>
Schutten of versassen is het proces waarbij een schip door middel van een schutsluis of sas tussen twee kanaalpanden met verschillend waterniveau wordt verplaatst. Van laag naar hoog heet opschutten, van hoog naar laag heet afschutten.
Het schutten door een sluis wordt geregeld door de sluiswachter, die ook wel sluismeester wordt genoemd. De sluismeester kan aan de schipper een verkeersaanwijzing geven als de situatie dit noodzakelijk maakt. De schipper is verplicht om aan deze verkeersaanwijzing gevolg te geven.
Om te voorkomen dat afgebroken en gezonken voorwerpen (bijvoorbeeld autobanden) de sluisdeuren blokkeren, mag een schip bij het schutten slechts voorwerpen die niet kunnen zinken als wrijfhout gebruiken. (bron: Wikipedia) +
De lichtdoorlaatbaarheid (of doorzicht) wordt gemeten door de schijf te water te laten en de diepte waarop de schijf niet meer te zien is af te lezen via een maatverdeling op de stang of draad. (Bron: Aquo) <br/>
<br/>
De secchischijf is een ronde schijf die bevestigd is aan een draad of een stang. Dit uiterst eenvoudige instrument wordt gebruikt om de lichtdoorlaatbaarheid in het water van vaarten, meren en oceanen te meten. <br/>
<br/>
De schijf wordt te water gelaten en de diepte waarop de schijf niet meer te zien is wordt afgelezen via een maatverdeling op de stang of draad. Deze zogenaamde secchi-diepte geeft de troebelheid van het water weer. <br/>
<br/>
De secchischijf is vernoemd naar Pietro Angelo Secchi die dit apparaat in 1865 bedacht.
<br/>
De secchi-diepte wordt bereikt als de lichtreflectie van het wateroppervlak gelijk is aan de lichtreflectie van de schijf onder water. Uit experimenten blijkt dit het geval als de reflectie vanaf de schijf tussen de 15 en 20% is van de reflectie van het wateroppervlak. (Bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo / DIV) +
Secundaire oppervlaktewaterlichamen vervullen een ondersteunende en verbindende rol binnen het watersysteem. Zij transporteren water tussen tertiaire oppervlaktewaterlichamen en de primaire hoofdwaterstructuur en dragen bij aan een doelmatige ontwatering, afwatering en waterverdeling op gebiedsniveau. De ligging van secundaire oppervlaktewaterlichamen is vastgelegd op de bij de legger behorende leggerkaarten. <br/>
<br/>
Binnen het watersysteem vormen secundaire oppervlaktewaterlichamen een belangrijke schakel tussen tertiaire oppervlaktewaterlichamen, die zorgen voor de lokale ontwatering op perceelsniveau, en primaire oppervlaktewaterlichamen, die de hoofdafvoer binnen het regionale systeem verzorgen. Secundaire oppervlaktewaterlichamen verzamelen en transporteren water uit lokale gebieden, bufferen dit waar nodig en voeren het vervolgens af naar de hoofdwaterstructuur. <br/>
<br/>
Hoewel secundaire oppervlaktewaterlichamen minder bepalend zijn dan primaire oppervlaktewaterlichamen, zijn zij essentieel voor het goed functioneren en de samenhang van het regionale watersysteem als geheel. (bron: Hunze en Aa's) +
(bron: DIV) <br/>
<br/>
Secundaire bouwstoffen worden niet uit de natuur gewonnen. Deze materialen zijn (rest)producten die ontstaan bij productieprocessen of bij het slopen van oude werken. Voorbeelden zijn fosforslakken, bouw- en sloopafval, zeefzand, brekerzand en AVI bodemassen. (bron: Gemeente Veere) +
(bron: Checklist materialenmilieu, Rijkswaterstaat, H.P. Versteeg, P.P.M. van de Helm, J.W. Broers, 1996 / Aquo / DIV) +
Voorbeelden: graven van een kanaal, aanleg van een waterbekken, verruimen van een vaarweg voor het scheepvaartverkeer. (bron: Structuurschema Oppervlaktestoffen deel 3, kabinetsstandpunt, 1995 / Aquo) <br/>
<br/>
Ontgronding die niet is gericht op winning van oppervlaktedelfstoffen, maar waar wel oppervlaktedelfstoffen bij vrij komen. Voorbeelden: graven van een kanaal, aanleg van een waterbekken, verruimen van een vaarweg voor het scheepvaartverkeer. (bron: DIV) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Sloot die niet door het waterschap wordt onderhouden maar wel van belang is voor de afwatering in een klein gebied.
Wanneer deze sloten niet worden onderhouden, ontstaan er meestal problemen. Vaak is dit wateroverlast, of juist het tegenovergestelde, watertekort. De eigenaren van gronden die langs de sloot liggen, moeten de sloten eenmaal per jaar - in het najaar - schoonmaken. Elk najaar controleert het waterschap of de sloten goed schoon zijn. Dit noemt men schouwen en de sloten heten daarom schouwsloten. +
Het is vergelijkbaar met een briefje aan de voordeur van een huis, waarop mensen kunnen zien hoe ze contact kunnen opnemen met de eigenaar in geval van verdachte activiteiten. Met security.txt kunnen websitebeheerders open en transparant zijn over hun beveiligingspraktijken en de contactgegevens delen van de persoon die verantwoordelijk is voor beveiligingskwesties, zodat security-onderzoekers, ethische hackers en notificatiedienstverleners etc. direct een melding bij het juiste kanaal kunnen maken.
De standaard schrijft een tekstbestand voor met de naam "security.txt" op de well-known-locatie, qua syntaxis vergelijkbaar met robots.txt maar bedoeld om door machines en mensen te worden gelezen, voor diegenen die contact willen opnemen met de eigenaar van een website over beveiligingsproblemen. Security.txt-bestanden zijn overgenomen door Google, GitHub, LinkedIn en Facebook. (bron: Wikipedia) +
Vooral door watertransport afgezet, anorganisch en organisch materiaal. Deze kan bestaan uit klei, loss, grind, zand, kiezels, stenen. (bron: Themagroep: Morfologie, Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Aanduiding voor een door afzetting ontstane aardlaag. <br/>
<br/>
Sediment of afzetting is door wind, water en/of ijs getransporteerd materiaal. Voorbeelden van sedimenten zijn grind, klei, zand, silt en lutum. Wanneer sediment wordt afgezet ontstaat een sedimentair gesteente. Recent afgezet materiaal is nog niet geconsolideerd maar kan in de tijd door consolidatie of lithificatie verharden.
In alle rivieren komen deze deeltjes voor. Hoe groter de stroomsnelheid hoe minder tijd ieder deeltje heeft om te bezinken, bij hogere snelheden wordt meer materiaal in suspensie meegesleurd. Bij de monding van de rivier vermindert de stroomsnelheid en worden deze deeltjes afgezet, hierdoor verzandt de onderloop van de rivier (bijvoorbeeld de Westerschelde) en wordt de scheepvaart bemoeilijkt. Het sediment kan door baggeren verwijderd worden, maar meestal is het slib vervuild, zodat het niet zomaar gestort kan worden.
Sediment verplaatst zich op verschillende manieren, zoals glijdend of rollend (over ander sediment of gesteente), zwevend door het water, of springend en stuiterend. Als de stroming in water of lucht een gelijkmatige beweging is zal de sedimentverplaatsing constant zijn. Als de stroming draait en kolkt ontstaan er ophopingen van sediment en sedimentloze plekken. Ribbels op het strand zijn hier een voorbeeld van.
Sedimentverplaatsing gebeurt overal, in buitendijks gebied onder invloed van het getij, binnendijks door (over)stromingen van rivieren. Zo wordt zand van Oost-Terschelling door de stroming meegenomen en wordt dat aan de westkant van Ameland weer afgezet. Na ongeveer tien jaar draait dit proces om en komt het sediment weer terug bij Terschelling. In de Waddenzee is door de sterke stroming ook goed te zien wat er gebeurt met het sediment: hele stukken van vaarroutes verplaatsen zich door dit proces. (bron: Wikipedia)
(bron: DIV) +
Opmerking: men onderscheidt aanslibbing en aanzanding. (bron: Oosterloo, W., Woordenlijst NVA-cursus kwaliteitsbeheer oppervlaktewater, 1992. / Aquo) <br/>
<br/>
Het afzetten van materiaal (slib, stof, zand, …) door water, wind of ijs als natuurlijk proces. Het bezinken van deeltjes in het water onder invloed van de zwaartekracht. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Sedimentatie, afzetting of accumulatie is het bezinken en ophopen van sedimenten, waarbij sedimentair gesteente ontstaat.
In vlakke gebieden stromen rivieren trager. Het water wordt rustig en het meegenomen materiaal zakt naar de bodem. Ook wind en smeltend landijs leggen op een bepaald moment het meegenomen puin neer. Het zinken van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, ijs of wind afneemt, heet sedimentatie. Meestal gebeurt dit door stromend water in zeeën of rivieren. Er zijn veel factoren die de sedimentatie bepalen:
* snelheid van de stroming
* korrelgrootte
* materiële vracht
* dalingsgraad
* lossingshoeveelheid
* wrijving
* onstuimigheid
* coagulerende dwarsdoorsnede <br/>
In de glaciale geomorfologie (bespreekt landschappen gecreëerd door gletsjers) onderscheidt men 5 accumulatievormen:
* ongesorteerd sediment
* grof materiaal
* klei en slib
* kalkhoudend materiaal
* grote erratische blokken (zwerfkeien) <br/>
In een firnbekken is er sprake van accumulatie van sneeuw: dit is het accumulatiegebied. Daarnaast is er het ablatiegebied, de gletsjertong, waar het ijs afsmelt. <br/>
(bron: Wikipedia) +
(bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) +
Eenheid: massa per oppervlakte-eenheid per seconde. Bij zand wordt vaak volume per oppervlakte-eenheid per tijdseenheid gebruikt. (bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) +
Bij sedimentologisch onderzoek gaat het vooral om het achterhalen van de wijze waarop een gesteente is afgezet om daarmee een bijdrage tot een paleoecologische reconstructie van de afzetting te kunnen leveren. Ieder afzettingsproces laat zijn eigen karakteristieke sporen achter. Daarmee kan achterhaald worden of sprake is van een wind- (eolische) afzetting of een waterafzetting. In het laatste geval is het veelal mogelijk om specifieker het afzettingsmilieu (de facies) te bepalen. Zo kunnen onder andere rivier- en meer-afzettingen, getijden-afzettingen, deltaïsche afzettingen en turbidieten (onder andere in de diepzee) onderscheiden worden. Overigens zijn resultaten van sedimentologisch onderzoek niet altijd eenduidig en is combinatie met ander onderzoek vaak noodzakelijk om tot meer gefundeerde uitspraken over het afzettingsmilieu te kunnen komen. Daartoe wordt ook gekeken naar macro- en microfossielen en de mineraalinhoud van het sediment. Macrofossielen zijn meestal al in het veld te bestuderen en zijn daarom de meest praktische hulpmiddelen. Veel organismen laten sporen in de bodem achter door bijvoorbeeld graafactiviteiten. Dergelijke ichnofossielen geven vaak belangrijke aanwijzingen over het palaeomilieu.
Door de ontwikkeling van deze bestanddelen en processen door de tijd heen te bestuderen kan inzicht in de paleogeografische ontwikkeling van een gebied verkregen worden.
Sedimentologisch onderzoek vindt op verschillende manieren en schalen plaats maar is vaak beperkt tot een paar-meterschaal. Voor bestudering van sedimentair gesteente is veldwerk essentieel, maar bijvoorbeeld in het geval van monsters uit grondboringen niet altijd mogelijk. Voor sedimentologisch onderzoek aan grondboringen is het belangrijk gebruik te maken van een boormethode waarbij de oorspronkelijke gelaagdheid van, en de structuren in het sediment zo goed mogelijk behouden blijven (kern- of steekboringen). Voor het sedimentologisch onderzoek moet de boorkern in de lengte worden doorgezaagd. Waargenomen verschijnselen worden vastgelegd door het maken van een beschrijving, foto's, en schetsen, maar ook door het nemen van grondmonsters, röntgenfoto's van boorkernen, beeldanalyse (o.a. vaststellen van kleurverschillen), etc. In het geval van losse sedimenten kunnen lakprofielen gemaakt worden, zowel in het veld als van boringen. Monsters kunnen in het laboratorium verder onderzocht worden waarbij onder andere de samenstelling van het sediment en de korrelgrootte bepaald kunnen worden. Voor een betere bestudering van de structuren kunnen slijpplaten gemaakt worden. Losse sedimenten worden daartoe eerst met een kunsthars geïmpregneerd.
Naast het directe onderzoek aan gesteenten is er een experimentele tak die met apparatuur processen tracht na te bootsen. Hierbij wordt onder andere gebruikgemaakt van de zandbox en de stroomgoot.
(bron: Aquo / DIV) +
In het beheergebied van waterschap Hunze en Aa's zijn geen segmentstuwen aanwezig. <br/>
<br/>
Een stuw bestaande uit twee of meer stuwen die afzonderlijk van elkaar bewogen kunnen worden. Een stuw met 2 kleppen is een segmentstuw. (bron CBNL)
Een segment is een onderdeel van een cirkel. +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Opslingering van de waterspiegel in havens en andere bekkens in hun eigenfrequentie. (bron: DIV) +
Een semantische wiki geeft meer betekenis aan data in een wiki door het te voorzien van metadata. Op basis van deze metadata kan de inhoud van de wiki worden bevraagd als een soort database en kunnen de resultaten worden weergegeven als wiki pagina's. Het invoeren van data in de wiki wordt ondersteund door formulieren, waardoor gebruikers geen specifieke kennis hoeven te hebben van de taal van de wiki. +
Uit een stereo luchtfoto vlucht kan een puntenwolk worden gemaakt. Dit bestand kan beschouwd worden als een aanvulling op de data uit het Actueel Hoogtebestand van Nederland. <br/>
<br/>
Het grote verschil is dat dit model uit de standaard luchtfoto's is gecreëerd terwijl er voor AHN een aparte vlucht wordt uitgevoerd met heel andere apparatuur. AHN is gemaakt uit gescande laserpunten. Deze hebben een hogere nauwkeurigheid dan de uit foto's verkregen punten en door een andere beeldhoek van de scanners is het ook mogelijk om onder bomen te kijken. <br/>
<br/>
De puntenwolk uit de luchtfoto's laat voornamelijk de gebouwhoogte goed zien. Alles wat onder bomen zit is niet zichtbaar. Het voordeel t.o.v laseraltimetrie is dat het een relatief goedkoop product is dat jaarlijks gemaakt kan worden voor o.a. mutatie signalering en het genereren van een true pixel product. +
In deze specificatie wordt onder sensor de sensorkast plus sensor verstaan. Een sensor is aangesloten op het meetvaartuig of op een meetlichaam. Een sensor geeft een signaal af dat afhankelijk is van het type sensor. (bron: Informatieplan Water 1987 / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een sensor is een kunstmatige uitvoering van wat in de biologie een zintuig wordt genoemd.
De meeste sensoren zijn elektronisch of mechanisch uitgevoerd, softwarematige en 'virtuele' sensoren zijn ook mogelijk. Met een sensor neemt een machine de omgeving waar of kan informatie verzameld worden waarmee in industrie en informatica processen bestuurd kunnen worden.
Een sensor meet een natuurkundige grootheid. De grootheden liggen onder andere in de volgende domeinen: straling, druk, temperatuur, magnetisme, niveau, beweging, lichtsterkte, chemie. Sensoren zetten de gemeten grootheid om in een gestandaardiseerd 0/4-20 mA of 0/4-10 V stuursignaal voor verdere bewerking, bijvoorbeeld via een analoog-digitaalomzetter naar een programmable logic controller (PLC) of distributed control system (DCS).
Sensoren kunnen worden gemaakt op basis van dezelfde technologie als microprocessoren en geheugens in PC's (chiptechnologie), maar ook met andere technologieën. (bron: Wikipedia)
Apparaat voor de meting van een fysieke grootheid bijv. temperatuur licht druk elektriciteit . (bron: Informatiemodel Grootschalige topografie)
altDef: Installatiedeel dat een of meer fysische grootheden in zijn waarnemingsgebied kan waarnemen en omzet in een (elektrisch) signaal. (bron: NPR 4768) (bron: ABDL) +
Sensor drift wordt vaak geassocieerd met elektronische veroudering van componenten of referentiestandaarden in de sensor. Drift neemt over het algemeen af met de leeftijd van een sensor naarmate de onderdelen ouder worden. Een soepel driftende sensor kan worden gecorrigeerd voor drift. +
Een septische put, in Nederland vaak septic tank of septictank genoemd, is een eenvoudig waterzuiveringssysteem. Een typische septische put zuivert het afvalwater van één woning.
In Nederland wordt in principe alle afvalwater via de riolering naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) afgevoerd en daar gezuiverd. Daar waar geen rioolaansluiting mogelijk is, meestal in het buitengebied vanwege de grote afstanden, moet een behandeling van het afvalwater op huisniveau voorzien worden door middel van een septische put (van minimaal 6 m3), dat al dat niet deel kan zijn van een uitgebreidere IBA.
De beerput, welke met de septische put verward kan worden, kan als een primitieve voorloper van de septische put beschouwd worden. Een beerput dient slechts voor opslag van afvalwater zonder enige behandeling, en er is geen afvoerleiding aan gekoppeld. Een beerput dient dan ook naar verhouding veel vaker geleegd te worden dan een septic tank.
<br/>
In tegenstelling tot de meer gevorderde IBA, die ontworpen is om alle huishoudelijk afvalwater te behandelen, is een septische put ontworpen voor de behandeling van uitsluitend sanitair afvalwater. Een septische put verwijdert hoofdzakelijk zwevende stoffen en maakt deze vaste stoffen vloeibaarder. Hoewel een septische put ook het water van één gezin of gebouw zuivert, is de zuivering minder doorgedreven en zijn er geen zuiveringsprocessen die gebruiken maken van in het water opgeloste zuurstof. Men rekent een septische put daarom niet altijd tot de IBA's. (bron: Wikipedia) <br/> +
In de septische put wordt sanitair afvalwater afkomstig van toiletten, douche en bad gezuiverd door bezinking. De bezinkbare delen van de vloeistof gescheiden door de zwaartekracht. Dit bezonken materiaal is een voedingsstof voor bacteriën. Deze maken een deel van het bezonken materiaal vloeibaar en verwijderen het daarna. Het inerte en niet verwijderde bezonken materiaal moet na verloop van tijd geruimd worden door een ruimingsfirma.
In Nederland en België wordt in principe alle afvalwater via de riolering naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) afgevoerd en daar gezuiverd. Daar waar geen rioolaansluiting mogelijk is, meestal in het buitengebied vanwege de grote afstanden, moet een behandeling van het afvalwater op huisniveau voorzien worden door middel van een septische put (van minimaal 6 m3) of IBA. +
In de praktijk komen er verschillende combinaties van hardware en serverprogramma's voor:
Dedicated server: op een computer draait één serverprogramma. Dit zal vooral het geval zijn voor taken die veel bronnen vragen, zoals een database.
Clustered server: een aantal aan elkaar gekoppelde computers (een cluster) draait een serverprogramma. Dit zal over het algemeen gebeuren om veel clients tegelijk te kunnen bedienen. Een typisch voorbeeld hiervan is een webserver voor een veelbezochte website.
Een server waarop meerdere serverprogramma's draaien. Dit is vrij algemeen het geval bij UNIX systemen.
Een computer die zowel client- als servertaken vervult.
Een cloud server dat met al de computers die erop aangesloten zijn een soort 'wolk van computers' vormt, waarbij de eindgebruiker niet weet op hoeveel of welke computer(s) de software draait of waar die precies staan.
Andere termen die gebruikt worden voor serverprogramma's zijn daemon (UNIX) en service (Windows).
Hardware
Over het algemeen worden servers voorzien van aangepaste hardware, andere dan bijvoorbeeld bij computers voor thuisgebruik. Verschillen zijn over het algemeen:
* Voeding: Dit is meestal gewoon een ATX-voeding, soms is er ook een extra voeding aanwezig die dient als back-up. Beide voedingen kunnen hot-swappable zijn.
* Geheugen: In servers wordt meestal ECC-geheugen gebruikt. Vaak gaat dit gepaard met grote hoeveelheden RAM geheugen.
* Processor: Het belangrijkste onderdeel van de server. Hierbij wordt vaak gebruikt van een Intel Xeon Processor, of een AMD Opteron Processor of een AMD Epyc Processor hoewel soms ook meer gangbare processoren voor reguliere computers gebruikt worden.
* Harde schijf: Meestal het oude SCSI of nieuwere SAS schijven op 10.000 of 15.000 RPM. Tegenwoordig worden ook wel SSD's gebruikt die zijn aangesloten via een Serial ATA connector, vanwege de lage toegangstijden en hogere snelheden.
* Moederbord: Moederborden voor servers zijn veelal groter van formaat om 2 of zelfs 4 losse processoren te ondersteunen. Daarnaast is er vaak veel meer ruimte voor geheugen en ook wordt vaak ECC-geheugen ondersteund.
* Behuizing: Omdat de meeste servers in een datacenter staan, worden vaak rackservers gebruikt. Deze servers kunnen in een rack geschoven worden, waardoor er zo veel mogelijk servers per vierkante meter kunnen staan. Toch bestaan er ook towerservers en bladeservers.
SLR’s zijn gebaseerd op bedrijfsdoelen en worden gebruikt om service level targets af te spreken. +
Als de twee gelijke stralen groter zijn dan de derde, wordt ze een oblate sferoïde genoemd. Bij een prolate sferoïde zijn de twee gelijke stralen kleiner dan de derde.
De Aarde wordt in de geodesie vaak voorgesteld als een oblate sferoïde. +
De door ESRI gepubliceerde specificaties van juli 1998 vermelden drie componenten waaruit een shapefile bestaat:
- een .shp-bestand met de ligging van objecten; <br/>
- een .dbf-bestand met attributen van die objecten in XBase-formaat; <br/>
- een .shx-bestand dat voor elk object de index in het .shp-bestand bevat. <br/>
De drie bestanden hebben behalve de laatste drie letters de rest van de naam gemeenschappelijk.
Shapefiles gaan soms vergezeld van extra bestanden, die de shapefiles aanvullen met metagegevens:
- .prj: een platte-tekstbestand, met daarin gegevens over de gebruikte projectie, dat nodig is om de betekenis van de coördinaten te weten te komen; <br/>
- .shp.xml: algemene gegevens over de shapefile, in xml-formaat; <br/>
- .sbn / .sbx: ruimtelijke indexen. <br/>
Een .prj-bestand kan bijvoorbeeld de volgende inhoud hebben als de coördinaten gegeven zijn als geografische lengte en breedte (voor de overzichtelijkheid zijn regeleinden en inspringingen toegevoegd):
Shapefiles zijn geschikt voor geometrieën die bestaan uit stuksgewijs rechte lijnen of polygonen van stuksgewijs rechte lijnen of punten. +
Graafmachine op banden met een beweegbare laadschop die zowel kan graven als grond verplaatsen. +
Sifons worden aangelegd als een gebied met eenzelfde peil wordt doorsneden door een watergang met een ander, afwijkend peil. Ook worden dit soort constructies gemaakt om het water van de ene waterloop in het gebied vast te houden, bijvoorbeeld als het water van een beek van een betere samenstelling is dan het water van een kanaal. De constructie wordt meestal van beton gemaakt. Het kan over een constructie gaan van een meter in doorsnede en een lengte van vijftig meter. n principe bestaat een sifon uit afzonderlijke duikers die op zichzelf ook kunstwerken zijn. De vastlegging van de kenmerken van een sifon kan dan ook plaatsvinden op het niveau van de afzonderlijke duikers. Sifon is dan een samengesteld object. De bindende factor voor deze kunstwerken wordt dan verzorgd door de gegevenselementen Identificatie kunstwerk (is component van), identificatie kunstwerk (aangrenzend bovenstrooms) en identificatie kunstwerk (aangrenzend benedenstrooms). (bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV) +
In veel gevallen is de parameter een fysieke grootheid waarvan de informatie wordt overgedragen met seinen of tekens. Op het gebied van de technische communicatie is een signaal een stroom van in de tijd uitgezonden gegevens. Zo is geluid een signaal, net als de gegevensstroom in een computer. In de communicatie onder soortgenoten wordt in de biologie ook het begrip signaal gebruikt.
Men maakt in de techniek onderscheid tussen:
* Continue signalen, ook wel analoge signalen genoemd in de elektronica.
* Discrete signalen, meer op het gebied van de digitale elektronica. <br/>
Er is een heel scala van technieken voor signaalbewerking om signaaltransport snel, betrouwbaar en efficiënt te doen verlopen.
Deze technieken worden ook gebruikt voor informatie die niet zuiver als signaal is op te vatten, bijvoorbeeld in de beeldbewerking, waar de waarde van pixels niet alleen wordt beïnvloed door de waarde van voorgaande en volgende pixels, maar ook door die van boven- en ondergelegen pixels. (bron: Wikipedia) +
(bron: Aquo / DIV) +
Er zijn allerlei situaties waarin bepaalde data minder logisch zijn, maar niet per definitie fout. Signaalregels beschrijven dit soort situaties.<br/><br/>
Voorbeeld : bodemhoogte <-7mNAP of >40 mNAP binnen het beheergebied van waterschap Hunze en Aa's +
Bij vaststelling van de marge tussen signaleringspeil en sluitpeil moet rekening zijn gehouden met de stijgsnelheid van het buitenwater en de tijd benodigd om de bemanning op de gewenste plaatsen te krijgen. +
De normwaarde van de waterbodemkwaliteit voor zware metalen waarbij overschrijding onderzoek naar de noodzaak van sanering van baggerspecie urgent is. N.b. Svsd (stormvloed signaleringsdienst) gebruikt waarschuwingspeil. (bron: Aquo / DIV) +
* unsigned 8 bit heeft een bereik van 10000000 tot 11111111 --> 0 t/m 255 (256 posities)
* signed 8 bit loopt echter van -128 tot +127 (ook 256 posities)
[[Bestand:(un)signed bit.gif]]
+
Deze term heeft betrekking op watergolven. De significante golfhoogte komt overeen met de visuele waarneming van de golfhoogte. Niet te verwarren met spectrale significante golfhoogte. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
Gemiddelde golfhoogte van het hoogste 1/3 deel der golven. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Een natuurlijk golfveld met zeegolven bestaat uit golven van verschillende hoogten. Om de maatgevende hoogte van dit golfveld vast te leggen is in het verleden de significante golfhoogte ingevoerd. Deze wordt aangegeven met het symbool Hs. De significante golfhoogte is de gemiddelde hoogte van de hoogste een derde deel van de gemeten golven. Deze hoogte wordt aangeduid met het symbool H1/3 of Hs. De significante golfhoogte is niet een eenduidig begrip, aangezien de significante golfhoogte een stochastische variabele is. In de fysische oceanografie, maritieme techniek en waterbouwkunde worden er drie verschillende soorten kenmerkende golfhoogten onderscheiden, te weten:
* visueel bepaalde significante golfhoogte
* uit metingen bepaalde significante golfhoogte en verwerken van de individuele golfhoogtes
* uit golfspectrum bepaalde significante golfhoogte +
In Nederland zijn er commisies voor de Rijn, Maas, Schelde en Eems. Bron: BPRW +
Meestal wordt het in onzuivere toestand gevonden als zand, als kwarts of als flint. +
Silo's kunnen cilindervormige of vierkante torens zijn. Met een silo kan ook een kuil bedoeld worden. Vroeger werd bijvoorbeeld gras letterlijk in een kuil opgeslagen. Tegenwoordig is dat een opslagplaats die aan drie zijden is voorzien van een betonnen wand, waardoor een grote berg te maken is, maar deze wordt nog altijd 'kuil' genoemd.
Silo's vindt men langs belangrijke transportroutes voor trein, schip, en bulkauto om de bulkgoederen aan te voeren of te distribueren. Ook raketten worden in ondergrondse silo's opgeslagen, in raketsilo's. +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Een singelgracht, singel of vest(e) is een water rond een binnenstad, vaak een overblijfsel van de middeleeuwse verdedigingsgracht van een vestingstad. Een singel heeft, in tegenstelling tot grachten in binnensteden, doorgaans geen gemetselde kademuren, maar schuin aflopende walkanten. Soms werd een dubbele verdediging aangelegd, waar meteen achter de singel nog een gracht lag, zoals de Binnenvestgracht in Leiden.
De naastgelegen weg heet ook vaak singel.
In de loop der tijd verloren singels als onderdeel van verdedigingswerken hun functie. Voor de steeds uitbreidende steden in waterrijke gebieden werden de oorspronkelijke singels toegevoegd aan een uitbreidend watergangnetwerk. Het achtervoegsel -singel werd dan soms wel toegepast voor soortgelijke wateren verder buiten het centrum. De spelling cingel komt ook voor.
De latere singels kregen in de steden dan wel gemetselde kades en namen daardoor minder ruimte in beslag.
Andere benamingen voor de gegraven waterlopen zijn gracht, vaart of kanaal. Deze waterlopen hadden en hebben functies als regenwaterafvoer, vaarwater voor transport, en in de 19e eeuw zelfs nog als riool en drinkwaterbron. Deze laatste twee toepassingen werden verbeterd zoals bij het "Waterproject" in Rotterdam.
Enkele bekende voorbeelden van singels zijn de Singel en Singelgracht in Amsterdam, Noordsingel in Rotterdam en de Stadsbuitengracht in Utrecht. (bron: Wikipedia) +
(bron: Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Een weergave van het afgebakende gebied waarin een bepaald gedeelte van de waterkering wordt weergegeven.
Voor primaire waterkeringen kan daarbij worden gerefereerd aan het Uniemodel-Legger ten behoeve van primaire waterkeringen. <br/>
<br/>
De situatietekening bestaat uit twee onderdelen:
* gegevens die administratief vastgelegd kunnen worden
* een tekening of geometrisch bestand
* bij het gegevenselement 'weergave situatietekening' zijn de elementen opgesomd die afgebeeld worden
* daarbij is aangesloten bij het Uniemodel-legger/technisch beheerregister ten behoeve van de primaire waterkeringen (inclusief het supplement zandige kust). <br/>
Het gaat hier om een minimumset voor primaire waterkeringen. De lijst kan vrijelijk worden aangevuld. Voor de niet primaire waterkeringen geldt dat er geen (landelijke) voorschriften bestaan ten aanzien van de inhoud van de situatietekening. (bron: GWK / Aquo / DIV) +
De Nederlandse bedrijven Royal IHC en Kooiman Marine Group zijn scheepswerven die sleephopperzuigers bouwen.
Eigenschappen: <br/>
De sleephopperzuiger wordt gekenmerkt door de volgende eigenschappen:
* Het is een vrijvarend zee- of binnenvaartschip.
* Het is een zelfladend en meestal zelflossend schip, eventueel voorzien van een leegpersinstallatie. <br/>
<br/>
Laden: <br/>
Vanaf het schip gaan één of twee zuigbuizen naar de bodem van de zee of rivier. Aan het einde van de buis is een zogenaamde sleepkop verbonden. Deze sleepkop is te vergelijken met een kop van een stofzuiger en wordt over de grond gesleept. Om meer productie te krijgen en/of om diep te kunnen zuigen zijn er wel zuigers gebouwd met een onderwaterpomp op de sleepkop. Een sleephopperzuiger moet in normaal gebruik dus altijd een voorwaartse snelheid hebben. Houdt men de kop ruim boven de bodem, dan zuigt men enkel water. Door de kop te laten zakken kan men het mengsel van zand en water regelen. Een sleephopperzuiger slaat in de regel het opgezogen materiaal op in haar eigen beun, het water dat overblijft stroomt overboord. Het transporteren van het materiaal gebeurt door zogenaamd hydraulisch transport. Dit betekent dat de sleepkop, eventueel geholpen door persleidingen en stalen tanden, het bodemmateriaal moet kunnen loswrikken en in suspensie moet brengen. Dit betekent dat harde en vaste materialen zoals rotsmassieven of dichtgepakte kleilagen niet met dit soort schip gebaggerd kunnen worden. Hiervoor wordt een snijkopzuiger gebruikt. ,br/>
<br/>
Lossen: <br/>
Een sleephopperzuiger kan haar beun of laadruim weer leeg maken op een aantal manieren:
* Dumpen - Dit gebeurt door deuren of kleppen in de bodem van het schip te openen waardoor de lading onder uit het schip valt
* Persen - Door via jetpompen en waterjets onder hoge druk water in het beun te pompen wordt het materiaal in het beun weer "vloeibaar" gemaakt. Het ontstane mengsel kan door de baggerpompen worden aangezogen en kan het schip de lading verpersen door stalen en rubberen leidingen die aan het schip gekoppeld kunnen worden. Wanneer er over langere afstanden zand wordt geperst, worden de pompen in serie gezet zowel aan boord van het schip als op land door middel van een boosterstation is dit mogelijk.
8 Rainbowen - Dit is hetzelfde als "persen" alleen wordt de lading hier niet door een leiding geperst maar meteen vanuit het schip op de gewenste plaats geloosd, via een tromp in de persleiding die geplaatst is op of nabij de boeg van het schip.
* Via kraan lossen - Met name in de zandhandel is het niet ongebruikelijk dat het gewonnen zand met behulp van loskranen uit het beun wordt geknepen. <br/>
<br/>
Uitrusting: <br/>
Elke sleephopperzuiger is voorzien van de volgende specifieke uitrusting (kenmerken):
* Eén of meer achterwaarts gerichte zuigbuizen, voorzien van een sleepkop, die tijdens het zuigproces tijdens het vooruit varen over de bodem worden gesleept.
* Eén of meer baggerpompen voor het opzuigen en transporteren van de baggerspecie door het leidingsysteem.
* Transportleidingen, die uitmonden in het laadruim (de hopper), waarin de opgezogen specie wordt gedeponeerd.
* Overvloei(en) waardoor het overtollige water uit het laadruim naar overboord wordt afgevoerd.
* Eén of meer beunen, die meestal zijn voorzien van afsluitbare openingen in de bodem, waardoor de lading onder water kan worden gelost.
* Zuigbuisbokken en lieren voor het positioneren van de zuigbuis.
* Deiningscompensatoren bestemd voor het min of meer op constante spanning houden van de hijsdraad met als doel het ondereind van een zuigbuis (bij deining) met constante druk “op de bodem” te houden. <br/>
Behalve de bovengenoemde specifieke uitrusting is vaak aanwezig:
* Een ontgassingsinstallatie, waarmee eventueel aanwezig gas aan de gezogen baggerspecie wordt onttrokken om zodoende het zuigproces optimaal te laten verlopen.
* Een zelfleegzuig- en walpersinrichting installatie, waarmee de baggerspecie uit het laadruim kan worden gezogen om dit via de boordleiding en een (drijvende) leiding of via een spuittromp naar een landstort te persen.
* Een AMOB systeem, voorziening om het gezogen slibmengsel, als het te "arm" is, dat wil zeggen een te lage dichtheid heeft, direct overboord te persen in plaats van naar het laadruim (AMOB = Arm Mengsel Over Boord). Op sommige sleephopperzuigers wordt dit systeem niet gebruikt, degene die het mengsel zuigt kan sneller reageren op een verandering van dichtheid en kan dit ook voorspellen. Een AMOB systeem is hiervoor niet geschikt. <br/>
<br/>
Functies: <br/>
De sleephopperzuiger is een werktuig dat voornamelijk gebruikt wordt voor:
* Het op diepte brengen en houden van waterwegen en havens.
* Zandleverantie ten behoeve van strandopspuitingen, landaanwinning en terreinophogingen. <br/>
Het belangrijkste toepassingsgebied is het op diepte brengen of houden van die waterwegen die vanuit zee toegang geven tot zeehavens, terwijl het op diepte houden van havens en rivieren op de tweede plaats komt. De eigenschappen van sleephopperzuigers hebben ertoe geleid dat zij ook voor vele andere werkzaamheden kunnen worden gebruikt.
Een sleephopperzuiger is niet onbeperkt inzetbaar. Behalve factoren die de grens van de werkbaarheid bepalen kunnen dit ook andere belemmerende factoren zijn. Een aantal ervan heeft met de afmetingen te maken, in combinatie met de uit te voeren werkzaamheden, zoals:
* Te weinig manoeuvreerruimte ten gevolge van de afmetingen.
* Te grote zuigdiepte, ten opzichte van de lengte van de zuigbuis.
* Te weinig waterdiepte, ten opzichte van de diepgang van de (gedeeltelijk) geladen zuiger.
* Tegenwoordig steeds strengere eisen aan het milieu, wegens het verstoren van "marine life". <br/>
(bron: Wikipedia)
Bv de kracht uitgeoefend op zandkorrels. (bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) +
Deze deeltjes kunnen zowel organisch als anorganisch van aard zijn en zijn niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden. (bron: naar Handboek Hydrobiologie / Aquo) <br/>
<br/>
Slib, ook wel bekend als modderige grond, is afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes. Waar de stroomsnelheid afneemt slaan de deeltjes als een soort klei neer op de bodem. Slib van natuurlijke oorsprong geeft meestal een vruchtbare bodem. <br/>
<br/>
Slib is vaak als afzetting op de waterbodem aanwezig. Waterbodem is de bodem die zich onder het wateroppervlak ter plaatse van sloten, vennen, kanalen, grachten en dergelijke bevindt. De waterbodem is opgebouwd uit een geconsolideerd gedeelte; de "bodem" waarop zich een ongeconsolideerde laag; het "sediment", bevindt. De bodem wordt, om verwarring met de landbodem te voorkomen, ook wel de onderliggende (vaste) bodem genoemd (1e graafprofiel). Het sediment bestaat vaak uit een donkere bruine/zwarte gekleurde sliblaag afkomstig van amorf organisch materiaal, samengesteld uit sterk gedegenereerde plant-, tak-, depositie- en bladresten (hieraan kleeft vaak de meeste verontreiniging). Deze sliblaag onderscheidt zich meestal duidelijk van de ondergelegen laag vanwege het kleurverschil. Onder de sliblaag bevindt zich vaak een zachte laag (hierna leise genoemd) van matig fijn tot grof zand vermengd met zeer fijne fracties en organische restjes (lichtbruin/grijsachtige kleur). Onder de leise is dan weer de onderliggende "vaste" bodem aanwezig (1e graafprofiel). (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Organische en anorganische deeltjes of agglomeraten van deeltjes (vlokken) met geringe valsnelheid. De zeer kleine aardedeeltjes die door een rivier worden meegenomen en die ergens anders bezinken. (bron: DIV) +
Deze laag is zwart van kleur en de deeltjes in de laag zijn niet of nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Wanneer er wel deeltjes te onderscheiden zijn (bijvoorbeeld kleine bladfragmentjes), spreekt men van fijne detritus. Dit wordt in principe niet tot slib gerekend +
Het slib wordt gedroogd zodat het kan dienen als secundaire brandstof voor cementovens en elektriciteitscentrales. Om het met water verzadigde slib te kunnen gebruiken als brandstof dient het met een slibdrooginstallatie gedroogd te worden. <br/>
<br/>
Het slib wordt, voordat het naar een slibdrooginstallatie wordt getransporteerd, ontwaterd door centrifuges, decanteercentrifuges, zeefbandpersen, schroefpersen, filterkamerpersen of bandindikkers. Combinaties van apparatuur komen ook voor. Het ontwaterde slib heeft een drogestofgehalte van circa 21% als het wordt gestort in de voorraadsilo's van de slibdrooginstallatie. Van hieruit wordt het slib naar een droger geleid, bijvoorbeeld een wervelbeddroger, een banddroger, een trommeldroger of een etagedroger. In deze droger wordt het materiaal door middel van warme lucht, stoom of thermische olie verder van water ontdaan waarna het een droogstofgehalte heeft van ongeveer 95%. <br/>
<br/>
In Nederland gebeurt het drogen van slib in slibdrooginstallaties te Beverwijk, Garmerwolde, Heerenveen en Susteren. De hoeveelheid mechanische ontwaterd slib in Nederland neemt langzaam af. De slibdrogers in Hoensbroek en Venlo zijn mede daarom inmiddels uit bedrijf genomen. Het drogen van zuiveringsslib in Amsterdam is vervangen door bijstoken in de afvalverbrandingsinstallatie van het Afval Energie Bedrijf. Op het hoogtepunt van deze vorm van verwerking werd 25% van het in Nederland geproduceerde rioolwaterzuiveringslib gedroogd. In België bevinden zich slibdrogers te Brugge, Houthalen, Leuven en Deurne. <br/>
<br/>
Het eindproduct van het gedroogde slib is granulaat dat een verbrandingswaarde heeft van circa 14 MJ/kg. Hierdoor is het uitstekend geschikt voor cementovens en elektriciteitscentrales als secundaire brandstof. In Moerdijk bevindt zich een grote slibverbrander, waar veel slibdrooginstallaties hun product ter verbranding naartoe zenden. Hier tracht men ook het fosfaat, dat zich in de asrest bevindt, terug te winnen. (bron: Wikipedia) <br/>
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Het gedeelte van een sedimentmonster dat uit slib bestaat. (bron: DIV) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Een slibgemaal is een installatie die wordt gebruikt om slib uit een afvalwaterzuiveringsinstallatie te pompen en te verwerken. Het slib bestaat uit de vaste stoffen die worden verwijderd tijdens het zuiveringsproces. Het gemaal zorgt ervoor dat het slib efficiënt wordt afgevoerd en verwerkt, zodat het zuiveringsproces optimaal kan blijven functioneren. (bron: HEA) +
(Bron: Aquo / IMGeo) <br/>
<br/>
Buitendijks gebied, dat aangeslibd is, in verbinding staat met de dijk en bij hoog water vrijwel geheel onder water komt te staan. (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL))
Niet (of spaarzaam) begroeide aanslibbing, die bij eb droogvalt. (bron: Data-eisen Digitaal Topografisch Bestand) (bron: ABDL) <br/>
<br/>
Een slik is een droogvallende plaat in een getijdengebied. Slikken vallen droog bij laagwater en lopen onder water bij hoogwater. Slikken komen in België voor in Het Zwin en de IJzermonding bij Nieuwpoort en in Nederland in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta en in de Waddenzee.
In deze zin heeft slik vrijwel dezelfde betekenis als wad. Met slik kan ook de modderige (niet de zandige) grond bedoeld worden die vaak op de droogvallende platen te vinden is. In die zin is het dus een grondsoort.
Slikken worden tweemaal per etmaal overspoeld. Dan bezinken er kleine deeltjes die in het zeewater zweven. Deze laag wordt snel slecht doorlaatbaar waardoor het interstitiële water al vanaf enkele millimeters onder het oppervlak niet meer ververst wordt en er snel zuurstofloosheid optreedt. Er vormt zich een zwarte laag als gevolg van het onder zuurstofloze omstandigheden rotten van dode resten van wieren en andere organismen. De zwarte laag stinkt als rotte eieren, als gevolg van het waterstofsulfide dat bij anaerobe rotting wordt gevormd. In deze slibafzetting kunnen planten niet gedijen.
Het onderscheid tussen slikken en schorren is dat schorren alleen bij hoog springtij onder water staan, slikken bij (bijna) elk hoogwater. Hierdoor zijn slikken, in tegenstelling tot schorren, onbegroeid. Desalniettemin komt er veel leven voor op slikken, met name waterdieren die zich verbergen in het zand. Deze vormen een rijke voedselbron voor vogels. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Opeenhoping van slijk op een waterbodem dat bij laagwater droog valt. (bron: DIV) +
Watergang voor de waterbeheersing van percelen, die daartoe in verbinding staat met andere watergangen. +
(bron: Themagroep: Waterbeweging / Aquo / DIV) +
(bron: Nomenclatuur van weg en verkeer / ABDL) +
Afsluitbare waterkering tussen twee waterbekkens met verschillend niveau. Een sluis kan dienen om water uit het bekken met de hogere waterstand door te laten of het verschil in waterstand te handhaven. De profielverdediging van de sluis aan de bovenstroomse en benedenstroomse zijde wordt, indien van toepassing, afzonderlijk opgegeven. De koppeling tussen de diverse kunstwerken vindt plaats via de gegevenselementen identificatie kunstwerk (aangrenzend bovenstrooms) en identificatie kunstwerk (aangrenzend benedenstrooms). Identieke naast elkaar gelegen sluizen worden als afzonderlijk kunstwerk beschreven. Alleen met behulp van het gegevenselement Aantal identieke sluizen naast elkaar wordt deze situatie vorm gegeven. (Bron: UvW: GIS-6, gewijzigd. / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een kunstwerk dat de verbinding tussen twee wateren kan afsluiten of openstellen en daartoe van deuren of schuiven is voorzien. (bron: DIV) +
De vorm van de kolk is rechthoekig. Dit was een bouwstijl uit het verleden toen de bouwtechniek van de sluismond en deuren nog niet zover gevorderd was. Voor de kom was dit bouwtechnisch een minder groot probleem. Door de smalle opening duurde het relatief lang voor alle schepen de sluis in- of uitgevaren waren. Dit type sluis komt tegenwoordig nog voor op secundaire vaarwegen. +
(bron: Informatiemodel Grootschalige topografie)
Een sluisdeur is een poort die water tegenhoudt en zo het niveauverschil aan beide zijden in stand houdt. Een sluis bestaat doorgaans uit een bassin, ook wel kolk genoemd, met aan beide zijden een sluisdeur. Er zijn verschillende soorten sluizen met hun verschillende sluisdeuren. (wikipedia)
Beweegbare deur die wordt toegepast bij (hoog)waterkeringen en sluizen om het niveauverschil aan beide zijden in stand te houden. (bron: NPR 4768)
Het beweegbare gedeelte van een sluishoofd, welke in geopende stand de scheepvaart de mogelijkheid biedt de sluis in of uit te varen. (bron: LBS Definitielijst)
Beweegbare waterkering van een sluis. +
Een sluishoofd is de constructie aan het begin en het einde van een schutsluis. Het sluishoofd zorgt voor de stabiliteit en stevigheid van de sluis en bevat de sluisdeuren.
Afhankelijk van het type deuren kunnen de afmetingen van een sluishoofd sterk verschillen. Bij het gebruik van puntdeuren kunnen de afmetingen vrij beperkt zijn omdat alleen het bewegingswerk, tegenwoordig meestal een hydraulische cilinder, hoeft te worden opgenomen. Bij het toepassen van een roldeur is veel meer ruimte nodig omdat een hele kas gebouwd moet worden waar de roldeur in rolt bij een geopende sluis. Een hefdeur heeft wellicht het grootste sluishoofd tot gevolg. Hiervoor moet namelijk aan beide zijden van de sluis een toren worden gebouwd waarin de sluisdeur komt te hangen.
Het sluishoofd moet bestand zijn tegen de horizontale krachten die erop werken vanwege het waterstandsverschil dat over een sluis kan komen te staan. Dit verschil kan enkele decimeters tot meer dan tien meter bedragen. Bij grotere waterstandsverschillen zal getrapt worden geschut of een andere oplossing worden gezocht zoals bijvoorbeeld een scheepslift. Vaak zal een sluishoofd gefundeerd zijn op palen om zo het grote gewicht te kunnen dragen.
Een sluis zorgt voor het kunnen overbruggen van een waterstandsverschil door schepen. Vaak ligt een sluis dus in een rivier naast een stuw waar de scheepvaart niet door of overheen kan. Het bovenstrooms gelegen sluishoofd wordt dan ook wel het bovenhoofd genoemd, het benedenstrooms gelegen hoofd het benedenhoofd. Wanneer het een sluis de overgang vormt tussen binnen- en buitenwater wordt gesproken over een binnen- en buitenhoofd. Het binnenhoofd grenst direct aan het binnenwater en andersom. +
Een smalspoortrekker is een klein soort tractor die speciaal ontwikkeld is voor de fruitteelt of druiventeelt en niet is ontworpen als landbouwtrekker. Een smalspoortrekker heeft wel een zogenoemde genormaliseerde hefinrichting en een aftakas.
De smalspoortrekker heeft een smallere spoorbreedte (de maximale asbreedte bedraagt 1250 millimeter) waardoor hij geschikt is om tussen de smalle rijen van laagstamboomgaarden of wijngaarden te rijden. Indien een gewone tractor gebruikt zou worden, zouden de bomenrijen verder van elkaar aangeplant moeten worden, wat een opbrengstvermindering tot gevolg heeft.
Binnen de smalspoortrekkers zijn er verschillende varianten. Zo zijn er extra smalle trekkers voor de nieuwe V-haag aanplantingen. In de druiventeelt worden soms ook trekkers op rupsbanden gebruikt om verdichting van de grond tegen te gaan.
De smalspoortrekkers hebben een lager vermogen dan trekkers in de akkerbouw, het varieert tussen de 0 en de 90 pk. Door de beperking van het formaat is het ook nog niet gelukt om smalspoortrekkers met een continu variabele transmissie te maken.
Het smalspoor onderhoud is minder veilig dan breedspoor onderhoud
voor medewerkers, zorgt voor verzakking van de paden en oevers. Een bredere
route met materieel met een bredere wielbasis zorgt voor een veiligere situatie,
met minder schade en efficienter onderhoud. Het mogelijk maken van een
schouwroute voor breedspoor schept een randvoorwaarde om het gewenste
onderhoud uit kunnen voeren. +
Faseovergang waarbij materie de vaste aggregatietoestand verruilt voor de vloeibare aggregatietoestand. +
In Nederland valt gemiddeld op ongeveer 10 dagen per jaar sneeuw[1] en in België op ongeveer 19 dagen per jaar.[2] Maar er gaan jaren voorbij zonder sneeuwval van betekenis. De hoeveelheden zijn er bovendien gemiddeld klein vanwege het ontbreken van stuwingsneerslag. Anders is dit bijvoorbeeld in een gebied als het Kleinwalsertal in Oostenrijk of Oregon in het noordwesten van de Verenigde Staten. In dat laatste gebied zijn sneeuwhoogtes van vijf meter geen uitzondering. Wel kunnen boven de Noordzee boven het relatief warme zeewater makkelijk zware sneeuwbuien ontstaan die bij een noordelijke stroming met name op de Waddeneilanden buitengewoon forse hoeveelheden sneeuw kunnen achterlaten, zoals in 1987 op Terschelling.
Als er tijdens de kerstdagen sneeuw ligt, dan is er sprake van een witte kerst.
Bij temperaturen onder het vriespunt vormt sneeuw zich wanneer waterdamp tot ijskristallen verrijpt zonder tussenvorm van waterdruppels. Dit proces vindt vooral plaats tussen −5 en −20 °C en optimaal bij een temperatuur rond −12 °C. Bij deze waarde is het verschil in de dampdruk ten opzichte van water en ijs het grootst en gaan watermoleculen van onderkoelde waterdruppels naar vrieskernen. Deze vrieskernen dienen als een soort katalysator en brengen de bevriezing versneld op gang. Door botsingen onderling en op de weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes geleidelijk aan tot sneeuwkristallen. Deze kunnen allerlei vormen hebben, maar ze zijn altijd zespuntig (hexagonaal), zoals goed te zien is op foto's die amateurwetenschapper Wilson Bentley al in 1902 maakte. (Bron: Wikipedia) +
Het begrip snelheid wordt ook gebruikt voor andere grootheden die met de tijd veranderen. Zo kan men spreken over groeisnelheid, bijvoorbeeld het aantal personen waarmee een bevolking per jaar groeit of krimpt; of over omzettingssnelheid, bijvoorbeeld het aantal gram stof dat per seconde wordt omgezet bij een chemische reactie, stroomsnelheid en hoeksnelheid. In het Engels wordt hier vaak het begrip "rate" gebruikt, terwijl bij beweging de begrippen "velocity" (snelheid als vector, dus met grootte en richting) en "speed" (snelheid als scalair, dus met alleen een grootte) worden gebruikt. Ook bij cyclische processen wordt soms van een snelheid gesproken, bijvoorbeeld de kloksnelheid. Dit is dan dus een frequentie. (bron: Wikipedia) +
(bron: Adventus Wegen / Aquo / DIV) +
(bron: Aquo / DIV) +
(bron: CHO (531) / Aquo / DIV) +
Snoeien verandert de beplanting tijdelijk van vorm of omvang, maar laat de beplanting zelf in stand en tast de functie van het waterstaatswerk niet aan. <br/>
<br/>
Snoeien wordt toegepast om:
* belemmering van waterafvoer te voorkomen;
* schade aan watergangen, kunstwerken of waterkeringen te vermijden;
* inspectie, onderhoud en beheer mogelijk te houden;
* ongewenste opslag of doorgroei te beperken.
* te zorgen dat onderhoudsmachines hun werkzaamheden langs waterlopen veilig en onbelemmerd kunnen uitvoeren. <br/>
<br/>
Snoeien is het verwijderen van delen van planten. Het kan hierbij gaan om kruidachtige delen bij kruidachtige planten, druiven alsook houtige delen bij struiken en bomen. (bron: Wikipedia) +
De onderhoudspaden of zones langs watergangen en dijken die het waterschap onderhoudt, moeten vrij zijn van beplanting en takken. Hiermee voorkomen we schade aan machines en beplanting en vertraging van onderhoud. Doel is realisatie van goede waterafvoer en goed onderhouden dijken. +
(bron: NEN 2660-1 (Ontw)) +
(bron: NEN 2660-1 (Ontw)) +
Naast toepassingen voor mainframes, personal computers en spelcomputers, bevatten ook televisies, telefoons, telefooncentrales, auto's en machines sinds de jaren zeventig steeds vaker embedded software. Ook apps op een smartphone of tablet worden software genoemd.
Software kan worden ingedeeld naar toepassingsgebied of gebruikersgroep.
Het begrip "software" komt uit het Engels en is de tegenhanger van hardware (apparatuur), waarmee alle "tastbare" apparatuur wordt bedoeld. Het onderscheid tussen software en hardware is niet altijd eenduidig aan te geven. Ter wille van betere prestaties worden sommige functies in hardware geïmplementeerd, die evengoed in de vorm van software gerealiseerd kunnen worden. Bovendien zijn er tussenvormen, zoals firmware (software die in hardware is vastgelegd) en programmable gate arrays (generieke hardware die softwarematig van een functie wordt voorzien). +
Voor Mozilla Firefox en Mozilla-gebaseerde webbrowsers, Google Chrome en Chromium-gebaseerde webbrowsers, Safari en Opera zijn verschillende browserextensies beschikbaar, die ook wel add-ons worden genoemd. Voor alle browsers is een advertentieblokkering populair: voor Chrome, Safari en Opera is dit AdBlock, voor Chrome en Firefox is er Adblock Plus. +
Deze som kan worden vergeleken met opgestelde grenswaarden (bijv. het landelijke blauwalgenprotocol) om een mogelijk gezondheidsrisico te bepalen. +
(bron: Aquo / DIV) +
(bron: Aquo / DIV) +
(bron: DIV) <br/>
<br/>
De somparameter bevat de parameters 2-chloorfenol(95-57-8), 3-chloorfenol(108-43-0), 4-chloorfenol(106-48-9), 2,3-dichloorfenol(576-24-9), 2,4-dichloorfenol(120-83-2), 2,5-dichloorfenol(583-78-8), 2,6-dichloorfenol(87-65-0), 3,4-dichloorfenol(95-77-2), 3,5-dichloorfenol(591-35-5), 2,3,4-trichloorfenol(15950-66-0), 2,3,5-trichloorfenol(933-78-8), 2,3,6-trichloorfenol(933-75-5), 2,4,5-trichloorfenol(95-95-4), 2,4,6-trichloorfenol(88-06-2), 3,4,5-trichloorfenol(609-19-8), 2,3,4,5-tetrachloorfenol(4901-51-3), 2,3,4,6-tetrachloorfenol(58-90-2), 2,3,5,6-tetrachloorfenol(935-95-5), pentachloorfenol (87-86-5) (bron: Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem / Aquo) +
Deze som kan worden vergeleken met opgestelde grenswaarden (bijv. het landelijke blauwalgenprotocol) om een mogelijk gezondheidsrisico te bepalen. +
(bron: DIV) +
(bron: DIV) +
Bijv. som PAK van Borneff. (bron: Indicatief Meerjarenprogramma Water 1985-1989. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1984 / Aquo / DIV)) +
Sonderen, het uitvoeren van een sondering, als begrip uit de grondmechanica is het bepalen van het draagvermogen van de grond door een staaf met kegelvormige punt met een tophoek van 60°, de sondeerconus, in de grond te drukken en daarbij de mechanische weerstand van de grond te meten.
Bij de meeste sonderingen wordt tevens de kleef gemeten. Naast sonderingen voor funderingsadvies en civiele techniek zijn sonderingen ook bruikbaar voor milieukundig bodemonderzoek. Zo zijn conussen ontwikkeld waarmee bijvoorbeeld de redox-potentiaal, de geleidbaarheid en temperatuur van de grond en het grondwater gemeten kunnen worden. Ook zijn er milieusonderingen die online de verontreinigingen kunnen meten. De combinatie van deze gegevens geeft een beeld van de bodemopbouw (nodig voor funderingen) en een indicatie voor mogelijke bodemverontreiniging.
Sonderingen worden uitgevoerd door een sondeerwagen, doorgaans een zware 6x6 vrachtwagen of een voertuig op rupsbanden. In de sondeerwagen of op het voertuig op rupsbanden bevindt zich een hydraulische pers welke de sondeerstaven de grond in drukt. Het gewicht van de sondeerwagen of het voertuig op rupsbanden levert hierbij de reactiekracht en de oliedruk in de hydraulische pers is een maat voor de conusweerstand. Er bestaan thans ook moderne elektronische uitvoeringen die de conusweerstand en de kleef ter plekke (in de grond) kunnen bepalen. Er bestaan ook piëzoconussen, waarmee de waterspanning rond de conus gemeten kan worden. Als de waterspanning opgemeten wordt, dan kunnen slecht doorlatende lagen gedetecteerd worden. +
Voorbeeld:
Een duiker is een soort kunstwerk.
Dit kunstwerk is enig in zijn soort [er bestaat geen tweede van]
<br/>
Soort zoekt soort [mensen met dezelfde eigenschappen zoeken elkaar op]
Ons soort mensen [mensen zoals wij]
<br/>
Wat erop lijkt maar niet precies is.
Voorbeeld:
We moeten naar een soort feest.
(bron: Ensie) +
Alle individuen die in hun in- en uitwendige bouw op elkaar lijken, onderling gekruist kunnen worden en vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen. Bv Esox Lucius L. (snoek) (bron: van Dale, 1993. / Aquo / DIV)
Een soort is in de biologie een elementaire taxonomische rang bij de indeling van de levende natuur (taxonomie). Een veelgebruikte definitie is dat een soort bestaat uit alle individuen die zich onder natuurlijke omstandigheden (dus zonder menselijk ingrijpen) onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen.
De individuen binnen een soort vertonen morfologische en genetische overeenkomsten. Binnen een soort kunnen echter ook onderlinge verschillen (natuurlijke variatie) bestaan, zoals kleurvarianten. (bron: Wikipedia) +
Alle individuen die in hun in- en uitwendige bouw op elkaar lijken, onderling gekruist kunnen worden en vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen. Bv Esox Lucius L. (snoek).
Bron: van Dale, 1993.
Verzameling van alle individuen die zich onder natuurlijke omstandigheden (dus zonder menselijk ingrijpen) onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen (bron: Wikipedia, de vrije encyclopedie (NL)) +
* regelbaar automatisch
* regelbaar niet automatisch
* regelbaar telemetrie
* vaste stuw
+
Totaal aantal soorten per oppervlakte-eenheid. (bron: van Dale, 1993 / Aquo / DIV) +
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen actieve sonar en passieve sonar. +
(Bron: Aquo/Verklarende Hydrologische Woordenlijst / DIV) +
(bron: DIV) <br/>
<br/>
Bij een sluis met een spaarkom (zie afbeelding) bevinden zich naast de sluis bassins of soms kelders, waarop een gedeelte van de kolkinhoud afgelaten wordt. Twee waterhoeveelheden, elk groot 1/4 A.h. worden afgelate op respectievelijk de bovenste en de onderste kelder. De rest van de kolkinhoud 1.2 A.h. wordt afgelaten op het benedenpand. Tijdens he topschuten wordt de waterhoeveelheid uit de spaarkommen weer gebruikt. Hier geldt eveneens de eis van watereconomie. (bron: PBNA Waterbouwopleiding 1999) +
Tijdens het ontgraven van een bouwput kan een verstoring van evenwicht tussen grond en water in de diepere lagen ontstaan. Dit kan kwelvorming of openbarsten van de bouwputbodem tot gevolg hebben. Door het toepassen van spanningsbemaling wordt de grondwaterdruk onder de bodem van de bouwput zoveel verlaagd dat gevaar voor openbarsten wordt voorkomen. De bodem is in evenwicht als de gronddruk boven de watervoerende laag gelijk is aan de druk van het grondwater tegen de onderkant van de afsluitende laag. Voor een spanningsbemaling kan een vacuüm- of een deepwell bemaling geplaatst worden. (bron: Wikipedia)
Nadeel van spanningsbemaling is dat de grondwaterstand verandert in de buurt van de plaats waar het grondwater wordt weggepompt. Dit is niet altijd toegestaan, omdat bij een te lage grondwaterstand de bodem kan verzakken en houten funderingspalen kunnen gaan rotten. In die gevallen kan met damwanden een bouwkuip worden gemaakt; verticale damwanden en het horizontaal aangebrachte onderwaterbeton maken de kuip waterdicht. Na harden van het onderwaterbeton kan het nog aanwezige water in de bouwkuip worden weggepompt. Als het resico aanwezig is dat door de opwaartse druk van het grondwater de bouwkuip gaat opdrijven of na gereedkomen van het bouwproject, de tunnen op drijft, dan worden bij he taanleggen van he tonderwaterbeton trekpalen aangebracht waardoor de tunnel die opwaartse druk weerstaat. (bron: joostdevree.nl) +
Administratieve gegevens kunnen op deze manier gekoppeld worden aan een punt op een kaartsysteem, zodat geografische georiënteerde visualisatie mogelijk is. <br/>
Om geografische gegevens te integreren in de database waarin het datawarehouse gebouwd wordt is het noodzakelijk dat de database spatial data kan opslaan in een geografisch datatype naast de gebruikelijke numerieke en alfanumerieke datatypen. Voorbeelden van databases die spatial data kunnen verwerken:
* Oracle
* Microsoft SQL Server 2008 (in beta)
* MySQL
* PostgreSQL +
De hier levende organismen moeten bestand zijn tegen blootstelling aan lucht, zoet water als gevolg van regenbuien, koude, hitte, landroofdieren en zeevogels. Op de hoogstgelegen punten van dit gebied kunnen donkere korstmossen groeien op rotsen, terwijl in het laagste deel van de spatzone alikruiken, slakken uit de familie Neritidae en zich met detritus voedende pissebedden voorkomen. (bron: Wikipedia) +
Er wordt vaak ingespeeld op diens persoonlijke voorkeuren en hobby's die de daders via sociale media hebben achterhaald. Een voetbalfan wordt bijvoorbeeld benaderd met een nep-aanbieding voor gratis seizoenskaarten van zijn favoriete voetbalclub, iemand die van mooie dure kleding houdt met een kortingsactie van haar favoriete kledingmerk. Dit kan ook gebeuren tijdens popconcerten. Fans van de artiest die gaat optreden krijgen dan via e-mail goedkope kaarten aangeboden voor dit concert. Deze blijken dan echter niet te werken bij de toegangspoorten. Op deze manier komen ze er dan achter dat ze opgelicht zijn. +
(bron: Leidraad voor Systems Engineering (SE) in de GWW sector) <br/>
<br/>
Document met daarin de verzameling geordende eisen en beschrijving van de beschikbare oplossingsruimte dan wel de gekozen oplossing met de oplossingsmarge die geldt voor een systeem (product of dienst). (bron: Vraagspecificatie Eisen DenC (oud) / Werken met basisspecificaties / ABDL) <br/>
<br/>
Een gedetailleerde omschrijving of vermelding van eigenschappen, kwaliteiten, voorwaarden, eisen enz. (bron: WikiWoordenboek) +
Af te raden termen: afvoercoëfficiënt, afvoerdichtheid, afvoerfactor. (bron: Naar CHO (535) / Aquo / DIV) +
De macht n is een geheel getal dat bij golfberekeningen meestal beperkt blijft tot -1, 0, 1 en 2. Dit getal geeft de orde van het spectrale moment weer, bijvoorbeeld als n =2, dan wordt gesproken van het tweede moment. Combinatie uit spectrale momenten worden gebruikt om een schatting af te leiden voor de golfperiode (bijvoorbeeld Tm01) en de golfhoogte (bijvoorbeeld Hm0). De eenheid van het spectrale moment is afhankelijk van de orde van het moment. +
Het wordt meestal aangeduid met Delta lambda, en hangt nauw samen met het oplossend vermogen van de spectrograaf, gedefinieerd als <br/><br/>[[Bestand:Spectrale resolutie.png]]<br/>waar Delta lambda is het kleinste verschil in golflengten dat kan worden onderscheiden bij een golflengte van{\ displaystyle \ lambda}\ lambda . De Space Telescope Imaging Spectrograph (STIS) kan bijvoorbeeld kenmerken onderscheiden die 0,17 nm uit elkaar liggen bij een golflengte van 1000 nm, waardoor het een resolutie heeft van 0,17 nm en een oplossend vermogen van ongeveer 5.900. Een voorbeeld van een hoge resolutie spectrograaf is de Cryogene Hoge Resolutie IR Echelle Spectrograaf (CRIRES) die is geïnstalleerd bij ESO 's Very Large Telescope en die een spectraal oplossend vermogen heeft tot 100.000. <br/><br/>Pixelcodering beperkt de informatie die is opgeslagen in een digitale afbeelding, en de term kleurprofiel wordt gebruikt voor digitale afbeeldingen, maar andere descriptoren worden gebruikt om te verwijzen naar de hardware die de afbeeldingen vastlegt en weergeeft.Spectrale resolutie is de mogelijkheid om spectrale kenmerken en banden op te lossen in hun afzonderlijke componenten. Kleurenbeelden onderscheiden licht van verschillende spectra . Multispectrale afbeeldingen kunnen nog fijnere verschillen in spectrum of golflengte oplossen door meer te meten en op te slaan dan de traditionele 3 gewone RGB-kleurenafbeeldingen. +
Een spie is een uitneembaar verbindingsmiddel dat wordt toegepast bij verbindingen tussen een as en een naaf of voor het vastzetten van een spijlbout. +
Een spindel is een as waarop een soort schroefdraad zit, waarover een moer heen en weer kan bewegen als de as wordt gedraaid en zodoende een lineaire beweging gecreëerd kan worden. Een spindel is een snelle, mechanische manier voor een beperkte lineaire verstelling. (bron: DIV) +
De sponning kan zich bevinden aan kozijnhout, deurhout, lijstwerk en ander timmerwerk.
Er zijn verschillende soorten sponningen en hun benaming geeft de functie aan: deursponning, raamsponning, glassponning, kalksponning, steensponning, schotbalksponning en messing-en-groef bij vloerdelen of andere planken, zoals rabat (schrootjes).
Sponningen in kunstwerken in de waterkering worden gebuikt om de kering middels schotbalken af te sluiten. +
Sprengen, ook aangeduid als sprengenbeek, worden gemaakt door een gat te graven in de helling van een heuvel tot de grondwaterspiegel bereikt is. Uit deze sprengkop stroomt dan het bronwater via een kanalenstelsel naar de gewenste plek. Soms worden sprengen gevormd uit meerdere sprengkoppen. (bron: Aquo) <br/>
Een spreng, sprang of sprengebeek is een door mensen gegraven of verlegde beek met zodanige gegraven bronnen dat er onder druk staand grondwater aan de oppervlakte wordt gebracht. Op de Veluwe heeft het woord spreng een bijzondere betekenis, spreng wordt hier gebruikt voor een gegraven bron of sprengkop. Een sprengebeek is dan ook een gegraven beek en deze werden met name gebruikt voor de aandrijving van watermolens, voor het maken van papier en/of voor water voor de wasserijen.
Sprengen worden gemaakt door een gat te graven in de helling van een heuvel tot de grondwaterspiegel bereikt is op een plek waar voldoende waterdruk is. Uit deze sprengkop stroomt dan het bronwater eerst naar de oppervlakte en vervolgens door een kanalenstelsel naar de gewenste plek. Soms worden sprengebeken gevormd uit een complex van meerdere sprengkoppen, zoals de koppelsprengen en de heerdersprengen.
Sprengen kunnen water voeren afkomstig uit verschillende aardlagen. Er zijn daarom zowel sprengen met troebel ijzerrijk rood water ('rodolm') en sprengen met helder water. Merkwaardig is, dat veel sprengebeken rood water voeren, terwijl de bijbehorende (dieper uitgegraven) sprengekop geheel helder water voert. De afvoer van zo'n beek hangt voornamelijk af van de druk van het diepe grondwater en is daardoor tamelijk constant. (bron: Wikipedia) +
In het Nederlandse getijgebied na 2 à 3 dagen). Naast de globale aanduiding waar het meervoud (getijden) in de definitie betrekking op heeft, kan, b.v. in berekeningen, een exact punt in de halve maancyclus worden gehanteerd. (Bron: CHO (416), gewijzigd / Aquo) <br/>
<br/>
Springtij is de periode van het getij waarin het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is. Niet alleen het hoogwater is dan hoger dan gemiddeld, het laagwater is dan ook lager dan gemiddeld. <br/>
<br/>
Springtij treedt eens in de ongeveer 15 dagen op en volgt gemiddeld ruim twee etmalen op het moment dat de getijkrachten van de maan en die van de zon dezelfde richting hebben en elkaar maximaal versterken. Dat laatste is het geval wanneer zon, maan en aarde in een rechte lijn staan, dus tijdens nieuwe maan en volle maan. Springtij komt daarom tweemaal per synodische maand voor. <br/>
<br/>
Springtij is het tegenovergestelde van doodtij. <br/>
<br/>
De wisselende afstand van de maan tot de aarde heeft ook enige invloed op de sterkte van het getij. Wanneer deze afstand het kleinst is, het perigeum, dan is de invloed het grootst en wanneer de maan het verst van de aarde staat, het apogeum, dan is de invloed het kleinst. Elke 7,5 synodische maand (de volledige cyclus van volle maan naar nieuwe tot volgende volle maan) valt het perigeum samen met volle of nieuwe maan, wat de grootste getijdenkrachten oplevert. (Bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Het meest ontwikkelde astronomische getij (c.q. de meest ontwikkelde astronomische getijden) optredend kort na nieuwe en kort na volle maan (in het Nederlandse tijgebied na twee à drie dagen). (bron: DIV) +
Een spui is een afsluiter in een keersluis.
Bij hoogwater is de spui gesloten. Bij overtollig water in de boezem kan bij laagwater via de spui het binnenwater onder vrij verval afwateren. (spuien) +
Spuien is het lozen van oppervlaktewater, uit de boezem, onder vrij verval, op zee, door een spui (afsluiter) in een keersluis. +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV) +
Waarom een spuisluis géén keersluis is:
* Een keersluis staat normaal open, een spuisluis normaal dicht.
* Een keersluis heeft geen debietfunctie, een spuisluis juist wel.
* Een keersluis sluit alleen bij hoogwater, een spuisluis opent juist bij laagwater. <br/>
<br/>
Waar een spuisluis géén uitwateringssluis is: <br/>
* Een uitwateringssluis werkt zelfwerkend, een spuisluis actief bediend.
* Een uitwateringssluis is klein en eenvoudig, een spuisluis groot en hydraulisch zwaar.
* Een uitwateringssluis voert passief af, een spuisluis gereguleerd. <br/>
<br/>
Aquo relatie <br/>
Aquo gebruikt uitwateringssluis als overkoepelende term voor kunstwerken die water afvoeren en keren. In de praktijk onderscheiden waterschappen echter actieve spuisluizen van zelfwerkende uitwateringssluizen. <br/>
(bron: Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Een spuisluis is een afsluitbare opening (spui) in een keersluis om het overtallige oppervlaktewater uit de boezem te spuien op zee. (bron: Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Een sluis die tot doel heeft een aansluitende vaarweg of haven op diepte te houden, door het opwekken van een plotselinge krachtige waterstroming. (bron: OPERA (gewijzigd) / Aquo) <br/>
<br/>
Een spuisluis, ook wel keersluis, uitwateringssluis, suatiesluis of zijl genoemd, is een sluis bedoeld om binnenwater te spuien en buitenwater te keren. Vandaar dat het ook wel keersluis wordt genoemd. <br/>
De naam is afgeleid van Middelnederlands spoye dat 'sluis', 'sluiskolk', 'sluiskom' of 'sluisbekken' betekent. Het is verwant aan het woord spugen. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Een sluis voor het afvoeren van overtollig water. (bron: DIV) +
(bron: CHO (385) / Aquo / DIV) +
Evenwicht in een bouwconstructie dat niet door een willekeurige kleine kracht blijvend kan worden verstoord. (Haslinghuis) +
(bron: Leidraad Toetsing / Aquo / DIV) +
De breedte van de stabiliteitszone is viermaal de hoogte van de waterkering boven het maaiveld.
Voor de goede werking van de waterkering is niet alleen het dijklichaam (waterkeringszone) als zodanig van belang maar ook de gronden ter weerszijden van het grondlichaam. Deze gronden waarborgen de stabiliteit van het dijklichaam; gronden en dijklichaam gezamenlijk vormen aldus de eigenlijke constructie waterkering. In dit verband moet bijvoorbeeld gedacht worden aan:
de aanwezigheid en de continuïteit van een afdekkend pakket en de ligging van het intreepunt in het watervoerend pakket buitendijks
de aanwezigheid, de dikte en de volumieke massa van het afdekkend pakket aan de binnenzijde van de dijk in relatie tot de grootte van de waterspanningen die onder maatgevende omstandigheden in het watervoerende pakket kunnen optreden.
De gronden die een daadwerkelijke bijdrage aan de stabiliteit leveren, worden gedefinieerd als de invloedszone. +
In de plantkunde werd voorheen de term afdeling (formeel divisio) gebruikt. <br/>
<br/>
In de taxonomie van Linnaeus was er geen sprake van phyla. Linnaeus deelde de dieren in 6 klassen in, de Pisces (vissen), Amphibia (amfibieën en reptielen), Aves (vogels), Mammalia (zoogdieren), Insecta (insecten) en de Vermes (restgroep met "wormen" en andere dieren). De vier eerstgenoemde klassen worden samen met nog enkele groepen nu ondergebracht in de stam Chordata, de insecten vormen een onderdeel van de geleedpotigen en de Vermes zijn opgesplitst in een groot aantal stammen. In totaal worden er bij dieren zo'n 35 stammen onderscheiden, die echter ook weer op diverse hogere niveaus worden gegroepeerd. Het precieze aantal stammen hangt van de auteur af. <br/>
<br/>
Bij de bacteriën worden meerdere stammen onderscheiden. De term 'stam' wordt hier vermeden, want 'stam' heeft hier nog een andere, niet-taxonomische betekenis, die hiërarchisch gezien nog lager dan een soort ligt. Zo wordt de term 'stam' gebruikt om een isolaat aan te duiden die onderscheiden kan worden van andere isolaten op basis van morfologische of genetische eigenschappen. Een isolaat is een cultuur van bacteriën die zuiver is, in betekenis dat alle bacteriën in die cultuur afstammen van één enkele bacteriële kolonie, één bacteriële kolonie is een klein rond vlekje op een voedingsbodem ontstaan uit één enkele bacterie, een dergelijke cultuur wordt dan ook een reincultuur genoemd. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Elk van de hoofdgroepen, waarin het dierenrijk verdeeld wordt. (bron: DIV) +
Standaarden kunnen vastgelegd worden binnen een bedrijf of organisatie, binnen een consortium van organisaties of door erkende standaardisatieorganisaties. Erkende standaardisatieorganisaties (zowel nationale als internationale) werken volgens een bepaald proces en volgens bepaalde regels voor vertegenwoordiging:
in nationale standaardisatieorganisaties zoals NBN (België) en NEN (Nederland) moeten dit personen of organisaties zijn die in het land gevestigd zijn en belang hebben bij het onderwerp van de standaard;
in sommige Europese en internationale standaardisatieorganisaties, zoals CEN en ISO, kan enkel de meest representatieve standaardisatieorganisatie van een land volwaardig lid zijn;
in sommige andere Europese en internationale standaardisatieorganisaties, zoals ETSI en ITU, kunnen ook bedrijven normaal lid worden.
Het standaardisatieproces volgt bepaalde regels.
Het is ook mogelijk dat een producent zijn standaard (al dan niet opzettelijk) niet heeft beschermd (al van niet onbedoeld) zodat het alsnog de standaard wordt; we noemen dit een de facto standaard. Een voorbeeld is de Centronics printer poort van Centronics Data Computer Corporation. +
De gehalten aan humus en lutum bepalen in grote mate de mogelijkheid waarmee een bodem bepaalde verontreinigingen kan absorberen. Dit geldt vooral voor zware metalen en een aantal organische stoffen. Om deze reden is de referentiewaarde voor een aantal stoffen afhankelijk gesteld van het gehalte aan humus en lutum. Door het toepassen van een bodemcorrectiefactor kunnen voor ieder bodemtype de referentiewaarden berekend worden. (bron: JB, 1993 / Aquo / DIV) +
De Standaard voor het beschrijven van begrippen is van cruciaal belang voor organisaties die werken met begrippenlijsten, taxonomieën en thesauri. Een consistente en duidelijke definitie, uitleg en context zoals de (juridische) grondslag van begrippen vormt de basis voor effectieve communicatie, gegevensuitwisseling en samenwerking. Toepassing van deze standaard moet informatie beter vindbaar maken. Door de interoperabele beschrijvingen is van alle beschreven begrippen altijd een eenduidige beschrijving vanuit de primair verantwoordelijke organisatie beschikbaar. En last but not least is waar relevant altijd de rationale achter de beschrijving beschikbaar door de verwijzing naar de bron in wet- en regelgeving, standaarden, werkinstructies en afspraken. Dit zijn concrete stappen op weg naar een toegankelijke en transparante overheid. +
De standaardafwijking wordt gebruikt om de spreiding – de mate waarin de waarden onderling verschillen – van een verdeling aan te geven. De standaardafwijking wordt, anders dan de variantie, in dezelfde eenheid uitgedrukt als de verwachtingswaarde of het gemiddelde.
Ook voor een steekproef uit een populatie of verdeling spreekt men van standaardafwijking, of beter van steekproefstandaardafwijking, meestal aangeduid met de letter s. Deze grootheid is een schatting van de standaardafwijking in de bijbehorende populatie of verdeling. Voor een steekproef is de variantie (ongeveer) het gemiddelde van de kwadraten van de afwijking van de metingen ten opzichte van het gemiddelde van de gegevens. +
Dit gaat over standaarden die betrekking hebben op de data zelf en hoe ze worden vastgelegd. De standaarden die het betreft dienen daarvoor expliciet te worden gemaakt. Dat kunnen semantische standaarden zijn of meer technische standaarden. Compliance in algemene zin gaat over de mate waarin data conformeren aan standaarden, conventies of regelgeving gerelateerd aan datakwaliteit in een specifieke gebruikscontext. +
Dit gebeurt geïnstitutionaliseerd in standaardiserings- en normalisatieorganisaties. Een stap verder gaat certificering en het afgeven van attesten, op grond waarvan door brancheorganisaties kwaliteitsgaranties worden afgegeven, gebaseerd op de wettelijke maar ook vrijwillig afgesproken verdergaande en meer product- en processpecifieke standaarden en normen.
Standaardisatie kan een aantal voordelen bieden:
* producten of diensten worden uitwisselbaar, wat een schaalvoordeel tot gevolg kan hebben;
* de verdeling van arbeid kan efficiënter plaatsvinden;
* methoden en resultaten kunnen onderling vergeleken worden;
* een afname van het aantal fouten tijdens een proces. <br/>
Daar staat tegenover dat standaardisatie ten koste kan gaan van flexibiliteit en dat de keuzemogelijkheden afnemen. Daarnaast kan een te grote nadruk op standaardisatie voorbijgaan aan de ervaring, inzicht, kennis en kunde van de individuele werknemers.
Ook kan standaardisatie ertoe leiden dat er geen rekening wordt gehouden met onderlinge verschillen. Dit wordt vooral sterk gevoeld als de culturele diversiteit in gevaar dreigt te komen. (bron: Wikipedia) +
Om te voorkomen dat er via de standpijp vuil in het drinkwaternet terug spoelt – het zogenoemde 'insluis-effect' – dient het plaatsen van de standpijp op hieronder beschreven
wijze te gebeuren. <br/>
Onderdelen van de standpijp <br/>
Een standpijp bestaat uit een onderstuk en een bovenstuk:
* Het onderstuk is een buis met aan de onderzijde schroefdraad. Daarop zit een wartel met nokken
gedraaid. Onder aan de schroefdraad zit een kraag, waar een pakkingring op zit. De nokken van
de wartel en de onderzijde van de buis passen exact in de bajonetsluiting van de ondergrondse
brandkraan. Aan de bovenzijde van het onderstuk zit een pakkingbus. In deze pakkingbus zit het
bovenstuk gemonteerd.
* Op het bovenstuk zit een watermeter met afsluiter gemonteerd.
* De opstelling wordt geleverd met een kraansleutel.
Het plaatsen van de standpijp: <br/>
1. Zorg ervoor dat de wartel in de laagste (onderste) stand is gedraaid zodat de nokken van de wartel in de klauwen van de brandkraan komen. <br/>
2. Controleer of de pakkingring aanwezig is. Indien dit niet het geval is, neem dan contact op met WML. <br/>
3. Verwijder het straatpotdeksel en het slibdeksel van de brandkraan. Controleer of de rand van de brandkraan schoon is, en reinig deze indien nodig door eventuele stenen en vuil te verwijderen. <br/>
4. Draai de afsluiter van de standpijp open. <br/>
5. Breng de nokken van de wartel in de klauwen van de brandkraan en draai het hele opzetstuk aan de handvatten naar rechts totdat de nokken vast opgesloten zitten in de klauwen. Het opzetstuk trekt zich als het ware tegen de brandkraanrand aan.
Let op: alleen rechtsom draaien. Bij linksom draaien kan ongemerkt het hele opzetstuk draaien in plaats van alleen het bovenstuk, waardoor de standpijp los op de brandkraan komt te staan. <br/>
6. Draai de brandkraan langzaam helemaal open met behulp van de kraansleutel en spoel het geheel door tot het water helder is (zie tekening boven). Zo wordt voorkomen dat vuil dat zich in het huis van de brandkraan bevindt, terug spoelt in de waterleiding en het drinkwater vervuilt (insluiseffect). <br/>
7. Regel de waterhoeveelheid met de handkraan op de standpijp. <br/>
8. Sluit na gebruik de handkraan en daarna de brandkraan met behulp van de kraansleutel. Verwijder daarna de standpijp en plaats het slibdeksel en het straatdeksel terug. <br/>
9. Bij temperaturen beneden nul graden mag de standpijp niet gebruikt worden. Doordat het water dat in de standpijp blijft staan bevriest, raakt de standpijp onbruikbaar en vriest deze stuk. Indien ten behoeve van schaatsactiviteiten de standpijp wordt gebruikt voor het aanleggen van een ijsbaan, dient de standpijp onmiddellijk na gebruik afgekoppeld en op een vorstvrije plaats bewaard te worden. In geval van bevriezing zijn de kosten van de standpijp en de watermeter voor rekening van de huurder. <br/>
Een statistische fout wordt genoteerd met het teken ±. De afstand van Amsterdam naar Brussel is bijvoorbeeld 176 ± 0,5 km, waarmee men aangeeft dat de juiste waarde ergens tussen 175,5 en 176,5 km ligt. De fout is dan 0,5 km. Met het woord 'fout' geeft men niet aan dat de waarde onjuist is, maar alleen dat de nauwkeurigheid beperkt is.
Wordt de fout niet vermeld, dan mag men aannemen dat de fout de helft is van het laatste significante cijfer. Zou men schrijven dat de afstand 176 km is, zonder dat de fout wordt vermeld, dan is de fout kennelijk 0,5 km. Daarom is 176 km niet hetzelfde als 176 000 meter, want daarmee geeft men aan dat de afstand tot op een halve meter nauwkeurig is gemeten.
Soms is het moeilijk te vermijden overtollige nullen te vermelden. Schrijft men dat Groningen 186 000 inwoners heeft, dan zal een lezer wellicht aannemen dat het aantal in werkelijkheid tussen 185 500 en 186 500 ligt, dat wil zeggen 186 000 ± 500. Letterlijk genomen staat er echter dat het aantal inwoners nauwkeurig 186 000 ± 0,5 is. Het is duidelijker om '186 duizend' te schrijven. +
Dit gaat over de reproduceerbaarheid van metingen. Hoe groter de precisie hoe kleiner de toevallige fout. Statistische precisie ook wel uitgedrukt in de standaardafwijking. De standaardafwijking geeft de mate van spreiding van getallen rondom het gemiddelde van deze getallen. Het moet in relatie tot systematische afwijking en (de verschillende vormen van) nauwkeurigheid worden gezien. Nauwkeurigheid is afgeleid van de systematische afwijking en de statistische precisie. De standaarddeviatie is een belangrijk begrip in de statistiek. (bron: ArchiXL) +
Gebruik binnen de organisatie:
* De standaardstatus voor alle actieve, functionerende kunstwerken.
* Toepassen na oplevering, inspectie en administratieve afronding.
* Objecten in deze status worden meegenomen in beheer, onderhoud en monitoring. +
Gebruik binnen de organisatie:
* Zodra sloop of verwijdering volledig is afgerond.
* In geval van reconstructie waarbij oude objecten volledig zijn opgeheven.
* Voor registratiehistorie, auditing en datavergelijking. +
Gebruik binnen de organisatie:
* Tijdelijk, tijdens datakwaliteitsverbetering of projecten waarbij statusinformatie ontbreekt.
* Bij oude datasets waarvan statusinformatie niet is meegekomen.
* Nooit langdurig gebruiken: er moet altijd worden toegewerkt naar een juiste status. +
Onderzoeken, variantenverkenning, participatie en ontwerpvoorbereiding vallen binnen deze status. <br/>
Gebruik binnen de organisatie:
* Registreren wanneer een nieuw object wordt overwogen of gepland.
* Toepassen zolang ontwerpkeuzes, haalbaarheid en besluitvorming nog in ontwikkeling zijn.
* Opnemen voor projecten die zich in verkenning of haalbaarheidsstudie bevinden. +
Gebruik binnen de organisatie:
* Registreren zodra de aannemer of interne uitvoeringsdienst start met werkzaamheden.
* Vastleggen bij vervanging of renovatie van bestaande objecten.
* Handhaven tot formele oplevering en inbedrijfstelling. +
Gebruik binnen de organisatie: <br/>
* Bij objecten die worden uitgefaseerd of waarvan de functie vervalt.
* Direct na bestuurlijke besluitvorming tot opheffen of saneren.
* Totdat de uitvoering van de verwijdering start. +
Voor de werking van de Keur zijn de grenzen van het stedelijk gebied zoals die zijn aangegeven op de Keurkaarten bepalend. (bron: UIVO-W / Aquo) <br/>
<br/>
Een stedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom ingevolge artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. In relatie tot een waterschap verwijst een stedelijk gebied naar zones met hoge bebouwingsdichtheid waar het waterschap samenwerkt met gemeenten aan waterbeheer, zoals afvoer van regenwater, waterkwaliteit en overstromingspreventie. (bron: waterschap Hunze en Aa's)
Een stedelijk gebied, urbaan gebied of stadsgewest is een gebied met een ten opzichte van de omgeving verhoogde urbanisatiegraad.
Stedelijke gebieden zijn er in vele vormen en formaten. Dit kan een enkele alleen liggende en ten opzichte van de omgeving grote stad zijn, een apart liggende agglomeratie zoals het stedelijk gebied van Brussel, maar ook een aaneenschakeling van agglomeraties (conurbatie), zoals het concept van de Randstad in het westen van Nederland. Het begrip kan zelfs gebruikt worden voor een groep stedelijke gebieden met daartussenin nog steeds een verhoogde urbanisatiegraad, zoals grote delen van West-Europa of de BosWash in het oosten van de Verenigde Staten. Uiteindelijk komt het er dus op neer vanuit welk perspectief men een stedelijk gebied bekijkt. (bron: Wikipedia) +
Kernelementen:
* Hemelwaterbeheer: Afvoeren of infiltreren van regenwater via riolen, wadi’s, groene daken of waterpleinen.
* Afvalwaterbeheer: Transport en zuivering van huishoudelijk en industrieel afvalwater via gemeentelijke en waterschapsinfrastructuur.
* Oppervlaktewaterbeheer: Beheer van stedelijke vijvers, grachten en sloten voor ecologie, recreatie en waterkwaliteit.
* Klimaatadaptatie: Maatregelen tegen hittestress, droogte en extreme neerslag, zoals vergroening en waterberging.
* Samenwerking: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor inzameling van hemel- en afvalwater; waterschappen voor zuivering en watersysteembeheer. (bron: waterschap Hunze en Aa's) +
(bron: Wijk, J van der, Taal van het Water / Aquo) <br/>
<br/>
Prikken (Duits: Pricke of Prigge), staken, struikbakens of steekbakens zijn boompjes of takkenbossen die gebruikt worden op het wad voor het markeren van kleinere geulen (prielen) en plekken van wantij als kleine bakens (betonning) voor de scheepvaart. Langs de rand van kleine geulen die gebruikt worden voor het aanlanden op bijvoorbeeld Rottumeroog en Rottumerplaat worden boompjes geplaatst, zoals van de es of de berk, zodat duidelijk is waar de vaargeul zich bevindt. Ook takkenbossen werden voor dit doel gebruikt. Bij deze twee eilanden worden essen van het Hogeland gebruikt van ongeveer drie tot zeven meter lang. Ook bij Schiermonnikoog zijn prikken geplaatst.
Ze worden geplaatst voor vaartuigen zodat zij ook bij lagere waterstand door de geulen van het wad kunnen varen. In de vaargeul staat er dan een meter water, maar daarbuiten slechts enkele centimeters, waardoor een vaartuig vastloopt wanneer de geul niet gevolgd wordt. Prikken worden meestal slechts aan een zijde van de vaarweg geplaatst. Ze kunnen ook voorzien zijn van groene of rode linten zodat aan de prikken te zien is aan welke zijde de vaarweg gelegen is. Ook de vorm van de bovenzijde van de prikken kan afhankelijk zijn van de zijde van de vaargeul. Het eventuele kleurgebruik en de eventuele vorm is dan conform de laterale markering van het IALA Maritiem Betonningsstelsel, hetgeen (in Europa) betekent:
Van zee komende hebben de linten aan stuurboord een groene kleur en de bovenkant zijn de twijgen in spitse vorm samengebonden en aan de onderzijde naar buiten gebogen (spar).
Van zee komende hebben de linten aan bakboord een rode kleur en de bovenkant stomp uit elkaar (bezem)
Doorlopende geulen onder de eilanden door worden in het algemeen van west naar oost gemarkeerd met open prikken aan de Noordzee/eilandzijde en samengebonden prikken aan de vaste-wal-zijde.
Door storm en drijfijs kunnen de prikken verdwijnen, maar ook door veranderende geulen kunnen de prikken verzwolgen worden door de zee. Jaarlijks moeten de prikken nagekeken worden en waar van toepassing worden herplaatst of verplaatst. (bron: Wikipedia)
(bron: Nederlands Normalisatie-instituut, Water - Termen en definities. NEN 6599, 1e druk, januari 1991 (gewijzigd) - vertaald uit ISO 6107-2-3.18 / Aquo / DIV) +
Gesteente of steen is het vaste, consistente materiaal dat in de ondergrond onder de bodem ligt. Een gesteente is opgebouwd uit fragmenten, die klasten worden genoemd, of uit mineralen.
De aardkorst is opgebouwd uit talloze soorten gesteenten. Ze bepalen in belangrijke mate de eigenschappen van het aardoppervlak: het reliëf en landschap, de draagkracht van de ondergrond, de bodemvorming en de waterhuishouding. Gesteente kan in drie hoofdgroepen worden verdeeld aan de hand van de manier waarop het vormt. Stollingsgesteente ontstaat door het stollen van gesmolten gesteente (magma); sedimentair gesteente door het bezinken of neerslaan van sediment, en metamorf gesteente door het groeien van nieuwe mineralen in ander gesteente. Door verwering en erosie kan gesteente afgebroken worden, het materiaal dat wordt afgevoerd kan op een andere plek terechtkomen en daar een nieuw gesteente vormen.
Uit gesteenten worden mineralen, ertsen of elementen van economisch belang gewonnen. Gesteente zelf kan ook waardevol zijn, bijvoorbeeld toegepast als natuursteen, zoals graniet en marmer. +
(bron: Leidraad Toetsing / Aquo) <br/>
<br/>
Profielverdediging met behulp van steenzetting en blokkenmatten (bron: DIV) +
De steilheid of richtingscoëfficiënt is een maat voor de helling van de lijn ten opzichte van de x-as. De steilheid is ook te bepalen via de tangens van de hoek die de rechte maakt met de positieve x-as. +
Voor het overdragen van de krachten moet soms op een aantal niveaus gebruik worden gemaakt van gordingen. (bron: Joost de Vree) <br/>
<br/>
Een tijdelijke ondersteuningsconstructie die wordt aangebracht tussen tegenover elkaar staande damwanden of kademuren om deze te stabiliseren wanneer de watergang wordt drooggezet of ontgraven. Een stempelraam bestaat doorgaans uit horizontale stempels (drukstaven) en dwarsbalken die samen voorkomen dat de wanden naar binnen bewegen onder invloed van gronddruk en waterdruk. Stempelramen worden veel toegepast bij het droogleggen van sluizen, gemalen, kades en andere waterbouwkundige kunstwerken tijdens inspectie‑ en onderhoudswerkzaamheden. (bron: Hunze en Aa's) +
(bron: Woordenwijzer Ecologie. / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Stapstenen zijn losliggende stenen waarover voetgangers de overkant van een water kunnen bereiken.
Dit alternatief voor een brug komt onder andere veel voor in Japanse en Chinese tuinen om vijvers en stroompjes over te steken. Ook in tuinen en parken in westerse stijl worden stapstenen gebruikt. Het betreft dan vooral rechthoekige stenen. Voorbeelden van gebruik in westerse parken zijn onder andere het Freeway Park te Seattle en het Keller Fountain Park te Portland. (bron: WIkipedia) +
Ten behoeve van kartering kunnen stereofoto's worden gebruikt. De stereofoto's hebben een overlap van minimaal 30% zijwaarts en 60% voorwaarts. Bij de stereofotoset worden naast de digitale fotobestanden ook het bijbehorende calibratierapport en de externe oriëntatieparameters geleverd. De oriëntatieparameters zijn berekend uit een triangulatieproces op basis van voorgemarkeerde paspunten. De stereofoto's voldoen aan de hoogst gangbare eisen die aan dit product worden gesteld. +
Om te kunnen stereokarteren heb je naast een stereokarteerstation ook een softwarepakket nodig waarmee je kunt stereokarteren (bijv. Stereoanalyst plug-in op Arcgis), een fotogrammetrisch project (blockfile) en stereofoto's. Met een stereokarteersysteem kun je in 3d karteren en meten. +
Het karteren in stereo is veel nauwkeuriger dan inwinning uit een orthofoto, waarbij je veel informatie mist door de omvalling die in de foto aanwezig is.
Daarnaast heeft het stereo karteren nog een groot voordeel; de Z waardes van punten wordt ook ingewonnen. Toepassingen zijn divers, maar een belangrijke is de bijhouding van de BGT/IMGeo objecten. +
(bron: Burgerlijk Wetboek Boek 2, Rechtspersonen) <br/>
Organisatie die erop gericht is, een bepaald doel te verwezenlijken. Een stichting mag winst maken, maar de uitkering hiervan moet een ideële of sociale strekking hebben.
(bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) <br/>
Rechtspersoon, bij notariële akte of testament opgericht door één of meer personen om een bepaald doel te bereiken met behulp van een vermogen. Er mag winst worden gemaakt maar deze moet ten goede komen aan een ideëel of maatschappelijk doel. (bron: CBS Begrippen) <br/> +
In de onverzadigde zone komt deze overeen met de afstand tussen het tensiometerpeil, gemeten in het beschouwde punt, en het referentieniveau ten opzichte waarvan de plaatshoogte is bepaald. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
De som van de drukhoogte en plaatshoogte overeenkomend met de afstand van het peil dat met een tensiometer uitmondend in het beschouwde punt, kan worden gemeten, tot het referentieniveau ten opzichte waarvan de plaatshoogte is bepaald. (bron: DIV) <br/>
<br/>
De stijghoogte is het potentieel peil van het wateroppervlak van grondwater, gemeten vanaf een bepaald niveau (bijvoorbeeld Normaal Amsterdams Peil (NAP), maar meestal de hoogte van de bodem). Het is de hoogte van het water in een peilbuis, of waar het grondwater zou staan als men een put zou slaan. In het geval van een artesische bron kan dit boven het aardoppervlak uitkomen.
De stijghoogte komt rechtstreeks overeen met de hydrostatische druk gemeten in bijvoorbeeld meter waterkolom. Stijghoogtes of waterdruk kunnen worden gemeten met een piëzometer. De stijghoogte wordt uitgedrukt in lengte-eenheden zoals de meter. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
De gemeten waterstand in een piëzometer is de stijghoogte. Het geeft de druk van het grondwater aan ter hoogte van de piëzometerfilter. (bron: Ecopedia) +
In het algemeen wordt stilzwijgend aangenomen dat binnen dit pakket in verticale zin de stijghoogteverschillen te verwaarlozen zijn, hoewel dit strikt genomen niet altijd en overal zo is. +
Het element stikstof (N) komt in de natuur altijd voor als eenverbinding, bijv. N2. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
Een reukloos kleurloos gas dat ongeveer 78% van de atmosfeer uitmaakt. Scheikundig element, atoomnummer 7, afkorting N. (bron: DIV) +
(bron: Aquo) +
Komt vrij bij vergaande stikstofverwijdering. (bron: EGnitraatrichtlijn / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Ongebonden stikstof is een gas dat 78% van lucht uitmaakt. Stikstofverbindingen zijn essentiële bouwstoffen voor alles wat leeft: zonder stikstof kunnen planten geen eiwitten opbouwen. Stikstof wordt opgenomen in de vorm van nitraat- of ammonium-zouten. Bij een overmaat in het milieu worden deze stoffen niet meer allemaal opgenomen en is er sprake van eutrofiëring. Stikstofverbindingen in de lucht dragen bij aan het broeikaseffect.
De Nederlandse overheid streeft voor stikstof in het zeemilieu naar een natuurlijke achtergrondconcentratie van 0,15 mg stikstof per liter zeewater. Met uitzondering van de centrale Noordzee liggen de concentraties dus nog steeds te hoog. In de Westerschelde was er tussen 1975 en 1997 sprake van een dalende trend, in de overige getijden- en kustwateren was de trend slecht licht dalend. Na 1997 stabiliseren de concentraties. (bron: Encyclo NL) +
Dit is een buis die recht de grond in gaat en vervolgens haaks beneden de waterspiegel naar de waterloop gaat. Om de waterstand te meten is het noodzakelijk dat de kophoogte van de buis bekend is. De waterhoogte is de hoogte van de kop minus de afstand tot de waterstand in de buis.
Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie die via een verbindingsbuis met een kleinere diameter in verbinding staat met een open waterloop om daarin de waterhoogte te meten. Bron: Handboek Debietmeten in openwaterlopen (STOWA 2009-41) +
Een milieubeschermingsgebied waarin de geluiden van flora en fauna overheersen.
Een stiltegebied is een milieubeschermingsgebied waarin de geluiden van flora en fauna overheersen. Het woord ‘stilte’ betekent hierbij niet dat er geen geluid in het gebied waarneembaar is, maar staat voor de afwezigheid van storende, voor de omgeving vreemde geluiden. Stiltegebieden zijn van belang voor de rustzoekende recreant en de flora en fauna in de natuur. Activiteiten die de geluidsbelasting negatief beïnvloeden, zijn niet meer mogelijk in het gebied dat als stiltegebied is aangewezen. Gebiedseigen geluiden, zoals die van de landbouw, zijn hiervan uitgesloten.
Onder 'stil' worden geluiden verstaan die tussen de 35 en 40 decibel liggen. Ook kan worden gesteld dat een gebied 'stil' is als de lange perioden met natuurlijke geluiden overheersen tot de perioden met niet-natuurlijke geluiden.
In Nederland is 650.000 hectare aangewezen als stiltegebied, waarvan 200.000 in de Waddenzee en 200.000 in de Zeeuwse wateren. +
Voorbeeld fouten in meting met een echolood.
Een stochastische fout bij een dieptebepaling (Z-fout) wordt
veroorzaakt door een aantal componenten. Waar bij de
zandbalans rekening mee dient te worden gehouden zijn fouten ten
gevolge van: fout in de plaatsbepaling (positie), nauwkeurigheid
echolood (D), nauwkeurigheid calibratie echolood (barcheck), de
omrekening van de waterstanden naar NAP (via getijstations) en de
bewegingen van het schip (heave, stampen en slingeren).
De aanwezigheid van een toevalsvariabele. Een stochastisch proces houdt in dat het systeem een element van toeval kent (bijvoorbeeld merkenwissel wordt vaak als een stochastisch proces gezien).
afhankelijk van een bepaalde kans of van het toeval. +
(bron: Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Stofwisseling of metabolisme (uit het Grieks: μεταβολισμός metabolismos = verandering of omzetting) is het geheel van biochemische processen dat plaatsvindt in de cellen van organismen. Enzymen spelen bij deze omzettingen een centrale rol. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de opbouw van stoffen onder gebruik van energie (anabolisme) en de afbraak van biomoleculen, waarbij energie vrijkomt (katabolisme). <br/>
<br/>
De stofwisseling heeft onder meer de volgende functies:
* Het vastleggen van zonne-energie of chemische energie door de aanmaak van reservestoffen.
* Het vrijmaken van energie uit onder andere opgenomen stoffen en reservestoffen.
* Het opnemen van stoffen.
* Het gebruik van bouwstoffen en energie als bron voor alle biologische processen.
* Het verwerken van afvalstoffen.
* Een eventueel teveel aan opbouwstoffen elimineren.<br/>
(bron: Wikipedia) +
faseovergang waarbij materie de vloeibare aggregatietoestand verruilt voor de vaste aggregatietoestand. +
De gevolgschade na falen is gering en de functionaliteit blijft bij uitval van het onderdeel in stand / het onderdeel wordt pas vervangen of gerepareerd als het defect is. (bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 / DIV)
Dit is onderhoud dat wordt uitgevoerd, nadat een object(onderdeel) gefaald heeft. Het onderhoud wordt pas na het falen uitgevoerd, omdat storing van het betreffende object(onderdeel) niet (direct) leidt tot functie-verlies op infrastructuur-niveau, of de gevolgen daarvan zijn beperkt. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Methode van onderhoud dat uitgevoerd wordt zodra defecten of storingen optreden. Dit onderhoud is herstellend (vervanging of reparatie van defecte onderdelen en/of corrigeren van afstellingen). Dit is vergelijkbaar met klachten- of serviceonderhoud, echter hier kunnen de defecten ook gemeld worden door automatische systemen of door de eigen technische diensten en beheerders. De voorspelbaarheid van het onderhoud is laag. (bron: WIkipedia) +
Vooral wanneer deze het aardoppervlak beïnvloed, met een sterk gevoel van natuurgeweld of overig onplezierig weer. (bron: National Weather Forecast Service Office, NOAA, Glossary of Select Meteorological, Climatological and Hydrological Terms. URL: http://www.crh.noaa.gov/dvn/ScienceandEducation/glossary.htm. / Aquo) <br/>
<br/>
Storm is een zeer harde wind binnen een grootschalig weersysteem, een depressie. Het gebied binnen een depressie waar stormkracht heerst, heet het stormveld. Storm is gedefinieerd als wind met een windkracht van 9 of meer op de schaal van Beaufort. Dat betekent dat de gemiddelde snelheid van de wind gedurende 10 minuten een snelheid bereikt van ten minste 75 km/h. Is de windsnelheid gemiddeld over 10 minuten ten minste 90 km/h dan wordt gesproken van zware storm, windkracht 10. Bij een gemiddelde snelheid van 103 km/h spreekt men van zeer zware storm, windkracht 11. Dit lemma gaat in de tabel voor Nederland uit van ten minste 100 km/h. (bron: Wikipedia) +
Deze deur kan gesloten worden zodra het water extreem hoog komt. Dit wordt gedaan om stormvloeden te voorkomen. +
Voor Nederland zijn deze bepalende stations: Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, Den Helder, Harlingen en Delfzijl. Voor Hoek van Holland is dat bijvoorbeeld NAP +2,60 m. (bron: CHO (406), gewijzigd / Aquo) <br/>
<br/>
Een stormvloed is het opstuwen van zeewater door stormwinden. Er is sprake van een stormvloed als een vloed het zogenaamde grenspeil heeft bereikt of overschreden. De hoogte van het grenspeil wordt bepaald door de frequentie van gemiddeld eens in de twee jaar.
Hoge windsnelheden behorende tot een storm kunnen zeewater opstuwen tot een hoger zeeniveau dan normaal. De lagedruk in de kern van de stormdepressie of tropische cycloon kan het effect licht versterken. Als de stormvloed de kust bereikt kan hij nog aangroeien, omdat de zee ondieper wordt, zoals dat ook bij een tsunami gebeurt; bij een tsunami is dit effect echter veel sterker, omdat bij een tsunami al het water van het zeeoppervlak tot de bodem in beweging wordt gezet, in tegenstelling tot stormen, waarbij alleen de bovenste oppervlaktelagen van de zee worden bewogen.
De waterstand tijdens een stormvloed bestaat uit twee componenten, het getij en de windopzet.
Een stormvloed kan extra vervelend zijn als hij de kust bereikt, samenvallend met de vloed (of nog erger springvloed). De (spring)vloed wordt dan verhoogd met de stormvloed. Dit was de oorzaak van de watersnood van 1953. Tropische cyclonen gaan vaak gepaard met stormvloeden, die echter hun energie langer behouden. Zo kan een orkaan die van de vijfde categorie naar de tweede categorie verzwakt is, nog lange tijd een stormvloed genereren van de vierde of vijfde categorie (vergelijk het maken van een draaikolk in een emmer water door hard te roeren: als men stopt met roeren, blijft het water nog enige tijd kolken).
De stormvloed wordt verder bepaald door de hoek tussen de windrichting en de kust. Wanneer de wind loodrecht op de kust staat, is de stormvloed het hoogst.
Wanneer de verwachte waterstanden aan de kust erg hoog worden, kunnen de stormvloedkeringen worden gesloten zodat de veiligheid tegen overstromen beter wordt gewaarborgd. (bron: Wikipedia)<br/>
<br/>
Buitengewoon hoge wtaerstand als gevolg van opstuwing van het water. (bron: DIV)
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een stormvloedkering is een waterbouwkundige constructie die bij stormvloed of springtij moet verhinderen dat er grote hoeveelheden water de monding van een rivier of zeearm instromen en stroomopwaarts tot overstromingen leiden. Het gaat om beweegbare kunstwerken die sluiten bij extreem hoogwater. (bron: Wikipedia) +
(bron: RWS: themagroep Kunstwerken / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Bestorting van de bodem met breuksteen, meestal op een zinkstuk (bron: Verklarende woordenlijst waterbouwkundige termen)
Bodembescherming bestaand uit steen en/of beton ter voorkoming van het optreden van erosie door stromend water (bron: Conditiemeting - Definities en foto's van decompositie en gebreken, code: 1510) & (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL), code: OBI0240) (bron: ABDL) <br/>
<br/>
Een stortebed is onderdeel van het waterbouwkundig kunstwerk (stuw/gemaal/sluis), bedoeld om de kracht uit het water te halen, om watererosie bij het kunstwerk te voorkomen. (bron: HEA) +
(bron: RWS, 1997: themagroep Geografie/Watersystemen / Aquo / DIV) +
Bron: Data-eisen Digitaal Topografisch Bestand. +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
In de wiskunde is de straal of radius r van een cirkel, bol, cilinder de afstand van een willekeurig punt op de rand van de cirkel (of bol, of cilinder) tot het middelpunt. <br/>
<br/>
De straal is de helft van de diameter. De omtrek O van een cirkel is alleen afhankelijk van de straal: O=2*pi*r Daarin is pi de wiskundige constante pi. <br/>
<br/>
Ook voor andere krommen is het begrip straal gedefinieerd, zij het dat door de variërende kromming de straal van punt tot punt kan verschillen. De kromtestraal in een punt van de kromme is populair gezegd de straal van de cirkel die in dat punt het best de kromme benadert. Zo is de 'straal' van een rechte lijn oneindig en de kromming 0. <br/>
<br/>
Ook een verbindingslijnstuk van het middelpunt met een punt op de omtrek van een kromme wordt straal genoemd. (bron: Wikipdia) <br/> +
Een strandwal is een door de branding opgeworpen, boven het zeeniveau liggende, zandbank. Een strandwal is langgerekt, enkele meters hoog en ligt evenwijdig aan de kust.
Oudere strandwallen zijn in Nederland gevormd tijdens het Holoceen, gedurende het Atlanticum. Als gevolg van hogere temperaturen in deze periode steeg de zeespiegel, waardoor de vorming van zandbanken en strandwallen mogelijk was. De ophoging van de zeebodem ging in deze periode sneller dan de stijging van de zeespiegel. Achter deze wallen ontstond een waddengebied, waar oude zeeklei kon bezinken. Het droog geworden zand van de strandwallen werd later door de wind opgeblazen tot kleine duintjes. Door vegetatie werd uiteindelijk duinvorming een feit. Dit zijn nu de oude duinen.
In het natte westen van Nederland boden de hoger gelegen strandwallen gelegenheid tot de eerste transportroutes over land en werden er al snel nederzettingen gesticht. +
(bron: CHO (356) / Aquo) <br/>
<br/>
Dode beek- of rivierarm in het winterbed. (bron: DIV) +
Bron: Information Technology Infrastructure Library - Glossary of Terms English - Dutch) <br/>
<br/>
Tweede niveau draaiboek voor operationeel waterbeheer. (bron: Aquo Lex en Objectencatalogus) <br/>
<br/>
Plan om een langetermijn- of algehele doelstelling (3.7.1) te bereiken (bron: ISO 9000). +
Gelaagdheid van diepere watermassa's door dichtheidsverschillen. (bron:Themagroep: Ecologie / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Stratificatie of laagvorming van meren is de onderverdeling van meren in drie lagen:
* Epilimnion: de bovenste laag van een meer
* Metalimnion (of thermocline): de middelste laag, met een sterke verandering van temperatuur
* Hypolimnion: de onderste laag <br/>
<br/>
Thermische stratificatie van meren verwijst naar een verandering van temperatuur met diepte in een meer. Dit wordt veroorzaakt door de variatie in dichtheid (massa per volume) van water met temperatuur. Koud water is zwaarder dan warm water en de epilimnion bestaat uit water dat minder zwaar is dan het water in de hypolimnion. De temperatuur met maximum dichtheid voor zoet water is echter 4 °C. In gematigde streken, waar het water van een meer opwarmt en afkoelt in de loop van de seizoenen, ontstaat er een cyclisch patroon dat van jaar tot jaar wordt herhaald wanneer het koude, zware water aan het oppervlak van het meer zinkt. In deze dimictische meren keert het water van het meer om tijdens de lente en de herfst. Als de gelaagdheid van water aanhoudt voor meerdere jaren, is het meer meromictisch .
In ondiepe meren komt stratificatie in een epilimnion, metalimnion en hypolimnion vaak niet voor, omdat wind of koeling regelmatig voor menging zorgt. Deze meren worden polymictisch genoemd. Er is geen vaste diepte die polymictische en gelaagde meren scheidt, want afgezien van diepte wordt dit ook beïnvloed door troebelheid, oppervlakte van het meer en klimaat.
Het mengregime van een meer (bijv. polymictisch, dimictisch, meromictisch) beschrijft de patronen van thermische stratificatie die gedurende het grootste deel van de jaren voorkomen. Kortetermijngebeurtenissen kunnen echter ook de stratificatie van meren beïnvloeden. Hittegolven kunnen perioden van gelaagdheid veroorzaken in anders gemengde, ondiepe meren, terwijl gebeurtenissen zoals stormen of grote rivierafvoer kunnen worden zorgen voor menging, waardoor stratificatie kan worden afgebroken.
De opeenhoping van opgelost koolstofdioxide in drie meromictische meren in Afrika (het Nyosmeer, het Monounmeer in Kameroen en het Kivumeer in Rwanda ) is potentieel gevaarlijk omdat als in een van deze meren een liminaire uitbarsting tot stand komt, een zeer grote hoeveelheid kooldioxide het meer kan verlaten, die de zuurstof verplaatst, dat nodig is voor het leven van mensen en dieren in de omgeving.
Hoewel stratificatie een natuurlijk proces is, worden natuurlijke hulpbronnen en milieumanagers vaak uitgedaagd door problemen veroorzaakt door thermische stratificatie van meren en vijvers. Vissensterfte is direct in verband gebracht met stratificatie, stagnatie en ijsbedekking. Overmatige algengroei kan het recreatieve en commerciële gebruik van meren beperken. Bij sterke thermische stratificatie in een meer kan de kwaliteit van het drinkwater nadelig worden beïnvloed. Een veel gebruikt hulpmiddel om de ernst van deze problemen te verminderen, is kunstmatige menging. Kunstmatig mengen heeft enig succes gehad, hoewel het zelden een wondermiddel bleek te zijn.
Mengregimes kunnen veranderen als gevolg van een stijging van temperatuur. Enkele dimictische meren kunnen veranderen in monomictische, en sommige monomictische meren zouden meromictisch kunnen worden, als gevolg van stijgende temperaturen. (bron: Wikipedia)
Stratigrafie wordt gebruikt om de paleogeografie van een gebied vast te stellen. Ook bij archeologisch, paleoklimatologisch en paleontologisch onderzoek speelt stratigrafie een aanzienlijke rol, waarbij het belangrijk is te weten uit welke laag een bepaald object, fossiel of gegeven afkomstig is en met welke ouderdom dat correspondeert. Stratigrafie is nauw verwant met geochronologie, het opstellen van een geologische tijdschaal.
Een andere vorm van stratigrafie komt voor bij onderzoek van schilderwerk bij erfgoed. Een kleurhistorisch onderzoek van verflagen vindt daar onder andere plaats met een kleurentrap. (bron: Wikipedia) +
Bij de evenaar begint de stratosfeer op ongeveer 17 kilometer boven het aardoppervlak (zeeniveau) en bij de polen op ongeveer 10 kilometer. Op een hoogte van 50 kilometer gaat de stratosfeer over in de mesosfeer.
Het begin van deze laag wordt – in tegenstelling tot de onderliggende troposfeer – gekenmerkt door een vrijwel constante temperatuur bij toenemende hoogte, de isotherme laag. Daarboven stijgt de temperatuur en bij ongeveer 47 km bereikt hij weer het vriespunt.
Waar de temperatuur verder de hoogte in weer afneemt, gaat de stratosfeer over in de mesosfeer. Het is ongeveer -50 °C op het laagste punt van de stratosfeer en tussen de 0 en 30 °C op het hoogste punt. De toename van de temperatuur in de stratosfeer is een gevolg van de absorptie van ultraviolet licht van de zon. De hoeveelheid straling die doordringt, wordt kleiner naarmate de afstand tot de aarde afneemt. Gecombineerd met een grotere dichtheid van de atmosfeer resulteert dat in een temperatuurdaling. Door plotselinge stratosferische opwarming kan de temperatuur in de winter plotseling stijgen met tientallen graden Celsius.
Door het verticale temperatuurverloop is de stratosfeer stabiel en is er vrijwel geen convectie en turbulentie. Wolken vormen zich daardoor vrijwel niet, maar in zeer koude poolwinters kunnen zich parelmoerwolken vormen. Deze zijn van belang bij de vorming van ozon. Boven in de stratosfeer bevindt zich een hogere concentratie ozon. Dit gebied wordt dan ook de ozonlaag genoemd.
Er is een aanzienlijk verschil in samenstelling tussen de troposfeer en de stratosfeer. Zo bevat de stratosfeer meer ozon en minder waterdamp en koolstofdioxide dan de troposfeer. Het gebrek aan verticale luchtbewegingen maakt het dat eenmaal aanwezige verontreiniging lang in de stratosfeer kan blijven. De stratosfeer maakt deel uit van de dampkring. (bron: Wikipedia) +
Ze kunnen worden geschouwd als doelen voor de lange termijn, met als kern een duurzame ecologische ontwikkeling en een duurzaam gebruik van het water door de mens, waarbij een integrale afweging en afstemming heeft plaatsgevonden tussen de verschillende toegekende functies. (bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 en PROSES2044 / Aquo / DIV) +
(bron: PROSES2044 / Aquo) +
Bij waterschappen worden diverse streefpeilen gehanteerd bij peilgebieden/peilafwijkingen. Voorbeelden van soorten peilen zijn: flexibel peil, vast peil, zomerpeil, winterpeil. (DAMO) <br/>
<br/>
Peil dat pas ontstaat in toestand van rust (als er geen stroming meer is). <br/>
<br/>
In een polder en het water eromheen, de boezem, wordt door een waterschap een bepaald peil gehandhaafd. Dit kan met behulp van gemalen, spuisluizen en stuwen. In de zomer is het peil in de polder vaak hoger dan in de winter, omdat er in de zomer in de polder meer water nodig is. Daarom spreekt men in dit kader wel van zomerpeil en winterpeil.
Omdat water nu eenmaal tijd nodig heeft om ergens naar toe te stromen, is het peil achterin een polder vaak hoger dan bij het gemaal. En omdat het water uit de polder naar de boezem wordt uitgeslagen en niet altijd meteen kan afvloeien, varieert ook daar de waterstand. Men spreekt daarom vaak van streefpeil, het peil dat pas ontstaat in toestand van rust (als er geen stroming meer is).
Er wordt wel getracht deze waterstand binnen bepaalde grenzen te houden. Dit streefpeil heet boezempeil. Staat het water open voor de scheepvaart, dan spreekt men ook wel van kanaalpeil.
De grote rivieren hebben geen vast peil. +
De concentratie van een stof in een bepaald compartiment (bijvoorbeeld oppervlaktewater) waarbij de risico's voor als nadelig te waarderen effecten voor ecosystemen, functionele eigenschappen van het milieu en voor andere compartimenten verwaarloosbaar worden geacht. In Vlaanderen vergelijkbaar met de achtergrondwaarde bij bodemonderzoek. In Nederland vastgelegd in de Wet bodembescherming, als het niveau waarbij geen sprake is van de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. (bron: STOWA, 1996 / Aquo / DIV) +
Bij rivier specifiek in holle oevers, gemaakt van zand, afgedekt met zinkstukken en bestorting van steen evenwijdig aan de stroomrichting. (bron: Prisma Technisch woordenboek, ir. H. Damerau, gewijzigd / Aquo / DIV) +
(bron: Technische Woorden / behandeld door de Centrale Taalcommissie voor de Techniek (CTT) Hoofdcommissie voor de Normalisatie in Nederland (HCNN), 1958. N5043: Hydraulica, 1954 (gewijzigd). / Aquo) <br/>
<br/>
In de voortplantingsrichting van de windgolven gemeten afstand, waarover wind over een aaneengesloten wateroppervlak strijkt. (bron: DIV) <br/>
<br/>
De windbaan of strijklengte is de lengte waarover de wind vrij over zee waait en golven maakt. Met de windsnelheid en de duur bepaalt de windbaan de significante golfhoogte en de golfperiode van de zeegang. Dit kan worden uitgezet in een diagram. Hoe langer de windbaan, hoe groter de golven worden. Ook de energie neemt toe bij een toenemende windbaan en -sterkte. (bron: Wikipedia) +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) +
(bron: CHO (504), verkort / Aquo / DIV) +
Stromingsleer heeft vele toepassingen, zoals het berekenen van krachten op vliegtuigen, bepalen hoeveel olie er door een pijpleiding stroomt of het voorspellen van het weer. Ook het verkeer kan soms als vloeistof gemodelleerd worden.
Stromingsleer levert de wiskundige structuur achter deze toepassingen. Daarbij draait het er om de eigenschappen van het fluïdum, zoals snelheid, druk, dichtheid en temperatuur, te beschrijven als functie van de tijd en plaats.
Ook andere "stromen" worden bestudeerd, zoals verkeersstromen (zie verkeersstroomtheorie), waaronder ook loopstromen (zie ook crowd control en crowd management). +
(bron: CHO (357) / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
In de richting van de stroom, met de stroom mee, in de richting van de rivier- of beekmonding of boezem. <br/>
(bron: Hunze en Aa's) <br/>
<br/>
Richting van bron naar monding. (bron: Encyclo.nl) <br/>
<br/>
Benedenstrooms of stroomafwaarts is de tegengestelde term van bovenstrooms of stroomopwaarts. 'Benedenstrooms' wijst in de richting met de stroom mee, naar de monding van het water. Deze begrippen worden gebruikt als richtingaanduiding vanaf een bepaald punt aan rivieren of andere wateren die een constante stroomrichting vertonen.
De benedenloop van een rivier kent soms wisselende stroomrichtingen door inkomend getijde. De stroomrichting van een rivier te kennen is onder andere van belang voor de scheepvaart en voor waterbeheer. (bron: Wikipedia) +
Zie ook stroomlijn. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
Denkbeeldige koker met vaste afvoer en begrensd door stroomlijnen, deel uitmakend van een aangenomen stromingspatroon (quasi-permanente stromingstoestand). (bron: DIV) +
(bron: Themagroep: Morfologie / Aquo / DIV) +
(Bron: Ensie) <br/>
<br/>
Een aflaatvoorziening langs een sluis. De scheepvaart heeft door deze voorziening geen last van de stroming tijdens het schutten omdat bij het aflaten van water, van het hoge pand naar het lage pand, het water om de sluis heen stroomt. (Bron: Hunze en Aa's) +
(bron: CHO (313) / RWS: themagroep Geografie/Watersystemen / Aquo) <br/>
<br/>
De Kaderrichtlijn Water (KRW) kent als eenheid voor het waterbeheer zogenoemde stroomgebieddistricten. Deze bestaan uit een of meer stroomgebieden. Een stroomgebied is het gebied vanwaar het aanwezige oppervlaktewater via één uitgang (riviermond, estuarium of delta) in zee stroomt. Voor Nederland gaat het hierbij om 4 stroomgebieddistricten. Dit zijn de Rijn, de Maas, de Schelde en de Eems.
Landgebied waarvan alle oppervlakte-afstroming door een reeks beken, rivieren of meren in de zee stroomt bij één riviermonding, estuarium of delta. (Inspire) <br/>
<br/>
Het gehele gebied dat afwatert naar één uitstroompunt op een water. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Een gebied, waaruit het afstromende water door één bepaalde waterloop wordt afgevoerd. (bron: DIV) +
Stroomgebied >2500 km2, bijv. Rijn. Het gebied als bedoeld in artikel 2, onderdeel 15, van de kaderrichtlijn water. +
Stenen dam of hoofd veelal loodrecht op de kust, aangelegd tot bescherming van het strand (beteugeling langstransport). (bron: UvW: VDW, gewijzigd / Aquo) <br/>
<br/>
Kunstmatig opgeworpen zeewaarts gerichte beveiliging van het strand. (bron: DIV) +
Men maakt onderscheid tussen schema's voor hoofdstroom (400/230Vac) en stuurstroom (lagere spanningen), zodoende spreekt men ook vaak van hoofdstroomschema en stuurstroomschema. (bron: ABDL / Wikipedia) +
Dit in tegenstelling tot een stroombaan. (bron: CHO (570) / Aquo) <br/>
<br/>
Lijn waarvan de richting in ieder punt de richting van de gemiddelde watersnelheid aangeeft die op een gegeven tijdstip bestaat. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Curve waarvan de richting in ieder punt de richting van de grondwatersnelheid (243) aangeeft, die op een gegeven tijdstip bestaat. +
(bron: CHO (358) / Aquo) <br/>
<br/>
Tegen de richting van de stroom. (bron: DIV) <br/>
<br/>
Bovenstrooms of stroomopwaarts wijst in de richting tegen de stroom in, naar de oorsprong van het water en is de tegengestelde term van benedenstrooms of stroomafwaarts. Deze termen worden gebruikt als richtingaanduiding vanaf een bepaald punt aan rivieren, kanalen of beken die constant in één richting stromen. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Tegen de stroom in, tegen de richting van de stroom in. (bron: Ensie) +
In DONAR opgeslagen in hexadecimale graden t.o.v. een nader te specificeren Noorden. N.B. Altijd aangegeven als de richting waarin, terwijl dit bij wind- en golfrichting andersom is. (bron: DONAR (bekort) / Aquo / DIV) +
(bron: Aquo) <br/>
<br/>
Gemiddelde snelheid waarmee een vloeistof (water) door een dwarsprofiel stroomt (in meter/seconde) (bron: DIV) +
Veelal afgeleid uit een niet geheel simultane verticaalmeting. (bron: Aquo / DIV) +
(bron: CHO (555) / Aquo) <br/>
<br/>
Dat gedeelte van het natte oppervlak waardoor het water stroomt. (bron: DIV) +
(bron: CHO (554) / Aquo / DIV) +
SQL is een vierde-generatie-taal (G4-taal) omdat ze niet imperatief maar declaratief is, zoals Prolog.
SQL is gebaseerd op de relationele algebra en werd in de loop van de jaren zeventig ontwikkeld door IBM (San José). Sinds het ontstaan van SQL hebben verschillende SQL-versies het levenslicht gezien. In de loop van de jaren 80 werd SQL gestandaardiseerd, gevolgd door renovaties als SQL-92, SQL-99, SQL-2003 en verder.[3]
Bijna elk DBMS heeft zijn eigen extra functies toegevoegd aan SQL-92. Dit maakt dat computerprogramma's waarbij de database-interface werd geschreven met behulp van SQL niet noodzakelijk zonder problemen kunnen worden gemigreerd van de ene naar de andere SQL-compatibele database. In vele gevallen werd door de ontwikkelaar van de software een SQL-functie gebruikt die alleen bestaat in de SQL-implementatie van één specifiek DBMS.
In eerste instantie werd SQL ontwikkeld als een vraagtaal voor de eindgebruiker. Het idee was dat businessmanagers SQL zouden gebruiken om bedrijfsgegevens te analyseren. Achteraf is gebleken dat SQL te complex is om door eindgebruikers toegepast te worden. Het gebruik van SQL impliceert immers een volledige kennis van de structuur van de te ondervragen database. Tegenwoordig benadert de programmeur van de applicatie de database met SQL via een application programming interface (API), zoals ODBC of ADO (Windows), JDBC (Java) of een productspecifieke API. SQL is dus in essentie omgevormd van een taal voor eindgebruikers tot een brug tussen applicaties en databases.
SQL kan worden opgedeeld in vier onderdelen: de query language, de data manipulation language (DML), de data control language (DCL) en de data definition language (DDL). +
Bv kruiden, struiken en bomen. (bron: Themagroep: Ecologie / Aquo / DIV) +
Identieke naast elkaar gelegen stuwen worden niet als afzonderlijk kunstwerk gedigitaliseerd. Met behulp van het gegevenselement [Aantal identieke stuwen naast elkaar], wordt aan deze situatie vorm gegeven. Het aan de stuw te relateren peil kan worden afgeleid uit de gegevens van het peilgebied waarin of waaraan de stuw is gelegen. (Bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst / Aquo / DIV) <br/>
<br/>
Een regelvoorziening waarmee de afvoercapaciteit beperkt kan worden. (Bron: Waterbeheerprogramma waterschap Hunze en Aa's)<br/>
<br/>
Een stuw is een waterbouwkundig kunstwerk dat als doel heeft de waterspiegel in een loop, beek of rivier te beïnvloeden. <br/>
Stuwen kunnen vast of regelbaar zijn. Een vaste stuw geeft altijd hetzelfde peil. Bij een regelbare is er een inrichting (bijvoorbeeld een klep) die ervoor zorgt dat er in verschillende periodes een ander peil kan worden ingesteld. Zo is het peil in de winter vaak lager dan in de zomer. Doorgaans worden de stuwen omhoog gehaald nadat de gewassen zijn geplant en gezaaid en laat men de stuwen weer zakken vlak voor dat de oogst wordt binnen gehaald. Op deze manier kunnen de landerijen en akkers tijdens het zaaien en oogsten met zware landbouwmachines worden betreden en hoeft er in het groeiseizoen niet zo snel te worden beregend. <br/>
<br/>
Stuwen in beken en waterlopen worden vaak geplaatst om water langer vast te houden in hoger gelegen gebieden en zo te voorkomen dat deze gebieden verdrogen. Tevens wordt met deze stuwen voorkomen dat lager gelegen gebieden snel overstromen. <br/>
<br/>
In de grote rivieren worden stuwen niet alleen gebouwd om verdroging van hoger gelegen gebieden te voorkomen, maar ook om voor de scheepvaart het hele jaar door een minimale waterstand te garanderen. <br/>
<br/>
Verder worden stuwen aangelegd om waterstromen te sturen. De stuwen die in de Nederrijn en de Lek zijn gebouwd hebben vooral als doel om het water uit de Rijn via de IJssel naar het IJsselmeer te voeren. <br/>
<br/>
Een gesloten stuw is voor schepen een onneembare hindernis omdat een waterweg volledig wordt afgesloten. Daarom is naast een stuw vaak een schutsluis gebouwd, zodat scheepvaart bij een gesloten stuw mogelijk blijft. (Bron: Wikipedia)<br/>
Een stuw is een waterbouwkundige constructie met één of meerdere beweegbare
keringen met als hoofdfunctie het waterniveau bovenstrooms op peil te houden tijdens
perioden van lage debieten. Door het handhaven van een vooraf bepaald peil is de waterloop beschikbaar voor bijvoorbeeld scheepvaart, watervoorzieningen, waterenergie en/of irrigatie.
De voornaamste functionele onderdelen van een stuw zijn:
* Het afsluitmiddel voor keren en opstuwen
* De landhoofden en pijlers voor krachtafdracht naar de ondergrond
* De drempel voor stabiliteit tegen stroming water
* Bodembescherming
* Geleidewerken voor stroming
* Woelbak voor fixeren watersprong <br/>
<br/>
De hoofdgeometrie van een stuw in DAMO is een punt. De stuw kan ook als lijn en als vlak worden vastgelegd met een directe relatie met het punt object.
Veelal dam met als functie het opstuwen van rivierwater en/of het afsluiten van een dal voor wateropzameling. (bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst / Aquo / DIV) +
Doordat de duiker boven de bodem van de watergang is aangebracht heeft deze een stuwende functie.
Stuwende duikers worden alleen gedigitaliseerd in een primaire watergang.
Een stuwende duiker hoeft niet perse op de scheiding van een peilgebied te liggen. +
Een voorbeeld is het Shillongplateau ten noorden van Bangladesh, dat aan de voet van het Himalayagebergte is gelegen. Tijdens het regenseizoen (de moesson) brengen passaatwinden er vochtige lucht van de Golf van Bengalen. Als gevolg is dit het natste gebied ter wereld. +
(bron: CHO (515), aangevuld / Aquo / DIV) +
Put voorzien van een afvoerbeperking. (Aquo). Bron: NEN 3300:1996.
Rioolput voorzien van een afvoerbeperking. +
Subatomaire deeltjes kunnen onderscheiden worden in elementaire en samengestelde deeltjes. Elementaire deeltjes zijn voor zover bekend niet verder op te delen in kleinere eenheden. Een samengesteld deeltje is opgebouwd uit twee of meer elementaire deeltjes.
Een ander onderscheid is de verdeling in bosonen en fermionen. Fermionen, deeltjes met halftallige spin, zijn de materiedeeltjes waaruit het universum is opgebouwd. Bosonen, deeltjes met heeltallige spin, bestaan slechts tijdelijk voor het overbrengen van krachten (interacties, wisselwerkingen) tussen de fermionen. De twee typen deeltjes gedragen zich verschillend. Bosonen kunnen zich met een ongelimiteerd aantal in een en dezelfde kwantumtoestand bevinden; zo is er voor fotonen geen limiet aan de sterkte van een laserstraal, dat wil zeggen aan het aantal fotonen waaruit de straal bestaat. Fermionen daarentegen moeten altijd alleen zijn in hun kwantumtoestand; zo kan het heliumatoom slechts twee elektronen bevatten, één met spin omhoog en één met spin omlaag. Die eigenschap van fermionen wordt het uitsluitingsprincipe van Pauli genoemd. De energieverdeling van een hoeveelheid bosonen volgt de Bose-Einsteinstatistiek; die van fermionen is de Fermi-Diracverdeling. (bron: Wikipedia) +
Een niet-natuurlijk persoon (bedrijf) kan een relatie hebben naar een natuurlijk persoon via rol subject (contact persoon). Rollen adres zijn woon-, werk- of postadres. (bron: Project IMWA Watersysteem / Aquo / DIV) +
Stroomsnelheden van de Nederlandse rivieren zijn ergens in de buurt van de 1 m/s, de waterdiepte ongeveer 4 meter, zodat het getal van Froude ongeveer 0,16 is. (bron: Wikipedia) +
(bron: WIikipedia) <br/>
<br/>
Sublitoraal milieu: deel van het litoraal dat de zone beneden de laagwaterlijn, die in principe altijd onder water staat, aanduidt. (bron: RWSV / Aquo) +
(bron: RWSV / Aquo) +
Voor de toetsing en beoordeling voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet de parameter ‘som submerse planten en draadalgen’ worden gebruikt. (bron: Aquo) <br/>
<br/>
De term submers (ondergedoken) wordt gebruikt voor waterplanten (en ook schimmels), die geheel onder water groeien. Alleen de bloeiwijze kan bij sommige soorten boven het water uitsteken. <br/>
Er zijn ook emerse waterplanten, die gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteken. <br/>
Voorbeelden van submers groeiende planten zijn plat fonteinkruid (ook andere fonteinkruidsoorten, zoals doorgroeid fonteinkruid), evenals soorten van Vallisneria en Rotola. <br/>
<br/>
Voorbeelden van submers groeiende schimmels zijn Vibrissea en enkele soorten van Mollisia. (bron: Wikipedia) <br/>
<br/>
Niet boven het wateroppervlak uitkomende vegetatie. (bron: DIV) +
Subsidie is een verzamelnaam voor het instrumentarium dat de overheid heeft om beleidspunten te stimuleren. Vormen van subsidie zijn onder meer: achtergesteld krediet, garanties en investeringspremies.
Verschillende activiteiten zijn zonder subsidie van de overheid niet mogelijk of worden onbetaalbaar voor gebruikers. Zo worden kunstuitingen zoals toneel, muziek en musea gesubsidieerd, maar bijvoorbeeld ook het onderwijs en het openbaar vervoer ontvangen subsidie. Activiteiten van werkzoekenden om te re-integreren worden met behulp van Europese fondsen ondersteund.
Aan het verstrekken van subsidie kleeft het gevaar dat afhankelijkheid ontstaat. Veel projecten voor duurzame energie kunnen bijvoorbeeld zonder subsidie niet bestaan. Stoppen van de subsidie leidt dan tot een maatschappelijk conflict over nut en kosten. +
