vaste bodem


Eigenschappen

Voorkeurslabelvaste bodem
DefinitieHet niveau waarop de ondergrond onder de sliblaag overgaat in een compacte, niet-meeverende bodemlaag (zand, klei, veen of vaste ondergrond), bepaald op het punt waar verdere indringing van de meetmethode duidelijk wordt geremd.
Publieksvriendelijke toelichtingDe vaste bodem is de stevige laag onder het slib. Dit is de echte bodem van de watergang: bijvoorbeeld zand, klei of veen.
Toelichting op definitie (bron: waterschap Hunze en Aa's)
StatusConcept

Relaties

VertrekpuntRelatieEindpunten
vaste bodemBreder
vaste bodemBron van
vaste bodemGerelateerd

Afgeleide relaties

VertrekpuntRelatieEindpunt



Meten van harde bodem
1. Met puntstok + rover (RTKGPS)
Doel: Vaststellen van het niveau van de vaste, niet‑meeverende bodem. Werkwijze:

  • Plaats de puntstok met GNSS schotel verticaal in het water.
  • Duw de stok rustig naar beneden door de sliblaag heen.
  • Je voelt duidelijk een overgang van zacht → hard (stok stopt of veert niet meer mee).
  • Houd de puntstok op die diepte stabiel vast.
  • Neem de RTKhoogte op → hoogte vaste bodem.


Belangrijk:


2. Met puntstok t.o.v. de waterlijn (zonder rover) Doel: Alleen de diepte van de harde bodem bepalen wanneer RTK niet wordt gebruikt. Werkwijze (kort):


3. Multi‑beam echolood - aanbevolen voor grotere watergangen.

  • De multi‑beam sonde zendt een breed waaierpatroon van meerdere gelijktijdige geluidspulsen naar de waterbodem.
  • Voor elke bundel wordt de terugkaatsing van het signaal geregistreerd:
    • De eerste zwakkere, diffuse reflectie duidt de bovenkant van de sliblaag aan.
    • De sterkere, harde reflectie daaronder duidt de vaste bodem aan.
  • De meetsoftware vormt hieruit een volledig 3D‑bodemmodel waarbij zowel sliboppervlak als harde bodem worden weergegeven.
  • RTKGPS corrigeert de positie zodat alle punten nauwkeurig georeferenceerd worden.