Eigenschap:Toelichting op definitie

Kennismodel
:
:
Tekst
Deze datatypespecificatie wordt genegeerd; de specificatie uit de externe vocabulaire krijgt voorrang.
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstvak
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Nee
Toelichting op formulier
:
Toelichting op de definitie (Nederlandstalig)
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:

Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:


nl

50 pagina’s gebruiken deze eigenschap.
a
Een afbeeldingsbestandsindeling kan gegevens opslaan in een niet-gecomprimeerd formaat, een gecomprimeerd formaat (dat verliesloos of verliesgevend kan zijn) of een vectorformaat . Beeldbestanden zijn samengesteld uit digitale gegevens in een van deze formaten, zodat de gegevens kunnen worden gerasterd voor gebruik op een computerscherm of printer. Rasteren zet de afbeeldingsgegevens om in een raster van pixels. Elke pixel heeft een aantal bits om de kleur aan te geven (en in sommige formaten de transparantie). Bij het rasteren van een afbeeldingsbestand voor een specifiek apparaat wordt rekening gehouden met het aantal bits per pixel (de kleurdiepte) dat het apparaat moet verwerken.  +
De beeldresolutie kan op verschillende manieren worden gemeten. - pixel resolutie <br/> - spectrale resolutie <br/> - temporele resolutie <br/> - radiometrische resolutie <br/> - ruimtelijke resolutie <br/> <br/> Resolutie kwantificeert hoe dicht lijnen bij elkaar kunnen zijn en toch zichtbaar kunnen worden opgelost . Resolutie-eenheden kunnen worden gekoppeld aan fysieke afmetingen (bijv. Lijnen per mm, lijnen per inch), aan de totale grootte van een afbeelding (lijnen per beeldhoogte, ook wel bekend als lijnen, tv-lijnen of TVL), of aan hoekige subintensiteit. Lijnparen worden vaak gebruikt in plaats van lijnen; een lijnenpaar bestaat uit een donkere lijn en een aangrenzende lichte lijn. Een lijn is een donkere lijn of een lichte lijn. Een resolutie van 10 lijnen per millimeter betekent 5 donkere lijnen afgewisseld met 5 lichtlijnen of 5 lijnenparen per millimeter (5 LP / mm). Fotografische lens en filmresolutie worden meestal geciteerd in lijnparen per millimeter.  +
(bron: NEN-EN 1085 / Aquo / DIV)  +
Tussen afdelingen kan een hiërarchische relatie worden gemaakt om hoofd- en subafdelingen weer te geven. (bron: bedrijfsvoering thesaurus)  +
Het begrip differentiaalquotiënt is historisch ontstaan, doordat de veranderingen het verschil, de differentie, zijn tussen een oorspronkelijke waarde en een kleine afwijking daarvan. Voor een functie in één reële variabele wordt de afgeleide in een punt gegeven door de helling van de raaklijn aan de grafiek van deze functie in dat punt. Het woord "afgeleide" is hier in feite een afkorting van "afgeleide waarde". Het is een waarde die van de oorspronkelijke functie is afgeleid. Het bepalen van de afgeleide van een functie heet differentiëren. Als de afgeleide van een functie f gedefinieerd is voor alle punten in het domein van f, wordt de daardoor bepaalde functie de afgeleide functie of kortweg de afgeleide genoemd. Het concept van de afgeleide van een functie werd in de 17e eeuw vrijwel tegelijkertijd door Isaac Newton en Gottfried Leibniz bedacht. Volgens de hoofdstelling van de integraalrekening is differentiëren de omgekeerde bewerking van integreren. (bron: Wikipedia)  +
(bron: Aquo)  +
Afkalven (ook: inglijden, inscharen) is het in elkaar zakken of inglijden van oevers van waterlopen. De locatie wordt afkalving of inglijding genoemd. Afkalven kan in twee richtingen plaatsvinden: * 1. de stromingsrichting van het water en de dijk of oever liggen parallel * 2. de stromingsrichting van het water en de dijk of oever staan haaks op elkaar <br/> In het eerste geval vindt erosie plaats door stromend water van beken en rivieren. Ze kunnen hierdoor geleidelijk hun loop veranderen. Krijgen beken en rivieren door dit erosieproces een slingerende loop, dan wordt dat meanderen genoemd. In het tweede geval vindt afkalven vooral plaats bij dijken, waar door golfslag en golfoploop de dijk wordt aangetast. Naast erosie door stromend water kan ook het te zwaar belasten van de grond naast de oever, bijvoorbeeld door zwaar verkeer, afkalvingen veroorzaken. Het afkalven kan worden tegengegaan door de plaatsing van beschoeiingen of andere oeverbeschermingen. Op plaatsen waar gebaggerd wordt is dit vaak onmogelijk of onpraktisch, daarom komt oeverval hier veel voor. (bron: Wikipedia) <br/> <br/> Bij afkalven glijdt een deel van de oever in het water. Het water kan parallel aan de oever stromen, maar ook daar loodrecht op. Door het stromende of beukende water lossen bestanddelen van de oever ter hoogte van de waterspiegel in het water op waardoor de erboven liggende grond in het water brokkelt, valt of glijdt. Ook door onderwaterstromen en door de druk van vrachtverkeer kan een ernaast liggende oever afkalven, de grond wordt in dit geval in het water geduwd. Het door de stroming van de rivier e.d. uitslijten van de oever onder de waterspiegel wordt inscharing genoemd. Een beschoeiing gaat het afkalven tegen door de oever te beschermen (symptoombestrijding van afkalven: het lost het probleem op zonder de oorzaak aan te pakken; vaak is dit echter voldoende). Soms kunnen de wortels van knotwilgen e.d. aan de oever afkalven tegengaan. Dammen haaks op de loop van het water (dwarsdammen, kribben) en dammen in de loop van het water (strekdammen, langskribben) verlagen de stroomsnelheid evenwijdig aan de oever, waardoor afkalving vermindert (oorzaakbestrijding afkalven). Bij voortdurend afkalven zal de waterloop veranderen, waardoor bijvoorbeeld rivieren meanderen (een meanderende rivier slingert losjes door het landschap). Het afbrokkelen van een oever door uitschuring door de stroming wordt inscharing genoemd. Oeverval of zettingsvloeiing is de benaming voor het plotseling bezwijken van een oever ("fijnzandige matig steile onderwatertaluds") waarbij in betrekkelijk korte tijd grond afstroomt naar dieper gelegen delen, "met als resultaat een oeverinscharing met een zeer flauwe eindhelling". Oeverval kan bijvoorbeeld ook optreden bij baggeren of storten van zand of grond op een onbeschermde oever of onderwatertalud. (bron: Joost de Vree)  
Hiermee voorkomen we dat relatief schoon regenwater onnodig naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie gaat.  +
Het woord afkorting is een verzamelbegrip voor meerdere categorieën; in alle gevallen is de overeenkomst echter dat in de schrijfwijze een of meer letters zijn weggelaten. < br/> <br/> Er vallen vijf categorieën afkortingen te onderscheiden: * afkortingen in engere zin: bij lezing wordt het oorspronkelijke woord voluit uitgesproken (bij "blz.", "m.a.w.": worden niet de letters uitgesproken, maar het bijpassende woord: "bladzij", "met andere woorden") * symbolen: dus wetenschappelijke notaties en andere genormeerde korte schrijfwijzen ("V", "g", "EUR") * initiaalwoorden: waarbij de letters apart uitspreken ("pc", uitgesproken als "peesee") * letterwoorden of acroniemen, waarbij de letters als woord wordt uitspreken ("pin", "Riagg") * lettergreepwoorden of verkortingen: opgebouwd uit oorspronkelijke lettergrepen of delen daarvan zoals: "horeca": verkort van ho(tel), re(staurant), ca(fé), of "Benelux": verkorting van Be(lgië), Ne(derland) en Lux(emburg) Over deze vijf termen bestaat weleens verschil van opvatting. Met name is wel bezwaar gemaakt tegen de term letterwoord: ieder woord bestaat immers uit letters. De hier gegeven indeling is die van de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje). (bron: Wikipedia)  +
Een aflaat in het waterbeheer verwijst naar het gecontroleerd laten wegstromen van water uit een bepaald gebied, zoals een reservoir, kanaal of stuwmeer. Het doel van een aflaat is meestal om overtollig water af te voeren, de waterstand te reguleren of water te leveren aan andere gebieden voor irrigatie, drinkwater of andere doeleinden. Het proces van aflaten kan worden gecontroleerd door middel van sluizen, kleppen of andere waterbeheersystemen om de stroom en het niveau van het water te reguleren. Het aflaten van water kan een belangrijk onderdeel zijn van het waterbeheer om overstromingen te voorkomen, de watervoorziening te beheren en de waterkwaliteit te handhaven. (ron: HEA) <br/> <br/> Aflaat: Functie Afsluitmiddel in DAMO  +
Het vastgestelde peil waarop een oppervlaktewaterlichaam via een aflaat overtollig water loost.  +
https://kwallenradar.nl/wp-content/uploads/2015/09/Untitled-2.png <br/> <br/> [[Bestand:Aflandige wind.jpg|aflandige wind]] <br/> Aflandige wind.  +
Het resultaat is dat de zeespiegel de vorm van een sferoïde aanneemt, waarvan de polaire straal ongeveer 21,38 km korter is dan de equatoriale straal. De afplatting is daarom: f = ( a − b )/ a = 1 / 298 , 2575 Waarin f de aardafplatting is, a de equatoriale straal en b de polaire straal. Het punt op de Aarde, dat het verst van het middelpunt van de Aarde is verwijderd, is de top van de Chimborazo in Ecuador. De Mount Everest is ten opzichte van zeeniveau toch de hoogste berg, omdat het zeeniveau op het oppervlak van de sferoïde ligt. Parameters voor de afplatting Een referentie-ellipsoïde is een sferoïde, die een benadering voor de vorm van de Aarde vormt. De definitie van een referentie-ellipsoïde bestaat uit de lengte van de halve lange aardas a , van middelpunt van de Aarde tot de evenaar, en een van de twee: of de lengte van de halve korte as b, van middelpunt van de Aarde tot de pool, of de excentriciteit e. Er is een verband tussen deze parameters, die door een aantal vergelijkingen wordt gegeven, die in het algemeen voor iedere planetaire afplatting gelden.  +
(bron: Adventus / Aquo / DIV) <br/> <br/> Een hek is een constructie om een gebied af te scheiden of de toegang te beheren. Een laag hekje heeft vooral een signaalfunctie, een hoog en sterk hek beperkt de toegang. Een hek kan niet alleen mensen, maar ook dieren en zelfs stuifzand, stuifsneeuw en lawines in toom houden. Veelvoorkomend is het gebruik als erfafscheiding of valbescherming, maar er zijn ook koorhekken, dranghekken, bouwhekken, tolhekken, traphekjes en hekken om dieren in te sluiten. Bij balsporten kan een hek als ballenvanger dienen; bij honkbal en softbal heet dit een backstop. De term hek duidt in enge zin op een raster- of vlechtwerk van hout of metaal, dat stevig van constructie is, met openingen. Een hoge afscheiding zonder openingen is een schutting of muur. In ruimere zin omvat het begrip hek allerlei constructies met vergelijkbare vorm of functie. Zo worden simpele omheiningen van schrikdraad of prikkeldraad ook aangeduid als hek. (bron: Wikipedia)  +
Zo zal het in veel gevallen voor een timmerman voldoende zijn het getal π af te ronden op 3 significante cijfers: π=3,1415... wordt afgerond tot 3,14. Er zijn verschillende vormen van afronden, afhankelijk van de situatie. Zo zal men bij het berekenen van het aantal bussen om een groep te vervoeren steeds naar boven afronden (Als 170 mensen vervoerd moeten worden met bussen van 50 personen zal men 3,4 naar 4 afronden), en bij het bepalen van een maximale dosis geneesmiddel naar onder. Afronden naar het dichtstbijzijnde veelvoud van een bepaalde (gehele, eventueel negatieve) macht van 10 wordt wel rekenkundig afronden genoemd, om dit te onderscheiden van afronden naar beneden of naar boven. Zo spreekt men bijvoorbeeld van rekenkundig afronden op twee cijfers achter de komma, en rekenkundig afronden op een geheel getal. In sommige gevallen, waaronder het onderwijs, rondt men af naar het dichtstbijzijnde significante getal. De Citogroep hanteert de volgende, vrij algemeen geldende, regels: Bij positieve getallen wordt het laatste cijfer van het afgeronde getal (te noemen: het relevante cijfer) als volgt bepaald: * indien bij het af te ronden getal het cijfer direct na het relevante cijfer een 0, 1, 2, 3 of 4 is, blijft het relevante cijfer zoals het is; * indien bij het af te ronden getal het cijfer direct na het relevante cijfer een 5, 6, 7, 8 of 9 is, wordt het relevante cijfer met 1 verhoogd. Voorbeeld: Alle getallen willen we afronden tot gehele getallen, dus geen enkel cijfer achter de komma: het getal 6,7 wordt 7; −6,7 wordt −7; 7,5 wordt 8; −7,5 wordt −8; 6,49 wordt 6; −6,49 wordt −6, enz. Soms (bijvoorbeeld in de landmeetkunde) wordt, als het laatste cijfer een 5 is, naar het even getal afgerond, dat wil zeggen als het cijfer ervoor even is, wordt naar beneden afgerond (2,25 → 2,2), als het oneven is, naar boven (2,35 → 2,4). Dit heeft als voordeel dat de som van de afrondverschillen bij optellingen minimaal is, bijvoorbeeld: * 2,25 + 2,35 + 2,45 + 2,55 = 9,60 * bij standaard afronding: 2,3 + 2,4 + 2,5 + 2,6 = 9,8 (totale afrondfout = 0,2) * bij afronden naar even: 2,2 + 2,4 + 2,4 + 2,6 = 9,6 (totale afrondfout = 0,0)  
Een fout als gevolg van het afronden. Bij een gegeven systeem van afronden kan men het maximum (althans een bovengrens) van de absolute waarde van de afrondfout bepalen. Zo is deze d/2 bij afronden op een veelvoud van d, bijvoorbeeld 0,5 × 10 − n bij afronden op n cijfers achter de komma. Bij sommige systemen van afronden is er geen (zinvolle) bovengrens voor de absolute waarde van de absolute fout, maar wel voor de absolute waarde van de relatieve fout. Bij een zwevende kommagetal en wetenschappelijke notatie is de relatieve fout in absolute waarde kleiner dan de helft van de kleinste eenheid van de mantisse, gedeeld door de minimale mantisse. Dit minimum is vaak 1, dan krijgen we dus simpelweg de helft van de kleinste eenheid van de mantisse. Als in het geval van een zwevende kommagetal wordt afgerond op een gedenormaliseerd getal (inclusief 0) dan kan de fout groter zijn. Voorbeeld afrondingsfout: π (Pi) = 3 1/7 --> 3,141592653..., vaak wordt π afgerond op 3,14.  +
Een van de faalmechanismen is het evenwichtsdraagvermogen, bij overschrijding vindt afschuiving plaats. (bron: Aquo / DIV) <br/> <br/> Afschuiven is het verschijnsel dat een deel van een talud van een grondlichaam langs een meestal halfcirkelvormig glijvlak naar beneden schuift en zo een ernstige verzwakking van het grondlichaam tot gevolg heeft. Een grondlichaam is een uit grond bestaande verhevenheid, bijvoorbeeld een dijk, aarden vestingwal, landhoofd. Wanneer het grondlichaam een barrière vormt tegen het water, kan afschuiving tot een dijkdoorbraak leiden. Als de gronddeeltjes voldoende wrijving hebben, kan een evenwichtstoestand ontstaan en vindt geen afschuiving plaats. Afschuiven, waarbij de samenhang (cohesie) van de gronddeeltjes verzwakt of verbroken wordt, kan o.m. veroorzaakt worden door: * teveel water dringt in het grondlichaam, bijvoorbeeld bij langdurige hevige regenval * teveel water stroomt over het grondlichaam, waardoor de gronddeeltjes aan de voet van het binnentalud (aan de landzijde) hun samenhang verliest * teveel water vindt een weg onder het grondlichaam door; dit wordt piping genoemd, er loopt kwelwater onder de dijk door * langdurige droogte verbreekt de samenhang tussen de deeltjes: het poriënwater dat aan de samenhang van de grond bijdraagt, is in deze situatie grotendeels verdwenen * de massa op het grondlichaam is ter plaatse te hoog waardoor (langzaam) water uit het grondlichaam wordt geperst en de samenhang van de deeltjes verandert, bv. bij aanleg van een weg voor zwaar verkeer op een dijk die daar niet voor bedoeld is * de samenhang van de deeltjes is te gering, bijvoorbeeld bij een zandlichaam met een dunne laag veen met gras (bij een zandlichaam zonder veenachtige toplaag, bv. bij wegenaanleg, is geen sprake van afschuiven van een pakket grond maar van wegspoelen van de toplaag). <br/> (bron: Joost de Vree.nl)  +
(Bron: Aquo) Een afsluiter is een mechaniek om de doorstroming van een medium te regelen (gas, vaste stof, slurrie, of vloeistof), door het (deels) openen of sluiten van een of meer doorstroomopeningen. De afsluiter kent vele toepassingen, zowel in de industrie als in huishoudens. Afsluiters kunnen voorzien zijn van een soldeer-, schroef- of flensverbinding. Ook een kraan is een afsluiter. Een afsluiter kan - als onderdeel van een machine of installatie - ook als appendage betiteld worden. (Bron: Wikipedia)  +
Voor droog is hier een officieel Verkeersbesluit voor nodig, bijv. bij groot wegenonderhoud.  +
Een beweegbare constructie met als doel een waterkerende functie te kunnen vervullen. <br/> Voorbeelden van afsluitmiddelen zijn onder andere: een klep/schuif in een stuw en sluisdeuren in een schutsluis. (Bron: werkgroep IMWA Waterveiligheid/Aquo) <br/> In DAMO kennen we de volgende afsluitmiddelen: <br/> * sluisdeur * schotbalk sponning * zandzakken * schuif * terugslagklep * tolklep * spindelschuif  +
Deze meetbare ruimte kan zowel tussen concrete als tussen abstracte (bijvoorbeeld wiskundige) objecten bestaan. In de dagelijkse praktijk echter, valt een af te leggen afstand meestal niet gelijk met (een verplaatsing over) een rechte lijn. Denk bijvoorbeeld aan een stad waar een automobilist een afstand moet afleggen. De afgelegde weg zal geen rechte lijn zijn, en ook kan het traject in tegengestelde richting verschillen. In dit voorbeeld is de door de automobilist afgelegde afstand het aantal keren dat een gegeven standaardmaat afgepast kan worden op de kortste mogelijke verbindingsweg. Als internationale standaardmaat voor lengtemetingen wordt in het SI-stelsel de meter gehanteerd. (bron: Wikipedia)  +
De lengte van een vak kan worden berekend op grond van de afstandsaanduiding van het bovenstrooms en benedenstrooms knooppunt van dit vak. De lengte van een vak is de absolute waarde van de berekende afstandsaanduiding. Wanneer er echter sprake is van een netwerkstructuur, kan het zijn dat het bovenstroomse knooppunt niet overeenkomt met het beginpunt (oorsprong) van de waterloop. De feitelijke lengte wordt dan fout berekend.  +
Zo staat er in Nederland een hectometerpaal of hectometerbord op elke 100 meter op rijks- en provinciale wegen. De markering is tegenwoordig ook aanwezig langs de rijks- en provinciale vaarwegen. In België staan er hectometerpalen op de gewestwegen (N-wegen) en autosnelwegen. Een variant is een kilometerpaal, die op elke kilometer staat. De hoofdfunctie is het efficiënt lokaliseren van een positie langs de weg, voor bijvoorbeeld het aansturen van hulpdiensten of wegwerkers. De palen geven de afstand vanaf het begin van de weg in kilometers (achter de komma hectometers), maar het komt weleens voor dat er in de nummering een stuk wordt overgeslagen. <br/> <br/> Ook veel provincies gebruiken de hectometerpalen ter ondersteuning van het onderhoudsplanning en om de (vaar-)weggebruiker duidelijk te maken dat zij de (vaar-)wegbeheerder zijn. Elke kilometer wordt dan de naam van de beheerder weergegeven. Andere provincies hebben de hectometerpaaltjes juist afgeschaft en kilometertelling op de reflectorpaaltjes aangebracht.  +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr. 16, 's-Gravenhage, 1986 (gewijzigd) / Aquo) <br/> <br/> Afvoer van water uit een bepaald (stroom)gebied. (bron: DIV)  +
International Glossary of Hydrology, UNESCO, WMO. URL: http://www.cig.ensmp.fr/~hubert/glu/aglo.htm.  +
Binnen het beheer van het waterschap wordt met de afstroomrichting specifiek bedoeld: de richting waarin het water in een oppervlaktewaterlichaam (sloot, beek, kanaal) stroomt, en daarmee de functionele “richting” van het oppevlaktewaterlichaam aangeeft, bekeken vanuit de waterafvoer. <br/. <br/> Deze richting is bepalend voor onder andere de ligging van kunstwerken (zoals duikers en stuwen), het onderhoudsregime en de analyse van waterstromen binnen het watersysteem. (bron: Hunze en Aa's)  +
Water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen. Alle water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (Opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen) [NEN 3300:1996] Water dat is samengesteld uit een willekeurige combinatie van water dat uit woningen of uit industriële of commerciële gebouwen wordt geloosd, afstromend hemelwater en water dat onbedoeld in de riolering binnendringt. [NEN-EN 752:2008] [EN 1085:2007, definitie 1010].  +
Verontreinigd, ongezuiverd water.  +
Water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen. (bron: Aquo)  +
De afvalwaterstromen worden onderscheiden en genummerd of gecodeerd op het lozingsschema zoals dat voor het lozingsobject is samengesteld. Onderscheiden worden ondermeer de volgende soorten afvalwaterstromen: huishoudelijk afvalwater, procesafvalwater, koelwater, bedrijfsafvalwater en verontreinigd hemelwater. Dit kenmerk wordt overigens bij de entiteit lozing.punt vastgelegd (zie gegevenselement soort geloosd water). (bron: GWL / Aquo / DIV)  +
Systemen die voor inzameling en transport van afvalwater en ander afstromend hemelwater in een stedelijk gebied worden gebruikt.  +
In dit kader wordt onder afvalwater tevens verontreinigd hemelwater verstaan. (bron: Beleidsplan vastgoedinformatie / Aquo / DIV)  +
(bron: Aquo) <br/> <br/> Het volume aan afstromend water, dat per tijdseenheid door een dwarsdoorsnede van een waterloop stroomt. (bron: DIV)  +
(Bron: Hydrologische woordenlijst/Aquo)  +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, Rapporten en nota's nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV)  +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, Rapporten en nota's nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV)  +
(bron: Aquo)  +
Een gebied begrenst door (stroom)scheidingen, waaruit beschouwd vanuit het afvoerpunt het water van dat gebied afstroomt of via bemaling getransporteerd wordt naar het desbetreffende afvoerpunt.  +
AfvoergebiedAanvoergebied is in DAMO 2.0 opgenomen als specialisatie van AfvoerAanvoergebied, als overgang naar de IMWA standaard.  +
Het gebied waarbinnen 1 of meerdere inliggende rioolstelsel(s) het afvalwater naar 1 gemaal van het waterschap of overnamepunt transporteert/teren. Een rioleringsgebied kan een enkelvoudig gebied zijn, maar kan ook meerdere rioleringsgebieden omvatten.  +
Wanneer je de afvoergebieden van de 2e gebiedsorde die op hetzelfde RWS-hoofdwater lozen samenvoegt, dan ontstaan automatisch de afvoergebieden van de 1e gebiedsorde. Dit betekent dat de afvoergebieden van de 2e gebiedsorde landsdekkend en dus ook waterschapsbeheergebieddekkend moeten zijn. Het maakt daarbij niet uit of het lozen van water door vrij verval of via een afvoergemaal geschiedt.  +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo / DIV)  +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo) <br/> <br/> Grafische weergave van het in een zeker tijdsbestek geldende verband tussen de plaatselijke waterhoogte en de afvoer aldaar. (bron: DIV)  +
(bron: Verklarende Hydrologische Woordenlijst, CHO, "Rapporten en nota's" nr.16, 's-Gravenhage, 1986. / Aquo) <br/> <br/> Grafische weergave van het verloop van de plaatselijke afvoer in de tijd. (bron: DIV)  +
(bron: Aquo / DIV) <br/> <br/> Afwaaiing is een waterstandsverlaging ten gevolge van wrijving tussen wind en water. Door deze wrijving wordt de bovenste laag van het water met de wind meegevoerd. Aan de bovenwindse zijde wordt het water weggeblazen met een verlaging van de waterstand tot gevolg. Afwaaiing is hiermee het tegenovergestelde van opwaaiing. De bovenlaag van het water stroomt met de wind mee waardoor een hellend wateroppervlak ontstaat. Dit vlak blijft bestaan zolang de wind waait en dus de wrijving in stand blijft. Onder het wateroppervlak ontstaat vervolgens een stroming die het tekort aan water bij afwaaiing wil compenseren met het overschot aan water aan de zijde van opwaaiing. De grootte van deze compenserende stroming is afhankelijk van de beschikbare waterdiepte. Bij ondieper water zal deze stroming kleiner zijn en dus zal de waterstandsverlaging door afwaaiing groter blijven. Als voorbeeld kun je denken aan een westerstorm. De wind waait dan vanuit Engeland over de Noordzee naar Nederland. Engeland is dan de benedenwindse zijde en daar zal afwaaiing optreden. Het water wordt immers in de richting van Nederland geblazen. Aan de Nederlandse kust treedt vervolgens opwaaiing op. (bron: WIkipedia)  +
Uit de definitie volgt dat het onderscheid dat gemaakt wordt tussen een afvoergebied en een afwateringseenheid bepaald wordt door de (hydrologische) relatie die het met een afvoervak heeft. Met andere woorden, tussen een afvoergebied en een afvoervak is geen direct aanwijsbare relatie. (bron: Legger Info Waterkwantiteit / Aquo / DIV) <br/> <br/> Ieder vak heeft zijn eigen afwateringseenheid. Alle afwateringsgebieden die samen afwateren op een peilregulerend kunstwerk vormen samen een peilgebied. (bron: HEA)  +
Gebied met een gemeenschappelijke uitlaat voor de oppervlakte-afvoer.  +
[[Bestand:Afwateringskanaal van Fiemel.jpg|500px|afwateringskanaal van Fiemel]] <br/> Afwateringskanaal van Fiemel.  +
Het betreft een laag voor afwerking van de bekledingsconstructie die geen specifieke waterkerende, maar voornamelijk een estetische, functie heeft. Bron: werkgroep IMWA Waterveiligheid  +
bron: www.vliz.be. (Aquo) Een zandgat, zandput, zandwinput of grindgat is een met water gevulde uitgraving in het landschap ten behoeve van de zand- en grindwinning. Ze zijn soms veertig meter diep en er zijn winningsconcessies mogelijk tot zestig meter diepte. Dit in tegenstelling tot een kleiput, waar alleen de bovenlaag klei wordt afgegraven als grondstof voor bakstenen en dakpannen. Ze vervullen vaak een dubbelfunctie, bijvoorbeeld als recreatieplas, natuurgebied, waterberging of slibdepot. Aanduidingen zoals zandafgraving en zandgroeve, die vooral in Vlaanderen wel gebruikt worden, hebben een iets andere betekenis dan zandgat: ze kunnen zowel naar natte als droge winning verwijzen.  +