echolood

Eigenschappen

Voorkeurslabelecholood
DefinitieToestel dat de diepte aangeeft op basis van akoestische metingen.
Synoniemecho sounder
Toelichting op definitieMeting ontstaat door de looptijdmeting na uitzending - weerkaatsing - terugontvangst van een akoestisch signaal. Door de halve looptijd te vermenigvuldigen met de geluidssnelheid in water wordt de diepte bepaald. Kan worden onderscheiden in enkelvoudig echolood en padloder.


Een echolood is een instrument dat gebruikt wordt om vanaf het water de waterdiepte te bepalen. Dit is de afstand tussen de bodem van het betreffende water en de kiel van een schip. De gemeten waterdiepte noemt men de loding. Internationaal heeft men het over een echo sounder, maar die wordt ook voor seismologisch onderzoek gebruikt.

In de hydrografie is de afstand tussen de bodem en het wateroppervlak van belang. Deze kan eenvoudig worden berekend door de diepgang van het schip ter plaatse van de voor het loden gebruikte transducer bij de loding op te tellen.

De waterdiepte wordt bepaald aan de hand van een geluidstrilling die verticaal naar beneden wordt uitgezonden, door een voor dit doel aangebrachte transducer. De propagatiesnelheid van deze trilling door het water bedraagt 1500 m/s. Door het nauwkeurig meten van de echotijd - tijd tussen het zenden en ontvangen van een trilling - kan het echolood de diepte bepalen. d=1/2 *v *t
d = waterdiepte
v = propagatiesnelheid van de trilling

t = echotijd
Exacte overeenkomsthttp://www.aquolex.nl/html5/?id=24717&type=term
Afbeelding van800px-Sediment_echo-sounder_hg.png

Echolood.

De transducer die de geluidspulsen naar de bodem stuurt, heeft een bepaalde openingshoek. Dat wil zeggen dat de geluidspulsen worden uitgewaaierd, als een kegelvorm, weggezonden. De tophoek van deze kegel, de openingshoek van de transducer, wordt bundelbreedte genoemd. Deze bundelbreedte is van groot belang voor de nauwkeurigheid waarmee gemeten kan worden.

De bundelbreedte is afhankelijk van de gebruikte frequentie en van de afmetingen van de transducer.

Hoe lager de frequentie, hoe hoger de bundelbreedte. Hoe lager de frequentie, hoe groter de transducer.

Het effect van de bundelbreedte op echolodingen is echter zeer groot.

In alle gevallen zal echter het echolood de punten in het bundelgebied registreren die het dichtst bij liggen, de echo’s van deze punten zijn tenslotte het eerst terug. Dit kan onder andere tot gevolg hebben dat relatief smalle sleuven niet geregistreerd worden en dat in het algemeen oneffenheden verminkt zichtbaar worden. Bovendien zal de afwijking van de werkelijke diepte altijd naar ondiepere waarden leiden.

Er zijn transducers beschikbaar met zeer kleine bundelhoeken, bijvoorbeeld 3 graden bij een frequentie van 210 kHz is een veel toegepast type transducer. Men moet hierbij echter goed bedenken dat de voordelen van deze kleine bundelhoek alleen opgaan bij scheepsbewegingen die ook binnen die 3 graden (ofwel +1, 5 en –1, 5 graden) liggen. Over het algemeen zal een peilvlet al snel meer slingeren dan deze waarde, zodat dan niet meer verticaal onder de transducer gemeten wordt en het effect van de kleine bundelhoek door de positiefout weer tenietgedaan wordt.
Echosounder_systemen.jpg

Overzicht verschillende echolood systemen.

Relaties

VertrekpuntRelatieEindpunten
echoloodBron van
echoloodGerelateerd

Afgeleide relaties

VertrekpuntRelatieEindpunt
multibeam echolood (Begrip)Brederecholood
singlebeam echolood (Begrip)Brederecholood
Rdf.jpg