Eigenschap:Toelichting op definitie

Kennismodel
:
:
Tekst
Deze datatypespecificatie wordt genegeerd; de specificatie uit de externe vocabulaire krijgt voorrang.
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstvak
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Nee
Toelichting op formulier
:
Toelichting op de definitie (Nederlandstalig)
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:

Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:


nl

50 pagina’s gebruiken deze eigenschap.
s
(bron: Sjabloon Systeemspecificatie) <br/> <br/> Beschrijving van een systeem in de vorm van een verzameling geordende eisen, van het object in zijn directe omgeving en van de in het ontwerpproces gemaakte ontwerpkeuzes. (bron: Uitvoeren functie-analyse) <br/> <br/> De extern begrenzende en intern structurerende specificatie van het beschouwde systeem. (bron: Structureren van eisen (vervallen)) <br/> <br/> Een project specifieke specificatie, opgesteld met behulp van één of meerdere basisspecificaties. (bron: Werken met basisspecificaties) <br/> <br/> Gestructureerd overzicht van het betreffende systeem, de beschikbare oplossingsruimte, een beschrijving van de benodigde functionaliteiten, de context van het systeem, de geïdentificeerde raakvlakken met (andere systemen in) de omgeving, de eisen gesteld aan het systeem alsmede een beschrijving van de gemaakte ontwerpkeuzes. (bron: Leidraad voor Systems Engineering (SE) in de GWW sector) <br/> <br/> The requirements to be met by the system (bron: Bijlage bij IA J-STD-016-1995, code: F.2.2)  +
Dit gaat over de structurele afwijking die een meetinstrument of rekenmodel model vertoont. Als dit een bekende afwijking is dan kunnen data hierop kunnen worden gecorrigeerd. Vergelijk dit bijvoorbeeld met een geweer waarvan de loop kom is, waarbij uit de hoek van de loop kan worden bepaald hoe ver je naast een doel schiet als je gewoon rechtdoor schiet. Systematische afwijking moet in relatie tot nauwkeurigheid en statistische precisie worden beschouwd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen systematische afwijkingen, toevallige afwijkingen en grove fouten. Deze kwaliteitsaspecten zijn nadrukkelijk meer statistisch van aard dan de meer administratieve indicatoren. Systematische afwijking gaat over de mate waarin het resultaat van een groot aantal metingen of berekeningen overeenkomt met een geaccepteerde referentiewaarde. Toevallige afwijking gaat over de mate waarin herhaalde metingen of berekeningen met elkaar oveenkomen. Dit valt in het kwaliteitsraamwerk onder statistische precisie. Systematische afwijkingen en toevallige afwijkingen worden ook wel fouten genoemd. Een andere categorie van fouten zijn grove fouten, wat zowel onverklaarbaar buitensporige waarden (ook wel: outliers) als menselijke vergissingen kunnen zijn. Nauwkeurigheid is het resultaat van de combinatie van systematische afwijking en toevallige afwijking. Afhankelijk van waar de meting of berekening betrekking op heeft gaat dit bijvoorbeeld over positionele nauwkeurigheid (coördinaten), temporele nauwkeurigheid (tijdmetingen) of kwantitatieve nauwkeurigheid (getallen). (bron: ArchiXL)  +
Systematische fouten worden veroorzaakt door niet-willekeurige fout, bijvoorbeeld een verkeerde ijking, het consequent verkeerd hanteren van een instrument of het verkeerd aflezen van een schaal. Meestal kan bij nader onderzoek deze systematische fout worden bepaald en kunnen de meetgegevens zo gecorrigeerd. Een recent voorbeeld is de neutrino's in het CERN Neutrinos to Gran Sasso-experiment die sneller dan het licht zouden gaan. Uiteindelijk bleek dit te wijten te zijn aan een slechte glasvezelverbinding.  +
t
Binnen de wiskunde bestaat de matrix, wat een tabel is met speciale eigenschappen. In het dagelijkse spraakgebruik wordt de term "matrix" ook vaker gebruikt voor een tabel die strikt wiskundig gezien geen matrix is.  +
Een total station wordt bij het waterschap gebruikt op locaties waar GPS apparatuur onvoldoende GPS signaal ontvangt heeft, zoals in bosrijke gebieden. Beschrijving en gebruik Meestal is de hoekaflezing digitaal en zorgt een ingebouwde computer voor de aansturing hiervan. De gegevens die een tachymeter feitelijk kan meten zijn: * horizontale richting * verticale hoek * (schuine) afstand. De schuine afstand kan omgerekend (gereduceerd) worden naar de horizontale afstand. Tweedimensionaal gezien vormen de horizontale hoek en horizontale afstand samen poolcoördinaten, die omgerekend kunnen worden naar rechthoekige coördinaten met een X- en Y-as. Ook is het mogelijk om met een tachymeter hoogtes (Z-coördinaat) te bepalen (zie trigonometrische hoogtemeting). In Nederland wordt voor het platte vlak (2-dimensionaal) vrijwel uitsluitend gebruikgemaakt van het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel, ook wel RD genoemd. Voor België wordt veelal gewerkt in het Lambert72-coördinatenstelsel (dat samenhangt met de in België gebruikte Lambertprojectie. Voor de verticale component zijn dit in Nederland het NAP en in België de TAW. Huidige instrumenten (veelal total station genaamd) kunnen de berekeningen zelf uitvoeren, waarbij de coördinaten in beeld verschijnen en opgeslagen worden. De modernste tachymeters kunnen zelfs een kaartje weergeven van de gemeten punten. Ook is het mogelijk om punten vanuit een ontwerptekening uit te zetten in het terrein met de tachymeter. Eerst wordt daarbij de positie van de tachymeter bepaald met behulp van bekende punten. Vervolgens wordt de berekening omgekeerd uitgevoerd en wordt met behulp van meerdere metingen informatie verkregen over waar het uit te zetten punt zich bevindt. Tachymeters maken gebruik van elektro-optische afstandmeting. De meeste voor tachymetrie gebruikte afstandmeters maken gebruik van infrarood licht. De nauwkeurigheid is in de praktijk vooral afhankelijk van de nauwkeurigheid van de opstelling van het prisma (zie figuur 2) en van de tachymeter.  
(bron: Beheersystematiek Openbare Ruimte)  +
Kunstmatige glooiing, schuine, verhoogde kant van een berm, waterland, enz. Bij water de zijdelingse begrenzing tussen waterbodem en maaiveld, bij waterkeringen gelegen tussen de (min of meer) horizontale bovenzijde en de teen van het dijklichaam (helling tussen 1:1 en 1:10). (bron: Krebs, C. J., Ecology. The experimental analysis of distribution and abundance. Harper international edition, Harper & Row, Publishers, New York, 1972. / Marechal / UIVO-W / Aquo / DIV) <br/> <br/> Het talud (van het Franse talus, helling, ook wel beloop, is het bouwkundig aangelegde schuine vlak langs een weg, spoor, watergang, dijk, naar een brug of tunnel waarmee een hoogteverschil wordt overwonnen tussen bouwwerk en maaiveld. Een talud kan een ophoging zijn of een ingraving. De helling van een talud wordt weergegeven als de verhouding hoogte : aanleg (ofwel de tangens van de helling), waarbij voor de hoogte in Nederland meestal één wordt aangehouden. De hellingshoek is afhankelijk van de grondsoort of het bouwmateriaal, van bouwkundige- en veiligheidseisen en van de ruimte die ter beschikking staat. Iedere grondsoort heeft, afhankelijk van de cohesie en hoek van inwendige wrijving, een natuurlijk talud waarbij de grondsoort niet gaat schuiven. Bij zand is dit veelal 1 : 1 dus 45°, bij watergangen wordt meestal 1 : 1½ aangehouden. Bij spoorwegen of dijken worden, in verband met bouwkundige eisen, flauwere hellingen aangehouden, bijvoorbeeld 1 : 3. Door een flauwere en dus langere helling bij een zeedijk, breken hogere golven voordat ze daadwerkelijk de dijk bereiken en wordt het dijklichaam minder zwaar belast. De verhouding van de maximale golfhoogte gedeeld door de lokale diepgang is ongeveer 0,75. Bij de oprit naar een brug voor auto- of treinverkeer moet rekening worden gehouden met maximaal toegestane stijgingspercentages. Vaak wordt een talud bekleed met bijvoorbeeld gras of stortsteen, wat het afschuiven helpt tegengaan. Bij aanleg van infrastructuur in bebouwde gebieden is vaak onvoldoende ruimte om een natuurlijk talud te realiseren, dan wordt met bouwkundige verstevigingen gewerkt, bijvoorbeeld wapening. (bron: Wikipedia)  
De taludbekleding bestaat uit een erosiebestendige toplaag, inclusief de onderliggende vlijlaag, filterlaag, kleilaag en/of geotextiel.  +
(bron: CHO (325), gecomb. met WMD1090 en gewijzigd / Aquo / DIV) <br/> <br/> Een talweg is de lijn die de laagste punten in de vallei van een helling met elkaar verbindt. Een talweg geeft zo ook het natuurlijke profiel weer van een waterloop. Het woord is afkomstig uit het Duits: Tal (vallei) en Weg (weg, route). In het internationaal recht wordt gesproken over de Thalweg Doctrine (talwegprincipe): het trekken van een grens tussen twee staten op basis van een waterweg, waarbij de grenslijn langs de talweg wordt getrokken. De precieze demarcatie van riviergrenzen is vaak van belang geweest in de geschiedenis. Bekende voorbeelden zijn de Sjatt al-Arab (in Iran Arvand Rud genoemd) tussen Irak en Iran, de Donau in Midden-Europa en het Kasikili/Sedudu-eilandconflict tussen Namibië en Botswana (opgelost in het voordeel van de laatste door het Internationaal Gerechtshof in 1999).  +
Bron: NCS  +
Het waterschap kan volgens de Waterschapswet de volgende heffingen voor het bekostigen van activiteiten voor de watersysteemtaak opleggen: <br/> 1. watersysteemheffing ingezetenen <br/> 2. watersysteemheffing overig ongebouwd (binnendijks en buitendijks) <br/> 3. watersysteemheffing overig ongebouwd wegen (binnendijks en buitendijks) <br/> 4. watersysteemheffing natuur <br/> 5. watersysteemheffing gebouwd (binnendijks en buitendijks). <br/> <br/> Voor het kunnen opleggen van aanslagen waterschapsbelastingen voor de watersysteemheffing 2, 3, 4 en 5 moet het waterschap over een kaart beschikken van het hele beheergebied van het waterschap waarin per kadastraal perceel is aangeven hoeveel procent van dat perceel overig ongebouwd wegen en natuur is. De rest van het perceel valt dan automatisch onder de categorie overig ongebouwd. Dat is een rest categorie. Het NBK filtert van deze restcategorie ongebouwd dan de percelen gebouwd uit. Hiervoor maakt het NBK gebruik van de WOZ bestanden (met daaraan gekoppelde de aan een WOZ object toegerekende oppervlaktes) van de gemeenten binnen het beheergebied van Hunze en Aa’s.  +
Door H.J. Lam ingevoerd begrip. Meervoud: taxa. Een groep van organismen die op grond van een zekere overeenkomst een taxonomische eenheid vormen, onafhankelijk van de grootte of de rangorde van die eenheid. Van hoog naar laag in het classificatiesysteem zijn dat fylum, klasse, orde, familie, genus, soort en ondersoort. Bron: Westhof, V., en A. J. den Held, Plantengemeenschappen in Nederland. W.J. Thieme & Cie, Zutphen, 2e oplaag, 1975 (gewijzigd) (bron: Aquo) <br/> <br/> Een taxon (meervoud: taxa) is een taxonomische eenheid of taxonomische groep, een groep organismen die volgens een taxonoom een van andere groepen te onderscheiden eenheid vormt. (bro: Wikipedia) <br/> <br/> Samenvattende naam voor biologische categorieën zoals phylum, klasse, orde, familie, geslacht, soort en ondersoort. (HEA) <br/> <br/> Een taxonomische rang of taxon is een niveau in de hiërarchische indeling (taxonomie) van organismen. <br/> <br/> In de taxonomie is de rang van een bepaalde taxonomische groep enigszins arbitrair. Een rang wordt door de onderzoeker mede gekozen op grond van reeds bekende informatie over onderliggende en bovenliggende groepen, en die van zustergroepen. Taxonomische groepen kunnen dus op grond van nieuwe inzichten een andere rang krijgen. <br/> De naamgeving van organismen staat beschreven in de verschillende nomenclatuurcodes. De namen van de hogere taxa hebben vaak een uitgang die de taxonomische rang van dat taxon aangeven. Deze uitgangen zijn niet altijd voorgeschreven, er kan van worden afgeweken. Zo verschilt de uitgang voor dezelfde taxonomische rang van 'familie' voor verschillende groepen organismen: -oidea bij dieren, -aceae bij planten en schimmels, en -viridae bij virussen. (Wikipedia) <br/> <br/> Samenvattende naam voor biologische categorieën zoals phylum, klasse, orde, familie, geslacht, soort en ondersoort. (bron: DIV) <br/> <br/> Naam voor taxonomische categorieën van de levende natuur. (bron: DIV) <br/> <br/> Eenheid in het classificatiesysteem van organismen. (bron: DIV).  
Taxonomie (Grieks: τάξις táxis ordening, schikking en νόμος nómos gebruik, wet) is, in wetenschappelijk en technologisch verband, het indelen van individuen of objecten in groepen (taxa, enkelvoud taxon). Taxonomie is hiermee een vorm van classificatie. Taxonomie verwijst naar zowel de gehanteerde methodologie van de indeling als naar de hiërarchische ordening die hiervan het resultaat is. In oorsprong, en in algemene zin, is taxonomie een onderdeel van de biologie, waar het een wetenschap is; inmiddels wordt de term ook wel elders gebezigd. Een taxonomie is een systematische ordening op basis van óf a priori (vooraf gestelde) óf a posteriori (achteraf gestelde) criteria. Taxonomieën worden aangepast naargelang er nieuwe waarnemingen of ontdekkingen (in de biologie bijvoorbeeld van nieuwe soorten organismen) optreden. Op fundamenteler niveau kunnen, als gevolg van hierdoor nieuw gevormde inzichten, ook de indelingsprincipes gewijzigd worden. In de informatica ontstaat meer en meer de behoefte te komen tot een gemeenschappelijke terminologie in systemen en databases, onder andere ten behoeve van de integratie van gegevens uit verschillende systemen en ten behoeve van de eenduidige uitwisseling van productgegevens, zoals in e-business systemen en kennisgestuurde ontwerpen. Daartoe wordt gebruikgemaakt van gestandaardiseerde definities van begrippen, waarbij de begrippen in een subtype-supertype hiërarchie of taxonomie gerangschikt worden. Deze structuur heeft onder andere als groot voordeel dat eigenschappen van supertypen geërfd worden door de subtypen. Een voorbeeld van zo'n subtype-supertype hiërarchie van begrippen is het elektronische Gellish Nederlands Taxonomisch Woordenboek, waarvan tevens een uitgebreidere Engelse variant beschikbaar is. Binnen de vakgebieden informatica en kunstmatige intelligentie wordt getracht een machine door clusteranalyse automatisch een taxonomie of classificatiesysteem te laten maken van een verzameling objecten (dingen, entiteiten of individuen) op grond van hun kenmerken (eigenschappen, attributen). Een voorbeeld is het automatisch laten classificeren van een groep documenten, voor bijvoorbeeld digitale bibliotheken. In dit vakgebied wordt een onderscheid gemaakt tussen een taxonomie en een typologie. Het verschil zit vooral in de manier waarop de indeling tot stand komt (in de informatica: het classificatie-algoritme). Bij een taxonomie gaat men uit van een groep voorbeeld-objecten die men probeert te verdelen. Vervolgens wordt bekeken wat de karakteristieken van de objecten in een groep zijn, en op deze manier krijgt de taxonomie gestalte. Bij een typologie begint men vanuit het concept. Men bedenkt welke onderscheidende eigenschappen eventuele objecten normaliter zouden kunnen bezitten, en gaat vervolgens de daadwerkelijke objecten volgens deze regels indelen. Men zou kunnen zeggen dat taxonomieën empirisch (inductief) tot stand komen, en typologieën conceptueel (deductief). Een systematische ordening op basis van óf a priori (vooraf gestelde) óf a posteriori (achteraf gestelde) criteria. (ArchiXL) <br/> <br/> Studie of leer van de onderliggende verwantschap van organismen. Het classificeren van planten- en dierensoorten. (bron: Woordenwijzer Ecologie. /Aquo / DIV)  
(bron: GR, 1998a. / Aquo / DIV)  +
Het begrip techniek wordt in verschillende betekenissen gebruikt: * Het geheel van materiële zaken als voorwerpen, meubels, apparaten, dat niet tot de natuur behoort maar eens door de mens is uitgevonden, verwant met uitvinding. <br/> * Het op systematische manier toepassen van nieuwe natuurwetenschappelijke of andere georganiseerde kennis ten behoeve van praktische doeleinden, verwant met technologie. <br/> * Een bepaalde aangeleerde vaardigheid in het werk, sport of spel of in het huishouden om een bepaalde activiteit te verrichten, verwant met gestructureerd handelen. <br/> * Een vak in het onderwijs over het maatschappelijk functioneren van techniek, over technische ontwikkelingen, over de pijlers van techniek als materie, energie en informatie, over in de relatie tussen techniek en natuurwetenschappen, over de technieken om techniek voort te brengen, en of het zelf praktisch bezig te zijn op dit gebied. <br/> * Een tak van wetenschap naast de geesteswetenschap, de natuurwetenschap, en de sociale wetenschap, verwant met technische wetenschappen.  +
(bron: Maarten Looijen, ArchiXL)  +
Bijvoorbeeld een sluis of stuw. (bron: Informatie analyse keuze technische beheersactie BOAC, technisch rapport / Aquo / DIV)  +
(bron: BEBOP, gewijzigd / Aquo / DIV)  +
(bron: RWS-A, 1997 / RWS-R, 1996: Boog, T. H. M. van der, Gegevenswoordenboek Bestuurlijk-Juridische Zaken Klaswat en Wvo, EDS, nr. A2403-R-3, 15 mei 1996, pag. 37. / Aquo / DIV)  +
(bron: Informatie-analyse operationeel beheer: technisch rapport / Aquo / DIV)  +
In de architectuur en mechanica maakt men gebruik van projectie, perspectief, maataanduiding, tolerantie e.d. om zo precies mogelijk het voorwerp weer te geven. Aan de hand van een technische tekening kan dat voorwerp dan precies gemaakt worden. In de elektriciteit en elektronica dient de technische tekening of schema om de werking van een installatie of toestel voor te stellen of om aan te geven hoe de onderdelen met elkaar verbonden zijn. Deze onderdelen worden zo mogelijk voorgesteld door gestandaardiseerde symbolen; de verbindingen ertussen door lijnen. (bron: Wikipedia)  +
De eenvoudigste vorm van technologie is de ontwikkeling en het gebruik van werktuigen. Na de prehistorische ontdekking van vuurbeheersing en de latere neolithische revolutie kreeg de mens met behulp van werktuigen een grote controle over zijn voedselbronnen. De uitvinding van het wiel stelde de mens vervolgens in staat om te reizen en de omgeving sterker te beïnvloeden. Latere technologische ontwikkelingen zoals de drukpers, de telefoon en het internet, maakten het mogelijk dat mensen over langere afstanden konden communiceren. Technologie heeft belangrijke effecten. Ze ligt bijvoorbeeld aan de basis van geavanceerde economieën (inclusief de huidige wereldeconomie) en ze is een centrale component van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding geworden. Veel technologische processen produceren ongewenste bijproducten (vervuiling). Innovaties op het gebied van technologie beïnvloeden waarden binnen een samenleving en werpen vaak ethische vragen op. Bijvoorbeeld de opkomst van het begrip efficiëntie in termen van menselijke productiviteit, of nieuwe uitdagingen binnen de bio-ethiek. Vanaf de industriële revolutie ontstonden filosofische debatten over gebruik van technologie. Onenigheid bestaat over de vraag of technologie de menselijke staat verbetert of verslechtert. Het neoluddisme, het anarchoprimitivisme en soortgelijke reactionaire bewegingen bekritiseren de alomtegenwoordigheid van technologie, met als argument dat ze het milieu schaadt en sociale vervreemding vergroot. Voorstanders van ideologieën zoals transhumanisme beschouwen technologische vooruitgang juist als bevorderlijk voor de mens en de samenleving.  +
In het verlengde hiervan ligt de kweek. Zo geeft een teeltkalender aan wanneer bepaalde gewassen gezaaid, gepoot/geplant en geoogst kunnen of moeten worden. (bron: Wikipedia)  +
Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, anti-worteldoek, boomteelthekken, hagelnetten, insectengaas, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten. (bron: www.waterwizard.nl / Aquo)  +
(bron: HEA) <br/> <br/> De teeltvrije zone is de strook tussen de insteek van het talud en het hart van de buitenste plantenrij van het gewas op het perceel. Teeltvrije zones zijn nodig om het water in sloten beter te beschermen tegen afspoeling en verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen. Ook mag er in de teeltvrije zone niet worden bemest. Hierdoor wordt de uitspoeling en afspoeling van meststoffen beperkt. (bron: waterschap Hunze en Aa's) <br/> <br/> Een teeltvrije zone is een strook land tussen het land waarop gewassen worden geteeld en een oppervlaktewaterlichaam. In de teeltvrije zone mogen wel gewassen aanwezig zijn. Soms hebben deze een functie als vanggewas. <br/> <br/> De breedte van de teeltvrije zones varieert van 500 tot 50 centimeter. De breedte van de teeltvrije zone wordt gemeten van het midden van het gewas tot de insteek van het oppervlaktewater. Teeltvrije zones zijn multifunctioneel: * Zij verminderen de drift en de afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater. * Zij reduceren de afspoeling van meststoffen en zware metalen. <br/> Daarbij hebben teeltvrije zones volgens onderzoek van het RIVM positieve effecten voor de biodiversiteit en het landschapsbeheer. <br/> <br/> Een teeltvrije zone heeft ook een vangnet functie. Apparatuur realiseert niet altijd en overal de gemeten driftreductie. Dit komt door normale slijtage of invloed van andere factoren (bron: InfoMill)) <br/> <br/> Teeltvrije zones moeten worden aangehouden langs sloten en greppels die tussen 1 april en 1 oktober (spuitseizoen) water bevatten. <br/> <br/> Teeltvrije zones zijn niet nodig als er sprake is van droge sloten en greppels én watergangen met stuwtjes die zonder stuwtjes niet watervoerend zijn tussen 1 april en 1 oktober. <br/> <br/> De breedte van de teeltvrije zone wordt gemeten van het midden van het gewas tot de insteek van het oppervlaktewater. <br/> <br/> In de teeltvrije zone mogen wel gewassen aanwezig zijn. Soms hebben deze een functie als vanggewas. De breedte van de teeltvrije zones varieert van 500 tot 50 centimeter. De breedte van de teeltvrije zone wordt gemeten van het midden van het gewas tot de insteek van het oppervlaktewater. Teeltvrije zones zijn multifunctioneel: Zij verminderen de drift en de afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlaktewater. Zij reduceren de afspoeling van meststoffen en zware metalen. Daarbij hebben teeltvrije zones volgens onderzoek van het RIVM positieve effecten voor de biodiversiteit en het landschapsbeheer <br/> (bron: Waterschap Hunze en Aa's.) <br/> <br/> Artikel 3.85 Activiteitenbesluit <br/> * 1. Binnen een teeltvrije zone als bedoeld in artikel 3.79, tweede lid, worden geen meststoffen gebruikt. <br/> * 2. In afwijking van het eerste lid is het bij de teelt van opwaarts en zijwaarts te bespuiten boomkwekerijgewassen of van appelen, peren en overige pitvruchten en steenvruchten, toegestaan binnen een teeltvrije zone meststoffen te gebruiken op een afstand van ten minste 25 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, indien binnen die zone geen ander gewas dan gras wordt geteeld. <br/> * 3. In afwijking van het eerste lid en onverminderd het zesde lid is het pleksgewijs bemesten van een vanggewas op de teeltvrije zone op een afstand van ten minste 50 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam toegestaan, indien het vanggewas voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. <br/> * 4. Bij het gebruik van korrelvormige of poedervormige meststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone gebruik gemaakt van een voorziening die de verspreiding van die meststoffen richting het oppervlaktewaterlichaam verhindert. <br/> * 5. Bij het gebruik van bladmeststoffen op een strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone: o a. bij het bemesten van gewassen als bedoeld in artikel 3.80, eerste en vierde lid, gebruik gemaakt van kantdoppen die aan de zijde van het oppervlaktewaterlichaam een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligen en andere driftarme doppen die zich niet hoger dan 50 centimeter boven het gewas of de kale bodem bevinden, of o b. bij het bemesten van gewassen als bedoeld in artikel 3.80, tweede en derde lid, geen gebruik gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. <br/> * 6. Bij het gebruik van bladmeststoffen bij de teelt van een gewas waarbij ingevolge artikel 3.79, zevende lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, geen teeltvrije zone wordt aangehouden, wordt gebruik gemaakt van een emissiescherm, dat voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen. <br/> * 7. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het gebruik van meststoffen langs de oppervlaktewaterlichamen, aangewezen in de bijlage bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. <br/> * 8. Op braakliggend land worden binnen een afstand van 50 centimeter vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam geen meststoffen gebruikt. <br/>  
Horizontaal gedeelte van een dijk, aan de buitenzijde gelegen, als overgang tussen de harde bekleding en de rest van het talud of de vooroever Ook wel ‘kreukelberm’ (Zeeland) of ‘plasberm’ genoemd. (Bron: Delta Expertise)  +
(bron: Themagroep: Geografie/watersystemen / Aquo) <br/> <br/> Een tekening is een duurzame neerslag van tekenmateriaal (potlood, pen, penseel, plotter) op een drager (papier, doek of plaat). Men maakt onderscheid tussen: * een kunstzinnige tekening * een technische tekening <br/> (bron: Wikipedia)  +
Textmining is verwant aan tekstanalyse; de termen worden vaak door elkaar gebruikt. Hoewel ook in tekstanalyse kwantitatieve methoden worden gebruikt, verwijst textmining eerder naar analyse op grote schaal: bij ondernemingen in het kader van business intelligence, bijvoorbeeld om feedback van klanten te analyseren, en bijvoorbeeld in de sociale media om de publieke opinie in kaart te brengen (sentiment analysis). In de biotechnologie wordt textmining ingezet om wetenschappelijke informatie te analyseren uit de gigantische hoeveelheid publicaties. Textmining wordt ook benut door inlichtingendiensten. In die zin kan textmining beschouwd worden als een vorm van datamining. Textmining kan daarbij als doel dienen om een dataset te genereren waarop vervolgens statistische analyses worden toegepast. Textmining is een toegankelijker woord voor bepaalde onderdelen uit het brede gebied van computationele taalkunde. Dit kennisgebied houdt zich bezig met het verwerken van menselijke taal door computers.  +
Moderne vormen van telecommunicatie zijn: (mobiele) telefoon, radio, televisie en internet. Een oudere vorm is telegrafie. Experimenten om te communiceren op afstand zijn zeer oud (vuur, rooksignalen, heliograaf, de optisch-mechanische telegrafie ontwikkeld door Claude Chappe in Frankrijk vanaf 1793 enz.). <br/> <br/> De overdracht van informatie vindt via elektromagnetische weg plaats, bijvoorbeeld in kabels (elektrische signalen), glasvezel (licht) of met radiogolven door 'de ether'. Door koppeling met randapparatuur, multiplexers en schakelapparatuur (bijvoorbeeld een telefooncentrale of een IP-router of een ATM-switch) ontstaan telecommunicatienetwerken waarop grote aantallen gebruikers kunnen worden aangesloten, en waarmee de gewenste Quality of Service kan worden gerealiseerd.  +
Verbinding tussen twee (digitale) systemen waarbij de waarneming van het ene systeem op afstand door het andere systeem kan worden uitgelezen. Het gebruik van radiogolven, telefoonlijnen enz. Om de meetwaarden van meetinstrumenten door te sturen naar een apparaat waarop de meetwaarden kunnen worden aangegeven of geregistreerd.  +
(bron: CROW / Aquo / DIV)  +
Dit is vergelijkbaar met thematische nauwkeurigheid, maar gaat specifiek in op attributen die betrekking hebben op tijd. Deze data moeten zoveel mogelijk overeenkomen met de daadwerkelijke tijd. (bron: ArchiXL)  +
Met temporele resolutie wordt bedoeld hoe vaak een satelliet over komt. Temporele resolutie verwijst naar de discrete resolutie van een meting met betrekking tot tijd.  +
In de eenvoudigste vorm is dit een met water gevulde buis, aan een kant verbonden met een vloeistof manometer en aan de andere kant voorzien van een poreus materiaal of een waterdoorlatend membraan, geplaatst in het beschouwde punt van de onverzadigde zone. (bron: Aquo / DIV) <br/> <br/> Een tensiometer is een meetinstrument dat gebruikt wordt voor het meten van het vochtgehalte van de bodem aan de hand van de zuigspanning. Een tensiometer met watervulling kan zuigspanningen van 0 tot ongeveer -850 hPa of 2,7 pF meten. Het meten gebeurt met behulp van een luchtdichte, poreuze keramiekcel, die een maximale poriëngrootte heeft van ongeveer 1 µm. De keramiekcel wordt in de bodem geplaatst. Door het doorzichtige, kunststof peilglas kan gezien worden of deze geheel met water gevuld is. Het peilglas wordt gevuld met ontgast water, dat eventueel met een kleurstof gekleurd is. Wanneer de bodem rond de keramiekcel uitdroogt wordt er zoveel water aan de keramiekcel onttrokken totdat er een evenwicht met het omringende bodemvocht is. De ontstaande onderdruk wordt zichtbaar gemaakt met een manometer of met een elektronische druksensor vastgelegd. Bij bodemfysische onderzoekingen kan met behulp van tensiometers op verschillende diepten de waterhuishouding van de bodem continue gemeten worden. In de land- en tuinbouw worden tensiometers gebruikt voor de automatische beregeningsinstallaties. Hierbij kan zoveel water gegeven worden dat de planten de optimale waterhoeveelheden krijgen zonder dat er uitspoeling van voedingsstoffen optreedt. (bron: Wikipedia)  +
(bron: Woordenwijzer Ecologie. / Aquo / DIV) <br/> <br/> Teratogeen (Grieks teras = monster, gennan = voortbrengen) is de eigenschap van een stof of een ziekte om bij de foetus afwijkingen te veroorzaken als de moeder tijdens de zwangerschap met de stof in aanraking komt, deze inademt of inneemt, dan wel de ziekte doormaakt. Van een groot aantal chemische stoffen en van sommige geneesmiddelen is bekend dat zij aangeboren afwijkingen kunnen veroorzaken. Het slaapmiddel thalidomide (merknaam Softenon) en DES, dat vroeger werd gegeven om miskramen te voorkomen, zijn hiervan bekende voorbeelden. Ook alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, roken en vele drugs hebben aangetoonde nadelige gevolgen voor de vrucht. Verder kan besmetting met een virus dit verschijnsel veroorzaken, zoals rodehond. (bron: Wikipedia)  +
(Bron: Kadaster) <br/> <br/> Heuvel aangelegd tot wijkplaats bij overstroming, vaak permanent bewoond. (bron: Aquo) <br/> Heuvel, terp, voor de veiligheid opgeworpen tegen vijandelijke aanvallen of watervloed, om er een sterkte (burcht, donjon) of wijkplaats op te bouwen. (Bron: Haslinghuis) <br/> <br/. In het kustgebied stammen de terpen uit de periode vóór de bedijking. De oudste zijn opgeworpen vanaf de 4e eeuw v. Chr. De woonheuvels werden opgeworpen met huisvuil, mest en kwelderzoden. Terpen werden naderhand vaak meermalen verhoogd. De aanvankelijke kleine huisterpen Groeiden soms in de loop van de tijd aaneen tot grote dorpsterpen.De terpen zijn niet alle in dezelfde tijd ontstaan. Nog in de Vroege Middeleeuwen werden nieuwe opgeworpen. Veel terpen zijn periodiek onbewoond geweest. De bewoningshiaten waren vermoedelijk het gevolg van het feit dat in sommige tijdperken de overstromingsfrequentie of -hevigheid relatief groot was. Ook werden sommige terpen in dergelijke tijdperken voorgoed verlaten.De locatie van een terp werd in sterke mate bepaald door de mogelijkheden die ter plaatse aanwezig waren voor agrarische activiteiten. De terpbewoners waren voor hun levensonderhoud voor een belangrijk deel aangewezen op landbouw. De hier gebruikelijke vormen van landbouw richtten zich zowel op de voortbrenging van voedsel- en gebruiksgewassen als op de instandhouding van een veestapel. De hoogteligging en de waterhuishouding waren dus zeer belangrijk voor de keuze van een bewoningslocatie. De akkers lagen het hoogst: op de hogere oeverwallen en kwelderruggen. Ook de randen van de terpen zelf waren in gebruik als akkerland. De weilanden bevonden zich op de lagere delen van de kwelders. De weg rondom een terp wordt een ossenweg genoemd.Een groot aantal terpen is vanaf de negentiende eeuw afgegraven voor de winning van terpaarde.De terpen in het Rivierengebied zijn juist na de bedijking opgeworpen, toen een dijkdoorbraak tot hogere overstromingen leidde dan in het eerdere onbedijkte landschap. In het veengebied zijn terpjes aangelegd om droog te kunnen wonen in een gebied dat van nature erg nat was en bovendien door maaivelddaling steeds natter werd. (Bron: CHT) <br/> <br/> Een terp is een ter bewoning aangelegde verhoging in het landschap. Het woord terp is een Friese variant van "thorp" (dorp), dat in vele varianten van het Oudgermaans voorkomt (Gotisch: thaurp). Er wordt een kunstmatige heuvel (landvorm) mee aangeduid, die werd opgeworpen om bij hoogwater een droge plek te hebben. In Groningen wordt meestal de benaming wierde gebruikt, in Noord-Holland en het eiland Marken de benaming werf, in Noord-Duitsland de benamingen warft, wurt of wierde en in Denemarken værft, varft of verft. Berendsen (2005) stelt dat het Groningse woord wierde eigenlijk een betere benaming is dan terp, omdat het eerste 'woonheuvel' zou betekenen en het tweede 'dorp' (zie ook de betreffende paragraaf). De etymologie van het woord wierde (dat mogelijk op meerdere woorden teruggaat) is volgens het WNT echter onzeker en zou eerder samenhangen met het woord 'weren' (zich verdedigen). Deze woonheuvels zijn geleidelijk ontstaan nadat bewoners zich in het Fries-Groningse kweldergebied gevestigd hadden vanaf de zesde eeuw voor Christus. Deze door aanslibbing van de zee gevormde vruchtbare gronden, op sommige plaatsen een lage kwelderwal, boden een goede woonplaats. De boeren waren echter door de stijgende zeespiegel gedwongen hun huis en have te redden op terpen, die in omvang en hoogte steeds toenamen.[3][4] Terpen kwamen voor langs de hele Waddenkust van West-Europa; in België, Noord-Nederland, Noord-Duitsland en West-Denemarken. In Groningen en Friesland liggen waarschijnlijk rond de 2000 terpen. Bij een inventarisatie in 1963 werden 587 terpen geteld in Groningen en bij een inventarisatie in 1979 955 in Friesland. Er worden echter nog regelmatig nieuwe terpen ontdekt, waarvan de meeste in de loop der tijd overslibd zijn geraakt. (Bron: Wikipedia)  
De definitie houdt sterk verband met die voor water: in principe kan alles dat geen water is, worden beschouwd als terrein. <br/> <br/> Door een type landgebruik gekarakteriseerd, zichtbaar begrensd stuk grond. Bron NEN 2767-4 (CBNL) <br/> <br/> Een zichtbaar begrensd gedeelte van het aardoppervlak dat niet bedekt is met water. (bron: DIV)  +
Een terristrische meting is een meting vanaf de aarde, bijv. een meting met een waterpasinstrument, tachymeter of GPS toestel (rover). (bron: Wikipedia) <br/> <br/> Op het land (in tegenstelling met 'aquatisch'). (bron: DIV) <br/> <br/> Voorkomend (groeiend) op minerale substraten - op het land. Tegenstelling: aquatisch (bron: Woordenwijzer Ecologie. / Aquo)  +
KRW categorie om het gedeelte van de Nederlandse territoriale zee van 1 tot 12 zeemijl aan te duiden. Van 0 tot 1 zeemijl is kustwater. Territoriaal water wordt niet genoemd als waterlichaamcategorie in de KRW. Echter, artikel 2.1 van de KRW geeft aan dat de chemische status ook voor territoriaal water geldt. Deze optie als categorie geeft lidstaten de mogelijkheid om voor territoriaal water relevante informatie te rapporteren. (Bron: Dienst Hydrografie van Defensie) <br/> <br/> Territoriale wateren (ook wel: territoriale zone, territoriale zee) zijn een zeestrook, grenzend aan het landgebied van een kuststaat, waarover de soevereiniteit van deze staat zich uitstrekt (met inbegrip van het luchtruim, de bodem en de ondergrond). De territoriale wateren worden gescheiden van het landgebied en de binnenwateren door de basislijn. Binnen de territoriale wateren kan een land zelf zijn wetten bepalen en rechtspraak toepassen.  +
(bron: Woordenwijzer Ecologie. / Aquo / DIV) <br/> <br/> Een territorium of revier is bij dieren een tegen soortgenoten verdedigd leefgebied, hetzij door een individu, hetzij door een sociale groep. Het is een gebied om voedsel te zoeken en de jongen te verzorgen. (bron: Wikipedia)  +
(bron: Aquo / DIV) <br/> <br/> Het Tertiair is een geologisch tijdperk dat volgt op het Krijt en wordt opgevolgd door het Kwartair. Het Tertiair duurde van 66,0 tot 2,58 miljoen jaar (Ma) geleden. Het 'Tertiair' is een eenheid binnen de era Cenozoïcum. De term 'Tertiar' werd voor het eerst gebruikt door de Italiaanse geoloog Giovanni Arduino rond 1750. Hij verdeelde de geologische tijdschaal in een eerste 'primitief' tijdperk (Primair), een tweede meer ontwikkeld tijdperk (Secondair) en een derde tijdperk (Tertiair). Later werd er een vierde 'modern' tijdperk (Quartair) aan toegevoegd. Hij baseerde dit op zijn observaties van de geologie van Noord-Italië.[1] Bij een latere revisie van de geologische tijdschaal is het begrip 'Tertiair' verlaten en vervangen door Neogeen en Paleogeen. Ondanks deze verandering wordt het begrip 'Tertiair' nog steeds zeer veel gebruikt. Er is in de geologische wereld verschil van mening over het verdwijnen van deze term. Zo heeft de Amerikaanse Geologische Dienst besloten de term gewoon te handhaven. Ook in Nederland (en andere Europese landen) wordt de term nog veel gebruikt (bijvoorbeeld: Wong, et al., 2007). Er zijn grote groepen invloedrijke geologen die terugkeer van de term 'Tertiair' voorstaan en het is zeker niet ondenkbaar dat zij toch weer in de stratigrafische kolom terugkeert. Het Tertiair is hier als sub-era gehandhaafd. Omdat vooraf en erna geen sub-era's aanwezig zijn, 'hangt' het Tertiair in de huidige indeling. Tijdens het Internationaal Geologisch Congres van 2008 in Oslo is een formeel voorstel gedaan dat als volgt luidt: "Het Tertiair wordt hier voorgesteld als een periode/systeem voorafgaand aan het Kwartair en met een basis zoals gedefinieerd door het GSSP dat de basis van de Danien etage aangeeft bij ongeveer 66,0 Ma. Het Neogeen en het Paleogeen, thans aangemerkt als perioden, worden dan sub-perioden binnen het Tertiair. De top van het Tertiair zou worden aangegeven door de basis van het Kwartair bij 2.6 Ma." Dit voorstel is aangehouden en niet in stemming gebracht. Het Tertiair wordt onderverdeeld in de volgende tijdvakken: * Plioceen (5,333 - 2,58 Ma) * Mioceen (23,03 - 5,333 Ma) * Oligoceen (33,9 - 23,03 Ma) * Eoceen (56,0 - 33,9 Ma) * Paleoceen (66,0 - 56,0 Ma) (bron: Wikipedia)  
Tertiaire oppervlaktewaterlichamen zijn de (particuliere) sloten (groen weergegeven op de gis-kaart) die niet op de schouwlegger staan. Deze oppervlaktewaterlichamen kunnen soms een belangrijke functie voor de waterhuishouding hebben, echter is er in dit geval dan maar een belanghebbende. Deze waterlichamen mogen niet gedempt worden tenzij ze in hoog en droog gebied liggen, zie hiervoor de algemene regel dempen kaart.  +
Een sloot is een watergang (keur: zegt oppervlaktewatersysteem) op plaatsen waar regenwater samenstroomt, zodat het gezamenlijk kan worden afgevoerd om wateroverlast te voorkomen. Een sloot is een onderdeel van de waterhuishoudkundige infrastructuur. Het via sloten afgevoerde water wordt elders weggepompt. Het is belangrijk dat de stroming van het water onbelemmerd is. Hiervoor worden schouwsloten bij de schouw gecontroleerd. Overige sloten worden niet geschouwd. De sloten worden naar de afvoerrichting gedigitaliseerd.  +
(bron: NCS / Aquo) <br/> <br/> Afsluitconstructie waardoor stroming in slechts één richting mogelijk is. <br/> <br/> Een terugslagventiel, terugstroombeveiliger, terugslagklep of keerklep, is een ventiel dat wordt gebruikt om water, vloeistof, granulaat, poeder of gas in één richting door te laten. Meestal duwt het medium de klep bij het heenstromen open en sluit een veer of de zwaartekracht de klep. In andere gevallen duwt het medium bij het terugstromen de klep zelf dicht. Het onderscheid ligt in de uitvoering en de toepassing. Terugslagventielen zijn te vinden in bijvoorbeeld de pomp en de luchtbanden voor fietsen (zie fietsventiel), luchtbedden of auto's. In de hydrauliek komen al dan niet gestuurde terugslagkleppen veelvuldig voor. (bron: GWSW)  +
(bron: IDsW / Aquo) <br/> <br/> Witte fosfor of tetrafosfor is een allotroop van fosfor met als brutoformule P4. Witte fosfor (kleine nucleaire) kan verkregen worden door de damp die uit P4-moleculen bestaat tot een vaste stof te laten condenseren. Witte fosfor heeft bij gewone temperaturen een kubische structuur. Bij lage temperaturen gaat de stof reversibel over in een structuur die waarschijnlijk hexagonaal is. Witte fosfor is metastabiel en lichtgevoelig. Onder invloed van licht kunnen de bindingen in het molecuul openbreken en nieuwe bindingen met een buurmolecuul ontstaan. Dit is het begin van de overgang tot de stabielere rode vorm maar vaak ontstaat een amorfe gele overgangstoestand die slechts bij verwarming uitkristalliseert tot de rode vorm. (bron: Wikipedia)  +
Dit gaat vooral over of data inhoudelijk kloppen. Idealiter is dat of ze overeenkomen met de werkelijkheid, maar in de praktijk is dat of ze overeenkomen met een registratie die dichter bij de werkelijkheid ligt of meer betrouwbaar is. Heel specifiek gaat het alleen over die data die geen betrekking hebben op locatie, tijd of kwantiteit omdat die onder andere, meer specifieke indicatoren vallen. ISO/IEC 25012 maakt daarbij nog onderscheid tussen syntactische en semantische juistheid. De eerste gaat bijvoorbeeld over het registreren van het woord Mary als Marj. De tweede gaat bijvoorbeeld over het registreren van het woord John als George. Er bestaan methoden om de mate van syntactische en semantische juistheid van woorden te bepalen. Syntactische juistheid kan bijvoorbeeld worden bepaald met vergelijkingsfuncties die het aantal toevoegingen, verwijderingen of wijzigingen tellen om te komen van de attribuutwaarde tot de werkelijke waarde. Semantische juistheid kun je bijvoorbeeld bepalen door te kijken naar de onderlinge relatie van de attribuutwaarde en de werkelijke waarde in een thesaurus. (bron: ArchiXL)  +
Met een theodoliet kan men horizontale en verticale hoeken meten met een hoge nauwkeurigheid. Dit toestel is in essentie niet meer dan een kijker die om twee assen draait: een verticale as, ook wel de eerste as genoemd en een horizontale as, ook wel de tweede as genoemd. Op beide assen zit een systeem dat het toelaat de waarde van de betreffende hoek af te lezen. Bij de oudere optisch-mechanische toestellen gebeurde dat met een ringvormige glasplaat waarin een verdeling was aangebracht. Met behulp van een index en afleesinrichting, en soms met microscopen, werd de waarde gelezen. Het waren kolossale instrumenten, die soms wel 90 kg wogen.[1] Bij de huidige elektronische theodoliet gebeurt dit met behulp van een roterende glazen cirkelrand waarop een vast aantal verdelingen is aangebracht (bijvoorbeeld 1024). Een stel indexen leveren hier de hoekwaarde. Een buisniveau, zoals in een waterpas, in het toestel ingebouwd, laat het toe om het toestel op waterpas te zetten. In die toestand zou de eerste as verticaal moeten staan en de tweede as horizontaal. Om voldoende nauwkeurig te werken voor de landmeetkunde bruikbare resultaten, dient een theodoliet zeer nauwkeurig gebouwd te worden. Niettegenstaande zijn hoge nauwkeurigheid heeft elk toestel nog steeds een aantal fouten in zich. De landmeter of topograaf dient daarmee vertrouwd te zijn. Een theodoliet is niet in staat om afstanden te meten. Nochtans zijn afstanden meestal essentiële elementen bij de meetmethoden waarin een theodoliet wordt ingezet (driehoeksmeting, veelhoeksmeting etc.). Die afstanden dienen dus met andere instrumenten te worden gemeten. Een moderne, gecomputeriseerde theodoliet met afstandsmeter is een totaalstation of tachymeter. Het is pas sedert de opkomst van de digitale afstandsmeter en later de digitale theodoliet dat beide toestellen steeds meer met elkaar zijn versmolten. Tegenwoordig gebruikt de landmeter meestal een totaalstation, zijnde de combinatie van theodoliet, afstandsmeter en digitale registratie.  
Thermisch infrarood wordt vaak gebruikt in thermografie, een techniek waarbij speciale camera’s warmtebeelden maken van objecten. Deze beelden kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om warmteverlies in gebouwen op te sporen, elektrische installaties te controleren of zelfs in medische toepassingen. (bron: Wikipedia) Het waterschap gebruikt deze techniek om o.a. wellen op te sporen achter de waterkeringen. (bron Hunze en Aa's)  +
Een plotselinge stijging van de watertemperatuur in een waterlichaam waarin thermisch effluent wordt geloosd veroorzaakt aanzienlijke schade aan de fysiologische functies van vissen en schaaldieren die geen homotherm bloed hebben. Bron: International Navigation Association (2000) Glossary of Selected Environmental Terms, Report of Working Group n.º3 of the Permanent Environmental Commission, Supplement to Bulletin No. 104.  +
(bron: http://www.vliz.be / Aquo)  +