- stedelijk waterbeheer
stedelijk waterbeheer
Eigenschappen
| Voorkeurslabel | stedelijk waterbeheer |
|---|---|
| Definitie | Stedelijk waterbeheer omvat alle maatregelen en processen gericht op het beheren van water in bebouwde gebieden. Het betreft de afvoer, berging, zuivering en hergebruik van hemelwater, afvalwater en oppervlaktewater binnen stedelijke omgevingen, met als doel wateroverlast te voorkomen, de waterkwaliteit te verbeteren en klimaatadaptatie te ondersteunen. |
| Toelichting op definitie | Kernelementen:
|
| Bijna overeenkomst | https://unievanwaterschappen.nl/wp-content/uploads/2022/04/Handreiking-Stedelijk-waterbeheer-onder-de-Omgevingswet-BIJLAGE.pdf |
| Afbeelding van | Maaien van een hoofdwatergang in de bebouwde kom. |
| Status | Concept |
Relaties
| Vertrekpunt | Relatie | Eindpunten |
|---|---|---|
| stedelijk waterbeheer | Breder | |
| stedelijk waterbeheer | Bron van |
|
| stedelijk waterbeheer | Gerelateerd |
Afgeleide relaties
| Vertrekpunt | Relatie | Eindpunt |
|---|---|---|
| bebouwde kom (Begrip) | Gerelateerd | stedelijk waterbeheer |

Het geheel van onderzoekingen, plannen, technische werken en bestuurlijke maatregelen, dat dient om te komen tot een zo doelmatig mogelijk integraal beheer van het aanwezige grond- en oppervlaktewater.
Beschrijving van de generieke kenmerken waarover een object dient te beschikken om te worden geclassificeerd als instantie van een specifiek objecttype.
Activiteiten die worden uitgevoerd ter verbetering van werken.
Actie die genomen moeten worden om de doelstellingen te halen.
Het verantwoordelijk zijn en zorgdragen voor het handhaven of bereiken van een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau van het beheerde object of de beheerde functie.
Objectcategorie in het natte beheer van de infrastructuur waaraan functie-eisen gesteld worden voor m.n. ecologie en waterkwaliteit, drinkwater, regionale watervoorziening, beroepsvisserij koelwater en zwemwater.
Grondoppervlak in principe bedekt met water.
De meest algemene, over de gehele aarde verbreide vloeistof die, als zij zuiver is, geen kleur, reuk of smaak heeft en waarvan de moleculen uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof bestaan (H2O).
Het geheel van virtuele en fysieke (aanwijsbare) opdelingen en indelingen van het aardoppervlak.
Debiet uit een gebied.
Het volume water dat aanwezig is binnen een bepaald gebied, eventueel gespecificeerd in een nader aan te geven deel van de grond.
Het opslaan van een hoeveelheid stof in een bepaald gebied.
Een inrichting waar het rioolwater wordt gezuiverd tot effluentkwaliteit dat geloosd mag worden op het oppervlakte water.
Neerslag in de vorm van vloeibare water druppels met diameter groter dan 0.5 mm.
Water dat na gebruik overblijft en biologisch, chemisch of thermisch is verontreinigd.
Alle water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.
Vloeibare afvalstoffen die via het riool of per as aangevoerd worden.
Het grondoppervlak in principe bedekt met water.
Een toestand of conditie van de organisatie die tot stand moet worden gebracht of behouden.
Verzamelterm voor schade, ongemak en ontreddering door hoge waterstanden ten gevolge van overvloedige neerslag en/of onvoldoende ontwatering.
De kwaliteit van water in sloten en rivieren wordt bepaald door de stoffen die in het water zitten.
Beschrijving van de generieke kenmerken waarover een object dient te beschikken om te worden geclassificeerd als instantie van een specifiek objecttype.
Afvoer van gezuiverd afvalwater naar oppervlaktewater.
Het intreden van water aan het grondoppervlak.
Water afkomstig uit neerslag.
Water in vaste of vloeibare vorm dat uit de atmosfeer op het aardoppervlak valt.
Een stelsel van (civiel)technische voorzieningen dat zich onder of boven het aardoppervlak bevindt, bestemd voor de inzameling, transport en tijdelijke opslag van afvalwater.
Afsluitbare duiker waardoor het water in en uit een sluiskolk kan worden gelaten. Bij sluizen met een groot verval gebruikt men vaak omloopriolen.
Oppervlakte-infiltratiesysteem waarbij afstromend regenwater bovengronds wordt geborgen in een verlaagde groenzone en van daaruit via een humeuze toplaag wegzijgt naar een infiltratiekoffer met drain. Als infiltratie niet mogelijk is vindt afvoer naar oppervlaktewater plaats via de drain.
Het proces of de handeling waarbij iets naar elders wordt overgebracht.
Het verantwoordelijk zijn en zorgdragen voor het handhaven of bereiken van een vooraf vastgesteld kwaliteitsniveau van het beheerde object of de beheerde functie.
Gegraven waterpartij, aangelegd in stedelijke omgeving of in een parklandschap.
Een gracht is een gegraven greppel met water, die hoofdzakelijk voorkomt in oude steden.
Algemene benaming voor een waterloop van beperkte breedte die stilstaand of slechts langzaam stromend water bevat.
De leer van de onderlinge betrekkingen tussen levende organismen en hun milieu.
Hittestress is een “aandoening veroorzaakt door extreme hitte, die zich uit in diverse lichamelijke klachten, waarbij mensen en dieren warmte niet kwijt kunnen.
Een periode van abnormaal droog weer die lang genoeg duurt zodat het gebrek aan water een serieuze hydrologische impact heeft in het getroffen gebied.
Water in vaste of vloeibare vorm dat uit de atmosfeer op het aardoppervlak valt.
Als functie van wateren: het tijdelijk of langdurig bergen van (regen)wateroverschotten uit de omgeving.
Het volume water dat aanwezig is binnen een bepaald gebied, eventueel gespecificeerd in een nader aan te geven deel van de grond.
Een persoon die de bevoegdheid heeft om een taak of activiteit op te leveren, en van wie dat wordt verwacht.
Een overheidsinstantie die in een bepaalde regio in Nederland tot taak heeft de waterhuishouding te regelen. De regio wordt niet bepaald door gemeente- of provinciegrenzen, maar door stroomgebieden.
Geconcentreerde uitstroming van kwelwater.
Grondwater dat op natuurlijke wijze uit het aardoppervlak tevoorschijn komt.
Het systeem dat de in te winnen grootheden levert.
Een bron is de plaats of organisatie waar bepaalde informatie is ontstaan en/of beschikbaar wordt gesteld, of de documenten waarin die informatie is vervat.
Punt van waaruit grondwater wordt onttrokken.
Oorsprong van een emissie.
Een overheidsinstantie die in een bepaalde regio in Nederland tot taak heeft de waterhuishouding te regelen. De regio wordt niet bepaald door gemeente- of provinciegrenzen, maar door stroomgebieden.
Obligatoire verbintenisscheppende, meerzijdige rechtshandeling in de vorm van een wilsovereenkomst tussen twee of meer partijen gericht op het in het leven roepen van verbintenissen.
Document dat een tweedimensionale representatie van een object, persoon of situatie is. Toelichting: Een voor de hand liggend voorbeeld is een foto van een persoon. Er zijn evenwel diverse andere soorten van tweedimensionale representaties van objecten.
Maaien is het verwijderen van het bovengrondse deel van een plant, handmatig met een zeis of machinaal met een maaimachine. De plant wordt enkele centimeters of, zoals bij spinazie, vlak boven de grond afgemaaid.
Watergangen, zoals sloten en singels, zijn bedoeld om overtollig regenwater af te voeren naar gemalen. Watergangen die voor de afvoer erg belangrijk zijn worden hoofdwatergangen genoemd. Over het algemeen zijn deze watergangen wat breder en dieper dan overige watergangen.
Wateren waaraan het hoogheemraadschap of waterschap een belangrijke functie toekent in de wateraan- en -afvoer en waterberging. De ligging van primaire wateren is aangegeven op de bij de Keur behorende Keurkaarten.
Mentale representatie van een soort ding.
De typering van het structurele verband tussen een object van een objecttype en een (ander) object van een ander (of hetzelfde) objecttype.
Een begrip is een entiteit waarmee een bepaalde klasse, een idee of een relatie als object aangeduid kan worden.
Grondwater dat op natuurlijke wijze uit het aardoppervlak tevoorschijn komt.
Het systeem dat de in te winnen grootheden levert.
Een bron is de plaats of organisatie waar bepaalde informatie is ontstaan en/of beschikbaar wordt gesteld, of de documenten waarin die informatie is vervat.
Punt van waaruit grondwater wordt onttrokken.
Oorsprong van een emissie.
In de wiskunde is de afgeleide of het differentiaalquotiënt een maat voor verandering van een functie ten opzichte van verandering van zijn variabelen. Voor een functie in één variabele is de afgeleide de limiet van de verhouding tussen de verandering in de functiewaarde en de verandering in de variabele die daaraan ten grondslag ligt.
Een natuurlijk dan wel niet-natuurlijk persoon waarvan de waterbeheerder gegevens bewaart.
De typering van het structurele verband tussen een object van een objecttype en een (ander) object van een ander (of hetzelfde) objecttype.
