Eigenschap:Toelichting op definitie

Kennismodel
:
:
Tekst
Deze datatypespecificatie wordt genegeerd; de specificatie uit de externe vocabulaire krijgt voorrang.
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstvak
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Nee
Toelichting op formulier
:
Toelichting op de definitie (Nederlandstalig)
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:

Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:


nl

50 pagina’s gebruiken deze eigenschap.
t
Het verrichten van arbeid door warmte toe te voegen aan een arbeidsmedium (gas). De thermodynamica vindt zijn oorsprong in de praktische behoefte de efficiëntie van stoommachines te verbeteren.  +
Thermoharders blijven hard als ze worden verhit, in tegenstelling tot de thermoplasten, die zacht worden bij verhitting. Dit komt door crosslinks (dwarsverbindingen) tussen de individuele ketens. Thermoharders kunnen niet op dezelfde manier worden verwerkt als thermoplasten. Dit omdat een thermoharder na verwerking niet meer om te vormen is. Als een thermoharder wordt verhit, smelt het niet maar het ontleedt zich zonder vloeibaar te worden. De oorzaak hiervan zijn de crosslinks, die covalent zijn. Om deze reden smelt een thermoharder niet (in tegenstelling tot thermoplasten waarbij de meeste interactie tussen de macromoleculen bestaat uit vanderwaalskrachten). <br/> Thermoharders worden minder gebruikt dan thermoplasten, omdat ze lastiger te produceren zijn door middel van spuitgieten en slecht recycleerbaar zijn. Thermohardende kunststoffen zijn normaal een stuk brozer dan thermoplastische kunststoffen. Voorbeelden van thermohardende materialen zijn: * Alkydharsen * Bakeliet * Diallylftalaat (DAP) * Melamineformaldehyde (MF) * Polyesterharsen * Ureumformaldehyde (UF) <br/> (Bron: Wikipedia) <br/> <br/> Een thermoharder is een kunststof die hard wordt bij verhitting en daarna hard blijft . In tegenstelling tot een thermoplast kan een thermoharder niet meer van vorm veranderen (anders dan te ontleden, een soort verkolen zou je kunnen zeggen). Thermoharders worden minder gebruikt dan thermoplasten omdat ze (bijna) niet met spuitgieten zijn te verwerken en slecht recyclebaar zijn. Thermohardende kunststoffen zijn normaal een stuk brosser dan thermoplastische kunststoffen. Thermoharders zijn altijd harde kunststoffen. Ze zijn moeilijk te krassen en je kunt er moeilijk een stukje afsnijden. Een thermoharder is een materiaal dat verkregen wordt door het samen van monomeren, die verhit boven een definitieve temperatuur, een vernet polymeer dat niet langer van vorm kan veranderen. Dit netwerk van monomeren is door verhitting via atoombindingen met elkaar verbonden. De bindingen tussen de atomen zijn sterk omdat ze covalent zijn, dwz de atomen hebben één of meer elektronenpaar gemeenschappelijk. Tijdens het proces kunnen ze daarom maar één keer "gegoten" worden, later het plastic niet meer vervormbaar is. Een voorbeeld van een thermoharder is bakeliet, de eerste kunststof die gefabriceerd werd; het is een hars op basis van fenol en formaldehyde (PF). Andere voorbeelden zijn alkydharsen, epoxyharsen (EP), polyurethaan ( PUR ), melamineformaldehyde (MF), onverzadigde polyesters (UP en GUP ). (Bron: Joost de Vree)  
Deze materiaalgroep bestaat uit lineaire macromoleculen zonder dwarsverbindingen, hoewel soms een zekere vertakking kan optreden. In de moleculen zijn de bindingen covalent en sterk, terwijl de moleculen onderling slechts gebonden zijn door vanderwaalsbindingen. Deze laatste verbreken bij opwarmen, waardoor de individuele ketens langs elkaar kunnen 'glijden' en zo kan een thermoplast smelten. (Bron: Wikipedia) <br/> <br/> Een thermoplast is een kunststof die bij fabricage zacht is en daarna ook meer of minder zacht blijft . Thermoplasten zijn plastics die bestaan uit lange molecuulketens ( polymeren ) die bijeengehouden worden door vanderwaalsbindingen en soms ook waterstofbruggen. In tegenstelling tot thermoharders kennen thermoplasten een verwekingspunt , de glastransitietemperatuur Tg. Boven deze temperatuur kan deze plastic vervormd worden ("smelten"), zodat ze tot draden gesponnen of tot folie geblazen kan worden. Zonder bewerkingen verglaast een thermoplast bij afkoelen beneden Tg volledig. Thermoplasten lenen zich zeer goed voorspuitgiettechnieken . Meer dan 80% van de industriële polymeren zijn thermoplasten. Voorbeelden Zijn acrylonitril Butadieen styreen ( ABS ), polycarbonaat (PC), polyethyleen ( Polyetheen PE), polyether-ether-keton (PEEK), polymethylmetth acrylaat (PMMA), polypropyleen ( polypropeen , PP), polystyreen ( PS ), polyvinylchloride ( PVC ), tereftalaat. Thermoplasten kom je overal tegen; ook de belijningen op wegen zijn van thermoplast. ("PEEK wordt over het algemeen beschouwd als één van de best ervaren thermoplasten in de wereld.") (Bron: Joost de Vree)  +
Een thesaurus gebruikt men om het exacte woord voor een voorwerp (een bepaalde vakterm) of een woord met de gewenste connotatie (uit stijloverwegingen) te vinden. Een thesaurus verbindt begrippen door hiërarchische, equivalente en associatieve relaties. Je kunt een thesaurus gebruiken om het exacte woord voor een voorwerp of met de gewenste connotatie te vinden. (ArchiXL, bron: Merriam-Webster) <br/> <br/> In de klassieke betekenis is een thesaurus een soort naslagwerk. Een thesaurus gebruikt men om het exacte woord voor een voorwerp (een bepaalde vakterm) of een woord met de gewenste connotatie (uit stijloverwegingen) te vinden. In de moderne tijd is het een ontsluitingsmiddel waarbij unieke concepten door hiërarchische, equivalente en associatieve relaties verbonden worden. Een semantisch netwerk voor het toegankelijk maken en koppelen van (collectie)gegevens. <br/> <br/> De term komt uit het Grieks θησαυρός (thèsauros) en werd in het Latijn overgenomen als thesaurus (meervoud thesauri) en betekent schatkamer, het weggelegde. Het werd aanvankelijk in de taalkunde opgesteld als een logisch-systematisch (en ook alfabetisch, maar niet verklarend) woordenboek: de begrippen van een taal werden gecategoriseerd en vergeleken met verwante begrippen: * synoniemen * woorden die een ruimer begrip beschrijven: hyperoniemen * woorden die een engere betekenis hebben: hyponiemen * woorden met tegengestelde betekenis: antoniemen, of * begrippen die aan het lemma verwant zijn, maar een andere nuance uitdrukken, of een overlappende betekenis hebben. <br/> <br/> Uit een Nederlandstalige thesaurus kan men besluiten dat synoniemenlijst een nauwere betekenis heeft dan thesaurus en het begrip lexicon overlapt. Soms hanteert men betekeniswoordenboek als synoniem van thesaurus, maar de betekenis van een woord is in dit bijzondere geval niet gelijk aan de verklaring ervan, maar vloeit voort uit de situering van dit woord binnen het geheel. <br/> <br/> De aanduiding "thesaurus" wordt nu ook gebruikt voor een naslagwerk met geselecteerde woorden of concepten, bv. een gespecialiseerd vocabularium binnen een bepaald interesse- of vakgebied, zoals geneeskunde of muziek. <br/> <br/> Met behulp van een thesaurus kan men bijvoorbeeld de catalogus van een bibliotheek beter toegankelijk maken dan door middel van een ordening, die uiteindelijk willekeurig is. Zo is men niet meer strikt gebonden aan de terminologie - en de taal! - van een boek of andere informatiedrager. Per publicatie of informatie-item kan men meerdere descriptoren (thesaurustermen) toekennen. Een itemsgewijze beschrijving wordt zodoende versterkt door een systematische ontsluiting. Er bestaan thesauri voor vele wetenschappelijke disciplines. Zo bestaan voor de beschrijving en ontsluiting van erfgoed bijvoorbeeld de Art and Architecture Thesaurus en de erfgoedthesaurus van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Beide richten zich vooral op materiële cultuur en objecten. Voor het beschrijven van de iconografie van beeldende kunst is er Iconclass, een meertalig classificatiesysteem. <br/> <br/> Taxonomieën zijn aan thesauri verwant. De benaming thesaurus wordt ook gebruikt in de taalkunde voor de grote gegevensbestanden met de woordenschat van het Latijn, de Thesaurus Linguae Latinae te München, en die van het Grieks, de Thesaurus Linguae Graecae van de Universiteit van Californië. Het is dan de "schatkamer" van oorspronkelijke teksten, waarop men zich baseert om de dode taal (Latijn of Grieks) te reconstrueren. <br/> <br/> Thesauri treft men in papieren vorm (boek) aan, maar ook als elektronisch medium. Een juiste vakterm kan ook worden gezocht, als het internet wordt uitgesloten, door het raadplegen van een beeldwoordenboek.  
De getagde structuur is ontworpen om gemakkelijk uit te breiden en veel leveranciers hebben eigen speciale tags geïntroduceerd - met als resultaat dat geen enkele lezer elke smaak van het TIFF-bestand verwerkt. [ nodig citaat ] TIFF's kunnen lossy of lossless zijn, afhankelijk van de gekozen techniek voor het opslaan van de pixeldata. Sommige bieden relatief goede compressie zonder verlies voor afbeeldingen op twee niveaus (zwart-wit) . Sommige digitale camera's kunnen afbeeldingen opslaan in TIFF-indeling met behulp van het LZW- compressie-algoritme voor verliesloze opslag. TIFF-afbeeldingsformaat wordt niet algemeen ondersteund door webbrowsers. TIFF blijft algemeen geaccepteerd als standaard voor fotobestanden in de drukkerij. TIFF kan apparaatspecifieke kleurruimten verwerken, zoals de CMYK die wordt gedefinieerd door een bepaalde set drukpersinkten. OCR- softwarepakketten (Optical Character Recognition) genereren gewoonlijk een of andere vorm van TIFF-afbeelding (vaak monochroom ) voor gescande tekstpagina's. Luchtfoto's worden meestal door de opdrachtnemer in het tif formaat uitgeleverd.  +
De tijd wordt wel gezien als een opeenvolging van tijdstippen. Daarnaast kan bepaald worden hoeveel tijd een gebeurtenis na een andere plaatsvindt. Het betreft dan de tijdsduur tussen twee tijdstippen. Met het begrip tijd worden deze volgorde en duur beschreven. Tijd kan na hoogte, breedte en lengte gezien worden als een vierde dimensie. Naast het verschijnsel van de lineaire, kwantitatieve en meetbare (klok)tijd, is tijd ook een ervaring van elk subject die op een unieke eigen kwalitatieve wijze beleefd wordt. Zie ook: tijdsperceptie. In de filosofie en taalwetenschap, met name de semantiek, wordt tijdslogica onderzocht. Dit zijn formele logische systemen die het begrip tijd formaliseren. De speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein stelde het begrip bij van tijd, causaliteit en snelheid waarmee informatie zich kan verplaatsen.  +
(bron: DIV)  +
Dit heeft betrekking op hoe oud data zijn. data moeten periodiek opnieuw worden gemeten of gecontroleerd of ze nog correct zijn. Het kan ook zijn dat het bij actualisatie noodzakelijk is dat de oude data worden verwijderd. Dit is de meest voorkomende interpretatie van actualiteit, maar is in deze context specifieker gedefinieerd omdat actualiteit ook betrekking heeft op frequentie.  +
De reeks legt de waarden vast van een type parameter over een periode. Waterstandmetingen zijn een duidelijk voorbeeld van een waardereekstijd. Er worden op 1 meetobject gedurende langere tijd met vaste intervallen waterhoogten bepaald. (bron: STOWA/Unie-stekkerdoos / Aquo) <br/> Reeks van waarden van parameters variërend in tijd. (bron: DIV)  +
Meestal betreft het gegevens die gedurende een bepaalde periode op equidistante tijdstippen zijn waargenomen. Voorbeelden van tijdreeksen zijn de dagelijkse sluitingswaarde van de Dow Jones index en het jaarlijkse stroomvolume van de Nijl bij Aswan. Tijdreeksanalyse beoogt onder andere zinnige statistieken en andere karakteristieken te beschrijven. Tijdreeksanalyse wordt veel gebruikt om met behulp van een model een goede voorspelling te geven, zoals de waarde van een aandeel. Tijdreeksgegevens hebben een natuurlijke tijdsordening. Dit onderscheidt tijdreeksanalyse van andere gemeenschappelijke data-analyseproblemen, waarbij er geen natuurlijke ordening van de waarnemingen is. Een tijdreeksmodel zal over het algemeen waarnemingen in de nabije toekomst beter voorspellen dan waarnemingen verder weg in de toekomst.  +
Bijvoorbeeld de periode tussen twee opeenvolgende tijdstippen waarvoor een model binnen de simulatieperiode de hydrologische processen en gesteldheid berekent. (bron: Aquo) <br/> <br/> Tijdsverschil tussen twee tijdstippen. (bron: DIV)  +
(bron: Aquo / DIV)  +
(bron: Hunze en Aa's) <br/> <br/> Geheel of gedeeltelijk droogvallende gronden die buitendijks gelegen zijn. (bron: Informatiemodel van de Basisregistratie Topografie (IMBRT) / SOR)  +
(bron: VROM, 1995: Gegevenswoordenboek milieubeheer, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 1 juni 1995, pag. 93. / Aquo / DIV)  +
Bron: NTA 8035. Unieke configuratie van informatie (toestands-variabelen) in een programma of machine (definitie uit de automaten theorie). In de tunnelstandaard wordt ‘State’ gebruikt voor de toestand van de TTI van verkeersbuizen. (bron: LTS-1.10) Entiteit gedurende een periode tussen twee gebeurtenissen. Een toestand wordt gekenmerkt door de eigenschappen en relaties van de entiteit. (bron: NEN 2660-1 (Ontw))  +
De gevolgschade is groot en de zekerheid over faaltijdstip klein, de toestand van de onderdelen moet regelmatig worden geïnspecteerd en vervanging vindt preventief plaats als het interventieniveau wordt bereikt. (bron: Wegwijzer BOP, versie 1.1, 14 juni 1996 / Aquo) <br/> <br/> Methode van preventief onderhoud op basis van vooraf gestelde criteria. Als voorbeeld een vooruit werkende inspectie of meting (periodiek controleren van kritische parameters). Zo'n korte inspectie kan opgevolgd worden door uitgebreider onderhoud na overschrijden van belangrijke grenswaarden. TAO is een planmatig soort onderhoud, kritieke parameters controlerend en pas bij noodzaak planmatig herstellend (conditieafhankelijk) vervangen van onderdelen. Deze vorm van onderhoud heeft een zeer hoge voorspelbaarheid vanwege de controles. (bron: Wikipedia) <br/> <br/> Dit is onderhoud dat wordt uitgevoerd, nadat tijdens een inspectie is gebleken dat het interventieniveau van een visuele of door meting vast te stellen grootheid is overschreden. (bron: DIV)  +
Bron: WWB0044. <br/> Gerichte toetsing, mede gebaseerd op risicoanalyse, voor het vaststellen van de huidige toestand en het huidig functioneren van objecten en onderdelen alsmede de houdbaarheid van de aangedragen risico’s en onder-houdsinterventies (maatregelen) met bijbehorende planning. (bron: Vraagspecificatie Algemeen PRC (oud)) <br/> Resultaat van een conditiemeting betreffende gebouwen of installaties (bron: Objecttypenbibliotheek Rijkswaterstaat (NL)) <br/> Gerichte inspectie (toetsing), mede gebaseerd op risicoanalyse, voor het vaststellen van de huidige toestand en het huidig functioneren van objecten en onderdelen alsmede de houdbaarheid van het bijbehorende instandhoudingsplan. (bron: Inspectiekader RWS) <br/>  +
(bron: LTS-1.10) <br/> Relatie tussen twee toestanden (van een entiteit), waarin de begintoestand overgaat in de eindtoestand. (bron: NEN 2660-1 (Ontw))  +
Toetsing vindt plaats binnen een dataset zelf (door overtalligheid in de metingen).  +
De toetsingswaarden zijn niet gebaseerd op (eco)toxiciteitgegevens. De toetsingswaarden liggen op of boven de grenswaarden nieuw gevormd sediment en op of onder de interventiewaarden waterbodem. (bron: WSV-info, aangepast / Aquo) <br/> <br/> Waarde die aan de normwaarde getoetst wordt (bijvoorbeeld 90-percentiel van de in een jaar gemeten concentratie). (bron: DIV)  +
In het geval van wegenbeheer is er sprake van een CROW-norm. (bron: GW'96 / Aquo / DIV)  +
(bron: DBW / Aquo / DIV)  +
Bijvoorbeeld 90-percentiel van de in een jaar gemeten concentratie. (bron: Aquo / DIV)  +
Een fout die niet door een functie kan worden beschreven, (ofwel waarvan de waarde statistisch onafhankelijk is van voorgaande of latere waarden.) De kansverdeling van deze variabele wordt beschreven door een willekeurige, begrensde functie. De toevallige fout wordt (meestal) beschreven door de standaard deviatie. (bron: Aquo) Bij toevallige fouten is de gemiddelde fout nul. Bij voldoende waarnemingen zullen deze fouten zich volgens de normale verdeling rond de werkelijke waarde, de verwachting μ, vormen. Hierbij geldt dat bij meer metingen de normale verdeling steeds beter gevolgd gaat worden en dat het gemiddelde de werkelijke waarde steeds beter benadert. Doordat veel waarnemingen afgerond worden, zal er ook sprake zijn van een uniforme verdeling. (bron: Wikipedia)  +
(bron: GW art. 133 - Waterstaatswet 1900 S.176) / Verwijzend en verklarend juridisch woordenboek, N.E. Algra en H.R.W. Gokkel, 1995 / Aquo / DIV) <br/> <br/> De door de Kroon uit te oefenen controle op de behartiging van de waterstaatszorg (incl. het provinciale toezicht). (bron: DIV)  +
(https://webuildapps.com/definition/tool) <br/> <br/> Softwaregereedschap. Een tool is vaak een klein programma voor het uitvoeren van algemene taken. (https://www.encyclo.nl/lokaal/10230) <br/> <br/> Gereedschap. Middelen waarmee je de bewerkingen uitvoert. Gewoonlijk altijd bediend met de muis. De muispijl kan verschillende vormen aannemen, bijvoorbeeld een potloodje, een gummetje, een luidsprekertje of een nootje. Dat zijn allemaal verschillende tools. (https://www.encyclo.nl/lokaal/10272) <br/> <br/> Een tool is vaak een klein programma voor het uitvoeren van vaak terugkerende taken. Bijvoorbeeld in reporttool: een programma waarmee op een gemakkelijke manier overzichten uit een database kunnen worden gemaakt. (bron: Ensie)  +
(bron: Aquo / DIV)  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
(bron: werkgroep IMWA Waterveiligheid / Aquo) <br/> <br/> Op waterkeringen wordt de deklaag, ook wel toplaag genoemd, vooral gebruikt om de slijtweerstand van de waterkering te verbeteren. <br/> <br/> Het betreft een overkoepelend object met enkele algemene attributen die gelden voor elk type toplaag. Daarnaast is het object Toplaag een specialisatie van bekledingslaag, waardoor het zodoende naast de eigen attributen ook alle attributen van bekledingslaag bevat. Elk object dat een type toplaag beschrijft (bijvoorbeeld ToplaagAsfalt) erft zowel de attributen van bekledingslaag als van Toplaag. <br/> <br/> In onderstaande afbeelding staat de afbakening in dwarsrichting van een aantal bekledingconstructies met verschillende type toplagen. (Bron: DAMO begrippen)  +
(Bron: werkgroep IMWA Waterveiligheid / Aquo) <br/> <br/> Toplaag asfalt is een specialisatie van toplaag, waardoor het naast de eigen attributen ook alle attributen van Toplaag bevat. toplaag asfalt erft de attributen van toplaag. (Bron: DAMO)  +
Een specialisatie van Toplaag, waardoor het naast de eigen attributen ook alle attributen van Toplaag bevat. ToplaagBetonbekleding erft de attributen van Toplaag. (Bron: DAMO)  +
Een specialisatie van toplaag, waardoor het naast de eigen attributen ook alle attributen van Toplaag bevat. toplaag gras erft de attributen van toplaag. (Bron: DAMO)  +
Een specialisatie van Toplaag, waardoor het naast de eigen attributen ook alle attributen van Toplaag bevat. Toplaag losgestort materiaal erft de attributen van toplaag. (Bron: DAMO)  +
Een specialisatie van Toplaag, waardoor het naast de eigen attributen ook alle attributen van Toplaag bevat. Toplaag steenzetting erft de attributen van toplaag. (bron: DAMO)  +
Een specialisatie van toplaag, waardoor het naast de eigen attributen ook alle attributen van Toplaag bevat. Toplaag verpakte bekleding erft de attributen van Toplaag. (Bron: DAMO)  +
Voorbeelden hiervan zijn: Het lijnenwerk op (een elektronische representatie van) een landkaart. Beschrijving van hoogteligging en -verdeling ten opzichte van een referentievlak. (bron: RWS, 1997: themagroep Geografie/Watersystemen / Aquo / DIV) <br/> <br/> Het lijnenwerk op (een elektronische representatie van) een landkaart. (bron: DIV) <br/> <br/> Beschrijving van hoogteligging en -verdeling ten opzichte van een referentievlak. (bron: DIV) <br/> <br/> Topografie (uit het Grieks, letterlijk "plaatsbeschrijving") is de studie van de beschrijving van kenmerken van plaatsen en gebieden. Tot de topografie behoort ook de studie van de ligging en de namen van plaatsen, wateren, bergen, streken, landen, en andere geografische vormen. Het woord topografie komt uit het Oudgrieks (τόπος topos, plaats, plek; γράφειν graphein = schrijven, beschrijving). Wordt gebruikt voor het nauwkeurig, grafisch in kaart brengen van natuurlijke en door de mens gemaakte landschapselementen van een specifiek verstedelijkt gebied, stuk land of andere plaats, met name om hun ligging ten opzichte van elkaar en hun hoogte te laten zien. Gebruik 'topografie (kenmerk)' voor de reliëfelementen of de oppervlaktekenmerken van een plaats of object, waaronder natuurlijke en door de mens gecreëerde elementen. Het belang van topografie is in de moderne geografiebeoefening sterk afgenomen, omdat bijna alle plaatsen eenvoudig opgezocht kunnen worden met een gedetailleerde atlas of computerprogramma. Het belang van bezit van parate kennis is verschoven naar de vaardigheid het te kunnen opzoeken. De werkelijke waarde van topografische kennis is niet alleen het weten waar een stad of rivier ligt. De waarde van de topografie schuilt in het vormen van een juiste mentale kaart van een gebied. Men dient bij de topografie niet op de absolute maar de relatieve ligging of afstand te wijzen. De relatieve ligging van een plaats is de ligging ten opzichte van een andere plaats. Een relatieve afstand wordt uitgedrukt in de tijd, geld en/of moeite om die afstand te overbruggen. Topografie is om de volgende redenen nog van belang: * Zonder topografie kan men in feite geen geografie bedrijven. In de geografie is de basisvraag immers "waar is het en waarom is het daar?" De nadruk in het thematisch geografieonderwijs ligt vooral op het waarom daar?, maar die vraag krijgt pas zin na het antwoord op de vraag waar?. * Topografie is een symbolische taal, een systeem dat zich manifesteert in een landkaart. Door de studie van de topografie wordt de leerling getraind in rangschikking en associatie. * Topografie is nuttig en noodzakelijk in het dagelijkse leven. Als er iets in China gebeurt, moet men een idee hebben of het ver weg is gelegen of juist dichtbij. * Een basiskennis van de topografie bevordert het inzicht in feiten en gebeurtenissen die met elkaar samenhangen in de ruimte. <br/> De keuze van plaatsen die geleerd moeten worden, wordt bepaald aan de hand van geografische en didactische criteria. Voorbeelden van geografische criteria zijn: * het aantal inwoners (grote steden wel, kleine dorpjes niet), * de geografische afstand tot de plaats (een stad van 200.000 inwoners in China niet, een kleine stad in de eigen provincie wel), * het politieke, historische, of economische belang van de plaats (bijvoorbeeld hoofdsteden, historische machtscentra). <br/> Voorbeelden van didactische criteria zijn: * beperking van de selectie tot een aantal dat in redelijke tijd te leren is. * het selecteren van plaatsen die horen bij een bepaald thema, waaraan speciale aandacht wordt besteed, bijvoorbeeld "kolonisatie", of een bepaald werelddeel. (bron: WIkipedia)  
Een topografische kaart is dus voor algemeen gebruik bedoeld, in tegenstelling tot een thematische kaart. In principe kan in iedere schaal een topografische kaart gemaakt worden, maar meestal gaat het om kaarten in de schaal 1:50.000 of 1:25.000. In het dagelijks taalgebruik duidt men dit soort kaarten ook wel aan met de (ietwat verouderde) term stafkaart. De kleur van een vlak kan eveneens als symbool worden aangemerkt, daar zij informatie over de terreingesteldheid geeft. Om alle informatie op schaal weer te geven is een schaal van 1:25.000 of gedetailleerder nodig. Op deze schaal kan een weg nog net op schaal worden weergegeven (een weg van 2,5 m breed wordt 0,1 mm breed afgebeeld). Bij 1:50.000 en kleinere schalen moeten concessies worden gedaan. Wegen worden dan breder (dus niet op schaal) afgebeeld en objecten zoals gebouwen aan de weg worden daarvoor iets verschoven afgebeeld. Om de kaart leesbaar te houden worden kleinere wegen en andere details weggelaten (zie generalisatie). Door de keuze van de schaal en van de kaartprojectie is de vervorming op topografische kaarten klein: in alle richtingen is de schaal gelijk, de hoeken die je op de kaart meet komen overeen met die in het veld en ook de vorm van de afgebeelde percelen is correct (hoekgetrouwe projectie). Om een kaart leesbaar en overzichtelijk te houden worden er voor de afbeelding van bijzondere objecten, terreinkenmerken en bestuurlijke grenzen symbolen gebruikt. Enkele voorbeelden: wegwijzers, gemeentehuis, hunebedden, taludlijnen, bruggen, torens, hoogtelijnen, gemeentegrenzen. De kleur van een vlak kan eveneens als symbool worden aangemerkt, daar zij informatie over de terreingesteldheid geeft. Paars kan op een kaart bijvoorbeeld een heideveld aangeven, terwijl de heide slechts enkele weken per jaar paars bloeit. Gebruikelijke keuzes voor de kleuren zijn groen voor bos, geel voor zand, blauw voor water en rood of zwart voor bebouwing. Afhankelijk van de uitgever kunnen er andere kleuren en symbolen worden gebruikt, daarom is er een verklaring van gebruikte tekens (legenda) opgenomen. (Bron: Wikipedia)  
Met topologische regels kun je controleren of een duiker op een watergang ligt of dat een stuw op het einde van een watergang ligt maar ook op de begrenzing van een peilgebied ligt. De topologie is een uitgroeisel van de meetkunde, maar anders dan de meetkunde, houdt de topologie zich niet bezig met metrische eigenschappen zoals de afstand tussen punten, maar met eigenschappen die beschrijven hoe een ruimte is samengesteld, zoals samenhang en oriëntatie. Het woord topologie wordt zowel gebruikt om het studiegebied zelf aan te duiden, als voor de familie van verzamelingen die bepaalde eigenschappen beschrijft die worden gebruikt om een topologische ruimte te definiëren (het basisobject van de topologie). Van bijzonder belang in de studie van de topologie zijn de vervormingen die homeomorfismen worden genoemd. Informeel kunnen deze functies worden gezien als functies die de ruimte uitrekken zonder deze echter te scheuren of verschillende delen samen te plakken. Een meer abstracte notie van een vervorming is een homotopische equivalentie, een begrip dat ook een fundamentele rol speelt. Toen de discipline aan het eind van de 19de eeuw ontstond, noemde men de topologie aanvankelijk geometria situs (Latijn: meetkunde van plaats) en analysis situs (Latijn: analyse van plaats). Topologie is intussen een grote tak van de wiskunde, die op zijn beurt weer vele deelgebieden kent. Van ongeveer 1925 tot 1975 kende de topologie een bloeiperiode en was zij een belangrijk groeigebied in de wiskunde. De meest basale en traditionele verdeling binnen de topologie is de driedeling tussen de point-set topologie, die de fundamenten van de topologie neerzet en concepten zoals compactheid en samenhangendheid onderzoekt; de algebraïsche topologie, die algemeen gesteld probeert om de graden van samenhang te meten, en die daar gebruikmaakt van algebraïsche constructies, zoals homotopiegroepen en homologie en ten slotte de meetkundige topologie, die in de eerste plaats variëteiten en hun inbedding in andere variëteiten bestudeert.  
Een voorbeeld van topologisch editen is het tegelijkertijd verplaatsen van de begrenzing van 2 peilgebieden die een gemeenschappelijke geometrie bevatten.  +
De topologie in termen van verbindingen verandert meestal niet als de posities van de items veranderen.  +
Dit gaat over de relatie die verschillende vlakken met elkaar hebben. Deze vlakken kunnen onderdeel zijn van dezelfde geometrie (één attribuutwaarde) of van verschillende geometrieën (meerdere attribuutwaarden). Er zijn verschillende interpretaties bij topologische consistentie, waarbij bijvoorbeeld zelf-intersecties of onnodige slivers soms als onderdeel van geometrische correctheid worden gezien en soms als onderdeel van topologische consistentie. (bron: ArchiXL)  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
(bron: CHO (544) / Aquo / DIV)  +
Bron: NEN 2660-1 (Ontw).  +
Denk aan aandrijfas van een voertuig, of aan een boring naar olie of gas. De boorkop bevindt zich honderden meters of kilometers onder de grond en hij wordt aangedreven via een lange pijp. Deze pijp ondervindt torsie. Torsie vervormt de pijp, zodat de boorkop ettelijke omwentelingen achter kan lopen op zijn aandrijfmechanisme. Torsie kan ontbonden worden in schuifkrachten, waarbij de schuifkracht toeneemt naarmate het verder is verwijderd van het zwaartepunt van het profiel. Bij een gelijke hoeveelheid materiaal per meter (ofwel een gelijk gewicht per meter) is een holle staaf daarom veel beter in staat om torsie op te nemen dan een massieve staaf.  +
(bron: Aquo / DIV)  +